Zoekresultaat: 38 artikelen

x
Artikel

EU Bank Resolution Framework. A Comparative Study on the Relation with National Private Law

Bespreking van het proefschrift van mr. L.G.A. Janssen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden resolutiekader, privaatrecht, coherentie, harmonisatie, crediteuren
Auteurs Mr. dr. M.L. Louisse-Read
SamenvattingAuteursinformatie

    De regulering van privaatrechtelijke onderwerpen is grotendeels in handen van de nationale wetgevers van de Europese lidstaten. Als gevolg daarvan moet het Europese resolutiekader worden geïnterpreteerd en toegepast op een wijze die consistent is met het nationale privaatrecht.


Mr. dr. M.L. Louisse-Read
Mr. dr. M.L. Louisse-Read is senior jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. te Amsterdam en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Niet-preferent concurrent, ofwel lager in rang maar niet achtergesteld

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden preferent-concurrent, non-preferred senior, senior non-preferred, BRRD, MREL
Auteurs Mr. W.J. Horsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een wijziging van een Europese richtlijn kent ons recht sinds eind 2018 voor banken een bijzondere categorie concurrente schulden, aangeduid als ‘niet-preferente concurrente’ schuld. Dit betreft een (sub)categorie concurrente schulden, die in faillissement na gewone concurrente (dan ‘preferent-concurrente’) schulden wordt betaald zonder als ‘achtergesteld’ te worden aangemerkt.


Mr. W.J. Horsten
Mr. W.J. Horsten is advocaat bij Linklaters in Amsterdam.
Artikel

Nationale aansprakelijkheidsbeperking financiële toezichthouders vanuit Unierechtelijk perspectief: een ingekaderde beperking

HvJ EU 4 oktober 2018, C-671/16 (Kantarev)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, wettelijke aansprakelijkheidsbeperking, toezichthoudersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In onderhavig artikel wordt ingegaan op de betekenis van het Kantarev-arrest (HvJ EU 4 oktober 2018) voor het Nederlandse recht op het gebied van de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders en in het bijzonder voor de huidige aansprakelijkheidsbeperking die is neergelegd in art. 1:25d Wft.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Regulering van crowdfundingplatforms: een goede stap in de verkeerde richting

Het huidige systeem van regulering, het Wijzigingsbesluit financiële markten 2016 en de wenselijkheid van een (meer) toegesneden regelgevend kader

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden crowdfunding, crowdfundingplatform, regulering, wijzigingsbesluit, platform
Auteurs Mr. J.R.C. Tangelder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de regulering van crowdfunding centraal. Al geruime tijd worstelen wetgever, toezichthouder en marktpartijen met niet voor crowdfunding geschreven wet- en regelgeving. Besproken worden knelpunten in de huidige systematiek en een alternatieve wijze van regulering van de crowdfundingpraktijk.


Mr. J.R.C. Tangelder
Mr. J.R.C. Tangelder is als promovendus verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Institutionele en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Bankenunie, EDIS, depositogarantie, resolutie, depositoverzekeringsstelsel
Auteurs Dr. G. ter Kuile en A. Veuskens LL.M, M.Sc
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankenunie krijgt een derde pijler voor het verzekeren van deposito’s binnen de gehele Eurozone. Het voorstel hiertoe van de Europese Commissie, dat eind november 2015 werd gepubliceerd, wordt in dit artikel besproken. Aandacht wordt gegeven aan het concept van depositogarantie, de grondslag, de reikwijdte en de ratio, de interne governance (gelieerd aan die van het resolutiemechanisme), en aan het nieuwe depositofonds. Met enkele bespiegelingen over ‘vertrouwen’, de grondgedachte van de derde pijler, wordt het artikel besloten.

    • Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel, van de Europese Commissie, Straatsburg 24.11.2015, COM(2015)586 final, 2015/0270(COD).

    • Verordening (EU) Nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010, PbEU 2014, L 225/1


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB.

A. Veuskens LL.M, M.Sc
A. (Anke) Veuskens, LL.M, M.Sc werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB. Anke Veuskens is gedetacheerd vanuit Juridische zaken (Afdeling internationaal & institutioneel) van De Nederlandsche Bank, waar ook medeauteur Gijsbert ter Kuile tot voor kort werkte. De auteurs schreven dit artikel op persoonlijke titel en hun opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan de ECB, DNB of het SSM.
Artikel

Verzekering verzekerd?

Proefschrift van mr. N. Lavrijssen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Interventiewet, noodregeling, afwikkeling, verzekeraars, saneringsmaatregel
Auteurs Mr. A.J.A.D. van den Hurk
SamenvattingAuteursinformatie

    In het proefschrift van mr. N. Lavrijssen worden sanerings- en liquidatiemaatregelen voor verzekeraars behandeld. De gevolgen van de vier beschikbare saneringsmaatregelen voor verzekeraars en het faillissement worden met elkaar vergeleken. Mr. Lavrijssen doet in haar proefschrift een aantal aanbevelingen. In deze bijdrage wordt een aantal van deze aanbevelingen nader besproken.


