Zoekresultaat: 280 artikelen

x

Wim Huisman
Prof dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Mensenhandel en mensensmokkel op Curaçao: een crime-scriptanalyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden exploitation, crime scripting, situational crime prevention, Caribbean, Latin America
Auteurs Zahyanne Luisa
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains the results of a crime script analysis regarding the processes of human trafficking and human smuggling in Curaçao. The crime script analysis was conducted using data from five criminal investigations of human trafficking and seven criminal investigations of human smuggling. The results show that human trafficking in Curaçao consists of labor exploitation and sexual exploitation in bars, cafes and clubs. Young women are recruited from Colombia, Venezuela and the Dominican Republic to work as waitresses, trago girls and/or prostitutes. Once they arrive on the island, the women are dependent on the perpetrators and are subjected to exploitation In this research, two types of human smuggling have been witnessed. The first type consists of Venezuelan smugglers who transport fellow Venezuelan nationals to Curaçao by boat in exchange for payment. The second type of smugglers are Curaçao locals who rent out rooms to Venezuelans that reside on the island illegally.


Zahyanne Luisa
Z.C.R. Luisa MSc, LLM is momenteel werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Article

Access_open Big Data Ethics: A Life Cycle Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden big data, big data analysis, data life cycle, ethics, AI
Auteurs Simon Vydra, Andrei Poama, Sarah Giest e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The adoption of big data analysis in the legal domain is a recent but growing trend that highlights ethical concerns not just with big data analysis, as such, but also with its deployment in the legal domain. This article systematically analyses five big data use cases from the legal domain utilising a pluralistic and pragmatic mode of ethical reasoning. In each case we analyse what happens with data from its creation to its eventual archival or deletion, for which we utilise the concept of ‘data life cycle’. Despite the exploratory nature of this article and some limitations of our approach, the systematic summary we deliver depicts the five cases in detail, reinforces the idea that ethically significant issues exist across the entire big data life cycle, and facilitates understanding of how various ethical considerations interact with one another throughout the big data life cycle. Furthermore, owing to its pragmatic and pluralist nature, the approach is potentially useful for practitioners aiming to interrogate big data use cases.


Simon Vydra
Simon Vydra is a Researcher at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Andrei Poama
Andrei Poama is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Sarah Giest
Sarah Giest is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Alex Ingrams
Alex Ingrams is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Bram Klievink
Bram Klievink is Professor of Digitization and Public Policy at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.
Artikel

Ondermijnende criminaliteit laat zich niet onderscheppen noch aanhouden

Over de aanpak van georganiseerde misdaad en het belang van kennis

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ondermijning, Georganiseerde misdaad, Criminaliteitsbestrijding, Strafrechtsbeleid
Auteurs Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring, Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop en dr. R.A. (Robby) Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke, strafrechtelijke en integrale aanpak van georganiseerde misdaad maken overuren maakt. Aan actie van de zijde van het huidige kabinet en aandacht in de verkiezingsprogramma’s is op dit terrein geen gebrek. Enorme plannen voor versterking van de aanpak van ondermijning zagen het afgelopen jaar het licht. Maar is de focus goed? De auteurs gaan na wat er kan worden geleerd uit criminologisch onderzoek naar ondermijnende drugscriminaliteit.


Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring

Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop
De auteurs zijn verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

dr. R.A. (Robby) Roks
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Article

Access_open The Role of the Vienna Rules in the Interpretation of the ECHR A Normative Basis or a Source of Inspiration?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden European Convention on Human Rights, European Court of Human Rights, techniques of interpretation, the Vienna Convention on the Law of Treaties
Auteurs Eszter Polgári
SamenvattingAuteursinformatie

    The interpretive techniques applied by the European Court of Human Rights are instrumental in filling the vaguely formulated rights-provisions with progressive content, and their use provoked widespread criticism. The article argues that despite the scarcity of explicit references to the Vienna Convention on the Law of Treaties, all the ECtHR’s methods and doctrines of interpretation have basis in the VCLT, and the ECtHR has not developed a competing framework. The Vienna rules are flexible enough to accommodate the interpretive rules developed in the ECHR jurisprudence, although effectiveness and evolutive interpretation is favoured – due to the unique nature of Convention – over the more traditional means of interpretation, such as textualism. Applying the VCLT as a normative framework offers unique ways of reconceptualising some of the much-contested means of interpretation in order to increase the legitimacy of the ECtHR.


