Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Onderzoeksnotities

25 jaar moord in Nederland

Een trendanalyse van geslacht en leeftijd van slachtoffers van moord

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden homicide, victimization rates;, the Netherlands;, Dutch Homicide Monitor;, demographics
Auteurs Dr. Pauline Aarten, Hanneke Schönberger MSc en Dr. Marieke Liem
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes the trend in victimization of homicide in the Netherlands in the period 1992-2016. Using data from the Dutch Homicide Monitor, the findings show that the homicide rate has been falling since the 1990s. This decrease is the greatest among male and female victims between the ages 20 and 39. This findings emphasize the importance of shifting the discussion about the general homicide drop to an in-depth analysis of gender and age of victims of homicide.


Dr. Pauline Aarten
Dr. P.G.M. Aarten is universitair docent bij het Institute of Security and Global Affairs aan de Universiteit Leiden.

Hanneke Schönberger MSc
H.J.M. Schönberger MSc was onderwijs-/onderzoeksmedewerker bij het Institute of Security and Global Affairs aan de Universiteit Leiden.

Dr. Marieke Liem
Dr. M.C.A. Liem is universitair hoofddocent bij het Institute of Security and Global Affairs aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Het boeddhisme en de ideale staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aziatisch leiderschap, Koningschap, ideale staat in Azië
Auteurs Prof. dr. Paul van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Buddhism has very specific ideas about an idealized form of government in Asia. These ideas may be ancient but they very often play a part in the background of politics up to modernity. Even within republics where religious monarchy has long since disappeared, a certain supernatural foundation on the basis of which a government functions may still be present. Opposition to a government can often imply resistance to a world order that is actually of supranatural origin. This article focuses on historical dimensions of this phenomenon (the position of the Buddha, the origin of the monarchy and Emperor Ashoka), but also on modern forms (Sri Lanka, Thailand and Myanmar). Concerning Myanmar, the recent developments around the Rohingyas are placed in a cultural perspective.


Prof. dr. Paul van der Velde
Prof. dr. P.J.C.L. van der Velde is hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn belangrijkste onderzoeksterrein is het boeddhisme in de moderniteit en de transformaties die deze religie mondiaal doormaakt. Recente publicaties zijn onder meer: De oude Boeddha in een nieuwe wereld. Verkenningen in de Westerse Dharma. (2015); Sundarikatha, het verhaal van Sundari, schoonzus van de Boeddha. Sundarikatha, the story of Sundari, sister in law of the Buddha. A poem in Sanskrit (2016). Met Thomas Quartier osb schreef hij Zinzoekers. Dialogen over religie tussen oost en west (2018). p.vandervelde@ftr.ru.nl

Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor of ADR and comparative law at Erasmus University Law School in Rotterdam, editor-in-chief of TMD, and vice chair of the exams committee of the Mediators Federation of the Netherlands MFN. She has published extensively on mediation and has inter alia been a Rapporteur three times for the European Commission on the use of mediation in employment disputes.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is senior research fellow at Erasmus University and has published frequently on the relationship between public and private justice. He has been involved in research commissioned by the Worldbank, the Netherlands Council for the Judiciary, and various Dutch Ministries including the MoJ funded national project on court-connected mediation.
Artikel

Bouwen in een circulaire stad

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden circulair, circulaire economie, hergebruik
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of het huidige en toekomstige omgevingsrechtelijk instrumentarium voldoende mogelijkheden en/of stimulansen biedt om volledig circulaire steden mogelijk te maken. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde. Eerst wordt ingegaan op de eisen die aan de circulariteit van bouwwerken kunnen worden gesteld in de ontwerpfase. Besproken wordt in hoeverre de ambities van gemeentelijke ‘koplopers’ kunnen worden vormgegeven door strenge(re) eisen te stellen aan het materiaalgebruik bij nieuwbouw. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre circulariteit bij bestaande bouw kan worden bereikt. Daarbij gaat het zowel om het planologisch instrumentarium om leegstand tegen te gaan, als om de eisen die kunnen worden gesteld aan verantwoord materiaalgebruik bij renovatie. Daarna komen de mogelijkheden in de sloopfase van een bouwwerk aan de orde: in hoeverre kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de scheiding van waardevol bouw- en sloopmateriaal?


