Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 293 artikelen

x
Artikel

De strijd tegen racisme op en naast het voetbalveld

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 2 2021
Trefwoorden voetbal, racisme, antidiscriminatierecht, tuchtrecht, specificiteit van de sport
Auteurs Frea De Keyzer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de waardenoverlap inzake racisme tussen voetbal en samenleving verduidelijkt, welke een basis en verklaring vormt voor een repressief optreden van zowel de overheid als de sportwereld binnen een voetbalcontext. De verscheidene (Europese, Belgische en Nederlandse) handhavingsinstrumenten en hun tekortkomingen en uitdagingen komen hierbij aan bod.


Frea De Keyzer
F. (Frea) De Keyzer is doctoraatsonderzoekster en onderwijsassistent sportrecht aan de Katholieke Universiteit Leuven, Instituut voor Arbeidsrecht. Daarnaast is zij zetelend lid van de Disciplinaire Raad voor het profvoetbal bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond.
Jurisprudentie

Access_open Annotatie Lang

Rechtbank Den Haag oordeelt gebruik etniciteit bij vreemdelingentoezicht toelaatbaar

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2021
Auteurs Peter Rodrigues
Auteursinformatie

Peter Rodrigues
Prof. mr. P.R. Rodrigues is hoogleraar Immigratierecht bij de Universiteit Leiden en voorzitter van de redactie van dit blad.
Artikel

Constructief omgaan met conflicten en ­geschillen

Inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2021
Auteurs Alain-Laurent Verbeke en Geert Vervaeke
Auteursinformatie

Alain-Laurent Verbeke
Prof. Dr. Alain-Laurent Verbeke (1964) is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceert er sinds 1991 onder meer onderhandelen en bemiddelen, nationaal en internationaal familiaal vermogensrecht, bijzondere overeenkomsten, zowel in de bachelor en master rechten als in de master notariaat. Aan de rechtsfaculteit is hij directeur van het Rector Roger Dillemans Instituut Familiaal Vermogensrecht, codirecteur van het Leuvens Centrum Notariaat en van het Instituut Contractenrecht. Aan de faculteit psychologie is hij covoorzitter van het Leuven Center for Collaborative Management (LCM). Hij is mede-oprichter (in 2001), lesgever en lid van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling van de KU Leuven. Ook is hij (co)promotor van talrijke doctoraten, in de rechten en in de psychologie. Hij is advocaat aan de balies van Brussel en West-Vlaanderen, partner Greenille Private Client Team @ Deloitte Legal. Hij is sinds 2007 Visiting Professor of Law aan Harvard Law School, waar hij negotiation doceert. Sinds 2008 is hij ook Professor of Law & Negotiation aan UCP Lisbon Global School of Law en sinds 1999 deeltijds gewoon hoogleraar privaatrecht en rechtsvergelijking aan Tilburg University. Hij ontving de Francqui Leerstoel (VUB, 2010-2011), de KBC Chair in Family Wealth (Antwerp Management School, 2014-2015) en de Van Oosterwyck Leerstoel notarieel recht (VUB, 2003). In Harvard is hij verbonden aan het Program on Negotiation (PON). Zie www.law.kuleuven.be/fvr/nl/pdf/cvALV.

Geert Vervaeke
Prof. Dr. Geert Vervaeke (1960) is Decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van Tilburg University. Hij is tevens deeltijds Gewoon Hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven in de criminologische en rechtspsychologie. Momenteel is hij voorzitter van de European Association on Psychology and Law (https://eapl.eu). Tevens is hij voorzitter van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling aan de KU Leuven. Hij is gewezen Voorzitter van de Belgische Hoge Raad voor de Justitie (2004-2012: www.hrj.be/nl). Hij was tussen 2004 en 2012 tevens lid van het bestuur van het Europees Netwerk van Hoge Raden (www.encj.eu) en curator van het wetenschappelijk luik van het Stadsfestival Op.Recht.Mechelen (2015-2017: www.oprechtmechelen.be).

