Zoekresultaat: 135 artikelen

x
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Bescherming van derdelandmigranten tegen arbeidsuitbuiting in de EU

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Migratie, Derdelanders, Arbeidsuitbuiting
Auteurs Mr. drs. Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsmigratie is in de EU een belangrijk en actueel onderwerp. Enerzijds, omdat steeds meer landen in de EU te kennen geven dat ze voor het op peil houden van het arbeidspotentieel hun toevlucht moeten nemen tot het aantrekken van arbeidsmigranten van buiten de EU. Anderzijds blijkt dat er regelmatig sprake is van uitbuiting van deze arbeidsmigranten. In EU-wetgeving in het algemeen en de regulering van migratie van onderdanen van derde landen (derdelanders) naar de EU in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de kwetsbare positie van derdelanders en een eerlijke behandeling. Het doel van migratiewetgeving is echter met name ook het beheersen van migratie, het bestrijden van illegale migratie en het stimuleren van economische ontwikkeling. Deze verschillende doelen kunnen met elkaar botsen. In dit artikel wordt onderzocht wat de invloed is van de EU-migratiewetgeving op de uitbuiting van arbeidsmigranten.


Mr. drs. Gerrie Lodder
Mr. drs. G.G. Lodder is werkzaam als onderzoeker en docent bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Annotatie

One train! (but different working conditions)

CJEU 19 December 2019, C-16/18, ECLI:EU:C:2019:1110 (Michael Dobersberger v Magistrat der Stadt Wien)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Posting of workers, International train, Transport sector, Subcontracting, Short-term posting
Auteurs Marco Rocca
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dobersberger decision of the Court of Justice of the European Union deals with the legal situation of posted workers on an international train. These workers, employed by a Hungarian company and based in Hungary, operate on a train connecting Budapest with Salzburg and Munich. The Court concludes against their inclusion under the Posting of Workers Directive, considering their connection to the Austrian territory as too limited. This decision is based on a selective representation of the facts and sits difficultly with the letter of the law and the intention of the legislator.


Marco Rocca
Dr. M. Rocca is werkzaam als CNRS Researcher aan de University of Strasbourg, UMR 7354 DRES, France, https://marcorocca.wordpress.com, mrocca@unistra.fr.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Twintig jaar groei van herstelrechtelijke programma’s

Reflecties op basis van de tweede editie van het UNODC Handboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden UNODC handbook, Restorative Justice programmes, Basic Principles, cases of serious crime, community
Auteurs Jee Aei Lee en Yvon Dandurand
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors take stock of the many diverse restorative justice programs that have been implemented in many countries, worldwide, over the past twenty years, and that have involved a number of problems. They also discuss a number of new developments and areas of concern, including victim participation, the relationship with common law, cases of serious crime and the role of the community. The authors hope the new UNODC Handbook on Restorative Justice Programmes to be as successful as the previous edition in promoting new ways to apply restorative justice principles in criminal matters and helping practitioners benefit from each other’s experience.


Jee Aei Lee
Jee Aei Lee is Crime Prevention and Criminal Justice Officer, Justice Section, United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), Vienna, Austria.

Yvon Dandurand
Yvon Dandurand is Professor Emeritus, Criminology, University of the Fraser Valley, and Fellow and Senior Associate at the International Centre for Criminal Law Reform, Vancouver, Canada.
Artikel

Macht(eloos)

Normalisering van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de (top)sport

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden sexually transgressive behavior, normalization, topsport culture, grooming, coach
Auteurs Dr. mr. Anton van Wijk en Prof. mr. Marjan Olfers
SamenvattingAuteursinformatie

    Sexually transgressive behavior occurs in all sections of society, including sports. That includes behavior from making sexual comments to rape. A risk factor is the culture that can prevail in sports, also known as a disruptive culture. There is normalization of deviant behavior. The top sport culture is particularly vulnerable to unacceptable behavior. In this article we will consider the phenomenon of grooming by the coach – the conscious and movement that induce the minor to engage in sexual contact. Within top sport, the opportunity for (sexually) transgressive behavior will be the determining factor. While grooming in recreational or recreational sport is often by isolating (vulnerable) children from the group, grooming can occur in top sport because of the intensity of the relationship, which is in any case of a more closed nature and can be strengthened by the strong performance-oriented top sport culture. In both cases, an alert, open environment is necessary to create a safe sports climate.


Dr. mr. Anton van Wijk
Dr. mr. Anton van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke en Verinorm.

