Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 713 artikelen

x
Artikel

Access_open Reële executie in het ontslagrecht: toepassing van artikel 3:300 BW bij beëindiging van een slapend dienstverband

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden abpslapend dienstverband, beëindiging, art. 3:300 BW, reële executie, Amsta-beschikking
Auteurs mr. Koos Janssens en mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de mogelijkheid om art. 3:300 BW toe te passen bij de beëindiging van slapende dienstverbanden. In dat geval veroordeelt de rechter de werkgever niet tot instemming met beëindiging, maar treedt de uitspraak in de plaats van de beëindigingsovereenkomst. De auteurs zien ruimte voor deze toepassing en schetsen de mogelijke voordelen voor werknemers. Zij zien geen beletsel in de kritiek die op de Amsta-beschikking van de Hoge Raad is geuit. Tot slot bespreken de auteurs de inhoud van de beëindigingsovereenkomst die met toepassing van art. 3:300 BW kan worden afgedwongen.


mr. Koos Janssens
Koos Janssens is werkzaam als wetenschappelijk medewerker (civiel) bij de Hoge Raad der Nederlanden.

mr. Marieke ten Broeke
Marieke ten Broeke is werkzaam als wetenschappelijk medewerker (civiel) bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Ongevalsonderzoek en leren

Lessen voor toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2022
Trefwoorden voorvalonderzoek, leren, chain-model, just culture, blame games
Auteurs Lex van Delden, Stavros Zouridis, Marjolein Baart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De toepassing van incident- en ongevalsonderzoek (voorvalonderzoek) in de toezichtpraktijk lijkt in populariteit toe te nemen. Terwijl dit gebeurt, ligt voorvalonderzoek theoretisch steeds meer onder vuur vanuit de zogeheten Safety II-benadering. Het idee dat voorvalonderzoek faalmechanismen blootlegt, is breed verspreid. De Safety II-benadering laat zien dat alleen het onderzoeken van voorvallen, zonder ook te onderzoeken wanneer en waarom het niet tot falen komt, tot verkeerde conclusies kan leiden en het risico op falen juist kan vergroten. Desondanks biedt het onderzoeken van voorvallen toezichthouders een kans om met hun onderzoek aan te sluiten op de leeromgeving van beleid en uitvoering. Op basis van literatuur en een onderzoek naar het leervermogen van Rijkswaterstaat formuleren we in deze bijdrage enkele lessen voor toezichthouders die hun voorvalonderzoek willen aansluiten op beleid en uitvoering. Belangrijk blijkt dat voorvalonderzoek geen speldenprik is, maar onderdeel van het ‘systeemleren’ bij beleids- en uitvoeringsorganisaties. Ook staat of valt leren met de selectie van (bijna-)incidenten en -ongevallen die worden onderzocht. Tevens gaan leren en schuldvragen niet goed samen, is het van belang te zorgen voor (institutioneel) geheugen en moeten ook toezichthouders mee in de trend dat steeds meer publieke taken door netwerken van organisaties worden uitgevoerd.


Lex van Delden
Dr. A.E.Q. van Delden is adviseur Onderzoek en Ontwikkeling bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Stavros Zouridis
Prof. dr. mr. S. Zouridis is Raadslid bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid en hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University.

Marjolein Baart
M. Baart MSc MPS is onderzoeker bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Linda Hoekstra
L.H. Hoekstra MSc is onderzoeker bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.
Artikel

Access_open Borgtochten in een internationale context

Het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub c BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2022
Trefwoorden internationale borgtochtovereenkomst, toestemmingsvereiste, artikel 1:88 BW, IPR
Auteurs Mr. L. Baas, Mr. I.S.J. Houben en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een internationale zakelijke borgstelling kan het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub c BW voor complicaties zorgen. De argeloze rechtstoepasser belandt in een labyrint van wettelijke regels, EU-verordeningsrecht en opvolgende regimes. De niet-handelende echtgenoot wordt vervolgens niet adequaat beschermd: buitenlandse schuldeisers kunnen zich eenvoudig op de goede trouw beroepen. Auteurs kraken op dit punt een kritische noot.


Mr. L. Baas
Mr. L. Baas is docent bij de afdeling Civiel recht van de Universiteit Leiden.

Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent bij de afdeling Civiel recht van de Universiteit Leiden.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair hoofddocent bij de afdeling Civiel recht van de Universiteit Leiden, (onafhankelijk) legal counsellor en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Dwang, drang of vrijwillig: psychiatrische zorg in juridisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden rechtsbescherming, Wvggz, Generieke module Assertieve en verplichte zorg, WGBO
Auteurs Mr. dr. E. Plomp en Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van de Wvggz wordt er in de psychiatrische praktijk geworsteld met het onderscheid tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg. De indruk bestaat dat verplichte zorg met regelmaat ten onrechte als ‘drangzorg’ wordt beschouwd en in het verlengde daarvan als vrijwillige zorg wordt aangemerkt. De nieuwe Generieke module Assertieve en verplichte zorg lijkt die praktijk te ondersteunen en heeft daarmee te weinig oog voor het belang van passende rechtsbescherming. Tegelijkertijd kan het echter voor de betrokkene ook onwenselijk zijn als zorg ten onrechte als ‘verplichte zorg’ wordt gekwalificeerd. Een juiste beoordeling is dan ook van groot belang. De auteurs benoemen in dit artikel enkele aandachtspunten die rechters en zorgverantwoordelijken daarbij voorop mogen stellen en geven aan hoe bepaalde, in de praktijk veel toegepaste, zorginterventies juridisch juister zouden kunnen worden gewaardeerd.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is psychiater en gezondheidsjurist bij PSYCHOLEX en senior onderzoeker bij het Amsterdam UMC.

Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP.
Artikel

Eendaadse samenloop van fiscale en commune feiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden vervolgingsuitsluitingsgrond, vervolgingsbeletsel, samenloop, eendaadse, restrictief
Auteurs Mr. D.J. Franssen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in recente rechtspraak (impliciet) bevestigd dat het in artikel 69 lid 4 AWR vervatte vervolgingsbeletsel zich niet mede uitstrekt over een op artikel 225 lid 1 Sr toegespitste tenlastelegging. Deze rechtspraak getuigt niet van een restrictieve interpretatie van artikel 69 lid 4 AWR, nu het vervolgingsbeletsel ziet op eendaadse samenloop van fiscale en commune feiten.


Mr. D.J. Franssen
Mr. D.J. Franssen is advocaat te Amsterdam.
Vrij verkeer

Access_open De gevolgen van de Appingedam-zaak voor de ruimte­lijkeordeningspraktijk in Nederland: een verkenning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden detailhandel, doorwerking Europees recht, evenredigheid, bewijslastverdeling, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman, Prof. mr. dr. J. Langer en Mr. J. Zweers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Appingedam-zaak uit 2018 van het Hof van Justitie over Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn) raakt de Nederlandse rechtspraktijk in meerdere opzichten. Deze kroniek verkent aan de hand van de actuele nationale rechtspraak de belangrijkste gevolgen van de Appingedam-zaak voor de ruimtelijkeordeningspraktijk in Nederland.
    HvJ 30 januari 2018, C-31/16, ECLI:EU:C:2018:44 (Appingedam); Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376/36).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public contract law & Governance aan de VU te Amsterdam.

Prof. mr. dr. J. Langer
Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer is ‘agent’ (procesgemachtigde) voor de Nederlandse regering in procedures bij het Hof van Justitie en hoofd van het Hofcluster bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Als agent is hij betrokken geweest bij de Appingedam-zaak. Hij is ook als bijzonder hoogleraar Europees recht en nationale rechtsorde verbonden aan de Rijksuniversiteiten Groningen.

Mr. J. Zweers
Mr. J. (Jim) Zweers is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Bij de buren

Het geweldsmonopolie en de constitutionele identiteit van EU-lidstaten

Naar aanleiding van twee Franse constitutioneelrechtelijke uitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden constitutionele identiteit, Europese Unie, geweldsmonopolie, Frankrijk
Auteurs L.F.M. Besselink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee recente uitspraken van respectievelijk de Conseil constitutionnel en de Franse Conseil d’État besproken. Daarin ontwikkelt zich de Franse benadering van de constitutionele grenzen van doorwerking van EU-recht verder. Voor de toetsingsbevoegdheid van de rechter staat het antwoord op de vraag, of de constitutionele waarden en beginselen die deel uitmaken van de Franse identiteit bescherming vinden in het EU-recht, bepalend. In de besproken zaken wordt voor het eerst daadwerkelijk overgegaan tot toetsing, en wel – enigszins verrassend – van constitutionele beginselen die betrekking hebben op het statelijk geweldsmonopolie. Een vergelijking van de Franse republikeinse opvatting van het geweldsmonopolie met tegenwoordige Nederlandse opvattingen leert dat de laatste sneller een verschuiving van het geweldsmonopolie naar de Europese Unie daadwerkelijk zal toelaten, dan naar Franse constitutionele opvatting mogelijk is.


