Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
SamenvattingAuteursinformatie

    Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.


Mr. J.M. Möller
Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De bestuurder-aandeelhouder en toepasselijkheid van regels van particuliere borgtocht ‘revisited’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden particuliere borg, toestemmingsvereiste art. 1:88 lid 5 BW, criteria ‘normale bedrijfsuitoefening’
Auteurs Mr. C.R. Christiaans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het zakelijke verkeer wordt veelvuldig gebruik gemaakt van door natuurlijke personen af te geven borgtochten. Daarbij dient aan de eisen van art. 1:88 lid 5 BW en aan die van het minder bekende art. 7:857 e.v. BW te worden voldaan. De rechtspraak past deze criteria echter niet consequent toe, waardoor met name bestuurders-aandeelhouders soms ten onrechte bescherming wordt onthouden.


Mr. C.R. Christiaans
Mr. C.R. Christiaans is Legal Director bij DLA Piper Nederland N.V.

    Met de inwerkingtreding van de AIFMD in de Nederlandse regelgeving is het toezichtregime voor beheerders van beleggingsinstellingen ingrijpend veranderd. Nu het stof rond de eerste implementatieperikelen is neergedaald, kan een tussenbalans worden opgemaakt van de gevolgen van de AIFMD voor de Nederlandse fondsenpraktijk. Dit artikel behandelt ten eerste de vraag welke entiteiten onder de reikwijdte van de AIFMD vallen, en welke daarvan uitgezonderd zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de regimes die voor Nederlandse beheerders gelden, met name het ‘lichte’ registratieregime van art. 2:66a Wft, het ‘volledige’ vergunningsregime van art. 2:65 Wft en het grandfathering-regime. Tot slot worden de regimes behandeld die gelden voor buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen die in Nederland actief (willen) zijn door Nederlandse beleggingsinstellingen te beheren of door beleggingsinstellingen aan Nederlandse beleggers aan te bieden.


R.J. Boogaard
Mr. R.J. Boogaard is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Het gebruik van referentieperioden bij de schatting van bedrijfsschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden bedrijfsschade, hypothetisch scenario, referentieperioden, methodische criteria, toepassingscriteria
Auteurs Prof. dr. W. Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van vijf criteria wordt onderzocht of de methode van referentieperioden valide is in zaken van bedrijfsschade met het oog op het schatten van het zogenoemde hypothetische scenario. Vervolgens wordt de methode aan de hand van zes criteria getoetst op haar gebruiksmogelijkheden. Een redelijk aannemelijk en betrouwbaar beeld van de hypothetische situatie blijkt lastig te kunnen worden verkregen. Er bestaat daarom weinig rechtvaardiging voor het frequente gebruik van de methode anders dan haar eenvoud en lage kosten.


Prof. dr. W. Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het ACLE, Amsterdam Center for Law and Economics van de UvA.
Artikel

De zzp’er: een (arbeidson)geval apart

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden regres, verkeersongeval, voetganger, toerekening, schade, inkomensschade, bewijs, bewijslast, overlijdensschade
Auteurs Mr. C. Blanken en Mr. A.H.M. van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 23 maart 2012: de zzp’er en artikel 7:658 lid 4 BW. In deze bijdrage bespreken de auteurs welke criteria de Hoge Raad hanteert voor de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW op de zzp’er. Ook gaan zij in op de gevolgen van het arrest voor de schadelast van de AVB-verzekeraar en voor de regresrechten van zorg- en andere schadeverzekeraars. Tot slot wordt aandacht besteed aan artikel 7:611 BW in relatie tot de zzp’er.


Mr. C. Blanken
Mr. C. Blanken is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.

Mr. A.H.M. van Noort
Mr. A.H.M. van Noort is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.

    Via de Interventiewet worden ten aanzien van het faillissement van een bank nieuwe bepalingen in de Faillissementswet geïntroduceerd. De wet bevat onder andere een afzonderlijk faillissementscriterium voor banken en een mogelijkheid een bank in faillissement op bijzondere wijze op een derde te doen overgaan.


Mr. J. Baukema
Mr. J. Baukema is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam. De auteur dankt mr. W.J.P. Jongepier en de redactie voor hun waardevolle opmerkingen.
Artikel

Multilaterale handelsfaciliteiten en dark pools

Is MiFID na drie jaar al aan herziening toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden MiFID, MTF, multilaterale handelsfaciliteit, multilateraal handelsplatform
Auteurs Mw. Mr. S. Rosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de multilaterale handelsfaciliteit centraal. De bijdrage beoogt een globaal overzicht te geven van de regelgeving die van toepassing is op dit handelsplatform dat beter bekend is als MTF. Er wordt aansluiting gezocht bij de herziening van MiFID en bekeken wordt of MiFID na drie jaar de door haar beoogde concurrentieverhoging ten aanzien van handelsplatformen heeft weten te volbrengen. Besproken wordt de definitie van het begrip MTF en de belangrijkste elementen van het op een MTF van toepassing zijnde regelgevend kader. Tevens wordt stilgestaan bij de verschillen die er zijn tussen een gereglementeerde markt en een MTF. Ook wordt nader ingegaan op het begrip dark pool (het onderdeel van de handel dat buiten het orderboek van de handelsplatformen plaatsvindt) en komen de bevindingen van CESR en IOSCO aan bod voor zover die momenteel relevant zijn voor MTF’s en dark pools.


