Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 564 artikelen

x
Artikel

Access_open Als een spin in het web voor de bestrijding van terrorisme en zware ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden terrorisme, zware criminaliteit, ondermijnende criminaliteit, algoritmen, datakoppeling, MIT/NSOC
Auteurs M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De inzet van nieuwe technische mogelijkheden zoals datakoppeling en analyses met gebruik van algoritmen, biedt nieuwe kansen in de strijd tegen terrorisme en zware ondermijnende criminaliteit. Dit nieuwe terrein van onderzoek staat naast de vertrouwde domeinen van de strafrechtspleging, de bestuurlijke handhaving en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Dat nieuwe terrein zal in dit artikel worden verkend aan de hand van twee ontwikkelingen: de verruiming van de analysetaak van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de totstandkoming van het Multidisciplinaire interventieteam dat per 1 juli 2022 verder zal gaan onder de naam Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (hierna: MIT/NSOC).


M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat bij Pels Rijcken.
Vrij verkeer

Access_open De gevolgen van de Appingedam-zaak voor de ruimte­lijkeordeningspraktijk in Nederland: een verkenning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden detailhandel, doorwerking Europees recht, evenredigheid, bewijslastverdeling, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman, Prof. mr. dr. J. Langer en Mr. J. Zweers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Appingedam-zaak uit 2018 van het Hof van Justitie over Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn) raakt de Nederlandse rechtspraktijk in meerdere opzichten. Deze kroniek verkent aan de hand van de actuele nationale rechtspraak de belangrijkste gevolgen van de Appingedam-zaak voor de ruimtelijkeordeningspraktijk in Nederland.
    HvJ 30 januari 2018, C-31/16, ECLI:EU:C:2018:44 (Appingedam); Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376/36).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public contract law & Governance aan de VU te Amsterdam.

Prof. mr. dr. J. Langer
Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer is ‘agent’ (procesgemachtigde) voor de Nederlandse regering in procedures bij het Hof van Justitie en hoofd van het Hofcluster bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Als agent is hij betrokken geweest bij de Appingedam-zaak. Hij is ook als bijzonder hoogleraar Europees recht en nationale rechtsorde verbonden aan de Rijksuniversiteiten Groningen.

Mr. J. Zweers
Mr. J. (Jim) Zweers is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Artikel

Het OM uit positie? De institutionele positionering van het Openbaar Ministerie ter discussie

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Institutionele positionering, Openbaar Ministerie, Takenpakket, Uitbreiding
Auteurs Prof. mr. J.H. (Jan) Crijns, Mr. dr. S.M.A. (Sjarai) Lestrade, Prof. mr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt in kaart gebracht op welke taakgebieden zich de laatste jaren ontwikkelingen hebben voorgedaan die raken aan de positionering van het OM of in ieder geval aanleiding hebben gegeven die positionering ter discussie te stellen, om vervolgens de vraag op te werpen wat deze ontwikkelingen en discussies zeggen over de (hybride) positionering van het OM en of deze ertoe nopen deze positionering te heroverwegen.


Prof. mr. J.H. (Jan) Crijns
Jan Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht en wetenschappelijk directeur bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden en is tevens redacteur van Boom Strafblad.

Mr. dr. S.M.A. (Sjarai) Lestrade
Sjarai Lestrade is universitair hoofddocent bij de vaksectie Strafrecht & Criminologie aan de Radboud Universiteit.

Prof. mr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk
Jannemieke Ouwerkerk is hoogleraar Europees Strafrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. dr. K.M. (Kelly) Pitcher
Kelly Pitcher is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Rechtsbescherming

Access_open Het nieuwe rechtsstaatmechanisme krijgt groen licht van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden conditionaliteitsregime, rechtsstaat, begroting, financiële belangen van de Unie, rechtszekerheid
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepen van Hongarije en Polen tegen Verordening (EU) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting zijn door het Hof van Justitie ongegrond verklaard. Dit regime, dat de auteur aanduidt als het nieuwe rechtsstaatmechanisme, heeft hij reeds uitvoerig besproken in NtEr 2021/9-10. In deze bijdrage worden de arresten van het Hof van Justitie geanalyseerd. Ingegaan wordt op de overwegingen van het Hof van Justitie over de rechtsbasis van de verordening, over de vraag of de procedure van artikel 7 VEU niet wordt omzeild en of verschillende bepalingen van de verordening de beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid respecteren. Het resultaat van de arresten is dat het rechtsstaatmechanisme nu door de Commissie in werking kan worden gezet. De vraag is in hoeverre een procedure met betrekking tot Hongarije en Polen tot een einde wordt gebracht – zeker in de huidige geopolitieke situatie. Er zijn overigens tekenen dat Polen bereid is maatregelen te nemen om vastgestelde schendingen van de rechtsstaat ongedaan te maken.
    HvJ 16 februari 2022, zaak C-156/21, ECLI:EU:C:2022:97 (Hongarije/Europees Parlement en Raad), HvJ 16 februari 2022, zaak C-157/21, ECLI:EU:C:2022:98 (Polen/Europees Parlement en Raad).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

