Zoekresultaat: 92 artikelen

x

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Jurisprudentie

Boerenplaatsje revisited: de openheid van ons recht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Boerenplaatsje-arrest, vindicatielegaat, fideicommis, tweetrapsmaking, voorwaarde
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij herlezing van het Boerenplaatsje-arrest valt op dat de Hoge Raad de insteller van een fideicommissaire erfstelling de vrijheid geeft om een bepaald goed uit die nalatenschap te voorzien van een extra voorwaarde, waarmee dat goed aan het fideicommissair verband kan worden onttrokken. Daarmee lijkt de fideicommissaire erfstelling iets weg te hebben van een (universeel) vindicatielegaat. In dit artikel wordt een en ander nader onderzocht.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud

Bespreking van het proefschrift van mr. E.F. Verheul

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden vermogensrecht, eigendomsvoorbehoud, art. 3:92 BW
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel en Mr. drs. V.G.M. Leferink
SamenvattingAuteursinformatie

    Verheul heeft een proefschrift over eigendomsvoorbehoud geschreven met een mooi en strak juridisch-dogmatisch kader. Een welkome aanvulling op bestaande literatuur over een beding dat in de praktijk veel voorkomt.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.

Mr. drs. V.G.M. Leferink
Mr. drs. V.G.M. Leferink is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent/promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Patchworktestamenten, een eerste verkenning (II)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 27 2018
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Dienstenrichtlijn 2.0: bestemming bereikt?

Een analyse van het arrest Visser Vastgoed/Appingedam

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Verdrag, Europees recht, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur bespreekt de antwoorden van het Hof, analyseert de gevolgen en beziet tot welke nieuwe juridische vraagstukken deze (kunnen) leiden. Daarbij richt zij zich met name op de gevolgen voor de systematiek van de vrijheden op de interne markt en de doorwerking hiervan in het nationale recht.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Artikel

Verdeling tijdens vereffening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden beneficiair aanvaarde nalatenschap, (partiële) verdeling, vereffening
Auteurs Mr. J.Th.M. Diks en Mr. dr. N. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het uitgangspunt bij een beneficiair aanvaarde nalatenschap is dat er pas kan worden verdeeld nadat de vereffening van de nalatenschap is voltooid. Op 19 mei 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin hij een opening biedt voor een (partiële) verdeling van de nalatenschap alvorens de vereffening is afgerond. De Rechtbank Gelderland heeft bij uitspraak van 2 augustus 2017 gebruik gemaakt van deze door de Hoge Raad geboden opening. In dit artikel wordt deze ontwikkeling in de rechtspraak beschreven en wordt op dit punt een vergelijking gemaakt met de executele.


Mr. J.Th.M. Diks
Mr. J.Th.M. Diks is advocaat bij Advocaten Familie- & Erfrecht te Eindhoven en Utrecht en docent bij diverse opleidingsinstellingen.

Mr. dr. N. Lavrijssen
Mr. dr. N. Lavrijssen is docent bij de Juridische Hogeschool Avans-Fontys en medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Advocaten Familie- & Erfrecht.
Artikel

Kroniek Insolventierecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Jaap van der Meer, Floris Dix, Suzan Winkels-Koerselman e.a.

Jaap van der Meer

Floris Dix

Suzan Winkels-Koerselman

Aubrey Klerks-Valks

Muriëlle  van der Plas

Inge Beulen

Milan van de Burgt

Arjen van Haandel
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Artikel

Spiegelbeeldige gerechtigdheid, op de grens van de gemeenschap

Een verkenning hoe moet worden omgegaan met het geval waarin een goed onder spiegelbeeldige voorwaarden aan twee personen toebehoort

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden gemeenschap, kwaliteitsrekening, spiegelbeeldige gerechtigdheid, spiegelbeeldige voorwaarden
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur het arrest Stichting derdengelden/Ontvanger. De auteur onderzoekt naar aanleiding van dit arrest de grenzen van het begrip gemeenschap en bepleit dat er ruimte is om de gemeenschapsregeling ook toe te passen op dergelijke gevallen van spiegelbeeldige gerechtigdheid.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Het fideicommis en de rechtspersoon als bezwaarde of verwachter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden fideicommis, rechtspersoon, bezwaarde/verwachter, fideicommissaire erfstelling, fideicommissair legaat
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de combinatie van een fideicommis met een rechtspersoon als bezwaarde of verwachter. De conclusie luidt dat een fideicommissaire erfstelling met een rechtspersoon niet mogelijk is. Dat betekent dat steeds art. 4:140 lid 1 BW van toepassing is: als de rechtspersoon bezwaarde of verwachter is, wordt de verkrijging van de bezwaarde na dertig jaar na het overlijden van de insteller onvoorwaardelijk. Bepaalde fideicommissaire legaten kunnen een oplossing bieden voor bovenstaand probleem. De testateur doet er dan ook goed aan zorgvuldig te beschrijven wie op welke wijze welke rechten en plichten krijgt.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud, verpandingen en voorwaardelijk eigendomsrecht