Eszter Polgári
Eszter Polgári, PhD, is assistant professor at the Department of Legal Studies of the Central European University in Austria.
Artikel

Access_open Het spanningsveld tussen regels en ruimte: een onderzoek naar taakgerelateerd ongeoorloofd handelen binnen de Nederlandse politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden taakgerelateerd ongeoorloofd handelen, noble cause corruption, politie, leiderschap, ethiek
Auteurs Robin Christiaan van Halderen en Benjamin Rafaël van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the present research was to gain insight into the topic of ‘task-related rule-breaking behavior’ (TRB) among Dutch police officers. TRB is a more refined alternative for the concept of noble cause corruption and has been defined as: police officers breaking rules or formal agreements for the purpose of acting in a manner that contributes to the lawful police task. Qualitative research has been conducted within one of the ten regional police forces in the Netherlands. Results show that TRB appears to be a relatively common phenomenon during policework. Behaviors are categorized in sixteen categories and five overarching outlines. In addition, attention is given to several important factors that could be related to TRB being distinguishable between police officers’ individual responsibility and organizational factors. To handle TRB, it is recommended to pay attention to the police officers’ approach of judging and rationalizing their own behavior, their level of knowledge, and social skills. Furthermore, organizational structure (i.e., spam of control) and police leadership may, among other factors, play an important role in encouraging TRB. Especially the way supervisors deal with police officers’ professional autonomy needs specific attention in order to reduce TRB. Autonomy needs guidance in the form of clear orders followed by feedback and coaching. Also, an active form of ethical leadership is needed. An action framework is presented that could be helpful to supervisors to judge and thereby reduce forms of TRB.


Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool te 's-Hertogenbosch.

Benjamin Rafaël van Gelderen
Benjamin Rafaël van Gelderen is Sectorhoofd Politie van de Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg.

    In this episode of ‘In conversation with’ we are interviewing dr. Amalia Campos Delgado about her research on migration and border control in Mexico.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving bij de Universiteit Leiden en redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.

Prof. dr. Koen Van Aeken
Koen Van Aeken is senior hoofddocent aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij doceert rechtssociologie in de eerste Bachelor en de Master, en Legal Research Methodology en Empirical Research Methods in Law in de LLM. Zijn onderzoek situeert zich op het terrein van wetsevaluatie, regulering en governance, recht en digitalisering, en juridische en empirische onderzoeksmethodologie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Kenmerken van kunstcriminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art theft, history of art theft, organized crime, motives for stealing, international networks
Auteurs Noah Charney
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to provide an introduction to art theft today. It is divided into sections that look at the context in which art is stolen, definitions of key terms, an explanation as to why the field is understudied and under-reported, and a brief history of the phenomenon. It also contains sidelines on actual developments like the theft of a Van Gogh painting from the Singer Laren Museum in the Netherlands as well as on the drop of art theft since the start of the Corona pandemic.


Noah Charney
Dr. N. Charney is als adjunct-professor Kunstgeschiedenis verbonden aan de American University of Rome en de universiteit van Ljubljana. Hij is de oprichter van ARCA, the Association for Research into Crimes against Art (www.artcrimeresearch.org).
Artikel

Verhalen in interviews

Kritisch meekijken met de narratieve criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2020
Trefwoorden narrative criminology, storytelling, interview, thick description, police
Auteurs Dr. Merlijn van Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Narrative criminology focuses on stories. It initially contrasted itself with standard approaches to interviewing. The founders of narrative criminology proposed that we understand that what the persons we investigate are telling us, as acting discursively and not as factual descriptions of events or accurate representations of their perspective. This critique I compare to previous critique on interviewing to show their overlap. Next, I critique these critiques. Finally, I propose several ways through which narratives in interviews can be enriched.


