Zoekresultaat: 83 artikelen

x
Artikel

Advisering door het EHRM in civiele zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden 16e Protocol, EHRM, Hoge Raad, advies, prejudiciële vragen
Auteurs Johan Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 juni 2019 kan de Hoge Raad het EHRM in concrete zaken vragen om een (prejudicieel) advies uit te brengen. Wat betekent dit voor civiele zaken? Dit artikel biedt een overzicht. Aan de orde komen onder meer het adviesverzoek door de Hoge Raad, de procedure bij het EHRM en de procedure na advisering door het EHRM.


Johan Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Een buitengerechtelijke procedure voor zuivere bestuursgeschillen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden procesrecht, bestuursgeschil, rechtsbescherming
Auteurs Prof. mr. K.J. (Kars) de Graaf, Prof. mr. dr. A.T. (Bert) Marseille en Mr. M. (Marc) Wever
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen de auteurs verslag van een onderzoek naar bestuursgeschillen die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitgevoerd.


Prof. mr. K.J. (Kars) de Graaf
Prof. mr. K.J. de Graaf,

Prof. mr. dr. A.T. (Bert) Marseille
prof. mr. dr. A.T. Marseille en

Mr. M. (Marc) Wever
mr. M. Wever zijn werkzaam bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Gemoderniseerde voordeelsontneming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Voordeelsontneming, Ontnemingsmaatregel, Ontnemingsprocedure, Misdaadgeld, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal ook het proces ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanpassen. Deze wetgevingsoperatie zal de ontnemingsmaatregel grotendeels ontdoen van zijn bijzondere karakter. Zo komt het strafrechtelijk financieel onderzoek te vervallen en wordt voorgesteld de oplegging van de ontnemingsmaatregel als hoofdregel in het reguliere strafproces te laten plaatsvinden. Deze bijdrage brengt in kaart welke wijzigingen worden voorgesteld en hoe die moeten worden beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de moderniseringsplannen kunnen worden onderschreven, maar wel nader dienen te worden doordacht.


Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Opinie

Cassatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden cassatieprocedure, rechtstreeks cassatieberoep, cassatiegronden, prejudiciële vragen, facultatieve OM-conclusie
Auteurs Mr. A.J.A. van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de cassatieprocedure en over enkele wenselijke wijzigingen die niet zijn voorgesteld. Eerst komt aan de orde (de onwenselijkheid van) het rechtstreeks cassatieberoep: de Hoge Raad niet als derde maar als tweede instantie, dus zonder tussenkomst van een appelrechter. In dat verband zal aandacht worden besteed aan de ingewikkelde cassatiedrempel in zaken betreffende overtredingen alsook aan het cassatieberoep in beklagzaken. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het karakter van de cassatieprocedure; stilgestaan wordt bij (voorstellen die lijken te schuren met) het schriftelijke karakter van het cassatiegeding alsook bij de mogelijkheid tot tegenspraak. Daarna komt de regeling van de herstelbeslissing en de aanvulling langs. Dan komt de nieuwe regeling van de cassatiegronden aan bod, waarna tot slot aandacht wordt besteed aan wat in het verschiet ligt. Dat betreft de invoering van een cassatiebalie, de prejudiciële vragen en de facultatieve conclusie van het parket. Dat alles natuurlijk voor zover van belang met het oog op de behandeling van strafzaken.


Mr. A.J.A. van Dorst
Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Objets trouvés

Proeve van een verbeterde Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Grondwet, Democratie, Rechtsstaat, Eerste Kamer, Bindend referendum
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn Proeve van een verbeterde Grondwet geeft Huub Linthorst oplossingen voor de risico’s die uit zijn ‘stresstest’ naar voren kwamen. Tot de voorstellen behoren de afschaffing van de Eerste Kamer, de invoering van het toetsingsrecht, versterking van (de formulering van) de grondrechten, een lichtere herzieningsprocedure en de invoering van een bindend referendum. Aan de doelstelling van haalbaarheid heeft Linthorst voldaan door op belangrijke punten tegemoet te komen aan voor- en tegenstanders. Naast verbetering en haalbaarheid, is het doel van deze Proeve het bereiken van meer democratie en van effectievere waarborgen tegen aantasting van onze rechtstaat. Of deze Proeve, na het bereiken van het Staatsblad meer democratie brengt en bovendien een dam kan opwerpen tegen schendingen van de rechtsstaat zoals die in Polen en Hongrijke, is allerminst gegarandeerd. Afgezien van het gebruikelijke cynisme over de normatieve kracht van de Grondwet, beslaat onze geschreven constitutie steeds minder de constitutionele werkelijkheid.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Naar een moderner burgerlijk bewijsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Adviesrapport, Bewijs, Informatiegaring, Modernisering, KEI
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. drs. E.M. Hoogervorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in april 2017 verschenen adviesrapport ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ geeft aanleiding tot discussie. Kern van het advies is het verleggen van de aandacht van informatiegaring tijdens de procedure naar informatiegaring voorafgaand daaraan. Het rapport besteedt eveneens aandacht aan de exhibitieplicht en diverse bewijsverrichtingen. Na een overzicht van de voorstellen uit het adviesrapport geven de auteurs hun visie op de voorgestelde preprocessuele bewijsgaringsverplichtingen en de daarbij voorgestelde sancties. Het voorstel om de criteria van de exhibitieplicht en de voorlopige bewijsverrichtingen gelijk te trekken kan op hun steun rekenen. Suggesties met betrekking tot bewijsbeslag en (schriftelijk) getuigenbewijs passeren ook de revue.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A. Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff.