L.F.M. Besselink
Prof. dr. L.F.M. (Leonard) Besselink is emeritus hoogleraar constitutioneel recht aan de Universiteit van Amsterdam en deeltijdhoogleraar LUISS in Rome.
Artikel

De problemen rond de strafbaarstelling van het inreisverbod (artikel 197 Sr): een overzicht van tien roerige jaren sinds de implementatie in Nederland

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden inreisverbod, ongewenstverklaring, strafbaarstelling, lex certa-beginsel, evidentiecriterium
Auteurs Mr. A. (Aniel) Pahladsingh en Mr. E. (Eric) Druijf
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt artikel 197 Sr (zwaar inreisverbod) en de vraagstukken die hebben geleid tot het staken van de vervolging van de overtreding van het zware inreisverbod vanwege de Europese en nationale uitspraken die de afgelopen jaren daarover zijn gedaan. In het arrest inzake JZ heeft het Hof van Justitie vervolgens met toepassing van de uitgangspunten van het arrest Ouhrami zijn fiat gegeven aan strafbaarstelling van illegaal verblijf van de vreemdeling die kennis heeft van een inreisverbod dat jegens hem is uitgevaardigd. De Hoge Raad heeft hierop in zijn arrest in de zaak JZ voortgeborduurd. De vraag dringt zich op of de strafbaarstelling van het negeren van een uitgevaardigd inreisverbod zich verdraagt met het lex certa-beginsel. Voorts worden er vragen gesteld bij de verhouding tussen de straf- en de bestuursrechter. Mocht in de praktijk opnieuw onduidelijkheid ontstaan omtrent de toepasselijkheid van dit artikel, dan lijkt het hoog tijd dat de Nederlandse wetgever artikel 197 Sr herschrijft.


Mr. A. (Aniel) Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is senior jurist bij het Ministerie van SZW, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam.

Mr. E. (Eric) Druijf
Mr. E.H.M. (Eric) Druijf is senior rechter in de rechtbank Midden-Nederland en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

De strafvorderlijke normering van het geautomatiseerd overnemen van persoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen met behulp van webcrawlers

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Webcrawler, Publiek toegankelijke (internet)bron, Geautomatiseerd overnemen, Stelselmatigheidscriterium, Persoonsgegevens
Auteurs Mr. R.J.A. Klaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal in hoeverre opsporingsautoriteiten op basis van de relevante gezichtspunten/factoren voor stelselmatigheid en bezien in het licht van de huidige technische mogelijkheden van een webcrawler de mate van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer kunnen inschatten en de aard en ernst van die inbreuk zoveel mogelijk kunnen beperken.


Mr. R.J.A. Klaar
Mr. R.J.A. (Roel) Klaar is werkzaam als stafjurist/onderzoeker bij het Kenniscentrum Cybercrime voor de Rechtspraak.

    In deze bijdrage gaat auteur in op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Duidelijkheid over de datum van inwerkingtreding is voor de uitvoeringspraktijk van belang en het is dan ook cruciaal dat het parlement met de voorgenomen datum instemt. Hij belicht het proces van de parlementaire behandeling en het wettelijke kader en geeft een doorkijkje naar de technische vervolgbesluiten over de inwerkingtreding. Tot slot geeft hij een overzicht van de in het nieuwe coalitieakkoord opgenomen ambities die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Redactioneel

Access_open Zicht op de effecten van toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2022
Auteurs Marieke Gorrée en Pieter Welp
Auteursinformatie

Marieke Gorrée
Drs. M. Gorrée is coördinerend/specialistisch inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en redactielid van het Tijdschrift voor Toezicht.

Pieter Welp
Drs. P. Welp is senior wetenschappelijk medewerker van de Inspectieraad en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Het bewijs van causaal verband in beroepsziektezaken

Waar staan we en waar moeten we (vooral niet) naartoe?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden arbeidsrechtelijke omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid, gezondheidsschade, causaliteit, werkgeversaansprakelijkheid
Auteurs Mr. E. Boonzaaijer en Mr. A.S. Bloo-Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    In het vervolgarrest van een van de ‘7 juni 2013-arresten’ bekrachtigt de Hoge Raad de lijn rond de bewijslevering van causaal verband in beroepsziektezaken. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt en wordt ingegaan op de handreikingen die aan werknemers worden geboden om het causaal verband te bewijzen.


Mr. E. Boonzaaijer
Mr. E. Boonzaaijer is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.

