Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 259 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De OK-functionaris: ervaringen uit het veld

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden lege holding, vormvoorschriften, enquêteprocedure, hindsight bias, aandeelhouders
Auteurs Mr. W.G. Van Hassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Veertig jaar OK-ervaring levert een bont palet van opmerkelijke casus en getroebleerde relaties, en ook lege holdings, beursfondsen, familiebedrijven en zelfs een artikel 12 Sv-procedure. Deze terugblik rondt de auteur af met enkele gedachten over vormvoorschriften, hindsight bias, gesprekstechniek van onderzoekers, en een oplossing voor duurzaam ontwrichte relaties tussen aandeelhouders.


Mr. W.G. Van Hassel
Mr. W.G. van Hassel is vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van AMG te Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Tussenkroniek rechtspraak strafrecht

Euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden EuthanasieCode, RTE, dementie, Koffie-euthanasiezaak, gezondheidsrecht
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis en Mr. dr. L. Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderstaande wordt de gang van zaken in de Koffie-euthanasiezaak betreffende euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring op een rij gezet. Enkele onderdelen daarvan worden van enig commentaar voorzien. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de herziene versie van de EuthanasieCode 2018 en RTE-oordelen met betrekking tot euthanasie bij dementie op basis van een schriftelijke wilsverklaring uit de periode ná de beslissingen van de Hoge Raad van 21 april 2020. De conclusie is dat euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring van een eigen, op deze modaliteit toegesneden wettelijke regeling moet worden voorzien. Een voorstel daartoe is voorhanden.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. L. Postma
Liselotte Postma is universitair docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Het Monitoring Rapport Corporate Governance Code over boekjaar 2019: tijd voor vernieuwing?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Corporate Governance Code 2016, Monitoring Rapport 2019, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het op 14 december 2020 gepubliceerde Rapport monitoring boekjaar 2019 van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. In dit Rapport wordt verslag gedaan over de Corporate Governance Code 2016 en de naleving daarvan over boekjaar 2019. Daarnaast besteedt de Monitoring Commissie aandacht aan enkele specifieke governance-onderwerpen en geeft zij guidance bij het begrip beloningsverhoudingen.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2018-2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden wetswijziging, regelgeving, gezondheidszorg, wetsvoorstel, overzicht
Auteurs Mr. W.F. van der Wel en mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek geeft een overzicht van ontwikkelingen in de Nederlandse wetgeving relevant voor de gezondheidszorg in de periode 1 juli 2018-31 december 2020. Een bijzondere periode vanwege de coronapandemie. Onder andere wetgeving die ‘on hold’ staat, aandacht voor preventie en mogelijk een opmars voor ingrijpendere wijzigingen in het zorgstelsel.


Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch adviseur bij het OLVG te Amsterdam.

mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Bounding Border Checks

A Comparative Approach to Crimmigration, Race, and Policing at the US Internal Border

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Border checks, US International Border, US Border Patrol, Schengen area
Auteurs David Hamburger
SamenvattingAuteursinformatie

    Crimmigration – the hybridization of criminal law and migration policy – is a transatlantic phenomenon. Despite this growing recognition, however, academic attention has thus far tended to focus more on discrete cases than on the similarities across regional contexts. In considering internal checkpoint stops conducted by US Border Patrol within the context of ongoing debates about racial profiling and policing of the internal border in the Schengen area, this article aims to provide a comparative lens by which to assess the questions at the heart of the current European discussion. An examination of both the jurisprudence and practice of the US internal border, this comparison suggests, offers a cautionary tale for European attempts to balance the fight against cross-border crime with the principles of human rights and the promise of a Europe free of internal frontiers.