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Artikel

Een kijkje achter de schermen: een kwalitatieve studie over het ontstaan van cybercriminele carrières

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cybercrime, cyber offenders, criminal careers, online disinhibition, pathways
Auteurs Sifra Matthijsse, Wytske van der Wagen, Elina van ’t Zand e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This qualitative study examines how criminal careers in cybercrime start and can be explained. Based on offender and expert interviews, the authors conclude that traditional factors linked with the initiation, such as a maturity gap (for juvenile offenders) and opportunism (for adult offenders), in combination with different types of (online) disinhibition – social, technical, situational and psychological – can explain the start of a criminal career. Features of the digital context appear to play a major role in the development of a criminal career and this requires more online supervision and education about – among other things – legal alternatives and the risks and boundaries of the online environment.


Sifra Matthijsse
S.R. Matthijsse MSc is als practicumdocent en tutor verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wytske van der Wagen
Dr. W. van der Wagen is als universitair docent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Elina van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is als universitair docent criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is als universitair hoofddocent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Ethiek en recht, actio in distans

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden juridische beroepspraktijk, juridische opleiding, ethiek
Auteurs Marcel Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze tekst belicht achtergronden van het ethiekonderwijs aan juristen, zoals dat aan de Radboud Universiteit vorm krijgt. Centraal staat eerst de praktisch én theoretisch relevante spanning tussen ethiek en recht. Na een verkenning van deze spanning bespreekt Marcel Becker de status van ethische theorieën en de meerwaarde van sociaalwetenschappelijke kennis voor ethiekonderwijs.


Marcel Becker
Dr. Marcel Becker is associate professor Ethics and Political Philosophy, Radboud Universiteit, Nijmegen.
Artikel

Steekwapens binnen de Wet wapens en munitie

Het voornemen tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen bezien na een analyse van de huidige wet.

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden steekwapens, WWM, draagverbod, minderjarigen, messen
Auteurs Mr. J. (Jeroen) Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Via een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer lieten ministers Grapperhaus en Dekker weten met een actieplan te komen om het (steek)wapenbezit en -gebruik onder jongeren aan banden te leggen. Als onderdeel van dit plan wordt een algeheel draagverbod van alle messen genoemd. In deze bijdrage wordt beschreven welke voorwerpen onder welke omstandigheden als strafbaar steekwapen onder de WWM vallen. Vervolgens wordt, bezien vanuit de huidige WWM, beschreven waarmee de wetgever rekening moet houden als deze over wil gaan tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen.


Mr. J. (Jeroen) Geurts
Mr. J. Geurts is advocaat bij Ausma De Jong Advocaten in Utrecht
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Aansluiting bij een terroristische organisatie en verlies van Nederlanderschap. Hoe werkt het in de praktijk?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Nederlanderschap, Terroristische organisatie, Rijkswet op het Nederlanderschap, Ongewenstverklaring
Auteurs Viola Bex-Reimert, Bert Marseille, Marc Wever e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Article 14 (4) of the Netherlands Nationality Act (RwN) gives the minister of Justice and Security the authority to revoke the Dutch citizenship if that person has voluntarily joined a terrorist organisation that is a threat to national security. In this article, which is based on an evaluation study of article 14 (4) commissioned by the Research and Documentation Center of the Ministry of Justice and Security, the authors discuss the decision-making process of revocation of the Dutch nationality based on article 14 (4) in practice. This article also provides empirical data on this decision-making process, such as on the number of times the Dutch nationality was revoked and the outcomes of court proceedings about article 14 (4) cases.


Viola Bex-Reimert
Mr. dr. V.M. Bex-Reimert is universitair docent migratierecht, verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bert Marseille
Prof. mr. dr. A.T. Marseille is hoogleraar Bestuurskunde, in het bijzonder de Empirische studie bestuursrecht, verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Marc Wever
Mr. dr. M. Wever is universitair docent empirisch onderzoek geschilbeslechting, verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Paulien de Winter
Dr. P. de Winter is universitair docent empirisch juridisch onderzoek, verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is hoogleraar Bestuurskunde, verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Innoveren door te reguleren: een bespreking van het rapport inzake de regulering van AI

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden artificial intelligence, kunstmatige intelligentie, machine learning, toezicht, verordening
Auteurs Mr. S.W. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft het Europees Parlement een voorstel voor een verordening gepubliceerd ten aanzien van de regulering van artificial intelligence (AI). Dit artikel bespreekt de bepalingen en implicaties van het voorstel en geeft daarmee een inkijk in Europese AI-regelgeving die in het verschiet ligt.


