Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 649 artikelen

x
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Ethiek en recht, actio in distans

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden juridische beroepspraktijk, juridische opleiding, ethiek
Auteurs Marcel Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze tekst belicht achtergronden van het ethiekonderwijs aan juristen, zoals dat aan de Radboud Universiteit vorm krijgt. Centraal staat eerst de praktisch én theoretisch relevante spanning tussen ethiek en recht. Na een verkenning van deze spanning bespreekt Marcel Becker de status van ethische theorieën en de meerwaarde van sociaalwetenschappelijke kennis voor ethiekonderwijs.


Marcel Becker
Dr. Marcel Becker is associate professor Ethics and Political Philosophy, Radboud Universiteit, Nijmegen.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Access_open Toegang tot het recht in de rechtsstaat

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden rechtsstaat, toegang tot het recht, sociale dimensie, Nicholas Barber, Pierre Bourdieu
Auteurs Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper considers access to the rule of law as a requirement for the well-functioning of the rule of law in society. In most rule of law debates, access to the rule of law is not a topic of discussion because these scholars focus themselves solely on the legalistic dimension of the rule of law. Barber was the first to mention the social dimension explicitly but without a theoretical framework. Based on the three capitals of Bourdieu, this paper offers a framework to determine the elements of the social dimension. With these capitals, barriers to the access to the rule of law for individuals can be identified, and solutions can be offered.


Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
Nathalie Schnabl is promovenda aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Access_open Waarom de islam en de moslimgemeenschap onmisbare bondgenoten zijn bij de bestrijding van terrorisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden islam, moslimgemeenschap, terrorisme, gemeenschapsinitiatief, rehabilitatie
Auteurs Prof. Tom Zwart
SamenvattingAuteursinformatie

    Terrorism can only be brought to an end if Islam and the Muslim community are enlisted as allies in combating it. Underlying militant jihadism is a violent interpretation of Islam which can best be challenged with the assistance of Islam and the Muslim community. Since the effects of the current state-led approach are questionable, while its criminal law component is close to exceeding the limits set by the rule of law and turns Muslims into a suspect community, it is important to test by way of a pilot whether an approach based on Islam can reap more promising results.


Prof. Tom Zwart
Prof. Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht, directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre van de Vrije Universiteit Amsterdam en lector Islam en maatschappelijke verbondenheid aan de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Article

Access_open The Influence of Strategic Culture on Legal Justifications Comparing British and German Parliamentary Debates Regarding the War against ISIS

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden strategic culture, international law, ISIS, parliamentary debates, interdisciplinarity
Auteurs Martin Hock
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an interdisciplinary comparison of British and German legal arguments concerning the justification of the use of force against the Islamic State in Iraq and Syria (ISIS). It is situated in the broader framework of research on strategic culture and the use of international law as a tool for justifying state behaviour. Thus, a gap in political science research is analysed: addressing legal arguments as essentially political in their usage. The present work questions whether differing strategic cultures will lead to a different use of legal arguments. International legal theory and content analysis are combined to sort arguments into the categories of instrumentalism, formalism and natural law. To do so, a data set consisting of all speeches with regard to the fight against ISIS made in both parliaments until the end of 2018 is analysed. It is shown that Germany and the UK, despite their varying strategic cultures, rely on similar legal justifications to a surprisingly large extent.


Martin Hock
Martin Hock is Research Associate at the Technische Universität Dresden, Germany.
Artikel

Boulevard Zuid in Rotterdam: een onderzoek naar het vertrouwen van winkeliers in politie en gemeente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden shopkeepers, procedural justice, the Netherlands, ethnic minorities, performance theory
Auteurs Marc Schuilenburg, Laura Messie en Darnell de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we analyze which aspects of performance theory and the procedural justice-based model are explaining the trust of shopkeepers in the police and local government. Utilizing a survey of 156 shopkeepers and 94 semi-constructed interviews with shopkeepers, which are located at the South Shopping Boulevard in Rotterdam (The Netherlands), the study finds that shopkeepers have a relatively high trust in the police and local government. This is surprising because various attempts in the past 30 years to revive the high street by the government have failed to improve its bad image, as dwindling visitor numbers, poor turnover, limited range of retailers, empty shops and high crime and offence levels show only too plainly. The findings also highlight that ethnic minority respondents have more trust in local government than Dutch shopkeepers. The explanation therefor is sought in the dual frame of reference theory.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Laura Messie
Laura Messie, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Darnell de Vries
Darnell de Vries, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Aniel Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is jurist bij de Raad van State en redacteur van dit tijdschrift.

    In this episode of ‘In conversation with’ we are interviewing dr. Amalia Campos Delgado about her research on migration and border control in Mexico.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving bij de Universiteit Leiden en redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open ‘Ik verblijf in een gevangenis, daar is niets moreels aan.’ Ervaren procedurele rechtvaardigheid bij binnenkomst in vreemdelingenbewaring.

