Zoekresultaat: 38 artikelen

x
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid voor een misleidend prospectus – een (nieuwe) tussenstand?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2019
Trefwoorden prospectus, aansprakelijkheid, bestuurder, misleiding, prospectusverordening
Auteurs Mr. J.R. Hurenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De Prospectusverordening die sinds 21 juli 2019 rechtstreeks werkt, heeft geen gevolgen voor het aansprakelijkheidsregime ten aanzien van de bestuurder voor een misleidend prospectus. De bestuurder is enkel aansprakelijk als hem een ernstig verwijt treft (tenzij het gaat om (jaar)cijfers of handelen pro se), waarvoor geen bewijslastomkering of vermoeden geldt.


Mr. J.R. Hurenkamp
Mr. J.R. Hurenkamp is werkzaam als advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.

Redactioneel

Het daderschap van de rechtspersoon en avas: universele communicerende vaten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Daderschap, Rechtspersoon, Aansprakelijkheid, Strafbaarheid
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit editorial gaat de auteur kort in op het verband dat mogelijk universeel bestaat tussen ‘criteria’ voor het aannemen van daderschap van de rechtspersoon en de mogelijkheden die bestaan om een bevrijdend disculpatieverweer (in ons stelsel avas) te voeren.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. (Erik) Gritter is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Hoe achtergehouden informatie door feitelijk leidinggevers Imtech mede noodlottig werd

Enige opmerkingen bij ECLI:NL:CBB:2018:400 (ECLI:NL:RBROT:2017:3061) en ECLI:NL:CBB:2018:401 (ECLI:NL:RBROT:2017:3062)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Voorwetenschap, hoger beroep CBb, Informatieverplichtingen, Marktmanipulatie, Imtech
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De AFM legt de CEO en CFO van Imtech relatief hoge boetes op ter zake van achterhouden van (financiële) informatie omtrent een project in Polen. Doordat I.’s contractpartij over dit project een persbericht naar buiten brengt, moest Imtech dit ook doen. Pas dan weten beleggers over de financiële situatie iets meer, maar nog niet alles; het negatieve nieuws wordt achtergehouden. Die schijn wordt opgehouden door de volgende kwartaalverslagen en persberichten. Daardoor blijft de koers niet de financiële werkelijkheid weerspiegelen, waardoor sprake is van koersmanipulatie. De Rechtbank Rotterdam vernietigt de boetebesluiten van de AFM. In hoger beroep worden de beslissingen van de rechtbank vernietigd en de boetes van de AFM grotendeels gehandhaafd. De juridische vraag is: wanneer is de informatie zodanig concreet en precies dat zij moet worden geopenbaard?


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht, Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger, Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

De hoogtepunten uit vijf jaren milieustrafrechtjurisprudentie (2013-2018)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Milieustrafrecht, Jurisprudentie, Milieu, Strafrecht, Handhaving
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie op het gebied van het milieustrafrecht over de afgelopen vijf jaren (2013-2018). De zaken tegen Odfjell, Trafigura, Dow Benelux en Chemiepack komen aan de orde. Daarnaast wordt jurisprudentie behandeld waaruit volgt dat rechters kritisch beoordelen of het OM ontvankelijk is, of de relevante delictsbestanddelen bewezen kunnen worden, of voldaan is aan de vereisten voor daderschap en/of deelneming en of de overtreding opzettelijk is begaan. Ook worden relevante ontnemingsuitspraken gesignaleerd. De auteur sluit af met een blik op de toekomst.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan

Rut Wingens
Artikel

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2017
Trefwoorden rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Auteurs Robert Jan Witpaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

De procespositie van de rechtspersoon in het (milieu)strafrechtelijk vooronderzoek

Enkele opmerkingen uit de losse pols

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden vooronderzoek, zwijgrecht, rechtspersoon, procespositie, daderschap rechtspersoon
Auteurs Mr. dr. L.E.M. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is tijd voor bezinning op de procespositie van de rechtspersoon in het vooronderzoek en op de wijze waarop daar in de praktijk mee wordt omgegaan. De keuzes die een natuurlijk persoon kan maken ter bepaling van zijn proceshouding in het vooronderzoek, blijken in de praktijk niet of nauwelijks voorhanden voor de rechtspersoon. Een goede rechtvaardiging daarvoor is – met in het achterhoofd dat het uitgangspunt dat in het vooronderzoek aan de rechtspersoon dezelfde rechten zouden moeten toekomen als aan de natuurlijke persoon – niet aanwezig. Ter illustratie wordt ingegaan op een voorbeeld uit de milieustrafrechtelijke praktijk.


