Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 216 artikelen

x
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, Consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Article

Access_open Mechanisms for Correcting Judicial Errors in Germany

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden criminal proceedings, retrial in favour of the convicted, retrial to the disadvantage of the defendant, Germany, judicial errors
Auteurs Michael Lindemann en Fabienne Lienau
SamenvattingAuteursinformatie

    The article presents the status quo of the law of retrial in Germany and gives an overview of the law and practice of the latter in favour of the convicted and to the disadvantage of the defendant. Particularly, the formal and material prerequisites for a successful petition to retry the criminal case are subject to a detailed presentation and evaluation. Because no official statistics are kept regarding successful retrial processes in Germany, the actual number of judicial errors is primarily the subject of more or less well-founded estimates by legal practitioners and journalists. However, there are a few newer empirical studies devoted to different facets of the subject. These studies will be discussed in this article in order to outline the state of empirical research on the legal reality of the retrial procedure. Against this background, the article will ultimately highlight currently discussed reforms and subject these to a critical evaluation as well. The aim of the recent reform efforts is to add a ground for retrial to the disadvantage of the defendant for cases in which new facts or evidence indicate that the acquitted person was guilty. After detailed discussion, the proposal in question is rejected, inter alia for constitutional reasons.


Michael Lindemann
Michael Lindemann is Professor for Criminal Law, Criminal Procedure and Criminology at the Faculty of Law of Bielefeld University, Germany.

Fabienne Lienau
Fabienne Lienau is Research Assistant at the Chair held by Michael Lindemann.
Article

Access_open Correcting Wrongful Convictions in France: Has the Act of 2014 Opened the Door to Revision?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Final criminal conviction, revision procedure, grounds for revision, preparatory investigative measures, Cour de révision et de réexamen
Auteurs Katrien Verhesschen en Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The French ‘Code de procédure pénale’ provides the possibility to revise final criminal convictions. The Act of 2014 reformed the procedure for revision and introduced some important novelties. The first is that it reduced the different possible grounds for revision to one ground, which it intended to broaden. The remaining ground for revision is the existence of a new fact or an element unknown to the court at the time of the initial proceedings, of such a nature as to establish the convicted person’s innocence or to give rise to doubt about his guilt. The legislature intended judges to no longer require ‘serious doubt’. However, experts question whether judges will comply with this intention of the legislature. The second is the introduction of the possibility for the applicant to ask the public prosecutor to carry out the investigative measures that seem necessary to bring to light a new fact or an unknown element before filing a request for revision. The third is that the Act of 2014 created the ‘Cour de révision et de réexamen’, which is composed of eighteen judges of the different chambers of the ‘Cour de cassation’. This ‘Cour de révision et de réexamen’ is divided into a ‘commission d’instruction’, which acts as a filter and examines the admissibility of the requests for revision, and a ‘formation de jugement’, which decides on the substance of the requests. Practice will have to show whether these novelties indeed improved the accessibility of the revision procedure.


Katrien Verhesschen
Katrien Verhesschen is PhD researcher and teaching assistant at the Institute of Criminal Law KU Leuven.

Cyrille Fijnaut
Cyrille Fijnaut is Emeritus Professor of Criminal Law & Criminology at Erasmus University Rotterdam, KU Leuven and Tilburg University.
Notenkraker

Komt het zwijgrecht alleen toe aan formele bestuurders?

ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2952 (zwijgrecht)

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden zwijgrecht rechtspersoon, cautie, feitelijke leidinggever, bestuurlijke boete, normadressaat
Auteurs Rogier Stijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorliggende zaak, waarin een boete is opgelegd vanwege het niet in overeenstemming met het werkplan op een veilige wijze verwijderen van asbest, meende de onderneming dat aan haar voorman de cautie had moeten worden gegeven omdat hij leiding gaf aan de werkzaamheden. De Afdeling houdt echter vast aan haar rechtspraak dat het zwijgrecht van een rechtspersoon uitsluitend toekomt aan haar bestuurders. Mocht de voorman zelf worden beboet als feitelijk leidinggever of als normadressaat, dan zouden zijn verklaringen alleen uitgesloten hoeven te worden van het bewijs tegen hem.


