Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 565 artikelen

x

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

‘Wij staan op het punt om uit het peloton te demarreren naar de koplopers’

Interview met Martijn Snoep door redactie Markt & Mededinging, 18 april 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Cees Dekker, Anna Gerbrandy en Gunnar Niels
SamenvattingAuteursinformatie

    Totdat hij in september 2018 voorzitter werd van de ACM, was Martijn Snoep naast advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek ook een van de vaste columnisten van Markt & Mededinging. Van 2013 tot in 2018 liet hij met enige regelmaat zijn licht schijnen over allerhande onderwerpen die het mededingingsrecht en -beleid raken. In verband met zijn benoeming tot voorzitter eindigde Martijn Snoep zijn bijdragen als columnist aan ons blad. Dat leek de redactie van Markt & Mededinging een goede reden om de columns van Martijn Snoep nog eens te herlezen en (mede) aan de hand daarvan hem in zijn nieuwe functie te interviewen over zijn kijk op de ontwikkelingen in het mededingingsrecht en de rol van de ACM.


Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Anna Gerbrandy
Prof. dr. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.

Gunnar Niels
Dr. G. Niels is partner bij Oxera en redacteur van dit tijdschrift.
Annotatie

Van een kikker kan men geen veren plukken – het mededingingsrechtelijke ondernemingsbegrip in het kader van de civielrechtelijke handhaving

HvJ EU 14 maart 2019, zaak C-724/17, Skanska Industrial Solutions, ECLI:EU:C:2019:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Robbert Jaspers en Tom Binder
Auteursinformatie

Robbert Jaspers
Mr. R.M.T.M. Jaspers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

Tom Binder
Mr. T.J. Binder is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

De verhaals(on)mogelijkheden van de WAM-verzekeraar bij (joy)rijden zonder rijbewijs

Bijdrage naar aanleiding van Hof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9273 en Hof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3129

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden joyriding, artikel 185 lid 2 WVW 1994, verhaalsrecht WAM-verzekeraar, familieverweer, artikel 7:962 lid 3 BW
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    In krap een halfjaar tijd deed het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak in twee vergelijkbare zaken, waarin sprake was van joyriding door een jeugdig familielid van de verzekeringnemer en waarbij de betrokkene reed zonder (geldig) rijbewijs. In beide zaken trachtte de WAM-verzekeraar van het betrokken voertuig de aan derde-benadeelden gedane uitkeringen te verhalen. Een belangrijk verschil: de ene verzekeraar richtte zich tot zijn eigen verzekerde, de andere verzekeraar richtte zich tot de joyrider. Aan de hand van de beide arresten belicht deze bijdrage de verhaalsmogelijkheden van een WAM-verzekeraar in geval van joyriden zonder (geldig) rijbewijs.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is promovenda bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Uit het veld

Onder vuur? Convenanten in het belang van de veiligheid bij publieke samenkomsten en andere publieke plaatsen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden convenant, evenement, handhaving, openbare orde, gemeente
Auteurs Mandy van Rooij
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij publieke evenementen en gebouwen is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid voor orde en veiligheid tussen de private organisator en de burgemeester. Convenanten waarin partijen gezamenlijk afspraken maken over veiligheid kunnen een nuttige aanvulling op de vergunningverlening zijn. In het geval van het incident met de Vreugdevuren in Scheveningen heeft de gemeente afspraken met de bouwers in een convenant neergelegd, in plaats van een vergunning. Uit het onderzoek van de OVV zal moeten blijken welke rol het convenant heeft gespeeld bij de ontstane onveilige situaties en wat die conclusies betekenen voor het gebruik van convenanten in het brede veiligheidsdomein.


Mandy van Rooij
Mr. A.E. van Rooij is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarnaast is zij als gastonderzoeker verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit.
Notenkraker

De digitale werkwijze: bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens

Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:470

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, digitale werkwijze, bestuursrechtelijk toezicht
Auteurs Marije Batting
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 12 februari 2019 oordeelt het Gerechtshof Den Haag dat de digitale werkwijze van de ACM voldoende waarborgen voor effectieve rechtsbescherming biedt bij bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens.


