Zoekresultaat: 326 artikelen

x

    In recent years, big data technology has revolutionised many domains, including policing. There is a lack of research, however, exploring which applications are used by the police, and the potential benefits of big data analytics for policing. Instead, literature about big data and policing predominantly focuses on predictive policing and its associated risks. The present paper provides new insights into the police’s current use of big data and algorithmic applications. We provide an up-to-date overview of the various applications of big data by the National Police in the Netherlands. We distinguish three areas: uniformed police work, criminal investigation, and intelligence. We then discuss two positive effects of big data and algorithmic applications for the police organization: accelerated learning and the formation of a single police organization.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is bijzonder hoogleraar Digital Surveillance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en universitair docent aan Vrije Universiteit Amsterdam. m.b.schuilenburg@vu.nl.

Melvin Soudijn
Melvin Soudijn is senior onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid Nationale Politie en research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.
Artikel

Access_open Experimental Regulations and Regulatory ­Sandboxes – Law Without Order?

Special Issue Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordás & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, december 2021
Trefwoorden experimental regulations, regulatory sandboxes, methodology, regulatory quality
Auteurs Sofia Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the key methodological shortcomings of experimental regulations and regulatory sandboxes. I argue that the poor design and implementation of these experimental legal regimes have both methodological and legal implications. The deficient design of experimental regulations and regulatory sandboxes can have three adverse effects: First, the internal validity of experimental legal regimes is limited because it is unclear whether the verified results are the direct result of the experimental intervention or other circumstances. The limited external validity of experimental legal regimes impedes the generalizability of the experiment. Second, experimental legal regimes that are not scientifically sound make a limited contribution to the advancement of evidence-based lawmaking and the rationalization of regulation. Third, methodological deficiencies may result in the violation of legal principles which require that experimental regulations follow objective, transparent, and predictable standards. I contribute to existing comparative public law and law and methods literature with an interdisciplinary framework which can help improve the design of experimental regulations and regulatory sandboxes. I draw on social science literature on the methods of field experiments to offer novel methodological insights for a more transparent and objective design of experimental regulations and regulatory sandboxes.


Sofia Ranchordás
Sofia Ranchordás is Full Professor of EU and Comparative Public Law at the Faculty of Law of the University of Groningen, The Netherlands & Associate Professor of Public Law, Innovation, and Sustainability at the Faculty of Law, LUISS Guido Carli, Italy.
Artikel

Kroniek Straf(proces)recht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2021
Auteurs Nikki Alberts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Nikki Alberts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Geert-Jan Kruizinga

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Carlijn Nieuwenhuis

Paul van Putten

Diederick van Rinsum

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen
Artikel

Dismissal protection in Denmark

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden protection against dismissal, flexicurity, industrial relations, social security, dynamic and adjustable labour market
Auteurs mr. dr. Natalie Munkholm
SamenvattingAuteursinformatie

    The article gives an overview of the protection against dismissal according to Danish statutory acts and collective agreements.


mr. dr. Natalie Munkholm
Natalie Munkholm is werkzaam als associate professor Labour Law aan de Aarhus Universiteit, Denemarken.
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Artikel

De opsporing en vervolging van seksueel geweld door de jaren heen vanuit een genderperspectief

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Gender en strafrecht, Seksueel geweld tegen vrouw, Genderdiscriminatie, Gelijke behandeling, Feminisme
Auteurs Dr. K.M. (Kelly) Pitcher en mr. dr. M. (Mojan) Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De vanzelfsprekendheid waarmee in huidige internationale instrumenten en zelfs nationale parlementaire stukken geweld tegen vrouwen wordt gekoppeld aan emancipatiebeleid en patriarchale machtsverhoudingen, verhult dat achter dit besef een jarenlange maatschappelijke, politieke en juridische strijd schuilgaat. Deze bijdrage brengt de ontwikkeling van de opsporing en vervolging van seksueel geweld tegen vrouwen in kaart en reflecteert op de onderliggende redenen die ten grondslag liggen aan de knelpunten die hierbij spelen.


Dr. K.M. (Kelly) Pitcher
Kelly Pitcher is universitair docent straf- en strafprocesrecht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

mr. dr. M. (Mojan) Samadi
Mojan Samadi is universitair docent straf(proces)recht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens redactiesecretaris bij Boom Strafblad.
Artikel

Digital investigation powers and privacy

Recent ECtHR case law and implications for the modernisation of the Code of Criminal Procedure

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Right to respect for private life, European Court of Human Rights, Digital investigation powers, Modernisation of the Code of Criminal Procedure, Regulation
Auteurs Prof. mr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin en Dr. mr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    With the Modernisation of the Code of Criminal Procedure, certain digital investigation powers will for the first time be given a specific statutory basis, such as the search of data carriers, open-source investigation and network searches. Nevertheless, considering the high degree of intrusiveness of such techniques, particularly with the right to privacy, it remains important to take note of the jurisprudence of the European Court of Human Rights, which continues to set minimum safeguards for the interference with private life. In this paper, we therefore conduct a brief overview of recent ECtHR case law concerning five types of digital investigation powers. We then consider the implications of this case law for the regulation of such powers in the draft Code of Criminal Procedure and for the Modernisation process more broadly.