Prof. mr. Marjan Olfers
Prof. mr. Marjan Olfers is hoogleraar sport en recht aan de VU, tevens directeur van Verinorm.
Artikel

Woekeren met andermans talent

Over de handel en wandel en het zelfbeeld van spelersagenten

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden football agents, fraud, money laundering, regulation, self-image
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    The focus of this article is on the role that football agents play in the world of professional football. Their role has also been associated with criminal activities such as money laundering, tax evasion, corruption and the exploitation of under-age players. The article pays attention to recent developments in the world of football and the shady business practices in relation to the transfer of football players. Moreover, the article addresses the self-image of football agents and raises the question whether they should take more responsibility themselves in containing fraud and money laundering in the world of football.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht en redacteur voor Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit.
Artikel

Is datagedreven risicogebaseerd toezicht op termijn effectief?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden data, risicogebaseerd toezicht,, sciencedatagedreven toezicht, agentgebaseerd modelleren, inspecteurs
Auteurs Haiko van der Voort, Ivo Sedee, Tom Booijink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke effecten kunnen we op termijn verwachten als inspecteurs op basis van data risicogebaseerd gaan werken? We hebben een agentgebaseerd model ontwikkeld waarmee we verschillende scenario’s kunnen testen. Het model bevestigt het potentieel van datagedreven toezicht op de effectiviteit voor inspecties. Maar het waarschuwt ook voor bias, omdat met datagedreven toezicht alleen data van risicovolle bedrijven worden verkregen. Een beperkt aantal willekeurige inspecties kan de datakwaliteit al fors doen toenemen. Daarmee waarschuwen we voor te veel optimisme over de efficiëntie van datagedreven risicogebaseerd toezicht. Bovendien reiken we een model aan waarmee een optimum tussen datagedreven en willekeurige inspecties te bepalen is.


Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Ivo Sedee
I.R. Sedee Msc is junior adviseur bij Antea Group.

Tom Booijink
Ir. T.J.P. Booijink is coördinator van het data science cluster bij de NVWA.

Elske van der Vaart
Dr. E.E. van der Vaart is data scientist bij de NVWA.
Artikel

Gender en geweld

Over hoe Nederland laveert tussen genderneutraliteit en internationale aandacht voor geweld tegen vrouwen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden gender, violence, GREVIO, Istanbul Convention
Auteurs Dr. mr. Wendy Guns en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationally the term ‘violence against women’ has been coined. In the Netherlands is referred to ‘violence in relations of dependency’. GREVIO has critiqued Dutch government for their ‘gender neutral’ approach towards intimate violence, amongst other things by using the term ‘violence in relations of dependency’ instead of ‘violence against women’. This contribution offers a critical analysis of GREVIO’s point of view regarding Dutch policies on domestic violence.


Dr. mr. Wendy Guns
Dr. mr. Wendy Guns is universitair docent Internationaal recht aan de Open Universiteit.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is als lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties verbonden aan Avans Hogeschool, als hoofd onderzoek aan het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie en als bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.
Artikel

Straftoemeting in zaken betreffende seksuele uitbuiting van minderjarigen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden human trafficking, child victims, sentencing, Defence for Children
Auteurs Mr. Eva Huls en Drs. Frits Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a summary of the recently published study of Defence for Children - ECPAT: Sentencing of Sexual Exploitation of Minors: an analysis. The aim of the research was to provide insight into the penalties imposed in 2015-2019 in cases involving the sexual exploitation (human trafficking) of child victims. Another aim was to gain a better understanding of how the sentence was determined. A total of 145 convictions were analysed. This article first describes (the reason for) the research. Subsequently, the crime of human trafficking is briefly discussed. The findings of the analysis are then presented in a summarized version. Finally, the conclusion and recommendations follow.


Mr. Eva Huls
Mr. Eva Huls is advocaat-in-dienstbetrekking bij Defence for Children.

Drs. Frits Huls
Drs. Frits Huls is rechtssocioloog.
Article

Access_open Basel IV Postponed: A Chance to Regulate Shadow Banking?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Basel Accords, EU Law, shadow banking, financial stability, prudential regulation
Auteurs Katarzyna Parchimowicz en Ross Spence
SamenvattingAuteursinformatie

    In the aftermath of the 2007 global financial crisis, regulators have agreed a substantial tightening of prudential regulation for banks operating in the traditional banking sector (TBS). The TBS is stringently regulated under the Basel Accords to moderate financial stability and to minimise risk to government and taxpayers. While prudential regulation is important from a financial stability perspective, the flipside is that the Basel Accords only apply to the TBS, they do not regulate the shadow banking sector (SBS). While it is not disputed that the SBS provides numerous benefits given the net credit growth of the economy since the global financial crisis has come from the SBS rather than traditional banking channels, the SBS also poses many risks. Therefore, the fact that the SBS is not subject to prudential regulation is a cause of serious systemic concern. The introduction of Basel IV, which compliments Basel III, seeks to complete the Basel framework on prudential banking regulation. On the example of this set of standards and its potential negative consequences for the TBS, this paper aims to visualise the incentives for TBS institutions to move some of their activities into the SBS, and thus stress the need for more comprehensive regulation of the SBS. Current coronavirus crisis forced Basel Committee to postpone implementation of the Basel IV rules – this could be perceived as a chance to complete the financial regulatory framework and address the SBS as well.


