Zoekresultaat: 55 artikelen

x
Artikel

Streven naar coherentie in de publieke sanctionering van financieel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden sociaaleconomisch strafrecht, financieel strafrecht, coherentie sanctiestelsels, WED, Wft
Auteurs Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhavingsstelsels worden benaderd vanuit het oogpunt van coherentie. In de strafrechtelijke sanctionering is de WED het centrale uitgangpunt. De auteur acht uiteindelijk deze wet nog steeds toekomstbestendig. Andere benaderingen verliezen aan coherentie. De auteur doet enkele voorstellen voor verbetering en aanpassing van artikel 1 en 59 WED. De bestuursrechtelijke benadering start bij de Wft als centrale wet, maar de sanctionering is minder gestructureerd als in het strafrecht. De auteur ziet verschillende sanctiefiguren opkomen in het strafrecht en in het bestuursrecht (art. 74 Sr, 257a e.v. Sv), die een samenvloeien van bestuur- en strafsancties mogelijk maken. De procedures zullen voorlopig gescheiden blijven. De auteur geeft afsluitend enkele vuistregels voor humaan sanctioneren.


Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens is emeritus hoogleraar Financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-vice-president van het gerechtshof Amsterdam en oud-redacteur van dit blad.
Artikel

Het vereiste van de zwaarwegende grond bij opzegging van duurovereenkomsten: niet dood en begraven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden duurovereenkomst, opzegging, zwaarwegende grond, maatschappelijk belang, netwerkbedrijven
Auteurs Mr. I.S.J. Houben en Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondanks het uitgangspunt dat een duurovereenkomst waarvoor geen wettelijke of contractuele opzeggingsregeling geldt in beginsel opzegbaar is, is opzegging soms alleen mogelijk bij een voldoende zwaarwegende grond. De aanwezigheid van een maatschappelijk belang kan een indicatie zijn dat een voldoende zwaarwegende grond is vereist.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent bij de afdeling Burgerlijk Recht van de Universiteit Leiden en (sinds 9 mei 2019) raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Loyaliteit en zorgvuldigheid in het financiële recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden loyaliteitsverplichting, zorgplicht, klantbelang, belangenconflict
Auteurs Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het financiële recht speelt het onderscheid tussen zorgvuldigheid en loyaliteit een rol van betekenis. Het onderscheid wordt echter niet altijd in voldoende mate onder ogen gezien. In deze bijdrage wordt uitvoerig ingegaan op beide begrippen en hun onderlinge samenhang.


Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen
Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen is hoogleraar Recht & Regulering Financiële Markten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Actualia contractspraktijk

Verwacht altijd het onverwachte

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Onvoorziene omstandigheden, Redelijkheid en billijkheid, Material adverse change, Projectontwikkeling
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad inzake gemeente Bronckhorst. Het arrest ging om de onvoorziene omstandigheden. De Hoge Raad herhaalt zijn vaste lijn dat trouw aan het gegeven woord voorop staat. Voor wijziging van de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden is slechts in uitzonderingsgevallen plaats. De auteur onderzoekt of de zogeheten material adverse change clausule soelaas had kunnen bieden.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    De beroepsbeoefenaar – en dus ook de letselschadeadvocaat – die een informatieverplichting schendt, zal enigszins op zijn aansprakelijkheidsrechtelijke tellen moeten passen als het om het bewijs van die zorgplichtschending en het (bewijs van het) causaal verband gaat. Maar daar is die advocaat nog redelijk ‘beschermd’. Geraakt een cliënt voorbij die hindernissen, dan is het echter snel afgelopen: eigen schuld als verweer mag niet meer in beeld komen, althans mag slechts een marginale rol spelen, zo wordt betoogd.


Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar Privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Artikel

De relatieve zwaarte van wederzijdse verantwoordelijkheid voor teleurstellende effectenleaseresultaten

Over schadedeling wegens eigen schuld in effectenleasezaken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Effectenlease, eigen schuld, artikel 6:101 BW, Verdelingsmaatstaf, Veroorzakingswaarschijnlijkheid, (pre)contractuele zorgplicht, Onderzoeksplicht
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. A. Van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Avonturen in de effectenlease liepen slecht af als gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder een te gretig winstoogmerk aan de zijde van de financiële aanbieder en een te grote lichtvaardigheid aan de zijde van de afnemende consument. In deze bijdrage wordt de (inmiddels gestandaardiseerde) schadedeling onder de loep genomen die in de rechtspraak is gevolgd op de erkenning van de wederzijdse verantwoordelijkheid in dezen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en in dit verband verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, alsook aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. A. Van Onna
Mr. A. van Onna is advocaat bij Holland van Gijzen Advocaten en Notarissen te Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Overkreditering bij consumentenkrediet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden consumentenkrediet, overkreditering, doorwerking publiekrecht, (bijzondere) zorgplicht, omvang schade
Auteurs Mr. M.H.P. Claassen en Mr. J.L. Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij overkreditering zal een consument veelal genoegdoening proberen te krijgen via de ‘(bijzondere) zorgplicht’. Daarnaast levert schending van een publiekrechtelijke norm (art. 4:34 Wft) ook rechtstreeks een onrechtmatige daad op. In beide gevallen spelen lastige kwesties ten aanzien van causaal verband, de omvang van de schade en eventuele eigen schuld.


Mr. M.H.P. Claassen
Mr. M.H.P. Claassen is advocaat bij Lauxtermann Advocaten te Amsterdam.

Mr. J.L. Snijders
Mr. J.L. Snijders is advocaat bij FIZ advocaten te Rotterdam.
Artikel

Verboden rechtshandelingen in het financiële bestuursrecht in civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden Wet op het financieel toezicht, verboden rechtshandeling, weigeringsplicht, overkreditering, advies- en bemiddelingsvergoeding
Auteurs Prof. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bestuursrecht beheerst in toenemende mate private verhoudingen in de financiële sector. Deze bijdrage biedt een verkennende analyse van de civielrechtelijke gevolgen van schending van de drie Wft-verbodsbepalingen: het contracteerverbod in geval van een dekkingstekort bij effectenhandel, het verbod op overkreditering en het verbod op kennelijk onredelijke advies- en bemiddelingsvergoedingen.


Prof. dr. O.O. Cherednychenko
Prof. dr. O.O. Cherednychenko is adjunct hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De vermogensscheidingsregeling voor beleggingsinstellingen als (alternatief) model voor de bescherming van derivatenbeleggers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden beleggingsinstelling, derivaten, afgescheiden vermogen, intermediary risk, rangregeling
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument ‘Wijzigingswet financiële markten 2016’ stelt voor een afgescheiden vermogen op te nemen in de Wge ter bescherming van derivatenbeleggers tegen intermediary risk. De voorgestelde regeling leidt mogelijk tot verwarring. Kan een regeling, soortgelijk aan de vermogensscheidingsregeling voor beleggingsinstellingen, uitkomst bieden als (alternatief) beschermingsmechanisme?


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Artikel

Ben ik mijn broeders hoeder? De bijzondere zorgplicht van banken bij beleggingsfraude nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden beleggingsfraude, piramidespel, zorgplicht, derden, bank
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een relevant recent door het Gerechtshof Den Haag gewezen arrest bespreekt de auteur een aantal aspecten van de bijzondere zorgplicht die een bank jegens (potentiële) slachtoffers van beleggingsfraude heeft.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is in april 2014 aan de Universiteit van Amsterdam op de bijzondere zorgplicht van banken in gevallen van beleggingsfraude afgestudeerd. Hij begint in september als advocaat-stagiair.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm

Proefschrift van mr. P.S. Bakker

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, contractuele gebondenheid, uitleg, imprévision, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. W.L. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van Bakker over redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm, dat fundamentele vragen van contractenrecht aan de orde stelt: de grondslag van contractuele gebondenheid, uitleg van commerciële contracten, imprévision en ambtshalve toepassing van redelijkheid en billijkheid. De recensent voelt zich met de positie van Bakker verwant, maar plaatst kritische kanttekeningen.