Rogier Stijnen
Mr. dr. R. Stijnen is senior stafjurist bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Oplegging van bestuurlijke boetes aan overheden door de privacytoezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden immuniteit, bestuurlijke boete, privacytoezichthouder, overheid, pikmeer
Auteurs Ton Duijkersloot
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal de oplegging van bestuurlijk boetes aan overheden, in het bijzonder door de privacytoezichthouder: welke mogelijkheden en beperkingen kent het Nederlands recht hiervoor in algemene zin, welke mogelijkheden en beperkingen golden en gelden in het bijzonder voor de Nederlandse privacytoezichthouder en in hoeverre heeft deze toezichthouder in het recente en verdere verleden boetes aan overheden opgelegd.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL).
Artikel

Access_open Uit- en overlevering van EU-burgers bij overtreding van het kartelverbod – op het snijvlak van straf- en mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uit- en overlevering, kartelverbod, mededingingswet, lijstfeiten, dubbele strafbaarheid
Auteurs Mr. W.W. Geursen en Mr. J. Boonstra-Verhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt het mededingingsrecht (nog steeds) bestuursrechtelijk afgedaan. De strafrechtelijke handhaving van dit rechtsgebied heeft de laatste jaren in andere landen een opmars gemaakt; ook in verschillende lidstaten van de Europese Unie. Hoewel in Nederland het mededingingsrecht een ‘strafrechtelijk verleden’ kent, werd deze handhavingsvorm weinig benut en/of was deze weinig succesvol en is hiervan afscheid genomen. Dat Nederland overtredingen van de mededingingswet nu niet strafrechtelijk sanctioneert, wil echter niet zeggen dat aan mededingingsrechtelijke overtredingen voor Nederlanders geen strafrechtelijke risico’s kleven. Indien dergelijke overtredingen door Nederlandse onderdanen in het buitenland effect hebben, omdat daar bijvoorbeeld de klanten van een kartel zijn gevestigd, kunnen Nederlanders alsnog – zij het in het buitenland – tegen strafrechtelijke vervolging en een veroordeling aanlopen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als buitenpromovendus verbonden aan de Vrije Universiteit.

Mr. J. Boonstra-Verhaert
Mr. J. Boonstra-Verhaert is initiator van actualiteitenwebsite BijzonderStrafrecht.nl, werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als eindredacteur verbonden aan TBS&H.
Artikel

(On)geschreven excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Excepties, Codificatie, Strafuitsluitingsgrond, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Auteurs Mr. S.R. (Sven) Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast de geschreven algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden en de ongeschreven algemene strafuitsluitingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld, zijn in de jurisprudentie ook verschillende ongeschreven contextgebonden excepties aanvaard, bijvoorbeeld de medische exceptie, de kunstexceptie en de sport- en spelexceptie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of c.q. in hoeverre er aanleiding bestaat dergelijke ongeschreven excepties in de wet te verankeren.


Mr. S.R. (Sven) Bakker
Sven Bakker is als docent en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en verricht promotieonderzoek naar contextgebonden excepties in het Nederlandse strafrecht. Tevens is hij redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Samenwerkingsverbanden en de strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, verdedigingsrechten, nemo tenetur-beginsel, onrechtmatig bewijs, convenanten
Auteurs Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden’ beoogt kaders te bieden voor de multilaterale samenwerking tussen strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke actoren ter bestrijding van ongewenste maatschappelijke fenomenen, waaronder de bestrijding van fraude. Het voorstel richt zich uitsluitend op de normering van de gegevensverwerking die onder de vlag van die samenwerkingsverbanden plaatsvindt. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering te beperkt is. Dat wordt geïllustreerd met een analyse van de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de verdedigingsrechten en het bewijsrecht, in het bijzonder het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs.


Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Restraint as a Source of Judicial ‘Apoliticality’

A Functional Reconstruction

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Urgenda, Miller v. Secretary of State, Norm of judicial apoliticality, Ronald Dworkin, Judicial restraint
Auteurs Maurits Helmich
SamenvattingAuteursinformatie

    Few legal theorists today would argue that the domain of law exists in isolation from other normative spheres governing society, notably from the domain of ‘politics’. Nevertheless, the implicit norm that judges should not act ‘politically’ remains influential and widespread in the debates surrounding controversial court cases. This article aims to square these two observations. Taking the Miller v. Secretary of State and Urgenda cases as illustrative case studies, the article demonstrates that what it means for judges to adjudicate cases ‘apolitically’ is itself a matter of controversy. In reflecting on their own constitutional role, courts are forced to take a stance on substantive questions of political philosophy. Nevertheless, that does not mean that the ‘norm of judicial apoliticality’ should therefore be rejected. The norm’s coherence lies in its intersocial function: its role in declaring certain modes of judicial interpretation and intervention legitimate (‘legal’/‘judicial’) or illegitimate (‘political’).


