Zoekresultaat: 80 artikelen

x
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.
Artikel

Kiezen of delen?

Over de ondeelbare belastingaangifte en una via

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden una via, hetzelfde feit, dubbele bestraffing en vervolging, boete, strafvervolging
Auteurs Mr. G.M. Boezelman en Mr. A.C.M. Klaasse
SamenvattingAuteursinformatie

    Overtredingen van de belastingwet kunnen zowel worden beboet als strafrechtelijk bestraft. Het una-viabeginsel voorkomt dat twee keer wordt bestraft voor hetzelfde feit. Recent is in twee arresten van gerechtshoven aan de orde gekomen of het onjuist invullen van twee posten in één belastingaangifte separaat kan worden bestraft. De auteurs bespreken deze problematiek aan de hand van deze arresten alsmede de rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM en komen tot de conclusie dat de aangifte ondeelbaar is, zodat het opzettelijk indienen van een onjuiste belastingaangifte slechts éénmaal kan worden bestraft.


Mr. G.M. Boezelman
Mr. G.M. Boezelman is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.

Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is advocaat bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Art. 81 Wet RO: de stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cassatie, Hoge Raad, motivering, rechtsvorming
Auteurs Tom van Malssen en Coen van Schaijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage brengt de huidige art. 81 Wet RO-toepassingspraktijk van de civiele kamer van de Hoge Raad in kaart, mede tegen de achtergrond van de invoering van art. 80a Wet RO en de gespecialiseerde cassatiebalie in 2012. De bijdrage signaleert enkele verschuivingen in het type 81-zaken, de wijze waarop het parket in 81-zaken concludeert en de samenstelling waarin de Hoge Raad de zaken afdoet. Deels laten deze verschuivingen zich op het conto schrijven van de Wet versterking cassatierechtspraak, maar deels zouden zij hun oorzaak ook elders kunnen vinden, bijvoorbeeld in de zelfverklaarde focus van de Hoge Raad op rechtsvorming.


Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager legal & tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Coen van Schaijk
Mr. C.F.N. van Schaijk is advocaat bij Dirkzwager legal & tax.
Artikel

Europese productnormen en privaatrechtelijke normstelling

Bespreking van het proefschrift van mr. G.M. Veldt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden contractuele verhoudingen, productveiligheid, productaansprakelijkheid, redelijkheid en billijkheid, ongeschreven recht
Auteurs Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Productnormen vormen een belangrijke wijze waarop de handel in goederen in de Europese Unie gereguleerd wordt. Deze bijdrage bespreekt het recente proefschrift van Gitta Veldt, waarin zij de betekenis analyseert van Europese productnormen voor contractuele en buitencontractuele verhoudingen tussen gebruikers van het eindproduct en de aanbieders daarvan.


Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Tilburg Law School en tevens houder van de TPR-Wisselleerstoel aan de KU Leuven (2019-2021).
Artikel

Constructive dismissal en de Wwz

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Billijke vergoeding, Initiatief van de werknemer, Beëindiging arbeidsovereenkomst, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Additionele schadevergoeding
Auteurs mr. Tom Arntz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de mogelijkheden voor werknemers om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever gecompenseerd te krijgen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf doet eindigen. De verschillende beëindigingsmodaliteiten die de werknemer ten dienste staan worden geanalyseerd. In tegenstelling tot bij een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW, is bij de opzegging door de werknemer en bij ontslagname op staande voet onduidelijk in hoeverre de werknemer gecompenseerd kan worden. De auteur stelt zich op het standpunt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:686 BW.


mr. Tom Arntz
Tom Arntz is advocaat bij Citius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.

    De auteur bespreekt of voor een aanspraak op inzage vereist is dat de vordering waarvoor die wordt ingesteld aannemelijk is. Dat doet hij aan de hand van huidig recht, het wetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging van het bewijsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover, waaronder HR 10 juli 2020, ELCI:NL:HR:2020:1251 (Semtex/X c.s.). Hij geeft ook aan welke keuzes de wetgever volgens hem moet maken.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag.

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Frezia Aarts, Max den Blanken, Rachel Bruinen e.a.

Frezia Aarts

Max den Blanken

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Chaimae Ihataren

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Jiska Veenstra

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Artikel

Aansprakelijkheid voor medische hulpmiddelen, het laatste woord was aan de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2020
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, tekortkoming, toerekening, state of the art, professionele standaard
Auteurs Mr. P.J. klein Gunnewiek en Mr. M.S.E. van Beurden
SamenvattingAuteursinformatie

    Analyse van de arresten van de Hoge Raad van 19 juni 2020 met betrekking tot de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor medische hulpmiddelen.


Mr. P.J. klein Gunnewiek
Mr. P.J. klein Gunnewiek is advocaat bij Van Benthem & Keulen in Utrecht.

Mr. M.S.E. van Beurden
Mr. M.S.E. van Beurden is advocaat bij Centramed in Zoetermeer.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.

    Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.
Artikel

Langverwachte (on)duidelijkheid over de (on)redelijkheid van aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van medische hulpzaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden state of the art, ontwikkelingsrisico, gebrekkige implantaten, aansprakelijkheid arts en ziekenhuis, CE-markering
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juni 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in twee kwesties waarin de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van een ongeschikte medische hulpzaak centraal stond. De auteur gaat in op de betekenis van deze uitspraken in het licht van eerdere jurisprudentie op dit terrein en geeft haar visie op de bruikbaarheid van de uitspraken in de praktijk.