De betekenis van het compensatiebeginsel voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2022
Trefwoorden decentralisatie, gemeente, bekostiging, medebewind, uitvoeringstoets
Auteurs G.A. van Nijendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet en artikel 108, derde lid, van de Gemeentewet is het compensatiebeginsel vastgelegd. Dit beginsel houdt in dat het Rijk zich rekenschap geeft van de financiële gevolgen van nieuwe of geïntensiveerde taken of activiteiten voor decentrale overheden en deze in beginsel compenseert. Voor de wetgevingsjuristen is het van belang de reikwijdte daarvan te doorgronden. De taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en de middelentoedeling moeten niet alleen in balans zijn, ook moet invulling worden gegeven aan het noodzakelijke onderzoek naar de kosten, het overleg met en de informatievoorziening aan de systeemverantwoordelijke van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


G.A. van Nijendaal
Mr. G.A. (Gerber) van Nijendaal is plaatsvervangend secretaris van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).
Artikel

Open normen in ruimtelijke regels

Is het omgevingsplan een nieuwe fase in een neverending story?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Bestemmingsplan, Crisis- en herstelwet, Omgevingswet, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. J. (Jur) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur bespreekt in dit artikel twee recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak over regels met open normen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het gaat om de uitspraken van 27 oktober 2021 (Maastricht-Belvédère) en van 24 november 2021 (Den Haag-Binckhorst). In het artikel wordt het belang van deze uitspraken voor de huidige bestemmingsplan- en de toekomstige omgevingsplanpraktijk toegelicht. Voor een goed begrip van de uitspraken gaat auteur allereerst kort in op wat open normen zijn. Hij sluit af met enkele aanbevelingen voor de gemeenteraad, indien de raad gebruik maakt van regels met open normen.


Mr. J. (Jur) van der Velde
Mr. J. van der Velde is adviseur omgevingsrecht en buitenpromovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en verricht onderzoek naar open normen in het omgevingsplan.
Notenkraker

Een indringende evenredigheidstoets bij bestuurlijke maatregelen – what’s new?

Notenkraker bij ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285/334/335 (toetsing aan evenredigheidsbeginsel)

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden evenredigheid, toetsing, herstelsanctie, bestuurlijke maatregel
Auteurs Carola de Rond
SamenvattingAuteursinformatie

    In drie uitspraken van 2 februari 2022 gaat de Grote Kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in op de evenredigheidstoetsing bij discretionaire besluiten. Dat wil zeggen de wijze waarop een bestuursrechter deze besluiten toetst aan het evenredigheidsbeginsel als neergelegd in artikel 3:4 lid 2 Awb, en de indringendheid van die toetsing. Uit deze uitspraken volgt dat de evenredigheidstoetsing plaatsvindt aan de hand van een ‘glijdende schaal’, waarbij afhankelijk van de omstandigheden van het geval de intensiteit van de toetsing meer of minder groot zal zijn. De door de staatsraden gesuggereerde, standaard toe te passen driestapstoets wordt niet overgenomen, al volgt tegelijk wel uit de uitspraak dat in de praktijk vaak zal worden getoetst of het bestreden besluit noodzakelijk en/of geschikt is. In ieder geval zal worden beoordeeld of het besluit in kwestie evenwichtig is. In deze notenkraker wordt stilgestaan bij de uitspraken en enkele observaties en vragen die daarmee samenhangen. Ook worden enkele recente ontwikkelingen met betrekking tot de evenredigheidstoetsing besproken. Aan de hand daarvan wordt de (voorlopige) balans opgemaakt ten aanzien van de vraag of de uitspraken tot een andere, indringender toetsing van bestuurlijke maatregelen leiden.


Carola de Rond
Mr. Carola de Rond is advocaat bij Pels Rijcken.
Artikel

Het bewijs van causaal verband in beroepsziektezaken

Waar staan we en waar moeten we (vooral niet) naartoe?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden arbeidsrechtelijke omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid, gezondheidsschade, causaliteit, werkgeversaansprakelijkheid
Auteurs Mr. E. Boonzaaijer en Mr. A.S. Bloo-Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    In het vervolgarrest van een van de ‘7 juni 2013-arresten’ bekrachtigt de Hoge Raad de lijn rond de bewijslevering van causaal verband in beroepsziektezaken. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt en wordt ingegaan op de handreikingen die aan werknemers worden geboden om het causaal verband te bewijzen.


