Zoekresultaat: 112 artikelen

x
Artikel

Rechtsstaat – Stand Firm

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2022
Auteurs Robert Crince le Roy
Auteursinformatie

Robert Crince le Roy
Algemeen deken NOvA.

    In september 2021 is door het toenmalige demissionaire kabinet het coronatoegangsbewijs geïntroduceerd als maatregel ter bestrijding van het coronavirus. De maatregel stuitte direct op veel weerstand, onder meer omdat deze in strijd zou zijn met verschillende grondrechten. In dit artikel wordt besproken welke grondrechten beperkt worden met het hanteren van het coronatoegangsbewijs en of die grondrechtenbeperking gerechtvaardigd is. Hierbij wordt getoetst aan zowel het nationaalrechtelijke kader op basis van de Grondwet als het EHRM-kader op basis van het EVRM. Ook wordt relevante recente jurisprudentie besproken.


J.K. de Bree
Mr. J.K. (Jasmijn) de Bree is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie.
Artikel

Een doolhof van spiegels?

De betekenis van artikel 57 lid 3 Grondwet en artikel 4 Reglement van Orde voor de ministerraad in het licht van de kabinetsformatie van 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden kabinetsformatie 2021, coalitieakkoord, ontslag, benoeming, demissionair
Auteurs H.G. Hoogers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur nader in op een tweetal staatsrechtelijke vragen die zijn ontstaan naar aanleiding van de kabinetsformatie van 2021. Het gaat daarbij om: 1) het besluit om een drietal nieuwe staatssecretarissen aan te stellen nadat de ontslagindiening namens alle bewindslieden al had plaatsgevonden en nadat de verkiezingen voor de Tweede Kamer al hadden plaatsgevonden, waarbij die nieuwe bewindspersonen hun zetels in de Kamer aanvankelijk behielden; en om 2) het ontslag van staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat. Centraal daarbij staan de betekenis van artikel 57 lid 3 Grondwet en de rol en betekenis van artikel 4 Reglement van Orde voor de ministerraad en de verhouding tussen de minister-president en de overige ministers en de staatssecretarissen bij de toepassing van die norm.


H.G. Hoogers
Prof. mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens honorair hoogleraar vergelijkend staatsrecht aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg en is als senior adviseur werkzaam voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Wetgeving

Het herziene Reglement van Orde van de Tweede Kamer

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden herziening, Reglement van Orde, Tweede Kamer
Auteurs S.C. Loeffen en A.C. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een beeld geschetst van de hoofdlijnen van de algehele herziening van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Allereerst wordt kort ingegaan op de achtergrond en aard van het Reglement. Vervolgens wordt de aanpak van de werkgroep geschetst. Daarna belichten wij een aantal belangwekkende aspecten van het nieuwe Reglement en de overwegingen die daarbij aan de orde waren. Tot slot worden enkele eerste impressies gegeven en verdere ontwikkelingen geschetst.


S.C. Loeffen
Mr. dr. S.C. (Sandor) Loeffen is werkzaam bij de Dienst Analyse en Onderzoek van de Tweede Kamer en daarnaast als universitair docent staatsrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

A.C. de Ridder
Mr. A.C. (Alexander) de Ridder is werkzaam bij de Griffie Plenair/Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer.
Buitenlands nieuws

Van croissants, pains au chocolat en parlementaire resoluties ex artikel 34-1 Franse Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden résolution, motie, volksvertegenwoordiging, oppositie, grondwetsherziening
Auteurs G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juli 2008 is de Franse Grondwet verrijkt met een nieuwe bepaling: artikel 34-1. Uit kracht hiervan worden de Assemblée nationale en de Sénat bevoegd verklaard om zogeheten résolutions aan te nemen. Voor de stemming in de Kamer in kwestie worden de ontwerpen van resoluties echter eerst bezien door de regering. Deze laatste heeft de bevoegdheid om resoluties die kunnen uitmonden in een vertrouwenskwestie of een bevel bevatten aan de regering niet-ontvankelijk te verklaren. In de bijdrage wordt ingegaan op deze parlementaire resoluties ex artikel 34-1 Franse Grondwet. Hoe kunnen zij staatsrechtelijk worden geduid en waarom zijn zij in 2008 grondwettelijk erkend?