Prof. mr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin
Marianne Hirsch Ballin is professor of Criminal Law and Criminal Procedure at Vrije Univeristeit Amsterdam and member of the editorial board of this journal.

Dr. mr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is assistant professor Criminal Law and Criminal Procedure at Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Access_open De politie als winkelier van smartphones met ‘versleutelde’ communicatiemiddelen: de inzet van de opsporingshandelingen getoetst aan het legaliteitsbeginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale opsporing, legaliteitsbeginsel, Privacy, Operation Trojan Shield, ANOM-smartphone
Auteurs Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius, Mr. I.N. De Wit, D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Operation Trojan Shield hebben de (Nederlandse) autoriteiten de populariteit van cryptophones perfect uitgebuit. In deze bijdrage wordt onderzocht welke wettelijke grondslag gebruikt zou kunnen zijn bij (1) de ontwikkeling van de hardware en de daarop geïnstalleerde software; (2) de verspreiding van de toestellen; (3) het verkrijgen van vertrouwelijke communicatie doordat de toestellen zijn gebruikt; en (4) de analyse van de inhoud van de verstuurde en ontvangen communicatie. De inzet van deze handelingen wordt ten slotte beoordeeld in het licht van het legaliteitsbeginsel zoals dat volgt uit artikel 8 lid 2 EVRM.


Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.N. De Wit
Mr. I.N. de Wit is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Trending Topics

Cybersecurity en ‘datagedreven’ opsporing: stand van zaken met betrekking tot de interceptie van versleutelde cryptocommunicatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden cybercrime, encryptie, internationale samenwerking, datagedreven opsporingsonderzoek, interceptie
Auteurs Mr. J.S. Boeser
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is op dit moment veel te doen op het gebied van cybercrime en cybersecurity. Cyberaanvallen vormen een toenemende dreiging voor onze samenleving. Ook encryptie (de versleuteling van communicatie) levert de nodige uitdagingen op voor opsporingsdiensten. In een digitaliserende samenleving worden ‘datagedreven opsporing’ en digitaal bewijs steeds belangrijker. Tegelijkertijd roept dergelijk opsporingsonderzoek eveneens principiële vragen op, met name in het licht van de positie van de verdediging. In deze Trending Topics staat een typerend voorbeeld van ‘datagedreven’ onderzoek centraal, waar de afgelopen tijd veel om te doen is (geweest): de interceptie van versleutelde ‘cryptocommunicatie’. Reden voor een overzicht van de stand van zaken.


Mr. J.S. Boeser
Mr. J.S. Boeser is advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Strafvorderlijke normering van preventief optreden op basis van datakoppeling

Een analyse aan de hand van de casus ‘Sensingproject Outlet Roermond’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden datakoppeling, privacy, opsporing, preventief politieoptreden, dataprotectierecht
Auteurs Prof. mr. L. Stevens, Prof. mr. M. Hirsch Ballin, Mr. dr. M. Galič e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen wij onderzoek naar de vraag hoe preventief politieoptreden op basis van datakoppeling zou moeten worden genormeerd. Onze analyse is gebaseerd op het Sensingproject Outlet Roermond. Wij stellen dat bestaande wetgeving onvoldoende in staat is de privacy van burgers te beschermen als die burgers ten behoeve van preventief politieoptreden in een algoritmische risicogroep worden geplaatst. Om die reden moet nieuwe regelgeving mede worden gebaseerd op een nieuw concept: group privacy. Ook stellen wij dat een nieuwe wettelijke grondslag recht zal moeten doen aan strafvorderlijke basisbeginselen nu preventief optreden op grond van datakoppeling moet worden gezien als opsporing.


Prof. mr. L. Stevens
Prof. mr. L. Stevens is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. M. Hirsch Ballin
Prof. mr. M. Hirsch Ballin is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. Galič
Mr. dr. M. Galič is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. B. Groothoff
Mr. B. Groothoff is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. Y. Hamelzky
Mr. Y. Hamelzky is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. C. Lucas
Mr. C. Lucas is PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. K. Rasul
Mr. K. Rasul is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. S. Verijdt
Mr. S. Verijdt is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Risicoprofiling of risicovolle profiling tijdens grenscontroles?

Naar een verantwoord gebruik van proactieve risicoprofielen door rechtshandhavingsinstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden risk profiling, crime prevention, risk profiles, false positives, security method
Auteurs Jop Van der Auwera en Lore Van de Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Although risk profiling can by no means be considered as a ‘new’ crime prevention tool, its application has gained popularity over the years. Both in the screening of asylum seekers, in border control at airports (e.g. behavioural profiling or the use of risk profiles in the European Passenger Information Unit) and in the designation of hotspots at the local level (e.g. the Crime Anticipation System), attempts are now being made to identify persons with criminal intentions more often on the basis of ordinal risk assessment tools. This sudden increase in popularity is not remarkable, since random police patrols or undirected security checks have long been shown to have negligible impact on crime reduction. Risk profiles, on the other hand, have a certain potential for shaping more effectively the interventions by law enforcement authorities at border crossing points. Nevertheless, the use of such profiles also raises some pertinent questions. It is precisely in the light of this ambivalence that the present theoretical contribution will consider the pitfalls and success factors of risk profiling during border checks, in order to determine when one can speak of ‘risk profiling’ and when the concept of ‘risky profiling’ must be used.