Mr. A.S. Bloo-Kroes
Mr. A.S. Bloo-Kroes is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.
Artikel

Group model building om de doorwerking van het vernieuwde toezicht in het onderwijs in beeld te brengen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden onderwijstoezicht, effectiviteit, doorwerking van toezicht, principle based, group model building
Auteurs Marlies Honingh, Marieke van Genugten en Cor van Montfort
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het vernieuwde toezicht wil de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) besturen en scholen blijvend en nadrukkelijker stimuleren. Van onderwijsorganisaties wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen voor de onderwijskwaliteit in hun scholen. Bij de evaluatie van het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) hebben we een mixed methods-aanpak gehanteerd waarbij we kwantitatieve en kwalitatieve mehtoden hebben gecombineerd. Een belangrijk onderdeel van het kwalitatieve deel van het onderzoek werd gevormd door group model building (gmb), een methodiek uit de systeemdynamica. Deze methodiek maakt het mogelijk om de dynamiek die ontstaat binnen de onderwijsorganisaties als gevolg van het vernieuwde toezicht in beeld te brengen. In dit artikel geven we inzicht in de methodologische onderbouwing van het gebruik van gmb en laten we zien hoe we de uitkomsten van deze methodiek hebben gebruikt bij toetsing van de beleidstheorie achter het vernieuwde toezicht. Daarmee bieden we inzicht in de waarde en bruikbaarheid van de methode van gmb om effecten van toezicht zichtbaar te maken. De methode van group model building helpt hierbij omdat (1) deze methodiek ruimte biedt om effectiviteit breed op te vatten en mee te nemen in de analyse en (2) gmb de mogelijkheid biedt om het systeem als geheel en de onderliggende interacties in beeld te krijgen.


Marlies Honingh
Dr. M. Honingh is associate professor bij de Nijmegen School of Management, Radboud Universiteit Nijmegen.

Marieke van Genugten
Dr. M. van Genugten is associate professor bij de Nijmegen School of Management, Radboud Universiteit Nijmegen

Cor van Montfort
Dr. C. van Montfort is senior researcher bij de Vrije Universiteit Amsterdam en research fellow bij Tilburg University
Artikel

Effecten van de COVID-19-lockdown op sociale stabiliteit: wat leren we van data van de meldkamers?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden COVID-19 crisis, lockdown, effecten, sociale stabiliteit, inzet hulpdiensten
Auteurs Ike Kroesbergen en Leonard Vanbrabant
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we investigated the effects of the Covid-19 crisis and lockdown on social stability within the individual level, group level and society level. To investigate these effects, data from incident reports of emergency services (i.e., police, fire brigade and ambulance) in the South of the Netherlands from 2018 to 2020 were collected. An incident is defined as an unique notification with deployment of one or more emergency service(s). Incidents were categorized according to the standardized classification LMC 6.0. We investigated regional differences from 2018 to 2020 using monthly time trends. On the individual level we found a time trend in accordance with the onset of the lockdown, with a decrease in property crime operationalized as theft, burglary and robbery, and an increase in psychological effects, operationalized as suicide attempts and nuisance by a person. On the group level, operationalized as incidents nuisance by youth, noise, fireworks and vandalism, we found a time pattern with an increase in incidents coherent with the lockdown period. On the level of the society, operationalized as incidents public order, conflicts, violence and explosives, we also found an increase in incidents coherent with the lockdown period. We conclude that incident reports of emergency services give additional insight in the effects of a lockdown on social stability.


Ike Kroesbergen
Ike Kroesbergen is als senior onderzoeker veiligheid & gezondheid werkzaam bij de GGD West-Brabant. i.kroesbergen@ggdwestbrabant.nl

Leonard Vanbrabant
Leonard Vanbrabant is als statistisch data-analist werkzaam bij de GGD West-Brabant.

Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott.

Reinier Lamberti
Mr. R.J.G. Lamberti is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott.
Externe betrekkingen

Access_open De Europese sancties tegen Rusland en de doorwerking en gevolgen daarvan voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden sancties, Sanctiewet, beperkende maatregelen, toezicht, handhaving
Auteurs Mr. M.A. Loenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de invasie van Rusland in Oekraïne staan internationale sancties volop in de aandacht. Vanuit de Europese Unie zijn in razend tempo meerdere sanctiepakketten aangenomen met beperkende maatregelen tegen Rusland. De impact van de Europese sancties op Nederland is groot. Eenieder in Nederland is zelf verantwoordelijk voor de juiste naleving van alle sanctiemaatregelen, waarbij bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke consequenties dreigen indien wordt gehandeld in strijd met de sanctieregelingen. Door de technische en complexe inhoud van de sancties en de veelheid aan maatregelen, is correcte naleving echter geen eenvoudige taak.