Mr. drs. E.M. Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is Professional Support Lawyer bij Houthoff.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

De tweede uitspraak van het Constitutioneel Hof Sint Maarten

Over de toetsing van formele gebreken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden constitutionele toetsing, formele gebreken, Landsverordening Integriteitskamer, toetsingsbevoegdheid, toetsingsvolgorde
Auteurs Mr. E.M. Linthorst, Mr. S. Philipsen en Mr. dr. J.C. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de tweede uitspraak van het Constitutioneel Hof Sint Maarten centraal. Daarin vernietigde het Hof de Landsverordening Integriteitskamer. Het Hof heeft er in deze uitspraak voor gekozen om eerst in te gaan op de door de Ombudsman aangevoerde formele bezwaren. In deze bijdrage zullen wij in het bijzonder stilstaan bij de gekozen toetsingsvolgorde. Wij starten met een bespreking van de rechtvaardiging die het Hof voor deze toetsingsvolgorde geeft, om vervolgens de wijze waarop het Hof de formele bezwaren beoordeelt aan een nadere beschouwing te onderwerpen. De afsluitende paragraaf van deze bijdrage bevat een korte reflectie op het oordeel van het Hof om op basis van zijn bevindingen de Landsverordening Integriteitskamer geheel te vernietigen. In deze bijdrage wordt regelmatig teruggegrepen naar de uitgangspunten die het Hof in de algemene overwegingen van de eerste uitspraak heeft uiteenzet. In deze algemene overwegingen heeft het Hof zijn eigen toetsingsbevoegdheid ingekaderd.


Mr. E.M. Linthorst
Mr. E.M. Linthorst is werkzaam als promovenda bij de sectie Recht & Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. S. Philipsen
Mr. S. Philipsen is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Staats- en bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is als universitair hoofddocent Bestuursrecht werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en is gastdocent aan de University of Curaçao.
Artikel

Sluitstuk van de financiële gelijkstelling

Honderd jaar na de onderwijspacificatie van 1917 ook bekostiging voor GVO en HVO op openbare scholen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden openbaar onderwijs, geestelijke vorming, financiële gelijkstelling, Wet op het primair onderwijs
Auteurs Dr. Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the Dutch parliament passed a law that provides the subsidy for religious and humanist education in state schools. The law on primary education gives to the parents the right to ask for it. Religious education in state schools exists in the Netherlands since the beginning of the 19th century, optional and taught by representatives of the church. So it is appropriate for the state school which wish to be a school for everyone. And public funding is appropriate in the Dutch education system.


Dr. Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries (1940) was hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad en lid van de Eerste Kamer. In 2011 promoveerde hij op een proefschrift over theocratie en sindsdien is hij als postdoc onderzoeker publieke theologie verbonden aan de Theologische Universiteit in Kampen.
Artikel

‘Een verdrag met potentieel vérstrekkende gevolgen’

De toepassing van het VN-verdrag Handicap door de Nederlandse rechter

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Mr. G.J.W. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    De toetreding van het Koninkrijk der Nederlanden tot het VN-verdrag Handicap zal leiden tot nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van bescherming van de rechten van personen met een handicap. Een belangrijke rol zal daarbij zijn weggelegd voor de rechter, die immers over de toepassing en interpretatie van het Verdrag zal gaan oordelen in concrete gevallen. De rechter zal daarbij rekening moeten houden met de regels die gelden voor de toepassing van internationaal recht. Dit artikel handelt over de wijzen waarop de rechter het Verdrag kan toepassen en op die manier kan laten doorwerken in de Nederlandse rechtsorde. Het gaat in op de Nederlandse regels voor rechtstreekse, indirecte en horizontale toepassing. Daarbij wordt aandacht besteed aan de uitspraak van 10 oktober 2014 van de Hoge Raad, waarin een hele nieuwe maatstaf voor rechtstreekse toepassing van internationaal recht werd aangelegd. Daarnaast komen de rol en de invloed van Europese rechtspraak van het EHRM en van het HvJ EU en van uitspraken van internationale verdragscomités aan de orde. Het artikel verschaft praktijkjuristen daarmee hopelijk extra argumenten om bij te dragen aan een wezenlijke bescherming van de rechten en waardigheid van personen met een handicap.