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid en hun overlap met verwante wettelijke bepalingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Open normen, Redelijkheid en billijkheid, Samenloop
Auteurs Mr. V. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    De overbekendheid van de redelijkheid en billijkheid leidt ertoe dat daarop vaak een beroep wordt gedaan, ook in gevallen waarin wellicht een andere open norm beschikbaar was. Aan de hand van de wetsgeschiedenis en rechtspraak van de Hoge Raad wordt onderzocht of en in hoeverre die eenzijdige keuze tot problemen kan leiden.


Mr. V. van den Brink
Mr. Van den Brink is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Casus

De zeven pijlers van corporate democracy

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporate democracy, corporate governance, aandeelhoudersvergadering, algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), virtuele aandeelhoudersvergadering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    De zeven pijlers van een goede corporate democracy zijn: recht van initiatief, spreekrecht, stemrecht, recht op inlichtingen, opkomst en representativiteit, ordehandhaving en cohesie tussen economisch belang en juridische zeggenschap. Hoewel er bij elke pijler nog (veel) te wensen blijft, hebben alle pijlers zich de afgelopen jaren positief ontwikkeld. In deze bijdrage wordt een weergave gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen en hun impact op de zeven pijlers van corporate democracy. Hiernaast bespreekt de auteur twee nieuwe ontwikkelingen binnen de investment community die een gevaar vormen voor de corporate democracy: het volledig geautomatiseerd handelen en portfoliodiversificatie gedreven door de Modern Investment Theory en kostenbewustzijn. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag hoe investeerders het beste kunnen omgaan met deze ontwikkelingen met het oog op verantwoorde waardecreatie, waarbij ondernemingen niet alleen op strategisch en financiële criteria beoordeeld worden, maar ook op criteria voor sociale en milieu-impact, goed ondernemingsbestuur en duurzaamheid.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Officer Responsible Investment & Active Ownership bij Mn Services te Den Haag.
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Artikel

Een vergissing van de bank in uw voordeel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, beleggingsadvies, doorbreking causaal verband
Auteurs Mr. M.B.C. Kloppenburg en Mr. E.J. van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van jurisprudentie van de beroepscommissie van het KiFiD over onjuist beleggingsadvies betogen auteurs dat uit het feit dat de belegger bekend is geraakt met de fout van de bank, doorgaans slechts volgt dat verdere schade is veroorzaakt door eigen schuld en slechts hoogst zelden dat het causaal verband tussen de fout en de verdere koersontwikkelingen is doorbroken.


Mr. M.B.C. Kloppenburg
Mr. M.B.C. Kloppenburg is advocaat te Den Haag en treedt in procedures over effectendienstverlening voornamelijk op voor banken.

Mr. E.J. van Praag
Mr. E.J. van Praag is advocaat te Den Haag en treedt in procedures over effectendienstverlening voornamelijk op voor banken.
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.


Mw. Mr. S.N. Demper
Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.T.G. Schoonewille
Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

De marginverplichting bij handel in aandelenopties

Van Haanstra/Rabobank naar Nabbe/Staalbankiers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden aandelenopties, zorgplicht, marginverplichting, zelfregulering
Auteurs Mr. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vormt de bakermat van de bijzondere zorgplicht, de marginverplichting bij handel in aandelenopties door particulieren, voorwerp van onderzoek. Juist ook voor de ontwikkelingen buiten het terrein van de handel in aandelenopties zijn de op dit terrein ontwikkelde gedachten nog steeds zeer invloedrijk. Bovendien is dit terrein ook zelf nog steeds in ontwikkeling. Geschetst worden de geschiedenis en het wezen van de handel in opties, de zelfregulering van de optiehandel en de rechtspraak over de marginverplichting.


Mr. B.T.M. van der Wiel
Mr. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag. Hij treedt regelmatig op voor financiële ondernemingen.
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.