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden procedurele rechtvaardigheid, legitimiteit, vreemdelingenbewaring, binnenkomstprocedure, vreemdelingen
Auteurs Nicolien de Gier MSc, Mieke Kox MA, Prof. mr. dr. Miranda Boone e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Qualitative research in an immigration detention center in the Netherlands shows that detained unauthorized migrants consider the entry procedure in Immigration Centre Rotterdam procedurally just. These migrants are generally positive on the fairness of the entry procedure as their safety and welfare are guaranteed and existing procedural justice criteria are respected. However, they believe that immigration detention in itself is illegitimate and that they do not deserve to be detained. This shows that the focus on procedures and interactions is insufficient to understand the perceived legitimacy of immigration detention if shared values and consent with the legal basis of immigration detention are lacking.


Nicolien de Gier MSc
C.N. de Gier MSc is docent Criminologie bij de Universiteit Leiden.

Mieke Kox MA
M.H. Kox MA is postdoc Sociale Geografie bij de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie bij de Universiteit Leiden.

Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent Erasmus School of Law bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.

    This article collects publications in this journal about the emergence and effects of legislation. It covers the developments and results of research of the last four decades. First it is concluded that there has been considerable attention to the subject. Second a clear broadening and (theoretical) deepening from different perspectives can be observed. Social-legal research of legislation also appears to have specific characteristics. Subsequently, various points of attention are pointed out, such as more attention to the relationship between legal characteristics and effects, more variation in research methods and more systematic theory-driven research. Finally, attention is drawn to the relationship between (the working of) legislation and social transformations such as globalization, digitization and the increasing and profound influence of social media in society.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academies voor Wetgeving en Overheidsjuristen in Den Haag en bijzonder hoogleraar Empirische Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is lid en voorzitter van de redactie geweest en is op dit moment lid van de redactieraad.
Artikel

Concurrentie en duurzaamheid gaan hand in hand

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, artikel 101 VWEU, concurrentie, artikel 6 Mw, Mededingingsrecht
Auteurs Eric van Damme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage belicht de auteur de onderwerpen mededinging, duurzaamheid en klimaatverandering vanuit economisch perspectief en probeer hij te duiden wat de bijdrage van de economische wetenschap aan de discussie over mededinging en duurzaamheid zou kunnen zijn. Zijn belangrijkste stelling is dat mededinging niet slechts een instrument is, maar een publiek belang dat bescherming verdient, dat onze Mededingingswet dit belang onvoldoende beschermt en dat de ACM zich sterker als hoeder van dit belang zou moeten opstellen.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.
Artikel

Access_open ‘Dividing the goods or dividing the beds?’ De dreiging van triage in de risicomaatschappij

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Risk society, Cosmopolitan solidarity, Refexive modernization, Healthcare regulation, COVID-19
Auteurs Mr. dr. Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic caused overcrowded IC units. In the Netherlands a discussion erupted on what category of patients should be granted a bed, if there would not be enough place to treat everybody. In this article the medical guidelines for this situation as well as the public discussion are examined and related to Ulrich Beck’s theory of reflexive modernization. It is argued that discussion and regulation of this dilemma follow reflexive patterns, albeit patchy. The discussion and regulation displayed reflective understanding of the perilous position of the elderly and frail but issues of class and ethnicity were not discussed. This research revealed that Beck’s theory holds its own when tested in an empirical situation, but it has weaknesses in regard to the predicted emergence of cosmopolitan solidarity.


Mr. dr. Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is werkzaam als universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit van Tilburg. Hij onderzoekt de invloed van groeiend milieubewustzijn op recht en regulering, zowel empirisch als theoretisch.

Prof. dr. Koen Van Aeken
Koen Van Aeken is senior hoofddocent aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij doceert rechtssociologie in de eerste Bachelor en de Master, en Legal Research Methodology en Empirical Research Methods in Law in de LLM. Zijn onderzoek situeert zich op het terrein van wetsevaluatie, regulering en governance, recht en digitalisering, en juridische en empirische onderzoeksmethodologie.
Essay

Christendom en secularisme in Europa en de waarden van de democratische rechtsstaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden christendom, Secularisme, Samenleven, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. dr. Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Since society was secularized, the values of democracy based on the rule of law seem to have the best (potential) binding force for social cohesion. These values are linked to Christianity however. The relation between both will be explained by a critical review of Larry Siedentops Inventing the individual and Olivier Roy’s l’Europe est-elle chrétienne?


Mr. dr. Paul van Sasse van Ysselt
Mr. dr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is hoofd cluster grondrechten bij de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onderzoeker bij de afdeling Staats- en bestuursrecht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 649 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.