David Hamburger
D.J. Hamburger LLM is a recent LLM graduate of the Europa Instituut at Leiden Law School, where he was an NAF-Fulbright fellow.
Artikel

Access_open ‘Internationale’ mensenhandel; zoeken naar een balans tussen vrijheids- en beschermingsbeginsel

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden mensenhandel, prostitutie, prostitutiebeleid, vrij verkeer, migratiecriminaliteit
Auteurs Luuk Esser
SamenvattingAuteursinformatie

    Article 273f, paragraph 1, subparagraph 3, of the Dutch Penal Code criminalizes, as trafficking in human beings, the act of recruiting, removing or abducting another person with the intention of inducing this person to make himself available, in another country, for the performance of sexual acts with or for a third party for remuneration. This provision, deriving from an international convention established in 1933, has always been a bit of an oddity in the Dutch penal provision on trafficking in human beings since it is not necessary to prove that the prostitute involved was lured or otherwise forced into prostitution and prostitution is legalized in the Netherlands. The Supreme Court of the Netherlands ruled in a landmark case in 2016, that the act criminalized in subparagraph 3 can only be punishable in situations where it can be said that the recruiting, removing or abduction of the prostitute occurred under circumstances that can be qualified as exploitation. This contribution sheds light on the historical backgrounds of this remarkable penal provision, its particularities and the recent case law of the Supreme Court. It demonstrates that the development of this provision and the discussion it sparks, embody the more general quest, in criminal law, to strike a balance between protecting individual liberty on the one side and protecting vulnerable persons on the other.


Luuk Esser
Mr. dr. L.B. Esser is senior beleidsmedewerker (coördinerend) op het ministerie van Justitie en Veiligheid en tevens rechter-plaatsvervanger in de sector strafrecht van de rechtbank Rotterdam. In 2019 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de strafbaarstelling van mensenhandel in Nederland.
Artikel

Access_open Wetsvoorstellen voor een eerlijke economie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden aandeelhouderskapitalisme, werknemersaandelen, medezeggenschap, structuurregeling, certificering van aandelen
Auteurs Mr. J.E. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee van de drie wetsvoorstellen voor een ‘eerlijke economie’ aan een kritische evaluatie onderworpen. Uit de historische en actuele schets die volgt, blijkt dat de wens om tot versterking van de positie van werknemers te komen bijzonder toepasselijk is in het huidige tijdsgewricht, waarin de factor arbeid op verschillende niveaus aan betekenis heeft ingeboet.


Mr. J.E. Devilee
Mr. J.E. Devilee is als promovendus verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De juridisering van goed bestuur

De onstuitbare regelzucht over good governance in de zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Governancecode, toezichtkader IGJ/NZa, Governancecommissie
Auteurs Mr. dr. Ph.S. Kahn en mr. drs. K.D. Meersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is bij de overheid en het veld veel aandacht voor goed bestuur of good governance. Daarbij bestaat de drang om dit onderwerp zo veel mogelijk in regels te vatten. In dit artikel wordt deze juridisering van het bestuur van zorgorganisaties besproken aan de hand van vier manifestaties daarvan: (aankomende) wetgeving over goed bestuur in de zorg, de Governancecode, de recent veranderde eisen die de IGJ/NZa stellen aan het intern toezicht in hun nieuwe toezichtkader en recente uitspraken van de Governancecommissie over goed bestuur. Bij de auteurs bestaat op zich geen bezwaar tegen regelgeving omtrent governance, maar zij hebben grote moeite met de eindeloze regelzucht omtrent het onderwerp goed bestuur in de zorg.


Mr. dr. Ph.S. Kahn
Philip Kahn is secretaris raad van bestuur van Franciscus Gasthuis & Vlietland te Rotterdam/Schiedam.

mr. drs. K.D. Meersma
Klaas Meersma is werkzaam als advocaat-partner in de zorgpraktijk van AKD N.V. te Amsterdam.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Article

Access_open Chosen Blindness or a Revelation of the Truth?