De grens tussen goederenrecht en verbintenissenrecht en mogelijke toepassingen (Rabobank/Reuser)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden overdracht, eigendomsvoorbehoud, eigendom onder opschortende voorwaarde, verpanding, voorwaarde
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in Rabobank/Reuser bij de overdracht onder eigendomsvoorbehoud het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde erkend en wel als goederenrechtelijk werkende recht (werking jegens derden). Hij schept duidelijkheid en maakt daarmee de toepassing van het eigendomsvoorbehoud en overdracht onder voorwaarden beter hanteerbaar voor de praktijk. Wel zal aan de hand van het arrest nog nadere invulling moeten worden gegeven aan de inhoud van de bevoegdheden van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.
Artikel

Over een Stradivarius, de processuele functie van bezit en de beschikkingsbevoegdheid van de lasthebber

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beschikkingsbevoegdheid, overdracht, derdenbescherming, bezitsvermoeden, consignatie
Auteurs Mr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een arrest van de Hoge Raad besproken dat betrekking heeft op de eigendom van een Stradivarius. Aan de orde komen de bezitsvermoedens van art. 3:109 en 3:119 BW, de beschikkingsbevoegdheid van de tussenpersoon die op eigen naam een zaak verkoopt en levert aan een derde, en wat de gevolgen voor de derde zijn als die tussenpersoon niet beschikkingsbevoegd blijkt.


Mr. F. Damsteegt-Molier
Mr. F. Damsteegt-Molier is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

De afwikkeling/vereffening van een fideicommissaire nalatenschap na de vervulling van de voorwaarde

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden afwikkeling, vereffening, tweetrapsnalatenschap, fideicommis
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de afwikkeling en vereffening van de fideicommissaire (of tweetraps)nalatenschap. Als de bezwaarde komt te overlijden, moet zijn eigen nalatenschap en die van de insteller worden afgewikkeld/vereffend. Voor de vraag wie welke nalatenschap afwikkelt of vereffent en wie in welke nalatenschap een vereffenaar kan laten benoemen, moet scherp onderscheid worden gemaakt tussen de beide nalatenschappen. Voor elke nalatenschap geldt een eigen regime, ook al zijn de nalatenschappen wellicht met elkaar verweven.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Ook met tien vogels in de lucht heb je iets in de hand

Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 33 2016
Trefwoorden Schenking
Praktijk

Eigendomsvoorbehoud: de inwerking van een contract op goederenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Eigendomsvoorbehoud, Opschortende voorwaarde, Verpanding, Sale of Goods Act, Weens Koopverdrag
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Eigendomsvoorbehoud is volgens artikel 3:92 BW levering van een zaak onder opschortende voorwaarde van betaling van de koopsom. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 3 juni 2016 in de zaak Rabobank/Reuser dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud de zaak rechtsgeldig kan verpanden voordat de opschortende voorwaarde is vervuld. De pandhouder verkrijgt dan een pandrecht onder opschortende voorwaarde van eigendomsverkrijging door de pandgever. In Engeland stond eigendomsvoorbehoud in the picture in het arrest van het UKSC van 11 mei 2016 in de zaak Res Cogitans. Op een overeenkomst die een eigendomsvoorbehoud bevat en bepaalt dat de gekochte zaak mag worden verbruikt voordat betaling van de koopsom heeft plaatsgevonden, is de Sale of Goods Act niet van toepassing. Beide arresten en hun gevolgen voor de rechtspraktijk worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    De geschillenclausule wordt door transactieadvocaten regelmatig behandeld als een boilerplate-bepaling, waar de litigators zich over mogen ontfermen op het moment dat er een geschil ontstaat. De keuze voor arbitrage of overheidsrechtspraak kan echter van enorm belang zijn voor contractspartijen als er een conflict ontstaat.
    Deze bijdrage beoogt de juristen en advocaten die in de praktijk betrokken zijn bij het opstellen van overnamecontracten of handelsovereenkomsten een handvat te bieden bij het opstellen van de geschillenclausule en inzicht te geven in de overwegingen die ten grondslag (zouden moeten) liggen aan het opstellen van een arbitrageclausule.


Mr. L.J.E. Timmer
Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en vertegenwoordigt niet noodzakelijk de mening van Allen & Overy LLP.
Toont 1 - 20 van 92 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.