G. Karapetian
Mr. dr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een staatsrechtelijke verbouwing van de Eerste Kamer: het terugzendrecht in perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden novelle, staatscommissie parlementair stelsel, verkapt amendementsrecht, gedifferentieerde inwerkingtreding, vetorecht
Auteurs L. Dragstra en G. Boogaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatscommissie parlementair stelsel heeft eind 2018 voorgesteld de Eerste Kamer naast haar bestaande vetorecht een voorwaardelijk terugzendrecht toe te kennen. Als het aan de staatscommissie ligt, mag de Eerste Kamer voortaan wetsvoorstellen amenderen en vervolgens terugzenden naar de Tweede Kamer. De regering heeft het terugzendrecht inmiddels omarmd, maar het is nog altijd wachten op de indiening van een voorstel tot grondwetswijziging. In dit artikel wordt geanalyseerd hoe het terugzendrecht kan worden vormgegeven, welke keuzes hierbij moeten worden gemaakt, en hoe die zich verhouden tot de taak en verkiezingswijze van de Eerste Kamer.


L. Dragstra
Dr. L. (Laurens) Dragstra is raadadviseur/plaatsvervangend griffier bij de Eerste Kamer.

G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar decentrale overheden (Thorbeckeleerstoel) en docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Redactioneel

De rol van de Eerste Kamer in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Auteurs R.J.B. Schutgens en C. Riezebos
Auteursinformatie

R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.

C. Riezebos
Mr. dr. C. (Kees) Riezebos is directeur Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open De Nederlandse constitutie en de Eerste Kamer

Ontwikkelingen, uitgangspunten en perspectieven

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, tweekamerstelsel, grondwetsinterpretatie
Auteurs G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de Tweede en de Eerste Kamer is enigszins tweeslachtig: aan de ene kant hebben beide Kamers altijd van elkaar te onderscheiden taken vervuld, maar overlap van die taken is en blijft onvermijdelijk. Sinds 2010 biedt het uit artikel 51, eerste lid, van de Grondwet voortvloeiende politieke primaat van de Tweede Kamer steeds minder houvast voor een goede afbakening van de positie van beide Kamers: door de versplintering van het partijenlandschap vervult de Eerste Kamer steeds meer een politieke rol, die kan gaan bijten met haar taak als bewaker van wetgevingskwaliteit. In deze bijdrage komt aan de orde hoe de positie van de Eerste Kamer tegen die achtergrond kan worden geduid.


G.J.A. Geertjes
Mr. dr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De erkenning van het boeddhisme en andere levensbeschouwingen in België

Op naar het Nederlandse model?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden boeddhisme, financiering religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorgers, godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, België – Nederland
Auteurs Leni Franken
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2020, the Belgian federal Government announced that it will recognize Buddhism as a non-confessional worldview. This recognition will give the Buddhists several privileges: the salaries and pensions of lama’s as well as of Buddhist consultants in prisons, hospitals and the army will be paid for by the state. In addition, state schools will be required to organize Buddhist education at parental request. From the perspective of equal treatment and within the current constitutional framework, the recognition of Buddhism can only be welcomed. But is this constitutional framework, which is amongst others indebted to the concordat between Napoleon and the Holy See (1801), still up to date? In 1983, the Dutch Government abolished this Napoleonic model of state financing and opted for a profound reform of the system. In this article, I will show why such a reform could also be useful and inspiring in the Belgian context.


