Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.

    The notice of collective redundancies required to be given to an employment agency pursuant to Section 17(1) of the German Protection Against Unfair Dismissal Act (Kündigungsschutzgesetz, ‘KSchG’) can only be effectively submitted if the employer has already decided to terminate the employment contract at the time of its receipt by the employment agency. Notices of termination in collective redundancy proceedings are therefore effective – subject to the fulfilment of any other notice requirements – if the proper notice is received by the competent employment agency before the employee has received the letter of termination.


Marcus Bertz
Marcus Bertz is an attorney-at-law at Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH.
Article

Access_open Characteristics of Young Adults Sentenced with Juvenile Sanctions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden young adult offenders, juvenile sanctions for young adults, juvenile criminal law, psychosocial immaturity
Auteurs Lise Prop, André van der Laan, Charlotte Barendregt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1 April 2014, young adults aged 18 up to and including 22 years can be sentenced with juvenile sanctions in the Netherlands. This legislation is referred to as ‘adolescent criminal law’ (ACL). An important reason for the special treatment of young adults is their over-representation in crime. The underlying idea of ACL is that some young adult offenders are less mature than others. These young adults may benefit more from pedagogically oriented juvenile sanctions than from the deterrent focus of adult sanctions. Little is known, however, about the characteristics of the young adults sentenced with juvenile sanctions since the implementation of ACL. The aim of this study is to gain insight into the demographic, criminogenic and criminal case characteristics of young adult offenders sentenced with juvenile sanctions in the first year after the implementation of ACL. A cross-sectional study was conducted using a juvenile sanction group and an adult sanction group. Data on 583 criminal cases of young adults, sanctioned from 1 April 2014 up to March 2015, were included. Data were obtained from the Public Prosecution Service, the Dutch Probation Service and Statistics Netherlands. The results showed that characteristics indicating problems across different domains were more prevalent among young adults sentenced with juvenile sanctions. Furthermore, these young adults committed a greater number of serious offences compared with young adults who were sentenced with adult sanctions. The findings of this study provide support for the special treatment of young adult offenders in criminal law as intended by ACL.


Lise Prop
Lise Prop is researcher at the Research and Documentation Centre (WODC), Den Haag, the Netherlands.

André van der Laan
André van der Laan is senior researcher at the Research and Documentation Centre (WODC), Den Haag, the Netherlands.

Charlotte Barendregt
Charlotte Barendregt is senior advisor at the Health and Youth Care Inspectorate, Utrecht, the Netherlands.

Chijs van Nieuwenhuizen
Chijs van Nieuwenhuizen is professor at Tilburg University, and treatment manager at the Centre for Child and Adolescent Psychiatry in Eindhoven, the Netherlands.
Artikel

Triangulaire arbeidsrelaties in de platformeconomie: een voorstel tot een vermoeden van uitzendbureau

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Platformen, Platformwerk, Arbeidsbemiddeling, Uitzendarbeid, Terbeschikkingstelling
Auteurs Prof. dr. V. De Stefano en Mr. M. Wouters
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de platformeconomie, met als prominente voorbeelden Uber en Deliveroo, deed de discussies omtrent de aard van de arbeidsrelatie heropleven. Zijn deze platformwerkers in werkelijkheid werknemers, en is het arbeidsrecht aan hervorming toe indien ze het wel of niet zijn? Deze bijdrage heeft eveneens tot doel om de werkingssfeer van het arbeidsrecht ter discussie te stellen door de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid toe te passen op platformen. Dienaangaande bepleit deze bijdrage om ten eerste de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling aan te wenden om ook de bemiddeling van dienstverleningsovereenkomsten tussen werkzoekenden en opdrachtgevers te omkaderen. Ten tweede wijst de bijdrage op de mogelijke totstandkoming van ‘verdoken’ uitzendarbeid door middel van digitale platformen. Om dit te voorkomen stellen de auteurs een ‘vermoeden van uitzendbureau’ voor.


Prof. dr. V. De Stefano
Prof. dr. V. De Stefano is BOF-ZAP onderzoekprofessor aan de KU Leuven.

Mr. M. Wouters
Mr. M. Wouters is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven.
Redactioneel

Access_open 60 jaar TvC

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Auteurs Arjan Blokland, André van der Laan, Stefaan Pleysier e.a.

Arjan Blokland

André van der Laan

Stefaan Pleysier

Lisa van Reemst

Robby Roks

Toine Spapens

Antoinette Verhage

Karin van Wingerde

    Trendwatching is a tool to get a better grip on what happens next and as such it is used by the Dutch Financial and Fiscal Investigation Service (FIOD) to explore possible futures of financial crime with a time lap of two years. The author describes how trendwatching works. In this case a platform Trends4fi (www.trends4fi.org) was created with a website, a mobile app and trend groups to generate foresights in cooperation with connected networks from public and private organisations. This is called network trendwatching, in fact a social intelligence tool designed to generate as much new information and new insights on developments which might have an impact on financial crime and the fight against it.