Mr. A.J.A.D. van den Hurk
Mr. A.J.A.D. van den Hurk is werkzaam als senior regulatory counsel bij Aegon N.V. en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2015
Auteurs Marc Wiggers, Robin Struijlaart en Marc Custers
Auteursinformatie

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Marc Custers
Mr. drs. M.G.A.M. Custers is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Bitcoin-verzekering. Een kans voor de financiële sector om klantbelang centraal te stellen in innovatieve productontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Bitcoin, virtueel geld, vermogensrecht naar buitenlands recht, verzekering, consumentenbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg, Mr. J.W.P.M. van der Velden en Mr. C.W.M. Vergouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische kwalificatie van het virtuele geld ‘Bitcoin’ zorgt wereldwijd voor hoofdbrekens. Auteurs concluderen dat de Bitcoin zich als vermogensrecht naar buitenlands recht kwalificeert. Om de ontwikkeling van virtueel geld positief te beïnvloeden en meer consumentenbescherming te kunnen bieden, wordt een aanzet gegeven tot ontwikkeling van een Bitcoin-verzekering.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en research fellow van Tilburg University.

Mr. J.W.P.M. van der Velden
Mr. J.W.P.M. van der Velden is advocaat bij Keijser Van der Velden N.V. te Nijmegen en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. C.W.M. Vergouwen
Mr. C.W.M. Vergouwen is Compliance Consultant bij Achmea.

    This contribution scrutinizes the effect of the General Administrative Act (Algemene wet bestuursrecht) on the doctrine of administrative supervision (bestuurlijk toezicht), especially on the (governmental) power of spontaneous annulment (spontane vernietigingsrecht) towards local authorities. In 1998 the legal provisions concerning administrative supervision have been transferred from the Local Government Act (Gemeentewet) to the General Administrative Act. Since then the doctrine was subject to several major changes, from which the 2006 Policy document on spontaneous annulment (Beleidskader spontane vernietiging) and the 2012 Act on re-vitalizing general supervision (Wet revitalisering generiek toezicht) are the most important. The provisions from the General Administrative Act concerning administrative supervision have hardly been changed; case law concerning spontaneous annulment mainly concerned the interpretation of the Policy documents. The provisions regarding administrative supervision and laid down in the General Administrative Act, can therefore be seen as of constant value of administrative supervision.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Bail-in: over de (wettelijke) beperking van rechten van crediteuren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden crediteuren, bail-in, kredietinstelling, afwikkeling, onteigening
Auteurs Mr. drs. A.D.S. Hoeblal en Mr. J.J.A. Wiercx
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ingrijpen in de positie van crediteuren door het bail-in-instrument vormt aanleiding voor onze bijdrage. Deze bijdrage schetst een beeld van het bail-in-instrument en de gevolgen voor crediteuren van kredietinstellingen. Bail-in vormt – ondanks de genoemde nadelen – een meer dan welkome aanvulling op het bestaande instrumentarium.


Mr. drs. A.D.S. Hoeblal
Mr. drs. A.D.S. Hoeblal is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. J.J.A. Wiercx
Mr. J.J.A. Wiercx is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

De Interventiewet en de SNS-onteigening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Interventiewet, onteigening, SNS, Wft, eliminatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. M.J.W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de onteigening van SNS is de Interventiewet voor het eerst toegepast. Een goed moment om de werking en de toepassing van de Interventiewet door de ABRvS te analyseren. Het onteigeningsbesluit heeft grotendeels de (rechterlijke) kritiek doorstaan, maar de vaststelling van de schadeloosstelling moet nog plaatsvinden. De minister lijkt daarbij af te willen wijken van het zogenoemde eliminatiebeginsel, toch een beginsel van het onteigeningsrecht. De vraag is of de rechter uiteindelijk die benadering zal billijken.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en partner bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is eveneens werkzaam bij Van der Feltz te Den Haag.
Artikel

De eerste interventie van Nederland

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2013
Trefwoorden nationalisatie, SNS, Interventiewet, onteigening, DNB
Auteurs Mr. H. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het besluit dat minister Dijsselbloem op 1 februari jl. nam tot nationalisatie van SNS Reaal en SNS Bank.


Mr. H. Hendriks
Mr. H. Hendriks is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Girale betaling en het faillissement van de bank

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden faillissement, bank, 0.00 uur, rekening-courant, girale betaling
Auteurs Mr. M.A.E.C. van Haren
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschrijft de positie van de rekeninghouder ten opzichte van zijn failliete bank en in het bijzonder de transacties die rondom datum faillissement worden gedaan ten laste of ten gunste van zijn rekening.


Mr. M.A.E.C. van Haren
Mr. M.A.E.C. van Haren is jurist bij ING Bank.
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.