Leni Franken
Leni Franken studeerde filosofie en godsdienstwetenschappen en promoveerde aan de UAntwerpen op een proefschrift rond overheidsneutraliteit en financiering van levensbeschouwingen. Momenteel is ze als onderwijsbegeleider verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen).
Artikel

Access_open Machtenscheiding en rechtsstaat (of ­rechtersstaat?) na Urgenda

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden wetgevingsbevel, Staten-Generaal, rechtsvorming, Checks and balances, legaliteitsbeginsel
Auteurs P.P.T. Bovend’Eert
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Urgenda-arrest heeft de Hoge Raad vooral oog voor zijn eigen rol in de rechtsstaat, maar miskent de belangen die ten aanzien van de andere staatsmachten in het geding zijn. Het wetgevingsbevel is niet verenigbaar met grondwettelijke waarborgen voor de zelfstandigheid van de (leden van de) Staten-Generaal in het kader van de machtenscheiding. Bovendien ontspoort het arrest op het punt van het legaliteitsbeginsel in de rechtsstaat, in die zin dat het pad verlaten wordt waarbij de rechter volgens (het stelsel van) de wet en het recht rechtspreekt. De Hoge Raad past niet de wet en het recht toe, maar stelt daarvoor in de plaats de toepassing van politieke en wetenschappelijke inzichten. Daarmee begeeft de Hoge Raad zich in het politieke domein.


P.P.T. Bovend’Eert
Prof. mr. P.P.T. (Paul) Bovend’Eert is hoogleraar staatsrecht bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Grondwetsherziening onder revisie

Twee voorstellen tot herziening van de ­Grondwetsherzieningsprocedure en hun verhouding tot de tussentijdse kiezersraadpleging over voorstellen tot herziening van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Herijking Grondwetsherzieningsprocedure, tweede lezing, Kamerontbinding, verenigde vergadering, Eerste Kamer
Auteurs R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee regeringsvoorstellen aanhangig tot wijziging van de Grondwetsherzieningsprocedure. Het eerste verduidelijkt de bevoegdheid van de Tweede Kamer om de tweede lezing van een herzieningsvoorstel te verrichten en vervangt de tussentijdse ontbinding van die Kamer door een verkiezing. Het tweede regeringsvoorstel wil de tweede lezing in verenigde vergadering laten plaatsvinden. De auteur bespreekt hoe beide voorstellen zich verhouden tot de waarborg van een tussentijdse kiezersraadpleging, tot de rol van de Eerste Kamer als Chambre de réflexion en tot elkaar. Hij betoogt dat het eerste regeringsvoorstel duidelijke verbeteringen oplevert, terwijl er op het tweede het nodige valt af te dingen.


R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Groen van Prinsterer las Tocqueville

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Tocqueville, Groen van Prinsterer, democratie, revolutie
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    The books by the French writer Alexis Tocqueville attracted great interest, also in the Netherlands, including Groen van Prinsterer and his friends. Groen frequently quotes from it, often with approval – for example about the vulnerability of democracy –, sometimes with critical commentary – about democracy as the fruit of revolutionary concepts, for example. This article contains the result of an investigation into intercourse of Groen with the works of Tocqueville. This research was carried out as part of the Tocqueville project of Prof. Sophie van Bijsterveld, professor of Law, Religion and Society at Radboud University in Nijmegen (https://www.ru.nl/tocqueville/).


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries was hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, lid van de Eerste Kamer en postdoc-onderzoeker publieke theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen.
Annotatie

Elhage (2)

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:195

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. R.S.J. Martha
Auteursinformatie

Mr. dr. R.S.J. Martha
Mr. dr. R.S.J. Martha is directeur van het in Londen gevestigde internationale advocatenkantoor, Lindeborg Counselors at Law.
Artikel

