Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 3919 artikelen

x
Artikel

De Mobiliteitsrichtlijn en implementatie van deze richtlijn voor grensoverschrijdende verrichtingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden Richtlijn (EU) 2019/2121, grensoverschrijdende omzetting, vrijheid van vestiging, grensoverschrijdende splitsing, rechtmatigheidstoezicht
Auteurs Mr. M.H. Baldee en Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de voorgeschiedenis, totstandkoming en inhoud van Richtlijn (EU) 2019/2121. Auteurs bespreken relevante jurisprudentie en de volgens de Mobiliteitsrichtlijn te volgen procedure om een grensoverschrijdende verrichting tot stand te brengen. Daarnaast bezien zij aan welke instantie het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende verrichting kan worden opgedragen.


Mr. M.H. Baldee
Mr. M.H. Baldee is van nov. 2018 t/m dec. 2019 als docent verbonden geweest aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is als universitair docent verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

De mogelijkheden en beperkingen van de kruimelgevallenregeling nader belicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden bestemmingsplan, kruimel, reguliere voorbereidingsprocedure
Auteurs Mr. S.T.J. (Simon) Olierook en Mr. W.J. (Willem) Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van recente jurisprudentie het toepassingsbereik van de kruimelgevallenregeling besproken.


Mr. S.T.J. (Simon) Olierook
Mr. S.T.J. Olierook is advocaat bij Van der Feltz advocaten, www.feltz.nl.

Mr. W.J. (Willem) Bosma
Mr. W.J. (Willem) Bosma is advocaat bij Van der Feltz advocaten, www.feltz.nl.
Artikel

Access_open Institutioneel misbruik en geweld uit het verleden

Een vergelijking van twee herstelgerichte responsmodellen in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden institutioneel misbruik en geweld, responsmodellen, rooms-katholieke kerk, Centrum voor Arbitrage inzake seksueel misbruik, Permanente Arbitragekamer
Auteurs Ivo Aertsen en Martien Schotsmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, an analysis is made of two response models for different forms of abuse and violence that occurred in the past on children in institutional settings. Two programmes are compared, as they operated during last 10 years in Belgium: on the one hand the Centre of Arbitration for sexual abuse and violence in the Catholic Church at the national level, on the other hand the Commission for Recognition and Mediation for various types of abuse and violence in youth and educational institutions and other organisational contexts in the Flemish Community. Both models are analysed and compared at the conceptual and empirical level from a restorative justice approach, looking at the elements that may reveal a certain form of restorative justice and/or may contain lessons for the further development of restorative justice. The background and origins of both programmes are presented into detail, followed by a comparison with respect to the political options on the basis of their creation, the composition of their boards, their scope of application and their procedures. Some numbers and characteristics of cases dealt with are presented.
    The analysis of both models points at the presence – in varying degrees – of important restorative justice elements as provided in the international literature. However, restorative justice standards are more prominent in the Flemish Commission for Recognition and Mediation as compared to the national Centre of Arbitration for sexual abuse in the Church. Both programmes also demonstrate that restorative action is needed at different, mutually interwoven levels: the personal (micro) level, the institutional (meso) level and the societal (macro) level. At the institutional and societal level the transformative potential of the interventions is very much needed, but also most challenging in terms of the development of effective restorative methods.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar criminologie aan de KU Leuven. Hij was aangesteld als expert bij de federale parlementaire Bijzondere Commissie in 2010-2011 en fungeerde vier jaar als lid van de Permanente Arbitragekamer inzake seksueel misbruik in de Kerk.

Martien Schotsmans
Martien Schotsmans is advocaat en verzoeningsexpert. Zij was als arbiter betrokken bij twee dossiers inzake seksueel misbruik in de kerk en was tot september 2020 coördinator van de Vlaamse Commissie voor Erkenning en Bemiddeling inzake misbruik en geweld uit het verleden.
Artikel

Twintig jaar groei van herstelrechtelijke programma’s

Reflecties op basis van de tweede editie van het UNODC Handboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden UNODC handbook, Restorative Justice programmes, Basic Principles, cases of serious crime, community
Auteurs Jee Aei Lee en Yvon Dandurand
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors take stock of the many diverse restorative justice programs that have been implemented in many countries, worldwide, over the past twenty years, and that have involved a number of problems. They also discuss a number of new developments and areas of concern, including victim participation, the relationship with common law, cases of serious crime and the role of the community. The authors hope the new UNODC Handbook on Restorative Justice Programmes to be as successful as the previous edition in promoting new ways to apply restorative justice principles in criminal matters and helping practitioners benefit from each other’s experience.


