Zoekresultaat: 39 artikelen

x
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2020
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Noodweerexces: in het Belgisch strafrecht aanwezig in alles behalve naam?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Noodweerexces, Noodweer, Belgisch strafrecht, Uitlokking, Dwang
Auteurs Dr. J. (Jeroen) De Herdt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Belgische strafrecht kent de figuur van noodweerexces niet. Deze problematiek wordt via andere instrumenten geregeld, in het bijzonder de onweerstaanbare dwang, de uitlokking en de verzachtende omstandigheden. Op die manier wordt een tweesporenbeleid gevolgd, waarbij de strafrechtelijke reactie afhankelijk is van de emotionele impact van de noodweersituatie op de betrokkene. In het kader van de mogelijke invoering van een nieuw Strafwetboek in België wordt wel voorzien in een bepaling inzake noodweerexces. Het gevoerde tweesporenbeleid blijft daarbij evenwel behouden.


Dr. J. (Jeroen) De Herdt
Jeroen De Herdt is rechter in de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen en postdoctoraal navorser in de onderzoeksgroep Rechtshandhaving van de Universiteit Antwerpen
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/63

HR 7 april 2020, 19/00140, ECLI:NL:HR:2020:625

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Artikel

Kroniek Personen- en Familierecht en Erfrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2020
Auteurs Liesbeth Willemsen en Christiane Verfuurden
Auteursinformatie

Liesbeth Willemsen
Liesbeth Willemsen is advocaat bij LNW advocaten en mediators te Gorinchem.

Christiane Verfuurden
Christiane Verfuurden is advocaat bij Boels Zanders Advocaten te Eindhoven en tevens lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode september 2018 tot en met augustus 2019 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke vraagstukken. Naast uitspraken over de uitleg van ‘bekende’ rechten, zoals het recht op leven, het recht op toegang tot adequate zorg en de procedurele overheidsverplichtingen, waren er verschillende ‘nieuwe’ onderwerpen waarover het Hof zich moest buigen, waaronder de verplichting om een urinetest te ondergaan, de toegang tot een externe deskundige, het recht om te huwen van een onder curatele gestelde persoon en de rechten van naasten en nabestaanden. Het geheel geeft een beeld van de diverse tegen verdragsstaten ingediende klachten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Personen- en Familierecht en Erfrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Imke Gerrits, Christiane Verfuurden en Liesbeth Willemsen
Auteursinformatie

Imke Gerrits
Imke Gerrits is advocaat bij Goorts + Coppens Advocaten in Deurne .

Christiane Verfuurden
Liesbeth Willemsen is advocaat bij LNW advocaten en mediators in Gorinchem .

Liesbeth Willemsen
Christiane Verfuurden is advocaat bij Schakenraad Advocaten in Eindhoven en tevens advocaat-redactielid van dit blad.
Artikel

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden opzetclausule, AVP, geestesstoornis, categoriebenadering, maatschappelijke functie AVP
Auteurs Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken baby). In dit arrest geeft de Hoge Raad uitleg aan de opzetclausule die sinds 2000 in de AVP gehanteerd wordt. Gekeken wordt naar de invloed van de geestesstoornis op de toepassing van de opzetuitsluiting en er wordt een vergelijking getrokken met het strafrecht.


Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.

Yves Van Den Berge
Yves Van Den Berge is substituut-procureur-generaal bij het Hof van Beroep van Gent en adjunct-kabinetschef van minister van Justitie Koen Geens.
Artikel

VPH en dwangpsychiatrie: hoe verder?

Een aanzet voor een principieel debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden VPH, Dwangpsychiatrie, Discriminatie
Auteurs Mr. dr. S.P.K. Welie en mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit VN-verband is aangegeven dat de regulering van dwangpsychiatrie zoals die in Nederland bestaat in het kader van de Wet Bopz en haar beoogde opvolgster, de Wvggz, strijdig is met het door Nederland geratificeerde VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VPH). Deze strijdigheid is vanuit het kabinet echter ontkend. Bij beide visies worden kanttekeningen geplaatst, waarna twee varianten voor een mogelijke alternatieve dwangregeling bespreking vinden. In de bedoelde varianten bestaat minder wrijving met het VPH en de noties die aan dit verdrag ten grondslag liggen, doordat het begrip ‘geestesstoornis’ daarin geen deel uitmaakt van de juridische criteria ter rechtvaardiging van dwang, te weten 1) wilsonbekwaamheid of 2) gevaar ‘sec’.