Dr. Merlijn van Hulst
Dr. Merlijn van Hulst is universitair hoofddocent aan Tilburg Law School, Tilburg.
Artikel

Ontwikkelingen in het notariaat 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden notaris, notarisambt, Kamer van Toezicht, rechercheplicht, poortwachter
Auteurs Mr. drs. M.E. Parisius
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage schetst een aantal relevante ontwikkelingen in het afgelopen decennium die voor het notariaat in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden relevant zijn.
    Hierbij worden onder meer de volgende onderwerpen aangestipt:

    • notariële standplaatsen en werkgebied;

    • notariële dienstverlening in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba;

    • notarisbenoeming en defungeren;

    • Kamer van Toezicht op het Notariaat;

    • rechercheplicht;

    • notaris als poortwachter;

    • verdwenen akten;

    • wijzigingen burgerlijk recht.


Mr. drs. M.E. Parisius
Mr. drs. M.E. Parisius is kandidaat-notaris te Curaçao, werkzaam bij Fung-A-Loi & Samandar notarissen.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.
Artikel

Pro-cycling’s doping pentiti

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden doping, cycling, cultural criminology, crime facilitative system, organisational crime
Auteurs Dr. mr. Roland Moerland en Giulio Soana
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout the last decade several cyclists have published memoirs in which they account for their doping use. In previous literature such autobiographical accounts have been characterized as attempts of fallen sports stars to sanitize their spoiled public image. In contrast, the analysis in this article will show that the accounts are of relevance when it comes to understanding the problem of doping in professional cycling. Their accounts break the omertà regarding doping, providing insights about the motivation and opportunity structures behind doping and how such structures are endemic to the system of professional cycling.


Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Giulio Soana
Giulio Soana is afgestudeerd Master Forensica, Criminologie en Rechtspleging, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Artikel

Access_open The Obligation of Judges to Uphold Rules of Positive Law and Possibly Conflicting Ethical Values in Context

The Case of Criminalization of Homelessness in Hungary

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Judicial independence, Rule of law, Judicial ethics, Hungary, Criminalization of homelessness
Auteurs Petra Gyöngyi
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the tension between the constitutional obligation of judges to uphold rules of positive law and possibly conflicting standards of conduct arising from professional-ethical values. The theoretical analysis will be illustrated by the case of Hungary, an EU member state experiencing rule of law challenges since 2010 and where the 2018-2019 criminalization of homelessness exemplifies the studied tension. Inspired by the theories of Philip Selznick and Martin Krygier, rule of law will be viewed as a value that requires progressive realization and context-specific implementation. By contextualizing the relevant Hungarian constitutional framework with the content of the judicial code of ethics and judicial practice, it will be shown how the legitimate space for Hungarian judges to distance themselves from legislation possibly in conflict with rule of law values is reduced. Theoretical suggestions for addressing such rule of law regressions will be made.


Petra Gyöngyi
Petra Gyöngyi is postdoctoral fellow aan de University of Oslo.
Artikel

Proosten met champagne, heel m’n libi is nu duur

Opzichtige consumptie in Nederlandse rap

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden opzichtige consumptie, hiphop, rap, straatcultuur, uitsluiting
Auteurs Robbert Goverts MSc en Dr. Robert Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines expressions of conspicuous consumption on 19 recent releases by the most popular Dutch rap artists of 2018. In line with Veblen’s (1899/2017) notion of conspicuous consumption, our content analysis of these rap lyrics shows that Dutch rappers ‘spend’ their money on all kinds of ostentatious and eye-catching luxury goods such as designer clothing and jewelry (‘drip’), cars or holidays, but also that rappers ‘stack’ some of the money they earn by putting it aside. Our results indicate that these expressions of conspicuous consumption seem to be rooted in, and fueled by, experiences with poverty, stigmatization, and discrimination.


Robbert Goverts MSc
Robbert A. Goverts is als socioloog en criminoloog werkzaam bij de Department of Public Administration and Sociology aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Robert Roks
Dr. Robert A. Roks (RA) is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 280 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.