Mr. E. Boonzaaijer
Mr. E. Boonzaaijer is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.

Mr. A.S. Bloo-Kroes
Mr. A.S. Bloo-Kroes is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.
Trending Topics

Bulkbevoegdheden en strafrechtelijk onderzoek

Lessen uit de jurisprudentie van het EHRM voor de normering van grootschalige data-analyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden bulk-hacking, bulkinterceptie van communicatie, grootschalige data-analyse, normering, EHRM
Auteurs Dr. M. Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Bulkbevoegdheden, zoals bulkinterceptie van communicatie en bulk-hacking, worden steeds vaker gebruikt, niet alleen in zaken van nationale veiligheid, maar ook in strafrechtelijke onderzoeken naar zware criminaliteit. De EncroChat-hack is daar een recent voorbeeld van. De vraag die echter nog moet worden beantwoord is: hoe moeten deze bevoegdheden, die tot grootschalige data-analyse in strafrechtelijke onderzoeken leiden, worden genormeerd zodat zij in overeenstemming zijn met artikel 8 EVRM? Twee recente arresten van het EHRM met betrekking tot bulkinterceptie bieden enkele lessen. Zij laten zien dat bulkbevoegdheden moeten worden beschouwd als een proces dat ‘end-to-end-waarborgen’ vereist en een gedetailleerde regulering van alle verwerkingsfasen, te weten de verzameling, de selectie, de analyse en het gebruik (waaronder het delen) van de data.


Dr. M. Galič
Dr. M. Galič is universitair docent Privacy en Straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Brexit

Access_open De Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK: partnerschap of conflictbeheersing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden Brexit, Handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO), Verenigd Koninkrijk, internationale overeenkomst, externe betrekkingen
Auteurs Dr. J.E. Larik en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie (en Euratom) en het Verenigd Koninkrijk is ondertekend op 30 december 2020 en op 1 mei 2021 formeel in werking getreden. Terwijl het Terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk kan worden gezien als de ‘echtscheidingsovereenkomst’, die voornamelijk alle kwesties behandelt die verband houden met een ordelijke uittreding van het Verenigd Koninkrijk, legt de Handels- en samenwerkingsovereenkomst de basis voor een nieuwe relatie tussen de twee partijen. Deze relatie is niet langer gebaseerd op een lidmaatschap dat wordt bepaald door de supranationale rechtsorde van de Europese Unie, maar op een pragmatisch partnerschap op basis van internationaal publiekrecht, of, zoals sommige Britse vertegenwoordigers blijven benadrukken, een relatie tussen ‘soevereine gelijken’.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149/10). Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, en van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens (PbEU 2021, L 149/2).


Dr. J.E. Larik
Dr. J.E. (Joris) Larik is universitair docent vergelijkend, EU- en internationaal recht aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Francisca Mebius
Artikel

Access_open De zaak Wout Van Aert

Ontslag om dringende reden naar Belgisch arbeidsrecht

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2022
Trefwoorden dringende reden, Van Aert, ontslag, gelijkheidsbeginsel, UCI
Auteurs Niels Verborgh en Sven Demeulemeester
SamenvattingAuteursinformatie

    Sporters die prestaties leveren voor een sportploeg op grond van een arbeidsovereenkomst kunnen zich bedienen van de beschikbare arbeidsrechtelijke instrumenten om hun arbeidsovereenkomst te beëindigen. De zaak Van Aert illustreert waarom de Belgische arbeidsrechtelijke figuur van het ontslag om dringende reden niet zonder risico is voor de partij die zich hierop beroept. De arbeidsgerechten controleren immers a posteriori de gegrondheid van de ingeroepen dringende reden en kunnen de partij die zich onterecht beroept op een dringende reden alsnog de betaling van een belangrijke opzeggingsvergoeding opleggen.


Niels Verborgh
Niels Verborgh is advocaat bij Atfield.