Jee Aei Lee
Jee Aei Lee is Crime Prevention and Criminal Justice Officer, Justice Section, United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), Vienna, Austria.

Yvon Dandurand
Yvon Dandurand is Professor Emeritus, Criminology, University of the Fraser Valley, and Fellow and Senior Associate at the International Centre for Criminal Law Reform, Vancouver, Canada.
Discussie

Welke toekomst voor herstelrecht in Brussel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden CONRAD, participatief actieonderzoek, Brussel, radicalisering, Marokkaanse jongeren
Auteurs Ali Moustatine, Tom Flachet en Erik Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    This article critically examines the prospects of restorative justice in Brussels from the perspective of urban youth work. The insights issue from action research on the topic of ‘radicalisation’. The authors develop two arguments. The first tempers restorative optimism. It shows how restorative interventions are not necessarily the most adequate response to tensions and conflicts in urban settings. The second argument points out that resistance from urban youth workers regarding the implementation of restorative interventions should not be seen as a regrettable obstacle for academics who are eager to experiment with these interventions. Such a resistance can lead to new insights and fresh opportunities to radically rethink Restorative Justice. One of the ideas that the article brings to the surface comes down to this. In a city like Brussels, characterised by superdiversity, and clearly marked by social inequalities, academic researchers only gain credibility in initiating restorative interventions if they undeniably denounce these inequalities and fully express their engagement for social justice.


Ali Moustatine
Ali Moustatine is voormalig jeugdwerker bij de Brusselse jeugdorganisatie D’broej. Hij was werkzaam in de Vereniging voor Marokkaanse Jongeren. Hij was verantwoordelijke onderwijsondersteuning en begeleider van ateliers rond religie, identiteit en sociale exclusie.

Tom Flachet
Tom Flachet is jeugdwerker bij de Brusselse jeugdorganisatie D’broej. Hij is bokstrainer bij de Brussels Boxing Academy. Hij heeft jarenlange ervaring als begeleider van trektochten met Brusselse jongeren in de bergen.

Erik Claes
Erik Claes is senior onderzoeker aan Odisee Hogeschool, opleiding sociaal werk. Zijn expertise en publicaties bestrijken de domeinen van rechtsfilosofie (grondslagen van de rechtsstaat), criminologie (herstelrecht), sociaal werk onderzoek (grootstedelijkheid, grondrechten en conflictbeleving).
Artikel

Macht(eloos)

Normalisering van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de (top)sport

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden sexually transgressive behavior, normalization, topsport culture, grooming, coach
Auteurs Dr. mr. Anton van Wijk en Prof. mr. Marjan Olfers
SamenvattingAuteursinformatie

    Sexually transgressive behavior occurs in all sections of society, including sports. That includes behavior from making sexual comments to rape. A risk factor is the culture that can prevail in sports, also known as a disruptive culture. There is normalization of deviant behavior. The top sport culture is particularly vulnerable to unacceptable behavior. In this article we will consider the phenomenon of grooming by the coach – the conscious and movement that induce the minor to engage in sexual contact. Within top sport, the opportunity for (sexually) transgressive behavior will be the determining factor. While grooming in recreational or recreational sport is often by isolating (vulnerable) children from the group, grooming can occur in top sport because of the intensity of the relationship, which is in any case of a more closed nature and can be strengthened by the strong performance-oriented top sport culture. In both cases, an alert, open environment is necessary to create a safe sports climate.


Dr. mr. Anton van Wijk
Dr. mr. Anton van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke en Verinorm.

Prof. mr. Marjan Olfers
Prof. mr. Marjan Olfers is hoogleraar sport en recht aan de VU, tevens directeur van Verinorm.
Artikel

Access_open Sleutelpersonen in de sport

De aftrap

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Dr. mr. Roland Moerland
Auteursinformatie

Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht en redacteur voor Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit.

Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Artikel

Woekeren met andermans talent

Over de handel en wandel en het zelfbeeld van spelersagenten

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden football agents, fraud, money laundering, regulation, self-image
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    The focus of this article is on the role that football agents play in the world of professional football. Their role has also been associated with criminal activities such as money laundering, tax evasion, corruption and the exploitation of under-age players. The article pays attention to recent developments in the world of football and the shady business practices in relation to the transfer of football players. Moreover, the article addresses the self-image of football agents and raises the question whether they should take more responsibility themselves in containing fraud and money laundering in the world of football.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht en redacteur voor Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit.
Artikel

Access_open Rechtszekerheid als ratio van subjectief verjaringsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden aanvangsmoment, art. 3:310 BW, art. 6:2 BW, rechtsverwerking, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. D.L. Barbiers
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat onduidelijkheid over de ratio van het subjectieve verjaringsrecht. In de literatuur is verdedigd dat de korte verjaringstermijn in conceptuele zin een vorm van rechtsverwerking is, maar niet elke uitspraak van de Hoge Raad over het subjectieve verjaringsrecht lijkt door die gedachte te kunnen worden verklaard. Met dit artikel beoog ik een bijdrage te leveren aan het inzicht in de normatieve achtergrond van het subjectieve verjaringsrecht en ga ik in op de verhouding tussen rechtsverwerking en subjectief verjaringsrecht.


Mr. D.L. Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Langverwachte (on)duidelijkheid over de (on)redelijkheid van aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van medische hulpzaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden state of the art, ontwikkelingsrisico, gebrekkige implantaten, aansprakelijkheid arts en ziekenhuis, CE-markering
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juni 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in twee kwesties waarin de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van een ongeschikte medische hulpzaak centraal stond. De auteur gaat in op de betekenis van deze uitspraken in het licht van eerdere jurisprudentie op dit terrein en geeft haar visie op de bruikbaarheid van de uitspraken in de praktijk.


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is universitair docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Het ambacht

Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Voorhangprocedures, Fiscale wetgeving, Wet op de omzetbelasting 1968, Grondwet, Raad van State, Goedkeuringswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet betekent dat de formele wetgever regelgevende bevoegdheid delegeert (aan de regering of een minister), maar dat er vervolgens een wetsvoorstel moet komen om de algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling ‘goed te keuren’. In deze bijdrage wordt de historie van deze figuur belicht en wordt aan de hand van casuïstiek ingegaan op de bedoeling en de toepassing ervan. Het is een zeldzame figuur, waar de wetgevingspraktijk niet altijd goed raad mee weet. De modelbepaling in de Aanwijzingen voor de regelgeving roept enkele vragen op. Een conclusie is verder dat de goedkeuring maar beter niet kan worden gecombineerd met andere onderwerpen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.
Artikel

Leren van evaluaties

De fitness check van het Europees consumentenrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Betere regelgeving, Evaluaties, Europese beleidscyclus, Europese Commissie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht laten zien hoe de richtlijnen voor fitness checks in de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving in de praktijk worden gebracht. Een fitness check beoogt, onder meer, om consistentie en coherentie te verbeteren, en zou informatie moeten verzamelen over de gezamenlijke impact van maatregelen. Hoewel de Nederlandse wetgever niet heeft aangegeven fitness checks te willen invoeren, zijn de ervaringen met de fitness check van het consumentenrecht toch interessant voor de Nederlandse wetgever. In dit artikel wordt ingegaan op wat kan worden geleerd van de ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht.


Dr. E.A.G. van Schagen LLM
Dr. E.A.G. (Esther) van Schagen (LLM) is universitair docent bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Oplegging van bestuurlijke boetes aan overheden door de privacytoezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden immuniteit, bestuurlijke boete, privacytoezichthouder, overheid, pikmeer
Auteurs Ton Duijkersloot
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal de oplegging van bestuurlijk boetes aan overheden, in het bijzonder door de privacytoezichthouder: welke mogelijkheden en beperkingen kent het Nederlands recht hiervoor in algemene zin, welke mogelijkheden en beperkingen golden en gelden in het bijzonder voor de Nederlandse privacytoezichthouder en in hoeverre heeft deze toezichthouder in het recente en verdere verleden boetes aan overheden opgelegd.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL).
Artikel

Hoe het toezicht rekening kan houden met de context van een zorgaanbieder

Context matters

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden context, contextfactoren, vertrouwen, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Corry Ketelaars, Sandra Spronk en Ian Leistikow
SamenvattingAuteursinformatie