Mr. dr. S.P.K. Welie
Sander Welie is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.
Column

De geboorte van de Wvggz: een schouwspel in vele bedrijven

Opmerkingen naar aanleiding van de tweede nota van wijziging

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden GGZ, Wvggz, Tweede nota van wijziging, dwangpsychiatrie, Wet Bopz
Auteurs Mr. dr. W.J.A.M. Dijkers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is de beoogde opvolger van de Wet Bopz; het ontwerp van deze nieuwe wet is ingrijpend gewijzigd bij de tweede nota van wijziging. Schrijver bespreekt enkele onderdelen daarvan, zoals de rol van de officier van justitie, het vervallen van het hoger beroep, de (te) brede inhoud van toekomstige rechterlijke machtigingen en de nieuw geïntroduceerde observatiemaatregel.


Mr. dr. W.J.A.M. Dijkers
Mr. dr. W.J.A.M. Dijkers was tot 1 juli 2016 werkzaam als seniorrechter binnen de Rechtbank Noord-Nederland. Hij is redacteur van het kwartaalblad Jurisprudentie verplichte ggz en medeauteur van W.J.A.M. Dijkers & T.P. Widdershoven (red.), De Wet Bopz, artikelsgewijs commentaar, Den Haag: Sdu (online).
Jurisprudentie

De opzetclausule in de AVP-polis

Rb. Oost-Brabant 13 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4480

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden opzetclausule, AVP-polis, voorwaardelijk opzet, buitenproportionele schadelijke gevolgen, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Prof. Mr. J.H. Wansink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in deze uitspraak staat de uitleg van de opzetclausule zoals deze naar aanleiding van het Aegon/Van der Linden-arrest van de Hoge Raad van 6 november 1998 in 2000 in de AVP-polis is gereviseerd. Een revisie waartoe verzekeraars besloten omdat de door de Hoge Raad voorgestane uitleg in hun visie de reikwijdte van de uitsluiting te vergaand beperkte en daardoor te veel ruimte liet voor dekking van crimineel gedrag. Een steeds weer terugkerend geschilpunt tussen partijen ziet op de vraag of de clausule dekking biedt voor met uitsluitend voorwaardelijk opzet veroorzaakte schade; dit veelal in het licht van het gegeven dat opzettelijke gedragingen kunnen leiden tot qua ernst en omvang in relatie tot de schadeveroorzakende gedraging buitenproportionele schadelijke gevolgen. Het door verzekeraars beoogde correctief daarvoor biedt de redelijkheid en billijkheid overeenkomstig artikel 6:248 lid 2 BW.


Prof. Mr. J.H. Wansink
Prof.mr. J.H. Wansink is emeritus hoogleraar verzekeringsrecht aan het Verzekeringsinstituut bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Forensische zorg en GGZ: graag harmonisatie zonder integratie

Een reactie op de Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden forensische zorg en GGZ, strafrecht en gedwongen zorg, dwangbehandeling in penitentiair verband, rechtsbescherming en gedwongen zorg
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg koerst op verdere integratie van forensische zorg en GGZ, in combinatie met uiteenlopende normeringen voor het toepassen van psychiatrische dwang. Beide keuzes worden in dit artikel bekritiseerd. Geopperd wordt een systematische scheiding van beide terreinen, gecombineerd met een juridische harmonisering van gedwongen zorg. Alternatieve aanbevelingen worden verwoord: a) hanteer een GGZ tenzij-principe om een strafrechtelijk traject zo mogelijk te vermijden, b) hanteer dat principe ook om een eenmaal ingezet traject zo mogelijk te beëindigen, c) beschouw een strafrechtelijke detentie als een strikt justitiële aangelegenheid, d) waarborg dat die detentie gepaard gaat met passende GGZ-zorg, e) hanteer een gelijk stelsel van rechtsbescherming voor gedwongen GGZ-zorg in penitentiair verband en daarbuiten, f) waarborg dat er passende GGZ-zorg is na beëindiging van een strafrechtelijke detentie.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Wet Bopz 2013-2014

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet Bopz, kroniek rechtspraak, gedwongen zorg, procedurele vereisten
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van rechtspraak die is gewezen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2015. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de inhoudelijke vereisten voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten, vereisten rondom bijzondere machtigingen en vereisten rondom gedwongen verblijf. Hierin is dit keer ook een aantal tuchtrechtelijke uitspraken betrokken.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht en onderzoeker bij het VU medisch centrum en de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het interfacultair onderzoeksinstituut EMGO+.
Artikel