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
Mr. dr. M.N. Boeve is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Discussie

Duurzaamheidseisen in de bestaande bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestaande bouw, Bouwbesluit, Woningwet, convenanten
Auteurs Mr. G. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande bouwsector kent een aanzienlijk besparingspotentieel. Reden genoeg dus om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Anders dan in de nieuwbouwsector, heerst in de bestaande bouw evenwel de opvatting dat het ontbreekt aan kansen en verplichtingen om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Veel gehoorde bezwaren zijn dat duurzaamheidseisen bij bestaande bouw (vaak) niet afdwingbaar zijn en aanwezige (financiële) instrumenten onvoldoende prikkels bieden. Mogelijkheden om bestaande bouw (verder) te verduurzamen zijn niettemin wel degelijk aanwezig. Een voorbeeld hiervan is de aanschrijvingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 Woningwet. Toch schiet de huidige wet- en regelgeving naar de mening van de auteur op dit moment tekort. Wijziging, c.q. uitbreiding van het huidige juridische instrumentarium verdient daarom aanbeveling. Daarnaast zou (nog) meer de nadruk op het nut en de noodzaak van de toepassing van convenanten kunnen worden gelegd.


Mr. G. Aarts
Mr. G. (Godelieve) Aarts is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

De wens, de vader en de gedachte

Enkele bestuursrechtelijke instrumenten beoordeeld op mogelijkheden voor duurzaam ruimtegebruik

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestemmingsplan, bouwvergunning, exploitatieplan, exploitatieovereenkomst
Auteurs Mr. G. Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het optimaliseren van de mogelijkheden die er zijn binnen het stellen van regels ziet naar mijn oordeel met name op de duidelijke afwegingen die op politiek niveau moeten worden gemaakt omtrent de basisvragen op welke locaties in het betreffende grondgebied aan welke vormen van duurzaamheid de voorrang wordt gegeven, dan wel in welke balans meerdere vormen van duurzaamheid in die betreffende gebieden kan worden gevonden. Dit vanuit de erkenning en het uitgangspunt dat ‘een goede ruimtelijke ordening’ (primair) een duurzame ruimtelijke ordening is. Ruimte voor duurzame energie en maximale flexibiliteit zijn vervolgens leidend.Door goed te omschrijven en op te schrijven waar welke ontwikkelingen wél kunnen en mogen plaatsvinden en daarvoor in de regels en op de kaarten de kaders te scheppen, door aan te geven wat op welke locaties niet mag, door in de concretisering (bouwvergunning) aan te kunnen sluiten bij een ‘duurzaam Bouwbesluit’ en door daarnaast het grondexploitatie-instrumentarium maximaal in te zetten en minder te werken vanuit het uitgangspunt van toelatingsplanologie is naar mijn oordeel verregaande sturing mogelijk in het ontwikkelen en behouden van de gewenste duurzaamheid.


Mr. G. Bosma
Mr. G. (Gerben) Bosma is advocaat-partner bij Bosselaar & Strengers Advocaten te Utrecht en gespecialiseerd in het bouwrecht en het (ruimtelijk) bestuursrecht.
Diversen

VMR-, VBR- en VBR-A-studiemiddag op 22 september 2010

‘Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaam, verslag, ruimtegebruik, bouw, wonen
Auteurs Mr. C. Pasteuning en Mr. R.G.M. van Ekdom
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een verslag van de studiemiddag van de Vereniging voor Milieurecht en de Vereniging voor Bouwrecht/Bouwrecht-Advocaten met als thema ‘Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen’. Deze middag vond plaats op 22 september 2010. Drie sprekers bespraken de elf bijdragen, die weer onderverdeeld waren in bestaande bouw/situaties, nieuwbouw en duurzame ruimte. Daarna kwamen twee referenten aan bod, die hierop konden reageren. De middag werd afgesloten met een discussie. Vele bestaande, potentiële en creatieve (juridische) instrumenten zijn aan de orde gekomen.


Mr. C. Pasteuning
Mr. C. (Charlotte) Pasteuning is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.