Katarzyna Parchimowicz
Katarzyna Parchimowicz, LLM. Finance (Frankfurt), is PhD candidate at the University of Wrocław, Poland, and Young Researcher at the European Banking Institute, Frankfurt, Germany.

Ross Spence
Ross Spence, EURO-CEFG, is PhD Fellow at Leiden University Law School, and Young Researcher at the European Banking Institute and Research Associate at the Amsterdam Centre for Law and Economics.
Artikel

Defaunatie en de coronapandemie

Overexploitatie bezien vanuit een groen criminologisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden defaunation, corona, wildlife trade, excess, ecological interaction
Auteurs Dr. Daan van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The overexploitation of nature has led to anthropogenic defaunation, which results in complex socioeconomic, political and ecological consequences. Influenced by the economic growth of modernization and the interconnectedness of globalization, zoonotic diseases emerge as incalculable side effects of defaunation. By rejecting anthropocentric worldviews, this article critically examines anthropogenic defaunation and the causes and consequences of the coronavirus pandemic from a green criminological perspective.


Dr. Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Safeguarding the Dynamic Legal Position of Children: A Matter of Age Limits?

Reflections on the Fundamental Principles and Practical Application of Age Limits in Light of International Children’s Rights Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age limits, dynamic legal position, children’s rights, maturity, evolving capacities
Auteurs Stephanie Rap, Eva Schmidt en Ton Liefaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article a critical reflection upon age limits applied in the law is provided, in light of the tension that exists in international children’s rights law between the protection of children and the recognition of their evolving autonomy. The main research question that will be addressed is to what extent the use of (certain) age limits is justified under international children’s rights law. The complexity of applying open norms and theoretically underdeveloped concepts as laid down in the UN Convention on the Rights of the Child, related to the development and evolving capacities of children as rights holders, will be demonstrated. The UN Committee on the Rights of the Child struggles to provide comprehensive guidance to states regarding the manner in which the dynamic legal position of children should be applied in practice. The inconsistent application of age limits that govern the involvement of children in judicial procedures provides states leeway in granting children autonomy, potentially leading to the establishment of age limits based on inappropriate – practically, politically or ideologically motivated – grounds.


Stephanie Rap
Stephanie Rap is assistant professor in children’s rights at the Department of Child Law, Leiden Law School, the Netherlands.

Eva Schmidt
Eva Schmidt is PhD candidate at the Department of Child Law, Leiden Law School, the Netherlands.

Ton Liefaard
Ton Liefaard is Vice-Dean of Leiden Law School and holds the UNICEF Chair in Children’s Rights at Leiden University, Leiden Law School, the Netherlands.
Artikel

Territoriale leveringsbeperkingen tussen de Benelux-landen: werkt de interne markt voor iedereen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden territoriale leveringsbeperkingen, prijsverschillen, territorial supply constraints, detailprijzen, economische afhankelijkheid
Auteurs Christian Huveneers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het uitgangspunt van deze bijdrage is de vaststelling van prijsverschillen tussen lidstaten van de Europese Unie, in het bijzonder de vaststelling van hogere detailprijzen in België dan in naburige landen. Het artikel hanteert het begrip ‘territoriale leveringsbeperkingen’ (territorial supply constraints) als één van de belangrijkste oorzaken van die prijsverschillen en hoe deze in mededingingszaken worden behandeld. Ook biedt de bijdrage een overzicht van de empirische economische literatuur over andere mogelijke economische oorzaken van prijsverschillen. Ten slotte worden andere juridische instrumenten (dan het mededingingsrecht in enge zin) ter beschikking van mededingingsautoriteiten en rechtbanken gehanteerd, in het bijzonder het begrip ‘economische afhankelijkheid’


Christian Huveneers
Dr. C. Huveneers is werkzaam als associate bij Oxera Brussel en assessor bij de Belgische Mededingingsautoriteit. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Ecocide als internationaal misdrijf? Perspectieven op vervolging en berechting in Nederland

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ecocide, Milieustrafrecht, Internationale misdrijven, Internationaal strafhof
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter en Mr. B. (Barbara) van Straaten
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd leeft de wens ernstige milieumisdrijven (ecocide) onderdeel te laten uitmaken van het internationaal strafrecht, in het bijzonder de misdrijven waarover het Internationaal Strafhof rechtsmacht heeft. Het is op dit moment niet te voorspellen of en op welke wijze ecocide ooit volwaardig onderdeel gaat uitmaken van het positieve internationale strafrecht. Deze bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre het actuele internationale strafrecht aanknopingspunten biedt voor vervolging van ecocide en op welke wijze Nederland in de nationale opsporings- en vervolgingspraktijk hiermee rekening zou moeten houden.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Göran Sluiter is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit.

Mr. B. (Barbara) van Straaten
Barbara van Straaten is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam.
Artikel

Een beïnvloede schenker?

A-G 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:165

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 14 2020
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Toont 1 - 20 van 135 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.