Mr. G.J.W. Pulles
Mr. G.J.W. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij werkt aan een proefschrift over doorwerking van economische en sociale rechten.
Praktijk

De nieuwste maatstaf van de Hoge Raad bij 403-aansprakelijkheid: ‘onmiskenbaar ongegrond’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, onmiskenbaar ongegrond, verzet, niet-ontvankelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat een partij die verzet doet tegen een voorgenomen beëindiging van overblijvende 403-aansprakelijkheid (art. 2:404 BW), alleen niet als schuldeiser kan worden aangemerkt als de vordering waarop het verzet is gebaseerd, ‘onmiskenbaar ongegrond’ is. De Hoge Raad voegt eraan toe dat een verzet gegrond dient te worden verklaard indien de schuldeiser als gevolg van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in een slechtere positie zou komen te verkeren. De auteur analyseert de beschikking van de Hoge Raad en plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten.

    In deze bijdrage staat het Connexxion Taxi Services-arrest centraal, waarin het Hof van Justitie in een afweging tussen beginselen voorrang geeft aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel boven het evenredigheidsbeginsel bij het uitsluiten van een onderneming van een aanbestedingsprocedure. Het Hof van Justitie benadrukt daarmee het belang van het ‘level playing field’ in het aanbestedingsrecht. Tegelijkertijd gaat dit hier ten koste van het evenredigheidsbeginsel dat een belangrijke rol speelt in de afweging of een uitsluiting van een onderneming met het oog op de internemarktdoelstelling gerechtvaardigd is. Het is echter de vraag in hoeverre het Hof van Justitie tot dezelfde beslissing zou komen onder de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU.
    HvJ 14 december 2016, zaak C-171/15, Connexxion Taxi Services, ECLI:EU:C:2016:948.


Mr. G. Bouwman
Mr. G. Bouwman is promovenda Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het Public Procurement Research Centre. De auteur dankt prof. mr. E.R. Manunza voor haar waardevolle commentaar bij de totstandkoming van deze bijdrage.
Artikel

Toepasselijkheid van bewijsrecht in ontslagzaken

Na uitspraak hoge raad

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2017
Auteurs Jan Wouter Alt
Auteursinformatie

Jan Wouter Alt
Mr. dr. Jan Wouter Alt is cassatieadvocaat bij Alt Kam Boer te ’s-Gravenhage en redacteur van dit blad.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, bestuurdersaansprakelijkheid stichting, decharge-problematiek, one-tier board, raad van commissarissen
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman, Mr. C. de Groot, Mr. J. Nijland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het wetsvoorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen wordt beoogd de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen te verbeteren. In dit artikel bespreken de auteurs kort enkele aspecten van het wetsvoorstel in het licht van de doelstelling en de bruikbaarheid in de praktijk.


Prof. mr. S.M. Bartman
Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. I.S. Wuisman
Prof. mr. drs. I.S. Wuisman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Wederzijds vertrouwen in EAB-zaken op de helling?

Law in action vs. law in the books

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, overleveringswet, wederzijds vertrouwen en erkenning, grondrechtenbescherming, artikel 4 Handvest
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van wederzijds vertrouwen en de erkenning van rechterlijke uitspraken in de EU is vanaf de invoering van het Europees aanhoudingsbevel in 2004 het uitgangspunt geweest. Het Hof van Justitie heeft daaraan ook strak de hand gehouden. Met het arrest in de zaken Pál Aranyosi en Robert Căldăraru erkent het Hof van Justitie dat een uitzondering mogelijk is in het geval van een dreigende schending van het in artikel 4 Handvest neergelegde verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling op grond van de detentieomstandigheden in de aangezochte staat. In deze bijdrage wordt de betekenis van dit arrest bezien voor de Europese strafrechtelijke samenwerking.
    HvJ 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU, Pál Aranyosi en Robert Căldăraru, ECLI:EU:C:2016:198


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.

Prof. dr. H.E. Bröring
Prof. dr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen en gasthoogleraar aan de Universiteit van Aruba.
Toont 1 - 20 van 83 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.