Mr. R.G.M. van Ekdom
Mr. R.G.M. (Renske) van Ekdom is Senior Legal Counsel bij N.V. Nuon Energy en voorzitter van de Werkgroep Duurzame Energie van de Vereniging voor Milieurecht.
Discussie

Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, ruimtegebruik, energiebesparing, ECP-grenswaarde
Auteurs Mr. N.S.J. Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de uitgebrachte preadviezen over duurzaam bouwen en duurzaam ruimtegebruik. In dat kader worden tevens voorstellen gedaan om de bestaande gebouwenvoorraad energiezuiniger en daarmee duurzamer te maken. In verband met de economische recessie wordt ook aandacht besteed aan de financiële haalbaarheid van mogelijke oplossingen. De Wro biedt nu al goede mogelijkheden om tot duurzaam ruimtegebruik te komen. Belangrijk in dat verband is de mogelijkheid om in bestemmingsplannen voorwaardelijke verplichtingen op te nemen. Daardoor kan zeker worden gesteld dat beoogde duurzaamheidsvoorzieningen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. In de algemene regels van de provincie of het Rijk die in de nieuwe Wro mogelijk zijn, kunnen gemeenten worden verplicht dergelijke verplichtingen in een bestemmingsplan op te nemen.


Mr. N.S.J. Koeman
Mr. N.S.J. (Niels) Koeman is lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Discussie

Duurzaamheidseisen bij (projectontwikkel)overeenkomsten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden artikel 122 Woningwet, EPC, excellente gebieden, Crisis- en herstelwet, exploitatieplan
Auteurs Mr. M.Y.C.L. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 122 Woningwet blijkt voor gemeenten een belangrijke belemmering te vormen voor het stellen van privaatrechtelijke duurzaamheidseisen aan nieuwbouw. Dit wetsartikel staat eraan in de weg dat een gemeente bij het aangaan van een privaatrechtelijke overeenkomst afspraken maakt over de energiezuinigheid, zoals de EPC, nu over dit onderwerp al publiekrechtelijke normen zijn neergelegd in het Bouwbesluit. De Woningwet en de Crisis- en herstelwet kennen weliswaar mogelijkheden om voor bepaalde projecten af te wijken van deze publiekrechtelijke normen, maar alleen in experimentele en bijzondere gevallen. Voor meer reguliere nieuwbouwprojecten kunnen derhalve geen privaatrechtelijke afspraken worden gemaakt over de energiezuinigheid ervan. Voorgesteld wordt om artikel 122 Woningwet buiten toepassing te verklaren voor de hoofdstukken 5 en 6 van het Bouwbesluit (de hoofdstukken over energiezuinigheid en milieu), zodat voor gemeenten en marktpartijen ruimte ontstaat om over de mate van duurzaamheid te onderhandelen en afspraken te maken, ook over de kosten en opbrengsten daarvan, in (anterieure of posterieure) overeenkomsten. De publiekrechtelijke pendant hiervan zou zijn dat het mogelijk wordt om in een exploitatieplan duurzaamheidseisen voor bebouwing vast te leggen die afwijken van de hoofdstukken 5 en 6 van het Bouwbesluit.


Mr. M.Y.C.L. de Wit
Mr. M.Y.C.L. (Maaike) de Wit is advocaat-partner bij nichekantoor Straatman Koster Advocaten en gespecialiseerd in projectontwikkeling en (ruimtelijk) bestuursrecht.

    How to understand the disintegration of the Dutch Caribbean? The Kingdom of the Netherlands comprising three countries - the Netherlands, the Netherlands Antilles, and Aruba - will be reordered. The Netherlands Antilles will cease to exist as a separate country. Curaçao and Sint Maarten will acquire country status within the Kingdom of the Netherlands, just as Aruba did in 1986, though theirs will be of a different status and with less autonomy. The islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba, the so-called BES islands, will be integrated into the Netherlands as public authorities (openbare lichamen); as such the BES islands will be administered by the Netherlands while retaining local government functions (just as municipalities in the Netherlands).
    This article outlines the history behind these changes and the factors that are at play. However improbable the Dutch Caribbean hypothesis, the Kingdom facilitates a connection of these islands with the international world. Against all odds and populist opponents, the Dutch Caribbean is a challenge to square the circle, a complex pact, impossible to balance, which will never come to a definitive conclusion.


L. de Jong
Dr. Lammert de Jong is bestuurskundige en was tussen 1984 en 1998 geruime tijd Vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen. Hij werkt deze dagen aan een boek Being Dutch, more or less. True Dutch is not the issue, so what is? Oplevering jaarwisseling 2009/2010.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.