Drs. Andrea Wiegman
Drs. A.K. Wiegman is projectleider van Trends4fi bij de FIOD en auteur van De Tijdgeest ontrafeld. Van Snapshots naar Trends (Boom/Nelissen 2014).
Artikel

Over Cyber Forecasting-toernooien

Naar een effectiever gebruik van gekwantificeerde voorspelllingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2019
Auteurs Regina Joseph MSc, Dr. Marieke Klaver, Dr. Judith van de Kuijt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Threats, vulnerabilities, and new forms of attack within the cyber domain develop rapidly. To keep up with and respond to these trends, cyber security professionals must demonstrate reaction velocity, accuracy and a high tolerance for complexity. Publicly available information (PAI) can serve as an important aid to personnel engaged in cyber security analysis. However, evaluation of cyber analytical capacity – a pre-requisite for any measurement of quality or improvement – is still inchoate. This article covers the concept and design of an initial phase of research begun in October 2018 in The Netherlands to measure and improve cyber analysis techniques. The research program features a forecasting tournament to record participants’ probabilistic estimates on future cyber outcomes based exclusively on PAI knowledge acquisition. This phase of research seeks to address whether analysts’ predictions are more accurate in certain subjects within the cyber domain than in others and to assess how predictive accuracy in the cyber domain compares to accuracy in other domains in which forecasting tournaments have been organized.


Regina Joseph MSc
R. Joseph M.Sci. is oprichter van de denktank Sibylink, gevestigd in Den Haag.

Dr. Marieke Klaver
Dr. M. Klaver is als onderzoeker verbonden aan TNO.

Dr. Judith van de Kuijt
Dr. J. van de Kuijt is als onderzoeker verbonden aan TNO.

Dr. Diederik van Luijk
Dr. D. van Luijk is werkzaam bij het Nationaal Cyber Security Centrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2019
Auteurs Bob van der Vecht en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Bob van der Vecht
Gastredacteur dr. B van der Vecht is als senior researcher verbonden aan TNO. Hij is tevens lid van de redactieraad van Justitiële verkenningen.

Marit Scheepmaker
Mr.drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Access_open Toekomstige risico’s voor de nationale veiligheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2019
Trefwoorden national security, risk analysis, scenarios, horizon scanning, foresight
Auteurs Dr. Minke Meijnders, Ir. Leendert Gooijer en Dr. Hanneke Duijnhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    What are the most important threats for national security in the following years? What do we foresee for the longer term? How are threats interrelated? In this article, we discuss the work of the Dutch Network of Safety and Security Analysts (ANV), which deals with this type of questions since 2011. The main task of this multidisciplinary network is to provide input for the National Security Strategy. It does so by providing an Integrated Risk analysis and a Horizon scan National Security. The authors discuss the foresight-methods used by the network (scenario studies and horizon scanning techniques), as well as the most important conclusions from both studies.


Dr. Minke Meijnders
Dr. M. Meijnders was tot voor kort Research Fellow bij Instituut Clingendael en in die functie betrokken bij het ANV.

Ir. Leendert Gooijer
Ir. Leendert Gooijer is programmacoördinator nationale veiligheid bij het RIVM en tevens Algemeen Secretaris van het ANV.

Dr. Hanneke Duijnhoven
Dr. Hanneke Duijnhoven is Senior scientist nationale veiligheid bij TNO en in die functie betrokken bij het ANV.

    This is a review of the book Met de kennis van morgen. Toekomst verkennen voor de Nederlandse overheid (‘With the knowledge of tomorrow. Exploring the future for the Dutch government’), published at the end of 2018. The bundle contains ten contributions written by authors working at various Dutch advisory boards and planning agencies. The articles do not discuss subjects belonging to the Justice and Security domain. But they are certainly relevant in terms of methods and approach.


Dr. Bob van der Vecht
Dr. B. van der Vecht is als Senior Researcher verbonden aan TNO. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.

    This paper raises two methodological questions from a philosophical perspective: (i) what is involved in a functionalist approach to law and (ii) what should be the focus of such an approach? To answer these questions, I will take two steps with both. To begin with, I argue that Pettit’s view on functionalist approaches may be made relevant for law; functionalist accounts target a virtual mechanism that explains why a system will be resilient under changes in either the system or its environment. Secondly, I make a distinction between two interpretations of his key-concept ‘resilience’, one in mechanical, the other in teleological terms. With regard to the second question I will take two steps as well. I argue why it does not make sense to ascribe wide functions to law, followed by a plea for a limited view on the function of law. This limited view is based on a teleological understanding of the law’s resilience. I argue that these two modes are interrelated in ways that are relevant for the interdisciplinary study of law.


