Zoekresultaat: 181 artikelen

x
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

‘Laat je niet misleiden door afwijkende prijzen’

Een exploratieve studie naar de ambiguïteit van betrouwbaarheid van cocaïnedealers op Telegram Messenger

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drug dealing, trust, signaling theory, social media, netnography
Auteurs Robby Roks en Joëlle Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to advance our understanding of digital drug markets on social media, this article examines the trustworthiness of cocaine dealers on Telegram Messenger. Based on an exploratory netnography, we illustrate that digital dealers on Telegram Messenger use a number of sales tactics to attract potential customers, emphasizing the quality of the goods and service and (competitive) pricing strategies. These sales tactics include various signals that seem intended to appear as trustworthy as possible to potential customers. Seen from the perspective of signaling theory, our study highlights the ambiguity of these signals that, depending on the online observer, could both signal trustworthiness and untrustworthiness.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joëlle Hendriksen
J.M.C. Hendriksen MSc is projectassistent bij RIEC Midden-Nederland districtelijk team Ondermijning Flevoland. Haar scriptie ‘“Dankjewel gozer, nooit meer een andere dealer”: een netnografische studie naar risico en vertrouwen in het online vraag en aanbod van verdovende middelen via Telegram Messenger’ (2020), geschreven als masterscriptie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vormde de basis van het onderhavige artikel.
Werk in uitvoering

Living on the Other Side: A socio-legal analysis of family law and migration in Morocco

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden family law, migration, Morocco, socio-legal studies
Auteurs Nada Heddane MA (Master in North African and Middle Eastern Studies) en Judith van Uden MSc (Master in International Development Studies)
SamenvattingAuteursinformatie

    In our research project ‘Living on the Other Side’, we aim to understand how (ir)regular migrants from the Middle East and West/Central Africa deal with the legal and formal aspect of their lives in Morocco by focusing on major life events, such as marriage, divorce, birth and death. Life does not simply stand still when residing in a foreign country – people continue to marry, divorce, have children and die. However, there is little empirical knowledge on what migrants actually do when faced with such events. Registering major life events secures a migrant’s legal identity and protects their human rights. Having a legal identity, most likely, influences the daily lives of migrants. A migrant, who does not formally exist in the eyes of the state, might not be able to access basic services, like health care and education. From a legal pluralist perspective, we aim to investigate how migration and family law intersect by conducting online and offline ethnographic fieldwork.


Nada Heddane MA (Master in North African and Middle Eastern Studies)
Nada Heddane is promovenda bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving (VVI) van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Nada’s onderzoek verkent de relevantie van het familierecht voor West-/Centraal-Afrikaanse migranten bij belangrijke levensgebeurtenissen. Zij geeft een sociaaljuridische analyse van de strategieën van migranten op basis van online en offline veldwerk in Marokko.

Judith van Uden MSc (Master in International Development Studies)
Nada Heddane is Promovenda bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving (VVI) van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. In haar onderzoek bevraagt Judith wat de rol is van het familierecht in de levens van Midden-Oosterse migranten in Marokko. Deze kwalitatieve studie bekijkt de ervaringen van migranten door een juridisch-antropologische lens.
Artikel

Persoonsgerichte handhaving van de socialezekerheidswetgeving

Een actieonderzoek naar de betekenis van motiverende houdingen in de uitvoeringspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Regulatory enforcement, Motivational postures, Social security, Action research
Auteurs Dr. Paulien de Winter en Prof. dr. Marc Hertogh
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we discuss a ‘person-centred’ view on the enforcement of social security laws. This is a new vision on enforcement whereby welfare workers can ‘differentiate’ in order to create more room for ‘customization’ with an eye for ‘the human dimension’ and an ‘appropriate’ enforcement style. Despite the unanimity about the desirability of this approach, most of the practical details are still unclear. Our central question is therefore: How may a person-centred approach of the enforcement of social security laws be implemented in practice? Based on an action research study, in which we closely collaborated with welfare workers and benefit recipients at a Dutch welfare office, we attempt to answer this question. We first discuss a number of central concepts from the enforcement literature and consider the concept of ‘motivational postures’. For this study, we developed a prototype of a new electronic analytical tool (which can be used to support enforcement) and then applied this tool in a small pilot study. In the article we describe our findings and discuss the experiences of benefit recipients and welfare workers with the analytical tool. We conclude that this tool appears to offer a good basis for the further development of the person-centred enforcement of social security laws.


Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter werkt als universitair docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is gepromoveerd in de Rechtssociologie en doet onderzoek naar hoe uitvoerende medewerkers in de praktijk regels uitvoeren.

Prof. dr. Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn: de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat; de sociale werking van wetgeving en handhaving; en de legitimiteit van het overheidsoptreden.
Artikel

Dispute settlement among the Nigerian Igbo in Antwerp

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Legal pluralism, Dispute settlement, Igbo, Antwerp
Auteurs Filip Reyntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a case study in ‘new legal pluralism’ which is interested in the operation of plural legal orders in countries of the global North. It considers the way in which the Nigerian Igbo living in Antwerp, Belgium settle their disputes. It first presents the Antwerp Igbo’s organisation in a Union possessing a constitution with precise legal stipulations. It then finds that the Igbo take the law with them from their home region into a diasporic community. Next it looks into the concrete organisation of dispute settlement and presents five cases as exemplars. It then discusses the advantages and drawbacks of applying Igbo law and justice, the issue of women’s rights, and the plurality and flexibility of the system. The conclusion underscores the fact that legal pluralism is a universal empirical reality.


Filip Reyntjens
Filip Reyntjens is Emeritus hoogleraar bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

AI-risicotaxatie: nieuwe kansen en risico’s voor statistische voorspellingen van recidive

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Artificiële intelligentie, Risicotaxatie, Kunstmatige intelligentie, recidiverisico, voorspellingen
Auteurs G.M. (Max) de Vries, Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma, Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt inzicht geboden in nieuwe instrumenten die een risicotaxatie mogelijk maken met behulp van artificiële intelligentie. In het bijzonder wordt ook ingegaan op de talrijke fundamentele vragen die met het gebruik ervan gepaard gaan. Tevens gaan de auteurs na in welke mate AI-risicotaxatie accurater is – of kan zijn – dan de bestaande methoden van risicotaxatie.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (WPI) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, werkzaam bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. F.J. (Floris) Bex
Floris Bex is bijzonder hoogleraar data science en rechtspraak aan het Department of Law, Technology, Markets and Society, Tilburg University, wetenschappelijk directeur van het Nationaal Politielab AI bij het Innovation Centre for AI (ICAI) en universitair docent AI bij het departement Informatica, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. G. (Gerben) Meynen
Gerben Meynen is als hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan het WPI en UCALL, Universiteit Utrecht en tevens bijzonder hoogleraar ethiek en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Big Data Ethics: A Life Cycle Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden big data, big data analysis, data life cycle, ethics, AI
Auteurs Simon Vydra, Andrei Poama, Sarah Giest e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The adoption of big data analysis in the legal domain is a recent but growing trend that highlights ethical concerns not just with big data analysis, as such, but also with its deployment in the legal domain. This article systematically analyses five big data use cases from the legal domain utilising a pluralistic and pragmatic mode of ethical reasoning. In each case we analyse what happens with data from its creation to its eventual archival or deletion, for which we utilise the concept of ‘data life cycle’. Despite the exploratory nature of this article and some limitations of our approach, the systematic summary we deliver depicts the five cases in detail, reinforces the idea that ethically significant issues exist across the entire big data life cycle, and facilitates understanding of how various ethical considerations interact with one another throughout the big data life cycle. Furthermore, owing to its pragmatic and pluralist nature, the approach is potentially useful for practitioners aiming to interrogate big data use cases.


Simon Vydra
Simon Vydra is a Researcher at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Andrei Poama
Andrei Poama is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Sarah Giest
Sarah Giest is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Alex Ingrams
Alex Ingrams is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Bram Klievink
Bram Klievink is Professor of Digitization and Public Policy at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.
Artikel