Van noodsprong naar tijdelijke noodwet, het failliet van het staatsnoodrecht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden noodrecht, Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Ongeschreven staatsnoodrecht, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Veiligheidsregio’s
Auteurs T.D. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgeving was net als elders niet toereikend om de coronapandemie te kunnen bestrijden. Toch heeft de regering op grond daarvan de voorzitters van de veiligheidsregio’s opgedragen om ingrijpende maatregelen in noodverordeningen op te nemen. Die aanpak kent ernstige juridische tekortkomingen, niet alleen vanwege de beperkingen die aan het gebruik van noodverordeningen kleven, maar ook omdat de grondslag voor dergelijke opdrachten dubieus is en deze voorzitters in een bestuurlijke leegte functioneren. Het parlement zat op de tweede rang. Rechtsstatelijke beginselen die juist in een noodsituatie waarin grondrechten in het geding komen, hooggehouden moeten worden, kwamen daardoor in het gedrang. Daaraan kwam pas na tien maanden met de coronawet een einde. De regering had daarom een beroep moeten doen op het staatsnoodrecht. Ook dat kent tekortkomingen en ook dan was extra wetgeving nodig geweest, maar de democratische legitimatie en de democratische controle waren niet in het gedrang gekomen. Het parlement was vanaf het begin in de juiste positie gebracht.


T.D. Cammelbeeck
Mr. T.D. (Tom) Cammelbeeck is gepensioneerd wetgevingsjurist en was tot eind 2018 coördinator van het cluster bestuur bij de wetgevingsafdeling staatsinrichting en bestuur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Access_open Tijd voor een Wet maatregelen virusuitbraak?

Over grondslagen voor afdwingbare gedragsvoorschriften

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden veiligheidsregio, noodverordening, corona, grondrechten, COVID-19
Auteurs M.A.D.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestrijding van een virusuitbraak die noodzaakt tot het opleggen van gedragsvoorschriften aan vrijwel de gehele bevolking moet wettelijk worden geregeld. De kans op een dergelijke uitbraak in de toekomst is reëel en de impact op het maatschappelijke leven is enorm. Dit gegeven én de taak die op de wetgever rust om de beperking van grondwettelijk beschermde grondrechten door middel van een wet in formele zin te regelen, vereisen dat er een opvolger komt voor de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Aan regionale regulering met noodverordeningen kleven meerdere grote nadelen, onder meer betreffende grondrechtenbescherming en democratische legitimatie.


M.A.D.W. de Jong
Mr. dr. M.A.D.W. (Rian) de Jong is universitair hoofddocent bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

    Atypische arbeidsvormen zijn in opmars. Tijdelijke arbeid, en een arbeidscontract voor bepaalde tijd in het bijzonder, is zo mogelijk de meest gekende vorm. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruikgemaakt van dergelijke arbeidscontracten. De Europese sociale partners sloten eind vorige eeuw nochtans een Raamovereenkomst met als doel de kwaliteit van de arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen. In deze bijdrage wordt zowel de Nederlandse als de Vlaamse regelgeving inzake het gebruik van opeenvolgende tijdelijke contracten aan de universiteiten getoetst aan de Europese regelgeving. Het voordeel van een dergelijke rechtsvergelijkende aanpak is dat het mogelijk nieuwe inzichten biedt, niet alleen voor de rechtswetenschapper, maar ook voor de rechtspractici. Het onderzoek vangt aan met een analyse van de Europese regelgeving aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Vervolgens worden de toepasselijke Nederlandse en Vlaamse reglementeringen besproken en geëvalueerd, waarna een algemene conclusie volgt.


Dr. Evelien Timbermont
Dr. E. Timbermont is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

Kerken in wetgeving en rechtspraak

Recente ontwikkelingen geduid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden kerkelijke autonomie, inrichtingsvrijheid, godsdienstvrijheid, islam, christendom
Auteurs Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with recent developments in legislation and court rulings concerning churches. These developments are divergent in terms of the issues they concern and the outcome they show. The article sketches the background of each of these developments and analyses and explains them in the perspective of the principle of church autonomy. It concludes with recommendations to the legislature and the courts as well as churches themselves.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Redactioneel

De betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Auteursinformatie

Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Toont 1 - 20 van 112 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.