Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De uitleg van Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen in Nederlandse contracten

Bespreking van het proefschrift van mr. drs. J.W.A. Dousi

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden standaardbeding, uitleg van overeenkomsten, Anglo-Amerikaans contractenrecht, entire agreement-beding, Lundiform/Mexx
Auteurs Mr. L.G.L. Ohnesorge
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn proefschrift onderzoekt Dousi aan de hand van een zestal Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen hoe de uitleg van zulke bedingen in Nederlandse contracten kan worden vormgegeven. Met name onderzoekt hij de rol van de Anglo-Amerikaanse standaardbetekenis en de functie van het beding bij uitleg in Nederlandse contracten.


Mr. L.G.L. Ohnesorge
Mr. L.G.L. Ohnesorge is PhD fellow aan de Universiteit Leiden.
Asiel en migratie

Access_open Het nieuwe migratie- en asielpact: flexibele solidariteit, verplichte grensprocedures en nog meer dataverzameling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden migratie, asielrecht, Europese Unie, grensprocedures, solidariteit
Auteurs Prof. dr. H. Battjes, Mr. dr. E.R. Brouwer en Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 september 2020 presenteerde de Europese Commissie het migratie- en asielpact. Dit pact beslaat 509 pagina’s aanbevelingen en wetgevende voorstellen op het gebied van migratie- en asielrecht, het Schengenacquis en grenscontrole. In deze bijdrage bespreken we onder meer de vraag in hoeverre de voorstellen een basis bieden voor solidaire, menswaardige, maar ook effectievere migratie- en asiel afspraken in de Europese Unie. De bijdrage gaat met name in op de voorgestelde grensprocedures en de hervorming van het Dublinsysteem. Ook bespreken we de plannen ter versterking van Schengen en de maatregelen op het gebied van persoonsgegevens en EU- datasystemen.
    Mededeling van de Commissie over een nieuw migratie- en asielpact COM(2020)609 def., 23 september 2020.


Prof. dr. H. Battjes
Prof. dr. H. (Hemme) Battjes is hoogleraar Europees asielrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr. dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair docent migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. (Maarten) den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Article

Access_open The Potential of Positive Obligations Against Romaphobic Attitudes and in the Development of ‘Roma Pride’

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Roma, Travellers, positive obligations, segregation, culturally adequate accommodation
Auteurs Lilla Farkas en Theodoros Alexandridis
SamenvattingAuteursinformatie

    The article analyses the jurisprudence of international tribunals on the education and housing of Roma and Travellers to understand whether positive obligations can change the hearts and minds of the majority and promote minority identities. Case law on education deals with integration rather than cultural specificities, while in the context of housing it accommodates minority needs. Positive obligations have achieved a higher level of compliance in the latter context by requiring majorities to tolerate the minority way of life in overwhelmingly segregated settings. Conversely, little seems to have changed in education, where legal and institutional reform, as well as a shift in both majority and minority attitudes, would be necessary to dismantle social distance and generate mutual trust. The interlocking factors of accessibility, judicial activism, European politics, expectations of political allegiance and community resources explain jurisprudential developments. The weak justiciability of minority rights, the lack of resources internal to the community and dual identities among the Eastern Roma impede legal claims for culture-specific accommodation in education. Conversely, the protection of minority identity and community ties is of paramount importance in the housing context, subsumed under the right to private and family life.


Lilla Farkas
Lilla Farkas is a practising lawyer in Hungary and recently earned a PhD from the European University Institute entitled ‘Mobilising for racial equality in Europe: Roma rights and transnational justice’. She is the race ground coordinator of the European Union’s Network of Legal Experts in Gender Equality and Non-discrimination.

Theodoros Alexandridis
Theodoros Alexandridis is a practicing lawyer in Greece.
Rulings

ECJ 4 June 2020, case C-588/18 (Fetico and others), Working Time, Paid Leave

Federación de Trabajadores Independientes de Comercio (Fetico), Federación Estatal de Servicios, Movilidad y Consumo de la Unión General de Trabajadores (FESMC-UGT), Federación de Servicios de Comisiones Obreras (CCOO) – v – Grupo de Empresas DIA SA, Twins Alimentación SA, Spanish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Working Time, Paid Leave
Samenvatting

    Articles 5 and 7 of Directive 2003/88 do not apply to national rules providing for special leave on days when workers are required to work, when these days occur during weekly rest periods or paid annual leave.

Actualia contractspraktijk

Lessen uit de eerste rechterlijke uitspraken over de COVID-19-crisis en onvoorziene omstandigheden en overmacht bij commerciële contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden COVID-19, Onvoorziene omstandigheden, Overmacht, Commerciële contracten, Overheidsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes en Mr. J.V. Tetelepta
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat bij BarentsKrans en hoogleraar Privaatrecht VU.