Access_open Professioneel ethiekonderwijs voor de ­aankomend overheidsjurist

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden beroepsethiek, overheidsjuristen, onderwijs
Auteurs Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepsethiek van overheidsjuristen wordt traditioneel gericht op het functioneren als poortwachter van de rechtsstaat. Zij ontlenen hun beroepsethisch normenkader aan bovenliggende normen van democratie en rechtsstaat. Beroepsdilemma’s komen daarbij voort uit zich voordoende spanning tussen ambtelijke en juridische verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld die tussen loyaliteit aan de politieke leiding versus het bevorderen van proportionaliteit van bevoegdheden (case Tijdelijke wet maatregelen covid-19) en die van handhaving (case kinderopvangtoeslagen). In de praktijk van de overheidsjurist is de beroepsethiek het resultaat van het omgaan met genoemde dilemma’s. Deze contextuele beroepsethiek van onderop wijkt af van de aan de rechtstaat ontleende beroepsethiek van bovenaf. Er zijn de nodige argumenten om het professionele (universitaire) ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen te richten op een normatieve oriëntatie van onderop. Het bevordert realisme, waakzaamheid voor tegenkrachten en rolvastheid. In het ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen zou dan een empirische en op verantwoording gerichte attitude centraal moeten staan.


Peter van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Access_open Art, Science and the Poetry of Justice – ­Pragmatist Aesthetics and Its Importance for Law and Legal Education

Special Issue on Pragmatism and Legal Education ­Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, maart 2021
Trefwoorden legal research, legal education, epistemology, law, science and art
Auteurs Wouter de Been
SamenvattingAuteursinformatie

    Classic pragmatists like John Dewey entertained an encompassing notion of science. This pragmatic belief in the continuities between a scientific, ethical and cultural understanding of the world went into decline in the middle of the 20th century. To many mid-century American and English philosophers it suggested a simplistic faith that philosophy and science could address substantive questions about values, ethics and aesthetics in a rigorous way. This critique of classic pragmatism has lost some of its force in the last few decades with the rise of neo-pragmatism, but it still has a hold over disciplines like economics and law. In this article I argue that this criticism of pragmatism is rooted in a narrow conception of what science entails and what philosophy should encompass. I primarily focus on one facet: John Dewey’s work on art and aesthetics. I explain why grappling with the world aesthetically, according to Dewey, is closely related to dealing with it scientifically, for instance, through the poetic and aesthetic development of metaphors and concepts to come to terms with reality. This makes his theory of art relevant, I argue, not only to studying and understanding law, but also to teaching law.


Wouter de Been
Wouter de Been is a legal theorist who has written widely on pragmatism and legal realism. I would like to thank the reviewers for their comments. Their critical commentary made this a much better article. Any remaining shortcomings are of course my own. I dedicate this article to the memory of Willem Witteveen, who always saw the art in law.
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open ‘Voltooid leven’ en de grenzen van het medisch domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toegang tot dodelijke middelen, medisch geclassificeerde ziekte, pil van Drion, existentieel lijden
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit het Perspectief-rapport (januari 2020) blijkt dat het besluit om het eigen leven te beëindigen zonder dat er sprake is van een medische grondslag niet samenhangt met de leeftijd van de betrokkene. Aan een wettelijke regeling die de zelfgekozen dood mogelijk maakt voor mensen met een ‘voltooid leven’, zoals voorgesteld door D66, bestaat daarom geen behoefte. De eis van een medische grondslag is echter onnodig restrictief en verdient dan ook heroverweging. Dat hoeft er niet toe te leiden niet-artsen bij de uitvoering van een besluit tot levensbeëindiging te betrekken.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Artikel

Access_open The Obligation of Judges to Uphold Rules of Positive Law and Possibly Conflicting Ethical Values in Context

The Case of Criminalization of Homelessness in Hungary

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Judicial independence, Rule of law, Judicial ethics, Hungary, Criminalization of homelessness
Auteurs Petra Gyöngyi
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the tension between the constitutional obligation of judges to uphold rules of positive law and possibly conflicting standards of conduct arising from professional-ethical values. The theoretical analysis will be illustrated by the case of Hungary, an EU member state experiencing rule of law challenges since 2010 and where the 2018-2019 criminalization of homelessness exemplifies the studied tension. Inspired by the theories of Philip Selznick and Martin Krygier, rule of law will be viewed as a value that requires progressive realization and context-specific implementation. By contextualizing the relevant Hungarian constitutional framework with the content of the judicial code of ethics and judicial practice, it will be shown how the legitimate space for Hungarian judges to distance themselves from legislation possibly in conflict with rule of law values is reduced. Theoretical suggestions for addressing such rule of law regressions will be made.