Over een verdrinkend kalf en groener gras

Een beschouwing van de Nederlandse en Belgische gedragskundige rapportage in strafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gedragskundige rapportage strafrecht, rapportage pro justitia, psychiatrische expertise
Auteurs Mr. Merijne Groeneweg
SamenvattingAuteursinformatie

    During the Belgian criminal trial on Kim de Gelder, Belgian forensic psychiatry was criticized. Forensic psychiatrists seemed to be longing for the Dutch practice. Was this justified? In this article, the psychological and psychiatric report in criminal cases in the Netherlands and Belgium are compared. Subjects of criticism are analyzed. Important differences exist regarding to the competency assessment the experts, their research possibilities, the (legal) requirements to the psychological and psychiatric report and the concept of ‘toerekeningsvatbaarheid’. New Belgian legislation can be a basis for improvement. Taking the differences into account, the Dutch practice could service on improving certain criticized aspects.


Mr. Merijne Groeneweg
Mr. Merijne Groeneweg was tot 1 januari 2015 jurist bij het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum.

Joëlle Rozie
Prof. dr. J. Rozie is hoogleraar Strafrecht bij de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen.

Thierry Vansweevelt
Prof. dr. T. Vansweevelt is hoogleraar Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht bij de Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Zwijgen is zilver, spreken is goud. De weigerende observandus en de voorgestelde wijziging van artikel 37a Sr

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2014
Trefwoorden TBS, weigerende observandus, gedragsdeskundige rapportage, medische dossiers, wetsvoorstel forensische zorg
Auteurs Mr. Martine Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    When a person commits a severe crime in the Netherlands, for which he cannot be (fully) held responsible because of a mental disorder, a judge may impose a hospital order in a secured psychiatric institution. To make this possible, behavioural experts have to assess whether the suspect suffered from a mental disorder at the time of the crime. However, during this assessment a suspect has the right to remain silent. Since recent years the number of non-cooperating suspects is increasing. To solve this problem, the Secretary of State of Security and Justice has submitted a legislative proposal, which makes it possible to force health professionals to submit past medical records of the suspect to the behavioural experts for their assessment without his consent. This breaches the professional law of confidentiality. Following case law of the European Court of Human Rights, this can only be justified, if it complies with the principles of proportionality, subsidiarity and necessity. The legislative proposal does not comply with these principles, as alternatives are available. These are: improvement of the forensic psychiatric care, reduction of the duration of the treatment and extension of the behavioral research period.


Mr. Martine Valk
Mr. Martine Valk is junior onderzoeker aan het VU medisch centrum, afdeling Metamedica.
Artikel

Het tijdelijk verlaten van de gevangenis in België

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof voor veroordeelden tot een vrijheidsstraf

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2014
Trefwoorden tijdelijk verlaten van de inrichting, België, uitgaansvergunning, penitentiair verlof
Auteurs Drs. Luc Robert en Dr. Benjamin Mine
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the Belgian system of temporary leave from prison is presented. The main modalities of temporary leave in Belgium are the prison furlough and home leave. Recently, new legislation has brought about a new regulatory framework for the release system, including these modalities. The definition of these modalities and the decision making process are presented.


Drs. Luc Robert
Drs. Luc Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel, België.

Dr. Benjamin Mine
Dr. Benjamin Mine is onderzoeker aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel, België.
Artikel

De psychiater en toerekeningsvatbaarheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden forensic psychiatrists, criminal responsibility, administration of criminal justice, legal insanity, legal insanity standard
Auteurs G. Meynen
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, there is a vivid debate in the Netherlands about the possible non-existence of free will and its implications for criminal law, in particular for the concept of ‘criminal responsibility’. Especially forensic psychiatrists who advise the court on a defendant’s legal insanity feel uneasiness because of this discussion on free will. In this contribution the author suggests to reconsider the current practice in the Netherlands in which psychiatrists explicitly advise the court on legal insanity and to consider the option to leave the judgment on legal insanity entirely to the judge. Meanwhile, of course, psychiatrists will have to inform the judge about the defendant’s mental condition at the time of the crime and its influence on the defendant’s behaviour. If needed, in order to optimize communication between the medical domain (psychiatrist) and the legal domain (judge), a legal insanity standard could be developed and introduced.


G. Meynen
Prof. dr. Gerben Meynen is als bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 39 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.