Mr. J.V. Tetelepta
Mr. J.V. Tetelepta is advocaat en senior medewerker bij BarentsKrans.
Artikel

Trials in absentia of foreign terrorist fighters in the Netherlands and Belgium

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden the right to be present, trials in absentia, foreign terrorist fighters, The Netherlands, Belgium
Auteurs Mr. Zoë Heij
SamenvattingAuteursinformatie

    Judgements rendered in the accused’s absence form a special category of criminal judgements that undoubtedly do not provide for the same safeguards that would be in place when a judgement is rendered in the accused’s presence. Nonetheless, provided that strict conditions are adhered to, trials in absentia can be compatible with the accused’s right to be present. This article examines the standards that have been developed under international human rights law, providing for the normative framework, to see to what extent the trials in absentia of foreign terrorist fighters in the Netherlands and Belgium comply therewith. By pointing to analogies and contrasts, this article wishes to contribute to finding answers to this dilemma.


Mr. Zoë Heij
Mr. Z. Heij behaalde de research master in Public International Law aan de Universiteit van Amsterdam. Zij liep ten tijde van het schrijven van dit artikel stage bij Prakken d’Oliveira.
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Auteurs Corjo Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Over de grens

Het Engelse Supreme Court over het wijzigingsbeding in commerciële contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden No oral modification clause, Wijzigingsbeding, Engelse Supreme Court, Commercieel contractenrecht
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Medio 2018 deed het Engelse Supreme Court een belangrijke uitspraak over de afdwingbaarheid van een no oral modification clause. In dit artikel wordt deze uitspraak besproken en geconfronteerd met het Nederlandse recht op dit punt.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

An Introduction to the Singapore Convention on Mediation – Perspectives from Singapore

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Singapore Convention, Dispute resolution, Uncitral, Enforcement
Auteurs Nadja Alexander en Shouyu Chong
SamenvattingAuteursinformatie

    Following a retrospective of the road towards the Convention, incorporating some Singaporean inside views, the authors provide a detailed analysis of the envisaged grounds for refusal of mediated settlements. The authors also highlight various issues around the very concept, and proof, of mediation. These issues are fundamental, as only settlements ensuing from mediation are covered. Another significant aspect is the absence of any provisions pertaining to the status of agreements to mediate, the contract situated at the entry side of mediation.


Nadja Alexander
Nadja Alexander is Professor of Law (Practice) at Singapore Management University School of Law and Director of the Singapore International Dispute Resolution Academy (‘SIDRA’). She may be contacted at nadjaa@smu.edu.sg.

Shouyu Chong
Shouyu Chong is a Researcher at SIDRA, and may be contacted at sychong.2013@smu.edu.sg.
Diversen

Representations en warranties

Naar Nederlands en Anglo-Amerikaans recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Anglo-Amerikaans recht, Representations en warranties, Boilerplate-beding, Garanties, Uitleg
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Diversen: Boilerplates etc.

Overleeft de survival clause?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Survival clause, Boilerplate, Uitleg, Ontbinding, vernietiging
Auteurs Prof. mr. T.H.M. Van Wechem en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De survival clause wordt in veel contracten aangetroffen en heeft tot doel te bewerkstelligen dat de daarin genoemde artikelen het einde van de overeenkomst overleven. In dit artikel onderzoeken de schrijvers of de survival clause nodig is, dan wel dat de wettelijke regelingen over ontbinding en vernietiging het onderwerp al afdoende regelen. De schrijvers concluderen dat de survival clause nut heeft.


Prof. mr. T.H.M. Van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Professional Legal Counseling aan de Open Universiteit.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Mr. A.P. Verhaegh
Mr. A.P. Verhaegh is stafjurist bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, thans gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    A cassation court traditionally has two tasks: a unifying task and a corrective task. The unifying task consists of verifying the internal legality of a lower court’s decision (the correct application and interpretation of the law by the lower courts). The corrective task refers to verifying the external legality of the lower court’s decision. The cassation court must ensure that the decisions of the courts concerned are in conformity with the requirements of proper administration of justice. This article focuses on the following question: is it necessary that the Belgian Council of State, acting in the capacity of a cassation court, performs both traditional tasks (corrective and unifying)? This is by no means self-evident, given the specific judicial structure in which the Belgian Council of State operates.


Elsbeth Loncke
Ph.D. at Hasselt University, Belgium, and attorney at the bar of Limburg, Belgium.
Article

Access_open Unexpected Circumstances arising from World War I and its Aftermath: ‘Open’ versus ‘Closed’ Legal Systems

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2014
Trefwoorden First World War, law of obligations, unforeseen circumstances, force majeure, frustration of contracts
Auteurs Janwillem Oosterhuis Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    European jurisdictions can be distinguished in ‘open’ and ‘closed’ legal systems in respect of their approach to unexpected circumstances occurring in contractual relations. In this article, it will be argued that this distinction can be related to the judiciary’s reaction in certain countries to the economic consequences of World War I. The first point to be highlighted will be the rather strict approach to unexpected circumstances in contract law that many jurisdictions had before the war – including England, France, Germany, and the Netherlands. Secondly, the judicial approach in England, France, Germany, and the Netherlands to unexpected circumstances arising from the war will be briefly analysed. It will appear that all of the aforementioned jurisdictions remained ‘closed’. Subsequently, the reaction of the judiciary in these jurisdictions to the economic circumstances in the aftermath of the war, (hyper)inflation in particular, will be analysed. Germany, which experienced hyperinflation in the immediate aftermath of the war, developed an ‘open’ system, using the doctrine of the Wegfall der Geschäftsgrundlage. In the Netherlands, this experience failed to have an impact: indeed, in judicial practice the Netherlands appears to have a ‘closed’ legal system nevertheless, save for an ‘exceptional’ remedy in the new Dutch Civil Code, Article 6:258 of the Burgerlijk Wetboek (1992). In conclusion, the hypothesis is put forward that generally only in jurisdictions that have experienced exceptional economic upheaval, such as the hyperinflation in the wake of World War I, ‘exceptional’ remedies addressing unexpected circumstances can have a lasting effect on the legal system.


