Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 502 artikelen

x
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2020

Medische hulpmiddelen: eindelijk goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden MDR, IVDR, aansprakelijkheid hulpverlener, gunstbetoon, notified bodies
Auteurs Mr. S. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 november 2020 vond de jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht plaats, waar de preadviseurs de wetgeving rondom de medische hulpmiddelen breed uiteen hebben gezet. De nieuwe Europese Verordeningen, de aansprakelijkheid omtrent de medische hulpmiddelen en het verbod op gunstbetoon zijn uitvoerig belicht, waarbij de coreferenten scherpe kanttekeningen plaatsten.


Mr. S. Koelewijn
Simone Koelewijn is advocaat bij Nysingh advocaten & notarissen te Utrecht.
Artikel

De aanvang van de korte verjaringstermijn bij beroepsaansprakelijkheidsvorderingen na het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2020

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsfout, bekendheid, art. 3:310 BW, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. de Haan en Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over het moment waarop de verjaringstermijn van de beroepsaansprakelijkheidsvordering van de (voormalig) cliënt op zijn adviseur een aanvang neemt. In dit artikel wordt het arrest bekeken in de context van eerdere rechtspraak over dit onderwerp en wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven norm in de praktijk kan uitwerken.


Mr. M. de Haan
Mr. M. de Haan is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.

Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Annotatie

Geen like voor Facebook uit Karlsruhe

Bundesgerichtshof 23 juni 2020, ECLI:DE:BGH:2020:230620BKVR69.19.0 (Facebook)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden misbruik, machtspostitie, Facebook, Bundesgerichtshof, Bundeskartellamt
Auteurs Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 juni 2020 heeft het Duitse Bundesgerichtshof een uitspraak gewezen in een voorlopige voorzieningenprocedure tegen het Facebook-besluit van het Bundeskartellamt. Het Bundesgerichtshof heeft geen ernstige twijfels dat Facebook het Duitse mededingingsrecht schendt door persoonsgegevens over haar gebruikers te verwerken zonder hier toestemming voor te vragen. Deze noot bespreekt de analyse van het Bundesgerichtshof. Ook wordt er aandacht besteed aan de vraag of het gedrag van Facebook naar Europees of Nederlands mededingingsrecht eveneens verboden is.


Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott te Amsterdam.
Artikel

Het ontbinden van een overeenkomst en de Tenzij-jurisprudentie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontbinding, Tekortkoming, Tenzij-clausule, Rechtszekerheid, Eigen Haard
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Meijers heeft een ontbindingsregime ontwikkeld dat voornamelijk was geënt op het (eenzijdig) belang van de schuldeiser. De Hoge Raad heeft zowel voor als na de invoering van het BW het door Meijers ontworpen regime mijns inziens gerelativeerd door bij de beoordeling van de ontbindingsbevoegdheid de belangen van de schuldenaar via een open belangenafweging te laten meewegen. In de Tenzij-jurisprudentie heeft de Hoge Raad zijn eerdere – meer gefragmenteerde – rechtspraak op het gebied van ontbinding bevestigd en gepresenteerd als een meer coherent systeem. Alhoewel het misschien (rechtspolitiek) wenselijk kan zijn om de belangen van een schuldenaar zwaarder te laten meewegen, wordt hiermee wel afbreuk gedaan aan het – aanvankelijk – scherpe normenkader van artikel 6:265 lid 1 BW. De auteur betoogt dat als gevolg daarvan de ontbindingsrechtspraak minder voorspelbaar is. Zo valt in het Tenzij-arrest op dat voorzieningenrechter en hof tot verschillende uitkomsten komen. De onvoorspelbaarheid wordt volgens de auteur versterkt doordat de omstandigheden die de rechter bij een beslissing over een ontbinding kan meewegen, zowel aan de kant van de schuldeiser als aan die van de schuldenaar, tot het moment van vonnis moving targets kunnen zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Artikel

Van marxisme naar economisch strafrecht

Over een persoonlijke, autobiografische band met een bijzonder rechtsgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Economisch strafrecht, Karl Marx, scientific occupation with e. cr. law, professional occupation with e. cr. law, sanctions in e. cr. Law.
Auteurs Em. prof. mr. Th.A. de Roos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur presenteert autobiografische bronnen van zijn speciale aandacht voor, en professionele toewijding aan het terrein van economisch strafrecht. Hij werd op dat spoor gezet door de werken van Karl Marx, maar uiteindelijk ontdekte hij dat Marx maar weinig te bieden had als het om het recht gaat. Niettemin bleef zijn fascinatie voor de relatie tussen economie en (straf)recht. De auteur behandelt enkele – tegenwoordig belangrijke en intrigerende – voorbeelden die die fascinatie kunnen rechtvaardigen.


Em. prof. mr. Th.A. de Roos
Em. prof. mr. Th.A. de Roos is emeritus hoogleraar Strafrecht aan Tilburg University.
Artikel

EU Investor Protection Regulation and Liability for Investment Losses

Bespreking van de handelseditie van het proefschrift van mr. M.W. Wallinga

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden MiFID, MiFID II, doorwerking, zorgplicht, toezichtrecht
Auteurs Mr. F.R.H. van der Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Een studie naar de doorwerking van publiekrechtelijke toezichtregelgeving in het nationale privaatrecht. Vanuit het perspectief van bescherming van particuliere beleggers vergelijkt Wallinga de implementatie van MiFID en MiFID II onder Nederlands, Duits en Engels recht en onderzoekt hij de mogelijkheid van civielrechtelijke afdwingbaarheid van toezichtregels.