    De context van een zorgaanbieder speelt een rol bij de afweging of de IGJ vertrouwen heeft in een zorgaanbieder. Afhankelijk van het vertrouwen kiest de inspectie voor een meer op leren gerichte, dan wel een meer disciplinerende interventie. In de praktijk is de uitdaging voor inspecteurs te expliciteren wat die context is en hoe die te wegen in het bepalen van de interventie om daarmee toezicht op maat te kunnen leveren. Dit onderzoek beantwoordt de vraag: ‘Wat zijn de belangrijkste contextfactoren die de kwaliteit van de zorg van een zorgaanbieder kunnen beïnvloeden?’. Het onderzoek had een kwalitatieve opzet en was een combinatie van conceptanalyse, literatuuronderzoek, interviews met experts, focusgroepdiscussies en toetsing van contextfactoren door inspecteurs en onderzoek van inspectierapporten. Het resultaat hiervan is het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ met vier categorieën: Toezichtgeschiedenis, Organisatorische context, Bestuurlijke context en Maatschappelijke context.
    Het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ is geïntegreerd in het Afwegingskader Vertrouwen van de IGJ. Dit geeft de inspecteur handvatten om af te wegen of en hoe de context invloed heeft op het vertrouwen in de zorgaanbieder en een toezichtinterventie in te zetten die het beste bijdraagt aan het doel, namelijk het verbeteren van de kwaliteit van zorg.


Corry Ketelaars
Dr. C.A.J. Ketelaars is senior adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is coördinerend inspecteur sector gehandicaptenzorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Ian Leistikow
Prof. dr. I.P. Leistikow is hoogleraar aan de Erasmus School of Health Policy & Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Waarom dronepiloten toch in no fly zones vliegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden drones, weerstand, toezicht, regelgeving, gedrag
Auteurs Stephanie Wassenburg, Tess Beke, Han Pret e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een scherpe stijging in het aantal drones en snelle vorderingen in dronetechnologie creëren nieuwe mogelijkheden en risico’s voor veiligheid en privacy. Door een beperkte toezichtcapaciteit is er behoefte aan gedragsinterventies die spontane naleving stimuleren. Het huidige onderzoek beschrijft psychologische factoren, zoals weerstand, die het regelnalevingsgedrag van dronepiloten beïnvloeden omtrent vliegen in no fly zones (gebieden waar men niet met een drone mag vliegen). De gemodelleerde antwoorden van 843 dronepiloten laten zien dat twee typen weerstand, inertie en scepticisme, invloed hebben op het gedrag van dronepiloten. Dit artikel beschrijft hoe deze inzichten door toezichthouders kunnen worden gebruikt om gewenst gedrag te bevorderen.


Stephanie Wassenburg
Dr. S.I. Wassenburg is gedragsonderzoeker/data scientist bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Tess Beke
T.J. Beke, MSc is promovenda bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.

Han Pret
J. Pret, EMoC is senior adviseur bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Barbara Müller
Dr. B.C.N Müller is universitair docent bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Corona en potentiële aansprakelijkheidsclaims

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden informatieplicht staat, operationele plicht staat, corona, aansprakelijkheid jegens bezoekers, ziekenhuizen
Auteurs Prof. mr. C.C. van Dam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage inventariseert mogelijke schadeclaims die zouden kunnen worden ingesteld in verband met de coronacrisis. Achtereenvolgens komen aan de orde de potentiële aansprakelijkheid van de Staat, deels als gevolg van niet-genomen maatregelen (nalaten), deels als gevolg van wel genomen maatregelen (doen) en de potentiële aansprakelijkheid van private partijen. Bij dit laatste gaat het om de potentiële aansprakelijkheid van ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen, van werkgevers, van eigenaren en uitbaters van openbaar toegankelijke gebouwen (inclusief winkels), van producenten, van sociale media en van burgers onderling. De bijdrage wordt afgesloten met enkele algemene beschouwingen over schade en causaliteit.


Prof. mr. C.C. van Dam
Prof. mr. C.C. van Dam is hoogleraar aan Maastricht University, de Erasmus Universiteit Rotterdam en King’s College London.
Artikel

Access_open Naar een toekomstbestendig compensatiesysteem voor verkeersongevallen

Over zelfrijdende auto’s, herstelgerichte schadeafwikkeling en de mogelijkheden van een systeem van directe schadeverzekering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden zelfrijdende auto, herstelgerichte schadeafwikkeling, procedurele rechtvaardigheid, directe verzekering, WA-direct
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van de zelfrijdende auto en het groeiende inzicht in het anti-therapeutische effect van de afwikkeling van letselschade, leiden tot het hernieuwd overdenken van ons compensatiesysteem voor verkeersongevallen. Het Verbond van Verzekeraars begint in 2021 met WA-direct, een eerste innovatieve stap, nog op basis van het huidige aansprakelijkheidsrecht maar met het oog op meer. In dit artikel worden deze ontwikkelingen besproken en met elkaar in verband gebracht. De mogelijkheden van een stelsel van directe schadeverzekering worden vergeleken met die van het aansprakelijkheidsrecht en WA-direct.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
Prof. mr. dr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Toont 1 - 20 van 3919 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.