Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 951 artikelen

x
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Teaching Legal Ethics by Non-Ethical Means – With Special Attention to Facts, Roles and Respect Everywhere in the Legal Curriculum

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Trefwoorden legal ethics, informal respect, educational integration, importance of setting examples
Auteurs Hendrik Kaptein
SamenvattingAuteursinformatie

    Legal ethics may be taught indirectly, given resistance to ethics as a separate and presumably merely subjective subject. This may be done by stressing the importance of facts (as the vast majority of legal issues relate to contested facts), of professional role consciousness and of the importance of formal and informal respect for all concerned. This indirect approach is best integrated into the whole of the legal curriculum, in moot practices and legal clinics offering perceptions of the administration of legal justice from receiving ends as well. Basic knowledge of forensic sciences, argumentation and rhetoric may do good here as well. Teachers of law are to set an example in their professional (and general) conduct.


Hendrik Kaptein
Hendrik Kaptein is associate professor of jurisprudence em., Leiden University.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Rechtsbescherming

Een nieuw EU-sanctieregime tegen ernstige schendingen van de mensenrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden EU-sancties, mensenrechten, rechtsbescherming, implementatie
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2020 nam de Europese Unie een Global Human Rights Sanctions Regime aan. Het nieuwe sanctieregime past binnen de ambities van de EU om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde bescherming van mensenrechten. Dit artikel bespreekt de behoefte aan dit regime, zijn reikwijdte, de geboden rechtsbescherming en de implementatie door de lidstaten. De auteurs stellen onder meer dat het juridisch onduidelijk is waarom het nodig was dit regime in te stellen. Ook vragen zij zich af of de politieke besluitvorming die ten grondslag ligt aan het regime, voldoende in staat is om rechtstatelijke waarborgen te garanderen.
    Besluit (GBVB) 2020/1999 en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 (PbEU 2020, LI 410/13).


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. (Cedric) Ryngaert is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht (RENFORCE onderzoeksprogramma).

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het gebruik van DNA in het opsporingsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden criminal investigation, DNA, DNA analysis, crime scene, evidence
Auteurs Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes why forensic DNA research is so interesting for criminal investigation processes, and why DNA does not yet play the role in these processes that could be expected given its unique properties. To this end, the bottlenecks that arise in the forensic investigation process are discussed as well as the opportunities to solve these bottlenecks in the coming years with new technologies and new scientific insights. The article focuses on (1) finding biological traces, (2) determining the relevance and the success rate of these traces, (3) the learning process of criminal investigators, (4) the importance of integrating processes that are currently performed in different places by different professionals, and (5) the promises of rapid mobile DNA technologies in this development.


Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is als bijzonder hoogleraar Criminalistiek verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is zij lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot voor kort was zij tevens werkzaam als senior onderzoeker bij het WODC in Den Haag.
Artikel

Climate Change Litigation: learning from the Urgenda case

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden climate litigation, Urgenda, green criminology, climate justice, climate victims
Auteurs Yanna Hoek, Daan van Uhm en Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate litigation is an understudied phenomenon in criminology. In this article we will discuss the rise of climate change litigation and growing recognition of global environmental harms from a green criminological perspective. More specifically, we will discuss both the legal reasoning and the impact of the Urgenda case in the Netherlands in the context of environmental, ecological and climate justice. We will conclude with how this case contributes for the recognition of diverse climate victims and strengthening of climate justice in the near future.


Yanna Hoek
Yanna Hoek, MA, werkt als ‘verbindend’ strateeg bij projecten die bijdragen aan vernieuwende ideeën en waardeverandering binnen klimaat & vergroening.

Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over groene criminaliteit. D.P.vanUhm@uu.nl

Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit. D.Zaitch@uu.nl
Artikel

Herstelrecht en recidivevermindering

Meningen van Surinaamse ex-gedetineerde jongemannen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Suriname, herstelrecht, jongvolwassenen, ex-gedetineerden
Auteurs Sabine de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the opinion of twenty-four Surinamese ex-convicted young men on restorative justice. The results were obtained through four focus group sessions and a concise survey form. The factors (a) type of offense, (b) seriousness of offense and (c) prevention of recurrence were discussed. The opinions are divided, but the majority is of the opinion that restorative justice can mainly work for serious and violent crimes. Fear of revenge appears to be a barrier to participation. Employment has been indicated as the key to real recovery of the offender and prevention of recidivism (and thus satisfaction for the victim). The results provide insight into the susceptibility to restorative justice among this specific group in Suriname.


Sabine de Vries
Sabine M. de Vries is socioloog en als fulltime onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO), Anton de Kom Universiteit van Suriname.
Artikel

Access_open Thought Experiments in Law

Special Issue on Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, mei 2021
Trefwoorden legal empirical studies, legal methodology, philosophy of law, thought experiments
Auteurs Gabriel Doménech-Pascual
SamenvattingAuteursinformatie

    Thought experiments have been widely used in virtually all sciences and humanities. Law is no exception. We can find countless instances of such experiments in both the legal practice and the legal theory. However, this method has hardly been studied by legal scholars, which contrasts with the vast literature devoted to it in other fields of knowledge. This article analyses the role that some thought experiments – those where an imaginary legal change is made, and its social effects are observed – may play in law. In particular, we show why these empirical legal thought experiments might be useful for the practice and theory of law, the main principles for conducting them and how the law deals with them.


Gabriel Doménech-Pascual
Dr. Gabriel Doménech-Pascual, PhD is full professor of Administrative Law at the University of Valencia, Spain. I thank Bart van Klink, Sofia Ranchordas, Alba Soriano, María José Añón, Pablo de Lora, Diego Papayannis, Arturo Muñoz, Violeta Ruiz, Pedro Herrera, Viviana Ponce de León, Maximiliano Marzetti, and two anonymous referees for their useful and thoughtful comments. All remaining errors are mine.

Dr. Iris Sportel
Iris Sportel is Universitair Docent Rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Discussie

Empirical Legal Studies in het juridisch onderwijs: waar staat Nederland en hoe nu verder?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ELS, empirical legal studies, education, teaching, law school
Auteurs dr. Ekaterina Pannebakker LL.M., Dr. Helen Pluut, Mr. dr. Stijn Voskamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De groeiende aandacht voor Empirical Legal Studies (ELS) in Nederland roept vragen op over het onderwijs in empirisch-juridische vaardigheden in ons land. Er gebeurt al het nodige op dit vlak, maar een nauwkeurige inventarisatie van welke ELS-vakken reeds concreet worden aangeboden in Nederland ontbreekt. Een dergelijk overzicht zou het mogelijk maken dat opleidingen van elkaar leren en kennis en kunde uitwisselen in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. Daarom hebben wij een uitgebreide rondgang gemaakt langs de diverse opleidingen aan rechtenfaculteiten, om in kaart te brengen welke vakken met aandacht voor empirische methoden reeds in het reguliere rechtencurriculum worden aangeboden. In dit artikel rapporteren wij de resultaten van deze landelijke inventarisatie en werpen een blik op de toekomst in het licht van recente discussies en ontwikkelingen die verband houden met ELS in Nederland.


dr. Ekaterina Pannebakker LL.M.
Ekaterina Pannebakker is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich op privaatrechtelijke rechtsvergelijking en harmonisatie, recht en taal, en internationaal contracteren.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Stijn Voskamp
Stijn Voskamp is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich onder andere op het contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht met bijzondere aandacht voor onderwijsrecht.