Mr. F.R.H. van der Leeuw
Mr. F.R.H. van der Leeuw is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De uitleg van Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen in Nederlandse contracten

Bespreking van het proefschrift van mr. drs. J.W.A. Dousi

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden standaardbeding, uitleg van overeenkomsten, Anglo-Amerikaans contractenrecht, entire agreement-beding, Lundiform/Mexx
Auteurs Mr. L.G.L. Ohnesorge
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn proefschrift onderzoekt Dousi aan de hand van een zestal Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen hoe de uitleg van zulke bedingen in Nederlandse contracten kan worden vormgegeven. Met name onderzoekt hij de rol van de Anglo-Amerikaanse standaardbetekenis en de functie van het beding bij uitleg in Nederlandse contracten.


Mr. L.G.L. Ohnesorge
Mr. L.G.L. Ohnesorge is PhD fellow aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Europese productnormen en privaatrechtelijke normstelling

Bespreking van het proefschrift van mr. G.M. Veldt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden contractuele verhoudingen, productveiligheid, productaansprakelijkheid, redelijkheid en billijkheid, ongeschreven recht
Auteurs Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Productnormen vormen een belangrijke wijze waarop de handel in goederen in de Europese Unie gereguleerd wordt. Deze bijdrage bespreekt het recente proefschrift van Gitta Veldt, waarin zij de betekenis analyseert van Europese productnormen voor contractuele en buitencontractuele verhoudingen tussen gebruikers van het eindproduct en de aanbieders daarvan.


Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Tilburg Law School en tevens houder van de TPR-Wisselleerstoel aan de KU Leuven (2019-2021).
Artikel

Constructive dismissal en de Wwz

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Billijke vergoeding, Initiatief van de werknemer, Beëindiging arbeidsovereenkomst, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Additionele schadevergoeding
Auteurs mr. Tom Arntz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de mogelijkheden voor werknemers om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever gecompenseerd te krijgen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf doet eindigen. De verschillende beëindigingsmodaliteiten die de werknemer ten dienste staan worden geanalyseerd. In tegenstelling tot bij een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW, is bij de opzegging door de werknemer en bij ontslagname op staande voet onduidelijk in hoeverre de werknemer gecompenseerd kan worden. De auteur stelt zich op het standpunt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:686 BW.


mr. Tom Arntz
Tom Arntz is advocaat bij Citius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Eén jaar i-grond: vooralsnog een worsteling met gezichtspunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden i-grond, Cumulatiegrond, Ontslag, Arbeidsovereenkomst, Ontbinding
Auteurs mr. Iris Veerkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de WAB per 1 januari 2020 is artikel 7:669 lid 3 sub i BW (de ‘cumulatiegrond’) toegevoegd als redelijke grond voor ontslag. Hierdoor is het mogelijk een werknemer te ontslaan op basis van een combinatie van omstandigheden die volgen uit aan aantal van de reeds bestaande redelijke gronden. De eerste uitspraak die betrekking had op een verzoek een arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van de i-grond werd op 17 februari 2020 gewezen, waarbij een afwijzing van het verzoek volgde. De eerste toewijzing volgde op 6 juli 2020. Hierna zijn verschillende verzoeken op basis van de i-grond toegewezen, maar een duidelijke lijn in de gezichtspunten die aangehouden worden bij de beoordeling lijkt vooralsnog te ontbreken. In deze bijdrage wordt stil gestaan bij de gezichtspunten die zich in de loop van 2020 hebben ontwikkeld.


mr. Iris Veerkamp
Iris Veerkamp is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/8

HR 15 december 2020, 19/01763, ECLI:NL:HR:2020:1969

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Artikel

De vordering tot vergoeding van koersgerelateerde schade geleden door aandeelhouders en optiebeleggers

Over afgeleide schade van aandeelhouders en ‘dubbel afgeleide’ schade van optiebeleggers

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden Poot/ABP-doctrine, afgeleide schade, benadeelde aandeelhouder, benadeelde optiebelegger, optiemarkt
Auteurs Mr. H.W. Haksteeg en Mr. drs. A.C.W. Pijls
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij koersschade dient onderscheid te worden gemaakt tussen schade die beleggers direct lijden als gevolg van misleidende berichtgeving en schade die zij indirect lijden als gevolg van de normschending van een derde jegens de beursvennootschap. Laatstgenoemde afgeleide of ‘dubbel afgeleide’ schade komt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen voor vergoeding in aanmerking. De auteurs behandelen beide vormen van afgeleide schade en de bijbehorende Poot/ABP-doctrine en bespreken de (al-dan-niet) vergoeding van directe en ‘dubbel afgeleide’ schade geleden door optiebeleggers.


Mr. H.W. Haksteeg
Mr. H.W. Haksteeg heeft recent zijn master Ondernemingsrecht afgerond aan Erasmus School of Law (ESL).

Mr. drs. A.C.W. Pijls
Mr. drs. A.C.W. Pijls is universitair docent Ondernemingsrecht en Financieel recht aan Erasmus School of Law (ESL).

    De auteur bespreekt of voor een aanspraak op inzage vereist is dat de vordering waarvoor die wordt ingesteld aannemelijk is. Dat doet hij aan de hand van huidig recht, het wetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging van het bewijsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover, waaronder HR 10 juli 2020, ELCI:NL:HR:2020:1251 (Semtex/X c.s.). Hij geeft ook aan welke keuzes de wetgever volgens hem moet maken.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag.

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.

Floris Bakels
Mr. F.B. Bakels is onder meer oud-lid van de toenmalige kortgedingkamer van het gerechtshof Amsterdam, oud-vicepresident van de Hoge Raad en oud-voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam. Hij is inmiddels rechter-plaatsvervanger in die rechtbank.
Toont 1 - 20 van 502 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 25 26
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.