Petra Gyöngyi
Petra Gyöngyi is postdoctoral fellow aan de University of Oslo.
Artikel

Pracademia: a personal account of a mediation clinic and its development

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2020
Trefwoorden mediation clinic, students, practicing, Circle of engagement, Susskind
Auteurs Charlie Irvine
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tells the story of University of Strathclyde Mediation Clinic through the eyes of its founder. Taking its first case in 2012, by the start of 2021 it will be providing a free mediation service in 16 of Scotland’s 39 sheriff courts, covering more than half the country’s population. Yet it started with no plan, no budget and a few volunteers. The article makes the case that mediation clinics, like mediation itself, call for improvisation, coining the term ‘pracademia’ to describe how such clinics straddle the two worlds of practice and theory.


Charlie Irvine
Charlie Irvine has been working as a mediator since the early 1990s; he developed and runs the Mediation and Conflict Resolution masters programme at University of Strathclyde Law School, Glasgow. He is also Director of Strathclyde Mediation Clinic. His academic work is focused on mediation and justice, in particular the neglected justice reasoning of ordinary people.
Article

Access_open The Effectiveness Paradigm in Financial Legislation – Is Effectiveness Measurable?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden effectiveness, effectiveness measurement methodologies, financial legislation, legislative objective, product approval governance
Auteurs Jeroen Koomans
SamenvattingAuteursinformatie

    How can you determine if financial legislation is effective? This article seeks to identify three characteristics that make up the basis for an effectiveness review, being the determination what the legislative objective is, who is it aimed at and what approach is taken to achieve this objective. Determining the legislative objective may prove to be a challenging undertaking, and the uncertainties that come with that affect the other two characteristics as well. And even if a clear legislative objective can be established, how can you be sure that its achievement was in fact attributable to the legislation under review? What do you compare your results to absent a baseline measurement and how can the vast number of variables that affect the effectiveness of the legislation under review be accounted for, if at all? Is effectiveness in financial legislation at all measurable and, when measured, what is its value in practice?


Jeroen Koomans
Jeroen Koomans is affiliated to the University of Amsterdam FEB Academy for Banking and Insurance and employed by ABN AMRO Bank N.V.
Article

Access_open Too Immature to Vote?

A Philosophical and Psychological Argument to Lower the Voting Age

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden voting age, children’s rights, youth enfranchisement, democracy, votes at 16
Auteurs Tommy Peto
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues in favour of lowering the voting age to 16. First, it outlines a respect-based account of democracy where the right to vote is grounded in a respect for citizens’ autonomous capacities. It then outlines a normative account of autonomy, modelled on Rawls’s two moral powers, saying what criteria must be met for an individual to possess a (pro tanto) moral right to vote. Second, it engages with empirical psychology to show that by the age of 16 (if not earlier) individuals have developed all of the cognitive components of autonomy. Therefore, since 16- and 17-year-olds (and quite probably those a little younger) possess the natural features required for autonomy, then, to the extent that respect for autonomy requires granting political rights including the right to vote – and barring some special circumstances that apply only to them – 16- and 17-year-olds should be granted the right to vote.


Tommy Peto
University of Oxford.
Uit het veld

Nut en noodzaak van toezicht op artificiële intelligentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artificiële intelligentie (AI), algoritmes, data, AI-risico’s, ethiek
Auteurs Frans van Bruggen en Joep Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Artificiële intelligentie (AI) is een revolutionaire technologie die een grote impact heeft op ons leven. Naast de aanzienlijke voordelen die AI ons oplevert, gaan ook significante risico’s met deze ontwikkeling gepaard. Tegen deze achtergrond zien we dat steeds meer toezichthouders zich aantoonbaar bezighouden met AI. De hamvraag voor veel toezichthouders is hoe zij zich moeten verhouden tot AI. Dit is geen eenvoudige zoektocht. Met onze bijdrage hopen wij deze zoektocht te faciliteren door de risico’s die gepaard gaan met AI-toepassingen overzichtelijk op een rijtje te zetten en vervolgens een zestal handvatten aan te reiken die toezichthouders kunnen gebruiken bij het inrichten van hun toezicht op AI.


Frans van Bruggen
Drs. F. van Bruggen is buitenpromovendus en toezichthouder integere bedrijfsvoering bij de NZa en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Joep Beckers
Dr. J. Beckers is gedragswetenschapper en manager Toezicht Zorgaanbieders bij de NZa en hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Toont 1 - 20 van 181 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.