Mr. dr. Wouter de Zanger
Wouter de Zanger is als universitair docent Strafrecht verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht waar hij onder andere onderzoek verrichtte op het gebied van financieel-economisch strafrecht. Tegenwoordig is hij werkzaam als advocaat bij FvKG Advocaten te Amsterdam.
Article

Access_open Text-mining for Lawyers: How Machine Learning Techniques Can Advance our Understanding of Legal Discourse

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden text mining, machine learning, law, natural language processing
Auteurs Arthur Dyevre
SamenvattingAuteursinformatie

    Many questions facing legal scholars and practitioners can be answered only by analysing and interrogating large collections of legal documents: statutes, treaties, judicial decisions and law review articles. I survey a range of novel techniques in machine learning and natural language processing – including topic modelling, word embeddings and transfer learning – that can be applied to the large-scale investigation of legal texts


Arthur Dyevre
Arthur Dyevre is Professor at the KU Leuven Centre for Empirical Jurisprudence, Leuven, Belgium. arthur.dyevre@kuleuven.be.
Article

Access_open Teaching Technology to (Future) Lawyers

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legal education, law and technology, legal analytics, technology education, technological literacy
Auteurs Mikołaj Barczentewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    The article offers a reflection on how applications of computer technology (including data analytics) are and may be taught to (future) lawyers and what are the benefits and limitations of the different approaches. There is a growing sense among legal professionals and law teachers that the technological changes in the practice of law are likely to promote the kind of knowledge and skills that law graduates often do not possess today. Teaching computer technology can be done in various ways and at various depths, and those different ways and levels have different cost and benefit considerations. The article discusses four models of teaching technology: (1) teaching basic technological literacy, (2) more advanced but general technology teaching, (3) teaching computer programming and quantitative methods and (4) teaching a particular aspect of technology – other than programming (e.g. cybersecurity). I suggest that there are strong reasons for all current and future lawyers to acquire proficiency in effective uses of office and legal research software and standard means of online communication and basic cybersecurity. This can be combined with teaching of numerical and informational literacy. I also claim that advanced technology topics, like computer programming, should be taught only to the extent that this is justified by the direct need for such skills and knowledge in students’ future careers, which I predict to be true for only a minority of current lawyers and law students.


Mikołaj Barczentewicz
Mikołaj Barczentewicz is the Research Director, Surrey Law and Technology Hub, as well as Senior Lecturer (Associate Professor) in Law, University of Surrey School of Law. He is also a Research Associate of the University of Oxford Centre for Technology and Global Affairs.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het digitale strafproces: een procedural justice-perspectief

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Videorechtspraak, Procedural justice, Eerlijk proces, Participatie, Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Mr. dr. C. (Christina) Peristeridou, Dr. A. (Anna) Pivaty en Dr. D.L.F. (Dorris) de Vocht
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de coronacrisis heeft het gebruik van technologie in de rechtszaal een enorme vlucht genomen. In deze bijdrage wordt gereflecteerd op de vraag of – en zo ja, in hoeverre – videorechtspraak bepaalde fundamentele, rechtstatelijke beginselen van ons strafproces raakt. Hiertoe worden de (potentiële) effecten van remote justice besproken in het licht van het brede (niet strikt juridische) procedural justice perspectief waarbij de nadruk wordt gelegd op de deelaspecten participatie en zorgvuldigheid van besluitvorming.


Mr. dr. C. (Christina) Peristeridou
Christina Peristeridon is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht.

Dr. A. (Anna) Pivaty
Anna Pivaty is universitair docent straf(proces)recht en onderzoeker Conflictoplossende Instituties aan de Radboud Universiteit.