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is universitair docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.

    Na bijna twintig jaar raadsheer in de Hoge Raad te zijn geweest is Van Schendel per 1 september 2020 met pensioen gegaan. Zijn afscheid wil NTS niet onopgemerkt voorbij laten gaan. In dit interview passeren achtereenvolgens de volgende onderwerpen de revue: civiel recht in het strafrecht, de vordering benadeelde partij, rechtsbescherming, de geen belang redenering, ambtshalve cassatie, de ‘billijke rechter’, de zichtbaarheid van de Hoge Raad in de trias politica en de levenslange gevangenisstraf.


Mr. D.J. (Douwe) Herbrink
Mr. D.J. Herbrink is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zwijgrecht, bewijsrecht, prima facie-case, procespositie, nemo tenetur
Auteurs Mr. J.C. (Justus) Reisinger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het straf(proces)recht is het zwijgrecht een fundamenteel recht voor de verdachte. De redenen om gebruik te maken van het zwijgrecht kunnen zeer divers en uiteenlopend zijn: van schuldige tot en met onschuldige, alle gradaties daartussen. Omdat de rechter normaliter niet weet wat de reden is, roept de auteur van het artikel op om niet langer gebruik te maken van het betrekken van het zwijgen van een verdachte in de bewijsvoering. Welbeschouwd is dat – bewijsrechtelijk gezien – ook helemaal niet nodig. Het voorkomt in elk geval (de schijn van) een afbreuk aan de wezenlijke belangen die aan het zwijgrecht ten grondslag liggen.


Mr. J.C. (Justus) Reisinger
Mr. J.C. Reisinger is advocaat bij Van Boom Advocaten.
Artikel

Over de omvang van het hoger beroep

De uitleg van de tenlastelegging en de beperking van het hoger beroep nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden artikel 407 Sv, artikel 423 Sv, partieel appel, uitleg, tenlastelegging
Auteurs Mr. M. (Menco) Rasterhoff en Mr. D. (Dino) Bektesevic
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoger beroep bestaat regelmatig onduidelijkheid over de uitleg van de tenlastelegging en de vraag of sprake is van cumulatieve feiten. In deze bijdrage verkennen de auteurs het wettelijk systeem en de mogelijke belangen bij beperking van het hoger beroep. Vervolgens analyseren zij de rechtspraak van de gerechtshoven en doen zij enkele aanbevelingen.


Mr. M. (Menco) Rasterhoff
M. Rasterhoff is advocaat bij De Roos & Pen advocaten te Amsterdam.

Mr. D. (Dino) Bektesevic
Mr. D. Bektesevic is advocaat bij Ficq & Partners te Amsterdam.
Artikel

Access_open Corona en arbeidsrecht: hoe NOW verder met loon en werkplek?!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden COVID-19, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud, overmacht, thuiswerken, Wet flexibel werken
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur onderzoekt de reikwijdte van art. 7:628 BW in geval van niet werken vanwege corona. De conclusie is dat de wetsgeschiedenis alle ruimte biedt voor maatwerk en als uitgangspunt steun biedt voor het ‘overmachtsverweer’ van de werkgever. De feitenrechtspraak 2020 laat een ander beeld zien. Ook staat de auteur stil bij de vraag of werknemers een recht hebben op thuiswerken en/of werkgevers werknemers kunnen dwingen thuis te werken.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL), Rotterdam.
Artikel

Partiële of geschoonde teruggave van gegevensdragers

Naar een gemoderniseerde beslagregeling voor elektronische gegevensdragers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden inbeslagname gegevensdragers, partiële teruggave, geschoonde teruggave, verzoek om teruggave gegevens
Auteurs Mr. dr. D.A.G. van Toor en Mr. D. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    In strafzaken is het verzamelen van elektronisch bewijsmateriaal vaak essentieel voor de waarheidsvinding. Voor de gegevensdrager eindigt de strafrechtelijke reis echter niet als de informatie op de gegevensdrager is geanalyseerd en vervolgens eventueel als bewijsmateriaal in een strafzaak is gebruikt. Naar Nederlands recht rust het beslag op de gegevensdrager en niet op de (voor de strafzaak relevante) gegevens. Dit betekent dat – na inbeslagname van de gegevensdrager – de autoriteiten de beschikking verkrijgen over alle gegevens die op de gegevensdrager staan opgeslagen. Wanneer over de gegevensdrager een beslissing wordt genomen, volgen de daarop opgeslagen gegevens het lot van de gegevensdrager. De verdachte is bij verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer dan zowel zijn gegevensdrager als de daarop opgeslagen gegevens kwijt.
    Betwijfeld kan worden of die praktijk conform hogere normen is, zoals het recht op respect voor privéleven (art. 8 EVRM).


Mr. dr. D.A.G. van Toor
Mr. dr. D.A.G. van Toor is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. D. van Os
Mr. D. van Os rondde recent haar Master Straf(proces)recht af aan de Universiteit Utrecht. Zij werkt inmiddels als parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie.
Toont 1 - 20 van 80 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.