Bert van Roermund
Artikel

Access_open Reciprocity: a fragile equilibrium

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reciprocity, exchange theory, natural law theory, dyadic relations, corrective justice
Auteurs Prof. dr. Pauline Westerman PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Reciprocity may serve to explain or to justify law. In its latter capacity, which is the topic of this article, reciprocity is commonly turned into a highly idealized notion, as either a balance between two free and equal parties or as the possibility of communication tout court. Both ideals lack empirical reference. If sociological and anthropological literature on forms of exchange is taken into account, it should be acknowledged that reciprocal relations are easy to destabilize. The dynamics of exchange invites exclusion and inequality. For this reason reciprocity should not be presupposed as the normative underpinning of law; instead, law should be presupposed in order to turn reciprocity into a desirable ideal.


Prof. dr. Pauline Westerman PhD
Pauline Westerman is Professor in Philosophy of Law at the University of Groningen and member of staff at the Academy for Legislation in the Hague. She is editor of The Theory and Practice of Legislation, a journal published by Hart, Oxford. She writes mainly on legal methodology and legislation, especially on alternative forms of legislation. For more information as well as publications, see her personal website: <www.paulinewesterman.nl>.
Artikel

Access_open Retributivist Arguments against Presuming Innocence

Answering to Duff

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2013
Trefwoorden broad presumption of innocence, retributivism, punishment of innocents, vicarious liability of car owners, drink-driving tests of non-suspects
Auteurs Alwin A. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Factors justifying not presuming innocence are generally incorporated into the Presumption of Innocence (PoI). A confusing discourse has resulted: numerous guilt-presuming acts are deemed consistent with the PoI. I argue for an unusually broad PoI: any act that might convey to a reasonable actor that he is not presumed innocent of a punishable offence constitutes a PoI interference. Thus, academic debate need only be about the question what PoI interferences are justifiable or unjustifiable. This question must be answered using pro- and anti-PoI values. I analyse three PoI interferences in relation to Duff’s retributivist punishment theory: presumptions of guilt, vicarious liability of car owners and coercing non-suspects into proving their sobriety. Retributivists tend to castigate such procedures based on their (supposed) consequentialist rationale. I argue, however, that they might also be justified on retributivist grounds. The retributivist anti-PoI duty to punish the guilty may be the worst enemy of innocents.


Alwin A. van Dijk
Alwin A. van Dijk is Assistant Professor of Criminal Law at the University of Groningen.

    The use of visual material in Dutch criminal proceedings has become more prominent in recent years. This development has important consequences in regard to the trial procedure and judicial decision-making. Despite the possible influence on our criminal procedure, Dutch criminal law lacks specific standards for the use of visual material in court. In the United States the use of visual technology is more established and better regulated. This article sets out the standards applicable to the use of visual evidence in the American criminal law system by exploring the Federal Rules of Evidence and relevant case law. These standards can be used as frame of reference when putting forward recommendations for possible standards in the Dutch criminal justice system.


J. Roosma
Drs. mr. Jaitske Roosma heeft als projectmedewerker gewerkt bij de politie Rotterdam-Rijnmond en bij de afdeling Digitale Technologie en Biometrie van het Nederlands Forensisch Instituut. Zij start in oktober 2012 met de RAIO-opleiding.

M.J. Dubelaar
Mr. Marieke Dubelaar is werkzaam als docent en onderzoeker bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Hoofdartikel

Access_open Responsibility Incorporated

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2009
Trefwoorden corporate agency, corporate responsibility, collective responsibility
Auteurs prof. Philip Pettit
SamenvattingAuteursinformatie

    Incorporated groups include businesses, universities, churches and the like. Organized to act as single centers of agency, they also routinely satisfy the three conditions that make an agent fit to be held responsible: they face significant choices, can recognize the relative value of different options, and are able to choose in sensitivity to such values. But is it redundant to hold a corporate agent responsible for something, when certain members are also held responsible for the individual parts they play? No it is not, for it is often possible for a corporate entity to be fully fit to be held responsible, when this is not true of the individual members; they may be able to make excuses that are not available at the corporate level. Does the case made for corporate responsibility extend to unincorporated collectivities like nations or religions? Not strictly but it does explain why it may be sensible to treat those collectivities as if they had corporate responsibility in certain domains.


prof. Philip Pettit
Philip Pettit is the Laurence S. Rockefeller University Professor of Politics and Human Values at Princeton University.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.