Mr. M.A. Loenen
Mr. M.A. (Marlies) Loenen is strafrechtadvocaat bij Libertas Advocaten.
Artikel

Gewikt en gewogen: de vergoeding van advocaatkosten (530 Sv)

Over de verhouding tussen de vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 530, tweede lid, Sv en de onschuldpresumptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2022
Trefwoorden kosten van rechtsbijstand, artikel 530 Sv, onschuldpresumptie, (gronden van) billijkheid, gebleken onschuld
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. C.A.M. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gewezen verdachte moet na een vrijspraak of sepot vaak nogmaals de strijd aangaan. Dit keer om onder andere zijn advocaatkosten vergoed te krijgen. De strafrechter toetst in kostenvergoedingsprocedures of gronden van billijkheid aanwezig zijn om een schadevergoeding toe te kennen. Deze billijkheidstoets lijkt echter steeds vaker uit te monden in een meer inhoudelijke beoordeling van de strafzaak, hetgeen haaks staat op de eerdere vrijspraak of het eerdere sepot. Om duidelijk te maken dat de gehanteerde billijkheidsmaatstaven (in bepaalde gevallen) op gespannen voet staan met de onschuldpresumptie, toetsen wij in dit artikel aan de uitgangspunten van het EHRM. Volgens ons is het tijd voor een meer marginale toetsing waarbij billijkheid inderdaad de boventoon voert.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. C.A.M. Janssen
Mr. C.A.M. Janssen is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten.
Artikel

Toegankelijkheid openbare ruimte, regels en realiteit

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Toegankelijkheid, Openbare ruimte, Omgevingswet, Ruimtelijke ordening, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2022 treedt de Omgevingswet in werking, de belangrijkste nieuwe wet voor de inrichting van openbare ruimte. Regelen de wet en de bijbehorende regelingen ook toegankelijkheid voor mensen met een beperking? Dit artikel gaat in op die vraag, door eerst te kijken naar de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) en vervolgens in te gaan op de Omgevingswet. In de Wro en aanhangende regelgeving wordt geen aandacht aan toegankelijkheid besteed. In de Omgevingswet wel, maar het is de vraag of de regeling robuust genoeg is om het verschil te maken. Gemeenten hebben vrijheid om op lokaal niveau toegankelijkheidsregels te stellen. Twee steden zijn onderzocht, Almere en Utrecht. Zij maken, met verschillende ambities, gebruik van de beleidsruimte om toegankelijkheid van straten en stoepen te verbeteren.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is casusonderzoeker discriminatie voor de Eerste Kamer en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Annotatie

Wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na overgang van onderneming

HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9386 (Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet), ArA 2003/1, m.nt. R.M. Beltzer

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Overgang van onderneming, Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet, Collectieve arbeidsvoorwaarden, Wijziging, Doorwerking
Auteurs Matthijs van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het mijlpaalarrest Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet uit 2003 onderzoekt de auteur welke invloed de verschillende wijzigingsmogelijkheden uit de Richtlijn Overgang van onderneming uitoefenen op de wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na een overgang in het Nederlandse recht. Waar de Richtlijn namelijk voorziet in verschillende wijzigingsmogelijkheden al naar gelang het individuele of collectieve arbeidsvoorwaarden betreft, heeft Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet dit onderscheid in het Nederlandse recht doen vervagen.


Matthijs van Schadewijk
Mr. M.A.N. van Schadewijk is als promovendus en docent verbonden aan de vaksectie Sociaal Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Annotatie

Rechtstreekse horizontale werking van het EU Handvest in getrapte vorm

HvJ EU 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, ECLI:EU:C:2018:871 (Stadt Wuppertal/Maria Elisabeth Bauer; Volker Willmeroth/Martina Broßonn), ArA 2019/2, m.nt. J.R. Vos

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Bauer en Willmeroth, TSN en AKT, Artikel 31 lid 2 EU Handvest, Rechtstreekse horizontale werking, Minimumvoorschrift
Auteurs Beryl ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 en 2019 kwam het Hof van Justitie van de EU met een aantal zaken waarin het Hof rechtstreekse horizontale werking toekent aan grondrechten in het EU Handvest. Een van die arresten betreft de gevoegde zaken Bauer en Willmeroth, waarin artikel 31 lid 2 van het Handvest rechtstreekse horizontale werking toegekend krijgt. Uit het iets later gewezen arrest over de gevoegde zaken TSN en AKT valt echter op te maken dat die rechtstreekse werking wellicht niet zo rechtstreeks is als het Hof doet voorkomen.


Beryl ter Haar
Prof. mr. B.P. ter Haar is hoogleraar en directeur van het Centre for International and European Labour Law Studies (CIELLS) aan de Universiteit van Warschau en bijzonder hoogleraar Europees en Vergelijkend Arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 713 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.