Maurits Helmich
Maurits Helmich is promovendus aan de afdeling Sociologie, Theorie en Methodologie van het Recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open The Obligation of Judges to Uphold Rules of Positive Law and Possibly Conflicting Ethical Values in Context

The Case of Criminalization of Homelessness in Hungary

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Judicial independence, Rule of law, Judicial ethics, Hungary, Criminalization of homelessness
Auteurs Petra Gyöngyi
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the tension between the constitutional obligation of judges to uphold rules of positive law and possibly conflicting standards of conduct arising from professional-ethical values. The theoretical analysis will be illustrated by the case of Hungary, an EU member state experiencing rule of law challenges since 2010 and where the 2018-2019 criminalization of homelessness exemplifies the studied tension. Inspired by the theories of Philip Selznick and Martin Krygier, rule of law will be viewed as a value that requires progressive realization and context-specific implementation. By contextualizing the relevant Hungarian constitutional framework with the content of the judicial code of ethics and judicial practice, it will be shown how the legitimate space for Hungarian judges to distance themselves from legislation possibly in conflict with rule of law values is reduced. Theoretical suggestions for addressing such rule of law regressions will be made.


Petra Gyöngyi
Petra Gyöngyi is postdoctoral fellow aan de University of Oslo.
Article

Access_open Age Limits in Youth Justice: A Comparative and Conceptual Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden youth justice, age limits, minimum age of criminal responsibility, age of criminal majority, legal comparison
Auteurs Jantien Leenknecht, Johan Put en Katrijn Veeckmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In each youth justice system, several age limits exist that indicate what type of reaction can and may be connected to the degree of responsibility that a person can already bear. Civil liability, criminal responsibility and criminal majority are examples of concepts on which age limits are based, but whose definition and impact is not always clear. Especially as far as the minimum age of criminal responsibility (MACR) is concerned, confusion exists in legal doctrine. This is apparent from the fact that international comparison tables often show different MACRs for the same country. Moreover, the international literature often seems to define youth justice systems by means of a lower and upper limit, whereas such a dual distinction is too basic to comprehend the complex multilayer nature of the systems. This contribution therefore maps out and conceptually clarifies the different interpretations and consequences of the several age limits that exist within youth justice systems. To that extent, the age limits of six countries are analysed: Argentina, Austria, Belgium, the Netherlands, New Zealand and Northern Ireland. This legal comparison ultimately leads to a proposal to establish a coherent conceptual framework on age limits in youth justice.


Jantien Leenknecht
Jantien Leenknecht is PhD Fellow of the Research Foundation Flanders (FWO) at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Johan Put
Johan Put is Full Professor at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Katrijn Veeckmans
Katrijn Veeckmans is PhD Fellow at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.
Redactioneel

De uitbreiding van de sluitingsbevoegdheid in artikel 174a Gemeentewet en de taak van de burgemeester als sheriff

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2020
Trefwoorden burgemeester, openbare orde, handhaving, bestuursstrafrecht, sheriff
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In het verband van de aanpak van ondermijnende misdaad zal de sluitingsbevoegdheid, die is neergelegd in artikel 174a, eerste lid, Gemeentewet, worden uitgebreid met twee nieuwe sluitingsgronden. Op deze wijze kunnen woningen ook worden gesloten indien de openbare orde door ernstig geweld of geweld wordt verstoord. Hoe moet deze uitbreiding worden aangemerkt? Is het vooral een instrument voor de burgemeester als openbare-ordehandhaver of als sheriff? In dit redactioneel wordt betoogd om een wettelijke taak voor de burgemeester in de bestuurlijke aanpak van misdaad te ontwikkelen.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De toepassing van de Wet Bibob in de milieusector

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet Bibob, Milieu, Vergunning, Ernstig gevaar, Evenredigheid
Auteurs Mr. R. (Rutger) ten Ham en Mr. F. (Frederike) Ahlers
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren ziet ongeveer 10% van de circa 300 jaarlijkse adviesaanvragen aan het Landelijk Bibob Bureau op adviezen in verband met milieuactiviteiten. In onze praktijk zien we recentelijk een groeiende aandacht bij het bevoegd gezag en het OM voor de mogelijkheden die de Wet Bibob biedt om milieuovertredingen te voorkomen. Tegelijkertijd is het aantal milieuregels in de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Voor ondernemingen kan de Wet Bibob grote gevolgen hebben, want zonder vergunning geen activiteiten.
    In dit nummer van Strafblad dat geheel gewijd is aan het thema milieu staan wij dan ook graag stil bij de Wet Bibob toegespitst op de milieusector.


Mr. R. (Rutger) ten Ham
R. (Rutger) Ham is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. F. (Frederike) Ahlers
F. (Frederike) Ahlers is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

Access_open De verdachte is dood, leve het strafproces?

De straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde nader bezien

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden dood verdachte/veroordeelde, ontvankelijkheid OM, artikel 69 Sr, artikel 6:1:21 Sv, artikel 16 Wet op de economische delicten
Auteurs Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman en Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde en de ratio van die gevolgen. Onderzocht wordt welke uitzonderingen er bestaan op het uitgangspunt dat de rechten tot strafvervolging en strafexecutie vervallen door de dood van de verdachte of veroordeelde en of het uitgangspunt en de uitzonderingen daarop een coherent systeem vormen. Voorgesteld wordt om enkele bijzondere sanctiemodaliteiten te schrappen en om een commune maatregel te introduceren waarmee kan worden voorkomen dat in beslag genomen goederen die van misdrijf afkomstig blijken, aan de erfgenamen van de overledene ten deel vallen.


Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.

Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
Mr. dr. J.H.B. Bemelmans is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.
Artikel

Rare jongens die strafrechtelijke beginselen

De invloed van het strafrecht op het mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden fundamentele rechten, mededingingsrecht, ne bis in idem, rechtszekerheid, lex mitior
Auteurs Mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het mededingingsrecht is veel discussie over de waarborgen die van toepassing zijn. Zo beargumenteren ondernemingen vaak dat mededingingsautoriteiten hun fundamentele rechten hebben geschonden. Het is dan aan de rechters om te bepalen of dit inderdaad het geval is. In dit artikel wordt gekeken of er bij de ontwikkeling van deze waarborgen inspiratie wordt gehaald uit het strafrecht.


Mr. dr. J.M. Veenbrink
Mr. dr. J.M. Veenbrink is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Interviews in interne onderzoeken vanuit advocatuurlijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden interviews, intern onderzoek, interviewtechniek, strategie, werknemers
Auteurs Mr. D. Emmelkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    In praktisch ieder intern onderzoek rijst de vraag of interviews met werknemers moeten worden gehouden. Dat is begrijpelijk. Interviews zijn een van de meest krachtige instrumenten in de gereedschapskist van onderzoekende advocaten. Tegelijkertijd kleven aan interviews de nodige nadelen en zijn zij niet zonder risico’s voor het onderzoek. Een doordachte voorbereiding en uitvoer zijn cruciaal om de risico’s te minimaliseren en de waarde van interviews te maximaliseren. Strategie, ethiek en techniek staan daarbij centraal.


Mr. D. Emmelkamp
Mr. D. Emmelkamp is sinds 1 mei 2020 toezichthouder bij de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Trials in absentia of foreign terrorist fighters in the Netherlands and Belgium

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden the right to be present, trials in absentia, foreign terrorist fighters, The Netherlands, Belgium
Auteurs Mr. Zoë Heij
SamenvattingAuteursinformatie

    Judgements rendered in the accused’s absence form a special category of criminal judgements that undoubtedly do not provide for the same safeguards that would be in place when a judgement is rendered in the accused’s presence. Nonetheless, provided that strict conditions are adhered to, trials in absentia can be compatible with the accused’s right to be present. This article examines the standards that have been developed under international human rights law, providing for the normative framework, to see to what extent the trials in absentia of foreign terrorist fighters in the Netherlands and Belgium comply therewith. By pointing to analogies and contrasts, this article wishes to contribute to finding answers to this dilemma.


Mr. Zoë Heij
Mr. Z. Heij behaalde de research master in Public International Law aan de Universiteit van Amsterdam. Zij liep ten tijde van het schrijven van dit artikel stage bij Prakken d’Oliveira.
Case Law

2020/1 EELC’s review of the year 2019

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2020
Auteurs Ruben Houweling, Daiva Petrylaitė, Peter Schöffmann e.a.
Samenvatting

    Various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Daiva Petrylaitė

Peter Schöffmann

Attila Kun

Francesca Maffei

Jean-Philippe Lhernould

Niklas Bruun

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Anthony Kerr

Petr Hůrka

Michal Vrajík
Artikel

Kroniek Tuchtrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2020
Auteurs Tjitske Cieremans, Han Jahae, Maurice Mooibroek e.a.

Tjitske Cieremans

Han Jahae

Maurice Mooibroek

Robert Sanders
Kroniek rechtspraak

Kroniek Wet marktordening gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden belanghebbende, tarieven, contracteervereiste, budgettering, handhaving
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de rechtspraak op het gebied van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), die van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de bestuursrechter is verschenen in de periode vanaf 1 juli 2016 tot en met 31 december 2019.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de UU en advocaat-partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Toont 1 - 20 van 216 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.