Janwillem Oosterhuis Ph.D.
Janwillem Oosterhuis is Assistant Professor in Methods and Foundations of Law at the Maastricht University Faculty of Law.

    D'après le Code civil, et ce dè s son origine, la séparation du couple marié peut donner lieu à une obligation légale de payer au conjoint, ou à l'ancien conjoint, une pension censée couvrir ses besoins. En dehors du mariage, point de lien alimentaire prévu par la loi. Depuis 1804, deux évolutions sociales majeures ont cependant changé le visage de la vie de couple. D'un côté, elle ne passe plus nécessairement par le mariage. D'un autre côté, seule sa dimension affective est censée lui donner sens, ce qui la rend éminemment fragile. La question se pose dè s lors de savoir si le lien alimentaire qui existe actuellement en droit belge entre conjoints désunis répond encore de maniè re adéquate et pertinente aux modes de fonctionnement de l'économie conjugale.
    ---
    According to the Civil code, and in view of its development, the separation of a married couple can give rise to a legal obligation to pay maintenance to the other spouse, or ex-spouse, in order to cover his or her needs. In contrast, outside marriage, no statutory maintenance is available. However, since 1804, two major social evolutions have changed the way of life of couples. On the one hand, maintenance no longer flows inevitably from marriage. On the other hand, only the ‘love’ dimension of a relationship supports the provision of maintenance, which makes this claim eminently fragile.
    The question then arises as to whether the maintenance between separated spouses which is presently provided for under Belgian law still adequately and appropriately serves the functioning of the conjugal economy.
    In addition, the absence of maintenance rights for unmarried couples also raises questions. The contribution proposes a reconsideration of the right to maintenance between all couples, married or not, on the basis of other justifications, in particular the solidarity which couples establish during their shared lives.


Dr. Nathalie Dandoy
Nathalie Dandoy is lecturer at the catholic University of Louvain. She is member of the research centre of Family Law (Cefap-UCL). Her main research area concerns the maintenance rights between family members. She is member of editorial committee of Revue trimestrielle de droit familial and Journal des Juges de paix et de police.
Artikel

Regionale risicoprofielen ter versterking van veiligheidscapaciteiten

Overzicht en evaluatie tegen de achtergrond van het externe-veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Regional Risk Assessment, all-hazards approach, multi-criteria evaluation, likelihood estimation, risk diagram.
Auteurs Charles Vlek
SamenvattingAuteursinformatie

    A regional risk profile (RRP) is a systematic ordering – by likelihood and impact seriousness – of identified hazards and threats in one of the Netherlands’ 25 safety regions. Since 2010, RRPs follow the Dutch National Risk Assessment (NRA) as a basis for prioritising regional safety capacities. In Europe, RRPs are proliferating, and the corresponding risk-assessment approach is further spreading internationally. The methodology comprises risk identification, scenario development, multi-criteria impact evaluation, expert likelihood estimation, a two-dimensional risk diagram and an analysis and prioritisation of safety capabilities. A compact overview and discussion is provided of the 25 published RRPs for the Netherlands, each covering between 9 and 40 hazards and threats, along with their most and least worrying risk scenarios. It appears that for many regions pandemic disease, electricity black-out and major flooding are most worrying, while transport accident, industry fire and disturbance of water supply are (relatively) least worrying. Also, in different regions similar risk scenarios (e.g., pandemic disease and electricity black-out) are assessed rather differently, both by likelihood and by impact seriousness. Apparent weaknesses of the RRP (and the NRA) approach so far are, among other: lack of stakeholder involvement, rigid multi-criteria impact evaluation, hybrid methods for likelihood estimation, forced comparison of disparate risk scenarios, and unclear decision rules for risk acceptance. Independent review and validation of major RRP components is recommended for strengthening overall results as a reliable basis for regional safety policies. The ‘new risk thinking’ is considered in view of the long-problematic standard-setting approach about Individual Risk and Group Risk in the framework of Dutch external-safety policies. The RRP approach may be called ambitious and much-demanding. External validation and closer cooperation between safety policy-makers and scientists seem desirable.


Charles Vlek
Prof. dr. Charles Vlek is emeritus hoogleraar omgevingspsychologie en besliskunde aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, Grote Kruisstraat 2/I, 9712 TS Groningen E-mail: c.a.j.vlek@rug.nl.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.