Mr. dr. L.E.M. Hendriks
Mr. dr. L.E.M. Hendriks is advocaat te Maastricht en raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Van containers en growshops

Over functioneel daderschap als alternatief voor medeplegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden medeplegen, functioneel daderschap, functioneel medeplegen, growshops
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraak van de Hoge Raad over medeplegen wordt soms verwezen naar de mogelijkheid om strafrechtelijke aansprakelijkheid via de figuur van het functioneel daderschap vast te stellen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheid of functioneel daderschap (in de vorm van functioneel plegen en functioneel medeplegen) een alternatief voor medeplegen kan vormen. De voorzichtige conclusie luidt dat de figuur van het functioneel medeplegen tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden in geval van vóór, ten tijde en na afloop van het delict geconstateerde passiviteit die strijdig is met een voor de functionaris geldende zorgplicht.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Strafrecht als waarborg en bedreiging van kwaliteit van zorg tegelijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, medische exceptie, ziekenhuis als strafbare rechtspersoon, schadevergoeding via het strafrecht, beroepsverschoningsrecht
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis
SamenvattingAuteursinformatie

    De strafrechtelijke rechtshandhaving is gericht op het afdwingen van normconform gedrag. Als zodanig vormt het een waarborg voor de kwaliteit van zorg. In zijn toepassing kan het ook een bedreiging voor de kwaliteit vormen. In het zoeken naar de balans tussen beide komen in dit artikel enkele hoofdkenmerken van het systeem van strafrechtelijke rechtshandhaving in het algemeen aan de orde. Daarna wordt bijzondere aandacht besteed aan enkele bijzondere onderwerpen, zoals de medische exceptie, de positie van het OM, het strafbare ziekenhuis, strafrecht als schadevergoedingsrecht en, gegeven de ontwikkelingen in de wetgeving, het onvermijdelijke verschoningsrecht.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

    Overtreding kan aan curator worden toegerekend. Kosten bestuursdwang komen ten laste van faillissementsboedel.


Valérie van ’t Lam

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels
Artikel

Sancties voor leidinggevenden in het Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden sanctie, leidinggevende, natuurlijke persoon, Mededingingswet
Auteurs Mr. M.M. Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 oktober 2007 heeft de Autoriteit Consument en Markt, toen nog de Nederlandse Mededingingsautoriteit geheten, de bevoegdheid verkregen om voor overtredingen van de Mededingingswet sancties op te leggen aan natuurlijke personen, die tot de overtredingen opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijke leiding hebben gegeven (gezamenlijk ook ‘leidinggevenden’). Hierdoor werd – ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding van de Mw – de kring van personen aan wie ACM sancties kan opleggen aanzienlijk uitgebreid. Dit artikel bespreekt de stand van zaken met betrekking tot sanctieoplegging aan leidinggevenden, ongeveer zes jaar na deze uitbreiding.


Mr. M.M. Slotboom
Mr. M.M. Slotboom is partner bij VVGB Advocaten/Avocats te Brussel.
Artikel

Maakt de Hoge Raad het vennootschapsrecht opnieuw nodeloos ingewikkeld?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, ernstige verwijtbaarheid, art. 6:162 BW, LJN BX5881
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het recente door de Hoge Raad gewezen arrest van 23 november 2012 (LJN BX5881) de problematiek die ziet op de bestuurdersaansprakelijkheid. In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat als een bestuurder van een vennootschap door een derde aansprakelijk wordt gesteld en de grondslag van de vordering niet bestaat uit een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder, maar berust op een daarvan losstaande zorgvuldigheidsnorm, de gewone regels van de onrechtmatige daad gelden. In het bijzonder is dan niet vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt. Aan de hand van bespreking van de vereisten voor aansprakelijkheid bij primair of secundair daderschap en een uitleg van de Beklamel- en Oosterhof-normen komt de auteur tot de conclusie dat het arrest niet tot meer bestuurdersaansprakelijkheid leidt.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.