Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 806 artikelen

x
Artikel

De pauliana in het Europese internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden ipr, toepasselijk recht, Rechtsmacht, Eex-VO, pauliana
Auteurs Mr. T.V.J. Bil
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de pauliana kan een faillissementscurator of schuldeiser transacties van de schuldenaar met derden aantasten. In dit artikel wordt besproken hoe rechtsmacht en toepasselijk recht voor een paulianavordering binnen en buiten faillissement moeten worden bepaald. Daarbij valt op dat de situatie binnen faillissement veel overzichtelijker is dan buiten faillissement.


Mr. T.V.J. Bil
Mr. T.V.J. Bil is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

Access_open Verslag MvO-symposium van 29 mei 2019

Een blik op het verleden en de toekomst van het ondernemingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden economisch marktdenken, social entrepreneurship, externaliteiten, BVm
Auteurs Mr. J.E. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van het MvO-symposium van 29 mei 2019, met lezingen over hoe het economisch marktdenken het sociale in het ondernemingsrecht in de verdrukking heeft gebracht, social entrepreneurship en tot slot de rol van het vennootschapsrecht in relatie tot externaliteiten.


Mr. J.E. Devilee
Mr. J.E. Devilee is promovenda ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. Mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Jurisprudentie

Nietigverklaring van een testament bij leven van de testateur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden uiterste wil, meerderjarigenbewind, wilsgebrek, nietigverklaring, financieel misbruik
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs verklaarde de rechter een uiterste wil nietig. Het bijzondere aan de uitspraak was dat de testateur nog leefde. In een andere recente zaak werd een verzoek om een testament bij leven van de testateur nietig te verklaren afgewezen. In deze bijdrage worden beide uitspraken naast elkaar gezet. Er wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat een uiterste wil nog tijdens leven van een testateur nietig verklaard kan worden.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Annotatie

Het concern en het ontslagrecht: de Hoge Raad eist maatwerk

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64 (Shell)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Werkgeverschap, Concern, Expat, Ontslag, Herplaatsing
Auteurs Mr. M.A.N. van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2019 liet de Hoge Raad zich uit over de verhouding tussen het Nederlandse grondenstelsel en concernbrede herplaatsingsvereiste enerzijds en het afvloeiingsbeleid van het internationale Shell-concern anderzijds. In deze bijdrage analyseert de auteur de betekenis van de beschikking voor de plaats van het (internationale) concern in het Nederlandse ontslagrecht. Hij concludeert dat de beschikking van de Hoge Raad goed past binnen het systeem van de Ontslagregeling, waarin de wetgever op casuïstische wijze recht probeert te doen aan het concernlidmaatschap van de werkgever. Met die gefragmenteerde benadering is ook het probleem gegeven: zij stoelt niet op een duidelijke visie op het concern en leidt tot rechtsonzekerheid. In dat licht schetst de auteur enige gezichtspunten ten aanzien van de reikwijdte van het concernbrede herplaatsingsvereiste.


Mr. M.A.N. van Schadewijk
Mr. M.A.N. (Matthijs) van Schadewijk is promovendus en docent bij de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht) en redactiesecretaris van dit blad. Hij werkt aan een proefschrift over werkgeverschap in concernverband.
Artikel

Tweede kansen, stigma’s en de praktijk van het civielrechtelijk bestuursverbod

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden civielrechtelijk bestuursverbod, bestuursverbod, faillissementsfraude, curator, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. M. Neekilappillai en Mr. dr. N.T. Pham
SamenvattingAuteursinformatie

    Het civielrechtelijk bestuursverbod biedt de curator en het Openbaar Ministerie een instrument om faillissementsfraude effectiever te bestrijden. Op basis van rechtspraakanalyse en interviews met betrokken curatoren wordt betoogd dat het civielrechtelijk bestuursverbod geen geschikt instrument is voor het aanpakken van onkundige maar bonafide bestuurders.


Mr. M. Neekilappillai
Mr. M. Neekilappillai is als promovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Burgerlijk recht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Aanvaarding, verwerping en beschermingsbewind: geen automatisme na drie maanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden beschermingsbewind, wettelijke vertegenwoordiging, verwerping, beneficiaire aanvaarding, zuivere aanvaarding
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat rechtens is wanneer aan iemand wiens vermogen onder bewind staat een erfdeel toekomt. De drie mogelijkheden (zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding en verwerping) komen aan bod.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht RUG en adviseur bij Elan Notarissen.
Jurisprudentie

De brandstichtende erfgenaam moet op de blaren zitten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden onwaardigheid, artikel 4:3 lid 1 sub b BW, Misdrijf, opzet tegen de erflater
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    X sticht brand in de woning van erflater en wordt daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Volgens X heeft dit niet tot gevolg dat hij onwaardig is om van erflater te erven. Hij stelt dat geen sprake is van een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Verder doet X een beroep op ondubbelzinnige vergeving en kaart hij zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid aan. De rechtbank volgt X niet in zijn betoog en acht hem onwaardig. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het onderscheid dat volgens de rechtbank moet worden gemaakt tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf. De auteur concludeert dat het opzet enkel betrekking heeft op het strafbare feit. Het vereiste dat het misdrijf tegen de erflater moet zijn gepleegd, is aan het opzet onttrokken.


Mr. M. de Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen
Column

Mr. X treedt op voor demente bejaarde

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2019
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt
Artikel

Kroniek Vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2019
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Het Geocopter-arrest: explicitering van de regel in een uitzonderlijke casus

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Geocopter, artikel 2:248, bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementsaansprakelijkheid, benadeling
Auteurs Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Geocopter-arrest expliciteert de Hoge Raad dat voor kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW is vereist dat sprake is van geobjectiveerde wetenschap van benadeling van schuldeisers. Dit zal grote invloed hebben op het processueel debat in artikel 2:248 BW-zaken, maar de uitkomst van dergelijke zaken weinig beïnvloeden.


Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en tevens verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R), van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Directe actie als de verzekerde rechtspersoon niet meer bestaat: uitzondering op meldingsplicht geldt volgens de Hoge Raad voor alle schades

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden directe actie, artikel 7:954 BW, meldingsvereiste, verzekerde rechtspersoon, faillissement
Auteurs Mr. J. Kruijswijk Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad de reikwijdte van de uitzondering op het meldingsvereiste voor een beroep op de directe actie van artikel 7:954 BW verduidelijkt. Volgens lid 2 van artikel 7:954 BW is voor een beroep op de directe actie niet nodig dat de schade door de aansprakelijke verzekerde aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is gemeld, als de verzekerde een rechtspersoon was die heeft opgehouden te bestaan. In alle andere gevallen kan de directe actie alleen worden uitgeoefend als de schade door de verzekeringnemer of verzekerde wél is gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekeraar. In het onderhavige arrest stond ter discussie of dit voor alle schades geldt of alleen voor de zogenaamde long tail-schades: schades die zich pas (na lange tijd) manifesteren nadat een rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan.


Mr. J. Kruijswijk Jansen
Mr. J. Kruijswijk Jansen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Rechtsmacht bij pauliana: Feniks-arrest leidt tot onvoorzienbaarheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden internationale bevoegdheid, pauliana, bevoegdheidsgrond ‘verbintenissen uit overeenkomst’, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. drs. C.F. Michiels
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Feniks-arrest heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat in geval van een pauliana de bijzondere bevoegdheidsgrond van verbintenissen uit overeenkomst (art. 7 lid 1 sub a Brussel I-bis) van toepassing is. Dat oordeel lijkt niet in lijn te zijn met de doelstelling van voorzienbaarheid van deze verordening.


Mr. drs. C.F. Michiels
Mr. drs. C.F. Michiels is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Het professionele verschoningsrecht in het nieuwe wetboek

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden geheimhoudingsplicht advocaat, professionele verschoningsrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, getuigenverhoor, doorzoeking en inbeslagneming
Auteurs Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In de conceptwetsvoorstellen tot vaststelling van Boek 1, 2 en 6 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een aantal voorstellen gedaan voor een nieuwe regeling van het ‘professionele verschoningsrecht’: het verschoningsrecht van bepaalde beroepsbeoefenaren met een vertrouwenspositie die in het kader van hun beroepsuitoefening een geheimhoudingsplicht hebben. Deze bijdrage gaat in op de voorgestelde bepalingen die betrekking hebben op het professionele verschoningsrecht bij het getuigenverhoor en bij een doorzoeking en inbeslagneming bij professioneel verschoningsgerechtigden dan wel ‘derden’. De nadruk ligt op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. De wetgever beoogt met de voorgestelde bepalingen de reikwijdte en de omvang van het verschoningsrecht te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met recente ontwikkelingen in jurisprudentie en rechtspraktijk. In de bijdrage worden de voorstellen nader beschouwd in het licht van deze doelstelling.


Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
Mr.dr. (Nathalie) A.M.E.C. Fanoy is advocaat te Amsterdam, gespecialiseerd in tucht- en gedragsrecht. In 2017 promoveerde zij op het onderwerp ‘De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat’.
Artikel

Een nietigverklaring van een testament tijdens leven; jawel het kan!

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 juli 2019

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 13 2019
Auteurs Mw. mr. dr. N.V.C.E. Bauduin

Mw. mr. dr. N.V.C.E. Bauduin

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Ernstig verwijtbaar gedrag van bestuurders als reden voor ontslag en aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurders, Ernstig verwijt, artikel 7:673 lid 7 sub c BW, artikel 2:9 BW, Samenloop
Auteurs Mr. Huib Schrama en Mr. Klaas Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever heeft bij de e-grond en bij de toets van ernstige verwijtbaarheid van artikel 7:673 lid 7 sub c BW (waardoor de aanspraak op een transitievergoeding vervalt) geen concreet onderscheid gemaakt tussen een bestuurder en een ‘gewone’ werknemer. Die toets vergt een aparte beoordeling van het handelen van de bestuurder en lijkt los te staan van de toets of sprake is van ernstig verwijt dat is vereist voor interne bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Niettemin zijn rechters geneigd een link te leggen tussen beide maatstaven, waarbij zij veelal de norm voor (on)behoorlijk bestuur vooropstellen. Dit kan een aandachtspunt zijn bij het ontslag van een bestuurder.


Mr. Huib Schrama
Advocaat/senior associate

Mr. Klaas Wiersma
Advocaat/partner
Artikel

Het notarisbegrip in artikel 4:109 lid 2 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden artikel 4:109 BW, waarneming, Wna, vormvoorschriften, nietigheid en vernietigbaarheid
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 4:109 lid 2 BW verlangt dat een notaris de uiterste wil ondertekent op straffe van nietigheid. Deze bepaling gaat uit van een materieel notarisbegrip: een uiterste wil ondertekend door een onbevoegde notaris wordt niet met nietigheid bestraft. In het verlengde hiervan is het verdedigbaar dat een uiterste wil ondertekend door een kandidaat-notaris – die onbevoegd als waarnemer optreedt vanwege een te late melding van zijn waarneming (Rb. Zeeland-West-Brabant 9 mei 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3209) – niet nietig is op grond van artikel 4:109 lid 2 BW. De akte is immers verleden met notariële tussenkomst en de daarbij behorende waarborgen.


Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Mw. mr. dr. N.V.C.E. Bauduin is notarieel jurist/wetenschappelijk medewerker bij FBN Juristen te Amsterdam en als Fellow verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 806 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 40 41
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.