Jop Van der Auwera
Jop Van der Auwera is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Rechtsgeleerdheid. jop.vanderauwera@kuleuven.be

Lore Van de Velde
Lore Van de Velde is advocaat aan de balie van Antwerpen.
Artikel

Is verslaving behandelbaar?

Attitudes van forensisch sociale professionals ten aanzien van middelenmisbruik

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Auteurs Lianne Kleijer-Kool, Vivienne de Vogel, Jolein Monnee-van Doornmalen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forensic social professionals play a crucial role in the resocialization trajectories of their clients with substance use problems. In this explorative study, we conclude that their attitudes to treatability of addiction are positive. However, there are differences in attitudes regarding needed treatment interventions and ways of controlling substance use, for example related to working within specialist addiction services, personal experiences with addiction and working in a clinical setting. When confronted with substance use of their clients, the forensic social professionals’ main reactions are discussing the problem with their client and analyzing the situation. The type of substance and the nature of criminal behavior are important considerations in this reaction.


Lianne Kleijer-Kool
Dr. Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid van Hogeschool Utrecht.

Vivienne de Vogel
Dr. Vivienne de Vogel is lector Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.

Jolein Monnee-van Doornmalen
Drs. Jolein Monnee-van Doornmalen is reclasseringsambtenaar tbs en voormalig onderzoeker lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.

Richard van Asch
Richard van Asch, MSw is docent Social Work bij Hogeschool Utrecht.
Rechtsbescherming

Een nieuw EU-sanctieregime tegen ernstige schendingen van de mensenrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden EU-sancties, mensenrechten, rechtsbescherming, implementatie
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2020 nam de Europese Unie een Global Human Rights Sanctions Regime aan. Het nieuwe sanctieregime past binnen de ambities van de EU om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde bescherming van mensenrechten. Dit artikel bespreekt de behoefte aan dit regime, zijn reikwijdte, de geboden rechtsbescherming en de implementatie door de lidstaten. De auteurs stellen onder meer dat het juridisch onduidelijk is waarom het nodig was dit regime in te stellen. Ook vragen zij zich af of de politieke besluitvorming die ten grondslag ligt aan het regime, voldoende in staat is om rechtstatelijke waarborgen te garanderen.
    Besluit (GBVB) 2020/1999 en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 (PbEU 2020, LI 410/13).


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. (Cedric) Ryngaert is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht (RENFORCE onderzoeksprogramma).

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Netwerken van netwerken in transit

De doorvoer van cocaïne via Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cocaine trafficking, ping-pong trade, poly-drug trafficking, qualitative social network analysis, transnational networks of networks
Auteurs Vanessa Dirksen, Wouter van der Leest en Irma Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes traits of the hitherto underexposed transit trade of cocaine via the Netherlands, based on a qualitative social network analysis of a diversity of data. Research findings show that the transit trade via the Netherlands is dominated by poly-drug trafficking. It is noteworthy that streams of predominantly mono-drugs are entering the Netherlands, while mainly streams of poly-drugs are leaving the country. Our research furthermore shows that cocaine intended for European markets may be transited via the Netherlands to European countries to which the cocaine was initially imported. This is what we refer to as ping-pong trade. Another characteristic of the transit trade of cocaine via the Netherlands is that the actors involved, mainly coordinate parts of the cocaine supply chain. Although different groups within the cocaine distribution chain collaborate, this does not necessarily mean they actually know each other. Taken together, the organization of the distributive trade of cocaine is in this article positioned as an interdependent transnational network of networks (NoN). We suggest that future research into the transit trade of cocaine should apply such a transnational NoN perspective to fully grasp the interdependence of the micro and meso levels of the trade and, in so doing, ultimately comprehend the effect this may have on the macro level.


Vanessa Dirksen
Dr. V. Dirksen is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Informatiekunde van de Open Universiteit.

Wouter van der Leest
Drs. W.P.E. van der Leest is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Irma Vermeulen
Drs. I.J. Vermeulen MSc is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het gebruik van DNA in het opsporingsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden criminal investigation, DNA, DNA analysis, crime scene, evidence
Auteurs Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes why forensic DNA research is so interesting for criminal investigation processes, and why DNA does not yet play the role in these processes that could be expected given its unique properties. To this end, the bottlenecks that arise in the forensic investigation process are discussed as well as the opportunities to solve these bottlenecks in the coming years with new technologies and new scientific insights. The article focuses on (1) finding biological traces, (2) determining the relevance and the success rate of these traces, (3) the learning process of criminal investigators, (4) the importance of integrating processes that are currently performed in different places by different professionals, and (5) the promises of rapid mobile DNA technologies in this development.


Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is als bijzonder hoogleraar Criminalistiek verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is zij lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot voor kort was zij tevens werkzaam als senior onderzoeker bij het WODC in Den Haag.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 326 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.