Sven Demeulemeester
Sven Demeulemeester is advocaat bij Atfield.
Artikel

Access_open De vordering tot koopprijsvermindering

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2022
Trefwoorden koopprijsvermindering, ontbinding, vernietiging, dwaling
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan het consumentenrecht kent het algemene contractenrecht geen vordering tot koopprijsvermindering als zelfstandige actie. Gedeeltelijke ontbinding en aanpassing van de overeenkomst ex art. 6:230 lid 2 BW kunnen wel tot koopprijsvermindering leiden. Daar waar dwaling en non-conformiteit voor de koper naast elkaar bestaan, kan hij in beginsel vrijelijk tussen voornoemde grondslagen kiezen om een koopprijsvermindering te bewerkstelligen. De auteur betoogt waarom art. 6:230 lid 2 BW in die gevallen de natuurlijke thuishaven zou moeten zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Sociaal beleid

Gelijke beloning voor mannen en vrouwen: geen woorden meer maar daden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden handhaving, toezicht, effectieve rechtsbescherming, transparantie
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden en Drs. R. Hesdahl
SamenvattingAuteursinformatie

    De loonkloof m/v is een hardnekkig probleem ondanks lang bestaande wetgeving. Dat komt onder meer doordat naleving van het recht op gelijke beloning vooral als een individueel probleem is beschouwd van de klaagster. Het richtlijnvoorstel over meer loontransparantie en betere handhaving van gelijkebeloningswetgeving m/v vormt een welkome trendbreuk doordat het niet alleen individuele rechtsbescherming versterkt maar ook toezicht en handhaving. Het voorstel maakt de loonkloof tot een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgevers, sociale partners, gelijke behandelingsorganen, arbeidsinspectie, rechters en een aan te wijzen toezichtsorgaan. Daarmee zet het de lidstaten aan om eindelijk de daad bij het woord te voegen en de loonkloof daadwerkelijk te dichten.
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen, Brussel, 4 maart 2021, COM(2021)93 final.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht, RENFORCE en IOS Gender and Diversity Hub.

Drs. R. Hesdahl
Drs. R. (Rian) Hesdahl, LL.M is onderzoeksassistent aan de Universiteit Utrecht, ­RENFORCE.
Artikel

De duiding van een vordering uit hoofde van de 403-verklaring

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, groepsregime, hoofdelijkheid, 403-maatschappij, concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. D.R.C. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van een 403-verklaring kan een moedermaatschappij aansprakelijk zijn voor bepaalde schulden van haar groepsmaatschappij(en). Deze bijdrage analyseert aan de hand van jurisprudentie en literatuur de verschillende duidingen van de 403-vordering en beoordeelt hoe de 403-vordering naar huidig recht moet worden geduid.


Mr. D.R.C. Smit
Mr. D.R.C. Smit is werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Recent

Dwangsom stok achter de deur bij CCV

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2022
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Een feitelijk voorrangsvraagstuk: over verrekening en het geconsolideerd berekenen van de draagplicht

Bespreking van HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1359 (Beheermaatschappij Storteboom/Ubbens q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, regres, concern, faillissement, verrekeningsrecht
Auteurs Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Beheermaatschappij Storteboom/Ubbens q.q. oordeelt de Hoge Raad over het verrekenen van regres- en omslagschulden van zeven gefailleerde vennootschappen met een vordering op een van hen. De auteur becommentarieert het arrest en gaat in op de verhouding tussen enerzijds het recht op verrekening als feitelijke zekerheid en anderzijds het regresrecht in de zin van art. 6:10 e.v. BW.


Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
Mr. dr. C.H.A. van Oostrum is universitair docent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Voorbij de toeslagaffaire

Nieuwe kansen voor responsieve klachtbehandelaars?

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 1 2022
Auteurs Heinrich Winter
Auteursinformatie

Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is parttime hoogleraar bestuurskunde, faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Rechtsbescherming

Het nieuwe rechtsstaatmechanisme: een panacee voor alle schendingen van EU-recht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden grondrechten, rechtsbescherming, begroting, Conditionaliteitsverordening, rechtsstaat
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste maanden werd de Unie opgeschrikt door wetgeving in Hongarije en Polen die door veel lidstaten werd beschouwd als ernstige schending van de rechtsstaat. Er kwamen reacties dat dergelijke inbreuken op de waarden van de EU niet geaccepteerd konden worden en dat beide landen daarvoor via het nieuwe rechtsstaatmechanisme gekort moesten worden in hun subsidies uit de EU-begroting en met name het herstelinstrument. In deze bijdrage ga ik na wat het rechtsstaatmechanisme precies inhoudt en in hoeverre inbreuken op het EU-recht en met name de waarden die in artikel 2 VEU zijn neergelegd daarmee gesanctioneerd kunnen worden. De auteur komt in de analyse tot de conclusie dat dit niet zo eenvoudig is als sommigen aanvankelijk dachten.
    Verordening (EU) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PbEU 2020, L 433/1).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Toont 1 - 20 van 564 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.