Mr. S.W. van de Ven
Mr. S.W. van de Ven is advocaat bij Linklaters te Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending, schadevergoeding
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode van september 2019 tot en met augustus 2020 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke onderwerpen. Veel uitspraken borduren voort op of geven een nadere uitleg aan zaken waarover het Hof zich eerder heeft gebogen. Tegelijkertijd komt uit de uitspraken van afgelopen jaar het beeld naar voren dat het Hof in toenemende mate belang hecht aan de beschermingsplicht van de overheid, in het bijzonder bij gedetineerden, psychiatrische en verstandelijk beperkte patiënten en personen die anderszins kwetsbaar zijn.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.
Artikel

Access_open Actualiteiten particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2020
Trefwoorden abeidsongeschiktheidsverzekering., schending mededelingsplicht, begrip arbeidsongeschiktheid, claimbehandeling
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de belangrijkste actualiteiten op het terrein van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Daarbij is in het bijzonder aandacht geschonken aan de rol van deze verzekering binnen de letselschade. Daarnaast komt het karakter van de AOV aan orde, de schending van de mededelingsplicht, het begrip arbeidsongeschiktheid en de claimbehandeling.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is als advocaat verbonden aan VWW Advocaten - Mediation te Utrecht en is raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Over mensen, dieren en beesten

Op zoek naar dierlijke en andere metaforen in het racismedebat

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Racisme, Antisemitisme, Othering, animal wellbeing
Auteurs Prof. dr. Janine Janssen en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Racism is related to the process of ‘othering’. Individual people or groups can be described as ‘other’ by depicting them as ‘beasts’. In another form of othering accusations of maltreatment of other than human animals play an important role: awful people abuse innocent animals. Next to that concepts like ‘genocide’ and ‘slavery’ are nowadays used in order to describe the way humans treat other animals. All of this influences the debate on racism.


Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is lector Ondermijning aan Avans Hogeschool en hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit.
Artikel

Kroniek van het bestuursrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Landsverordeningen administratieve rechtspraak (Lar), mandaat
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de opheffing van het land de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 (10-10-’10) is de bestuursrechtelijke regelgeving grotendeels ongewijzigd overgenomen door de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten. Aruba had al sinds zijn status aparte in 1986 zijn eigen bestuursrechtelijke regelgeving en wetten. Voor Caribisch Nederland (de BES-eilanden) bleef ook grotendeels de oude Nederlands-Antilliaanse wetgeving van kracht. Dat maakt dat de regelgeving van alle Caribische landen en eilanden van het Koninkrijk in het algemeen sterk verouderd is. De bestuursrechtelijke jurisprudentie in de West volgt in het algemeen die in Nederland. Er zijn in het afgelopen decennium geen baanbrekende uitspraken gedaan.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als buitengewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open Eichmann, moreel oordelen en strafuitsluitingsgronden

De gedeelde verantwoordelijkheid voor verantwoordelijkheid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden strafrechtelijke verantwoordelijkheid, reflexieve zelfcontrole, morele en juridische normen, strafuitsluitingsgronden
Auteurs Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegenwoordig bestaat meer aandacht voor burgers die om uiteenlopende redenen niet goed in staat zijn om zich aan juridische normen te houden, in het bijzonder ook aan strafrechtelijke normen. Het gaat om mensen wier cognitieve vermogens tekortschieten en/of die een onderontwikkeld vermogen van zelfcontrole hebben. Deze ontwikkeling kan worden beschouwd als een zekere mate van erkenning dat de maatschappij – en de overheid in het bijzonder – medeverantwoordelijk is voor het scheppen van de bestaansvoorwaarden waaronder mensen zich kunnen ontplooien tot verantwoordelijke burgers. In dit artikel betoog ik dat deze gedeelde verantwoordelijkheid niet alleen geldt voor de ontwikkeling van de mentale capaciteiten die nodig zijn om de normen van het recht te kunnen volgen, maar ook voor het bieden van toegang aan burgers tot de materiële normen zelf.


Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is universitair docent strafrecht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.
Artikel

De coronapandemie en de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden corona, patiëntenrechten, kwaliteit van zorg, leeftijdsselectie, Intensive Care
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De coronapandemie in het voorjaar van 2020 had grote gevolgen voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. In dit artikel worden enkele thema’s vanuit een juridisch perspectief besproken: het verbod op contactberoepen, het tegengaan van ziekenhuisopnames en het selecteren van patiënten bij een tekort aan IC-bedden.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Toont 1 - 20 van 293 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.