Marije Batting
Mr. M.L. Batting is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Den Haag en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht. Kantoorgenoten zijn betrokken geweest bij het in deze Notenkraker te bespreken arrest.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan Houthoff.
Artikel

Verhaalsbeslag op bitcoins

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden bitcoin, conservatoir beslag, executoriaal beslag, verhaal, waardepapier
Auteurs Tycho de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Verhaalsbeslag op bitcoins is mogelijk door (1) de drager waarop de privésleutel staat waarmee over bitcoins kan worden beschikt (de paper of hardware wallet) als waardepapier te kwalificeren, (2) op die wallet conservatoir verhaalsbeslag te leggen en als de toegang tot die wallet beveiligd is met een code, de schuldenaar te dwingen die code prijs te geven, (3) de bitcoins naar een andere, door een bank of DNB nieuw geopende bitcoinrekening over te maken, en (4) de paper of hardware wallet van die nieuwe bitcoinrekening te zijner tijd executoriaal te verkopen.


Tycho de Graaf
Mr. dr. T.J. de Graaf is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Ernstig verwijtbaar gedrag van bestuurders als reden voor ontslag en aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurders, Ernstig verwijt, artikel 7:673 lid 7 sub c BW, artikel 2:9 BW, Samenloop
Auteurs Mr. Huib Schrama en Mr. Klaas Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever heeft bij de e-grond en bij de toets van ernstige verwijtbaarheid van artikel 7:673 lid 7 sub c BW (waardoor de aanspraak op een transitievergoeding vervalt) geen concreet onderscheid gemaakt tussen een bestuurder en een ‘gewone’ werknemer. Die toets vergt een aparte beoordeling van het handelen van de bestuurder en lijkt los te staan van de toets of sprake is van ernstig verwijt dat is vereist voor interne bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Niettemin zijn rechters geneigd een link te leggen tussen beide maatstaven, waarbij zij veelal de norm voor (on)behoorlijk bestuur vooropstellen. Dit kan een aandachtspunt zijn bij het ontslag van een bestuurder.


Mr. Huib Schrama
Advocaat/senior associate

Mr. Klaas Wiersma
Advocaat/partner

Serie-artikel

Access_open De vergoeding van versterkingsmaatregelen in nieuwbouwprojecten: een juridische analyse aan de vooravond van een (r)evolutie

Een artikel in de serie ‘Aardbevingen in Groningen en het vermogensrecht’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden schadepreventie, versterking, NPR, Nieuwbouwregeling, NAM
Auteurs Mr. J.S. Knot en Mr. P. van Eijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs onderzoeken de praktijk van vergoeding van kosten voor versterkingsmaatregelen in nieuwbouwprojecten. Zij analyseren de legitimiteit van de daarvoor in het leven geroepen Nieuwbouwregeling. Verder bespreken auteurs waar die regeling verbeterd zou kunnen worden in het licht van de aankomende nieuwe regeling die door de overheid zal worden uitgevoerd.


Mr. J.S. Knot
Mr. J.S. Knot is advocaat (partner) bij Trip Advocaten & Notarissen te Groningen.

Mr. P. van Eijk
Mr. P. van Eijk is advocaat bij Trip Advocaten & Notarissen te Groningen.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Petra Chao, Caspar Janssens en Mirjam Louws
Auteursinformatie

Petra Chao
Petra Chao is advocaat bij Ploum in Rotterdam.

Caspar Janssens
Caspar Janssens is advocaat bij Ploum in Rotterdam.

Mirjam Louws
Mirjam Louws is advocaat bij Ploum in Rotterdam.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en internetcriminaliteit in de bioscoop: een spannende film?