Mw. Mr. S. Rosmalen
Mw. mr. S. Rosmalen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Onevenwichtige contractvoorwaarden bij overheidsaanbestedingen en het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden aanbesteding, overheidscontracten, onevenwichtige contractvoorwaarden, beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. S. Mutluer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het door overheidsaanbesteders opleggen van onevenwichtige contractvoorwaarden die een afwijking vormen van breed geaccepteerde standaardvoorwaarden, leidt in de aanbestedingspraktijk geregeld tot ongenoegen van inschrijvers. Aangezien het in de regel gaat om professionele verhoudingen en de jurisprudentie voor dergelijke verhoudingen een sterk belang toekent aan de contractvrijheid en de rechtszekerheid, rijst de vraag of inschrijvers hier contractenrechtelijk iets tegen kunnen ondernemen. In deze bijdrage wordt onderzocht of inschrijvers via een beroep op art. 6:248 lid 2 BW vermeend onevenwichtige contractvoorwaarden na sluiting van het contract door de rechter terzijde kunnen laten schuiven. Tevens wordt de vraag opgeworpen in hoeverre het aanbestedingsrecht grenzen stelt aan die bevoegdheid van de rechter.


Mr. S. Mutluer
Songül Mutluer is als promovenda verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht haar promotieonderzoek binnen het onderzoeksprogramma van het VU University Amsterdam, Centre for Law and Governance.


Artikel

Het functioneel verband van art. 6:170 BW wordt losjes aangelegd

HR 9 november 2007, LJN BA7557 (Groot Kievietsdal)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2007
Trefwoorden werkgever, werknemer, fout, aansprakelijkheid, zeggenschap, ondergeschikte, schade, werkgeversaansprakelijkheid, eigenaar, vermogensrecht
Auteurs E.M. Tjon-En-Fa

E.M. Tjon-En-Fa
Artikel

De DGA en holding: toepasselijkheid regels van particuliere borgtocht

HR 26 januari 2007, C05/194HR (x/ING Bank)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2007
Trefwoorden borgtocht, directeur-grootaandeelhouder, vennootschap, bank, aandeel, borg, particuliere borg, dwaling, uitleg, rechtspraak
Auteurs C.R. Christiaans

C.R. Christiaans

E.A. Waal
Artikel

De aftrek van rente in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ter discussie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Wet Vpb 1969, vennootschapsbelasting, renteaftrek, renteaftrekbeperkingen, private equity
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) zijn in toenemende mate inbreuken gemaakt op de regel dat verschuldigde rente aftrekbaar is. Ook recent is er discussie ontstaan over de mogelijkheid betaalde rente in mindering te brengen voor de vennootschapsbelasting en wordt de roep gehoord om nog verdergaande renteaftrekbeperkingen. In deze bijdrage wordt getracht een antwoord te geven op de vraag of deze roep vanuit een fiscaaljuridische invalshoek terecht is. Daartoe wordt allereerst het thans in de Wet Vpb 1969 bestaande regime voor betaalde rente geschetst en geanalyseerd om zicht te krijgen op de beweegredenen die tot nu toe ten grondslag hebben gelegen aan de behandeling van renteaftrek in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de overnamepraktijken van private-equityfondsen. Ten slotte wordt een alternatief besproken waarbij het aantal renteaftrekbeperkingen in de Wet Vpb 1969 wordt verminderd, maar de afgetrokken rente wel in Nederland wordt belast.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Algemeen Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De aansprakelijkheid van de werkgever voor personeelsactiviteiten en een verkenning van de grenzen van de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:611 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden aansprakelijkheid, werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:611 BW, bedrijfsuitje, goed werkgeverschap
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. A.E. Krispijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid was 2008 zonder twijfel het jaar van de aansprakelijkheid voor verkeersongevallen op grond van art. 7:611 BW. De verkeersongevallenjurisprudentie maakt niet duidelijk of en, zo ja, onder welke voorwaarden art. 7:611 BW ook in andere situaties tot een vergoedingsplicht zou kunnen leiden. In het te bespreken arrest van 17 april 2009 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over een ongeval tijdens een personeelsactiviteit. ‘Goed werkgeverschap’ blijkt niet alleen tot een verzekeringsplicht te kunnen leiden, maar ook tot een zorg- en preventieplicht. Het arrest geeft aanleiding voor een algemene verkenning van (de grenzen van) de rol van art. 7:611 BW.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. A.E. Krispijn
Mr. A.E. Krispijn is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    Verband tussen aanlegvergunningstelsel en te beschermen bestemming.Ontoereikende criteria wijzigingsbevoegdheid.


Tycho Lam
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.