Dr. D.L.F. (Dorris) de Vocht
Dorris de Vocht is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht en tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.
Artikel

AI-risicotaxatie: nieuwe kansen en risico’s voor statistische voorspellingen van recidive

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Artificiële intelligentie, Risicotaxatie, Kunstmatige intelligentie, recidiverisico, voorspellingen
Auteurs G.M. (Max) de Vries, Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma, Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt inzicht geboden in nieuwe instrumenten die een risicotaxatie mogelijk maken met behulp van artificiële intelligentie. In het bijzonder wordt ook ingegaan op de talrijke fundamentele vragen die met het gebruik ervan gepaard gaan. Tevens gaan de auteurs na in welke mate AI-risicotaxatie accurater is – of kan zijn – dan de bestaande methoden van risicotaxatie.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (WPI) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, werkzaam bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. F.J. (Floris) Bex
Floris Bex is bijzonder hoogleraar data science en rechtspraak aan het Department of Law, Technology, Markets and Society, Tilburg University, wetenschappelijk directeur van het Nationaal Politielab AI bij het Innovation Centre for AI (ICAI) en universitair docent AI bij het departement Informatica, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. G. (Gerben) Meynen
Gerben Meynen is als hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan het WPI en UCALL, Universiteit Utrecht en tevens bijzonder hoogleraar ethiek en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Criminological research has emphasized the importance of procedural justice of authorities during encounters with citizens. Theory and prior research propose that the procedurally just treatment by the police influences, possibly via legitimacy, citizens’ willingness to cooperate with authorities in the criminal justice chain. This article tests the hypotheses of procedural justice theory using Dutch data of the European Social Survey (N=1,616). The results show an association between the procedurally just treatment of citizens by the police and cooperation with criminal justice authorities. However, this association has not been explained by the legitimacy of the police.


Matthias van Hall
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Mensenhandel en mensensmokkel op Curaçao: een crime-scriptanalyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden exploitation, crime scripting, situational crime prevention, Caribbean, Latin America
Auteurs Zahyanne Luisa
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains the results of a crime script analysis regarding the processes of human trafficking and human smuggling in Curaçao. The crime script analysis was conducted using data from five criminal investigations of human trafficking and seven criminal investigations of human smuggling. The results show that human trafficking in Curaçao consists of labor exploitation and sexual exploitation in bars, cafes and clubs. Young women are recruited from Colombia, Venezuela and the Dominican Republic to work as waitresses, trago girls and/or prostitutes. Once they arrive on the island, the women are dependent on the perpetrators and are subjected to exploitation In this research, two types of human smuggling have been witnessed. The first type consists of Venezuelan smugglers who transport fellow Venezuelan nationals to Curaçao by boat in exchange for payment. The second type of smugglers are Curaçao locals who rent out rooms to Venezuelans that reside on the island illegally.


Zahyanne Luisa
Z.C.R. Luisa MSc, LLM is momenteel werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

    In 2014, the ECJ was presented with a preliminary reference from the District Court in Kolding on the matter of whether EU law provides protection against discrimination on grounds of obesity with regard to employment and occupation. Following the ECJ’s ruling, first the District Court and later the High Court found that an employee’s obesity as such did not constitute a disability within the meaning of Directive 2000/78/EC establishing a general framework for equal treatment in employment and occupation since his obesity had not constituted a limitation or inconvenience in the performance of his job.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding.

    The Vaslui Tribunal has recently annulled an individual dismissal decision issued during the state of alert in Romania due to formalities which had not been observed by the employer. While the judge invested with determining the matter limited their analysis to the elements contained in the individual dismissal decision, the judicial assistant ascertained, within a competing opinion, that the dismissal decision should have been annulled for other reasons, namely for the fact that, in reality, the employer had implemented a collective redundancy process without observing the procedure and employees’ rights in the event of such dismissal. Relying on the provisions of Directive 98/59/EC of 20 July 1998 on the approximation of the laws of the Member States relating to collective redundancies, the judicial assistant has made an exhaustive analysis of the conditions required for the existence of a collective dismissal.
    While the competing opinion does not have the same effect as a court ruling, it is part of the judicial procedure and, from this perspective, the independence and impartiality of all the members of the court and their obedience solely to the law is maintained.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is Managing Partner of Suciu I The Employment Law Firm.

Andreea Serban
Andreea Serban is an attorney-at-law at Suciu I The Employment Law Firm.
Toont 1 - 20 van 951 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 47 48
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.