Rb. Amsterdam (kanton) 31 oktober 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7881 (CEO-fraude Pathé)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, werknemersaansprakelijkheid, opzet of bewuste roekeloosheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze praktisch-wetenschappelijke bijdrage wordt aan de hand van de CEO-fraude bij Pathé stilgestaan bij het onderscheid tussen de aansprakelijkheidspositie van de bestuurder en de aansprakelijkheidspositie van de werknemer en de in dat verband gehanteerde terminologie.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De kerk als werkgever

De spanningsvolle relatie tussen kerkelijk recht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Kerkgenootschap, Grondrechten, Gelijke behandeling, Tendenswerkgever, Ontslagrecht
Auteurs Wijnand Zondag
SamenvattingAuteursinformatie

    As a special employer, the church has an interest in shaping its own personnel policy in order to achieve the mission and objective. In part, the legislator has met this need. After all, various laws in the field of appointment, terms of employment and dismissal take account of the specific interests of the church as described before. The external border consists of fundamental human rights that are included in the ECHR and the European Directive on equal treatment. It is not always clear where the external border is exactly. The Dutch legislation regarding the battle of ‘church law’ and fundamental rights is not consistent. Moreover, there we notice a tension between national law and the European directive.


Wijnand Zondag
Dr. W. Zondag was van 2003 tot 2015 hoogleraar Arbeidsecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2015 is hij voorganger in een kerkelijke gemeente. Daarnaast publiceert hij op het terrein van het snijvlak religie en recht en verricht hij onder andere promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Artikel

Access_open Intensief Systeemgericht Casemanagement in de jeugdreclassering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdreclassering, jeugdstrafrecht, Jeugdwet, systeemgericht, gecertificeerde instelling
Auteurs N.U. van Capelleveen en Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een jeugdige te maken krijgt met jeugdreclassering, richt Jeugdbescherming Regio Amsterdam, verder te noemen Jeugdbescherming, zich bij de begeleiding van de jeugdige niet alleen op de jeugdige zelf, maar op het hele gezin. Conform de door Jeugdbescherming ontwikkelde methodiek, Intensief Systeemgericht Casemanagement, wordt het hele gezin betrokken. Deze methodiek wordt toegepast ongeacht het kader (het civielrechtelijke, strafrechtelijke of preventieve kader) waarbinnen Jeugdbescherming werkt. In tegenstelling tot in het civiele recht, lijkt de focus in de wet in het geval van het strafrecht echter vooral te zijn gericht op de individuele jeugdige verdachte of veroordeelde. In dit artikel wordt daarom onderzocht welke mogelijkheden de wet biedt om te werken volgens het Intensief Systeemgericht Casemanagement in het strafrechtelijke kader, tijdens de uitvoering van jeugdreclassering. Ook worden er aanknopingspunten in de doelstellingen van jeugdreclassering gezocht voor deze werkwijze.


N.U. van Capelleveen
N.U. van Capelleveen is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en was onderzoeksstagiaire bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam.

Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen is jurist bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam en docent voor Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Artikel

Access_open Jeugdhulpverlening ‘met zachte drang’: duidelijkheid vereist

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden drangkader, jeugdhulpverlening, vrijwillig, jeugdbescherming
Auteurs Mr. D.S. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de jeugdhulpverlening is een kader ontstaan waarbinnen gezinnen bewogen worden om ‘vrijwillig’ mee te werken aan de hulpverlening. Dit ‘drangkader’ is niet wettelijk geregeld, met onduidelijkheden over de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van betrokkenen tot gevolg. Dit artikel geeft de huidige stand van zaken weer.


Mr. D.S. Verkroost
Mr. D.S. Verkroost is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden. Zij werkt aan een proefschrift waarin de positie van het recht in de Nederlandse jeugdhulpverlening wordt bezien vanuit een rechtshistorisch perspectief, een internationaal kinder- en mensenrechtenperspectief en een uitvoeringsperspectief.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Maurice de Valois Turk
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera LLP Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer is werkzaam als consultant Oxera LLP Amsterdam.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Artikel

Kroniek Pensioenrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2019
Auteurs Bastian Bodewes, Annemiek Cramer, Jan Aart van de Hoef e.a.
Auteursinformatie

Bastian Bodewes
Bastian Bodewes is advocaat bij Van Heest Bodewes Pensioenrechtadvocatuur te Assen respectievelijk Haarlem.

Annemiek Cramer
Annemiek Cramer CPL is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede.

Jan Aart van de Hoef
Jan Aart van de Hoef CPL is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede.

Naime Tali
Naime Tali is advocaat bij Talegal te Amsterdam.

Wim Thijssen
Wim Thijssen is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede. Wim Thijssen is tevens verbonden aan het VU Expertisecentrum Pensioenrecht te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 565 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.