A New Procedure for Revision in Belgium

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden final criminal conviction, revision procedure, grounds for revision, Court of Cassation, Commission for revision in criminal matters
Auteurs Katrien Verhesschen en Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The Belgian Code of criminal procedure provides the possibility to revise final criminal convictions. This procedure had remained more or less untouched for 124 years, but was finally reformed by the Act of 2018, after criticism was voiced in legal doctrine concerning its narrow scope and possible appearances of partiality and prejudice. The Act of 2018 therefore broadened the third ground for revision, the so-called novum, and defined it as an element that was unknown to the judge during the initial proceedings and impossible for the convicted person to demonstrate at that time and that, alone or combined with evidence that was gathered earlier, seems incompatible with the conviction, thus creating a strong suspicion that, if it had been known, it would have led to a more favourable outcome. Thereby, this ground for revision is no longer limited to factual circumstances, but also includes changed appreciations by experts. To counter appearances of partiality and prejudice, the Act of 2018 created the Commission for revision in criminal matters, a multidisciplinary body that has to give non-binding advice to the Court of Cassation on the presence of a novum. However, the legislature also introduced new hurdles on the path to revision, such as the requirement for the applicant to add pieces that demonstrate the ground for revision in order for his or her request to be admissible. For that reason, the application in practice will have to demonstrate whether the Act of 2018 made the revision procedure more accessible in reality.


Katrien Verhesschen
Katrien Verhesschen is a PhD candidate and teaching assistant at the Institute of Criminal Law KU Leuven.

Cyrille Fijnaut
Cyrille Fijnaut is Emeritus Professor of Criminal Law & Criminology at Erasmus University Rotterdam, KU Leuven and Tilburg University.
Article

Access_open Between Legal Certainty and Doubt

The Developments in the Procedure to Overturn Wrongful Convictions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden revision law, post-conviction review, wrongful convictions, miscarriages of justice, criminal law, empirical research
Auteurs Nina Holvast, Joost Nan en Sjarai Lestrade
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch legislature has recently (2012) altered the legislation for post-conviction revision of criminal cases. The legislature aimed to improve the balance between the competing interests of individual justice and the finality of verdicts, by making post-conviction revision more accessible. In this article we describe the current legal framework for revising cases. We also study how the revision procedure functions in practice, by looking at the types and numbers of (successful) requests for further investigations and applications for revision. We observe three challenges in finding the right balance in the revision process in the Netherlands. These challenges concern: 1) the scope of the novum criterion (which is strict), 2) the appropriate role of an advisory committee (the ACAS) in revision cases (functioning too much as a pre-filter for the Supreme Court) and, 3) the difficulties that arise due to requiring a defence council when requesting a revision (e.g., financial burdens).


Nina Holvast
Nina Holvast is Assistant Professor at the Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joost Nan
Joost Nan is Associate Professor at the Erasmus University Rotterdam.

Sjarai Lestrade
Sjarai Lestrade is Assistant Professor at the Radboud University Nijmegen.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Wetenschap

Access_open Verscherpt Kader goed bestuur in de zorg: schoenmaker(s), blijf bij je leest!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet toetreding zorgaanbieders, IGJ, Wet toelating zorginstellingen, wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, governance zorginstellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel bespreekt de auteur de belangrijkste wijzigingen voor de interne toezichthouder (raad van commissarissen/raad van toezicht) in het nieuwe aangescherpte Kader goed bestuur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Vervolgens wordt nagegaan of deze wijzigingen logisch op elkaar aansluiten en in de praktijk leiden tot wenselijke resultaten. De conclusie is dat zowel de Wtza als het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza niet aansluit bij het in het WBTR neergelegde governancemodel en het Kader goed bestuur in de praktijk niet goed uitvoerbaar is.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Artikel

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Auteurs Jip Stam
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.
Artikel

Access_open De OESO, BEPS en de impact voor het fiscale stelsel van Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden belastingherziening, belastingfaciliteiten, territorialiteitsregime, substance, BEPS
Auteurs Mr. G.D. Rekwest en Prof dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Ongeveer een decennium geleden is door de OESO en de EU een aanvang gemaakt met de strijd tegen het ontwijken van belastingen door met name internationaal opererende ondernemingen. Deze operatie staat bekend onder de naam BEPS: de strijd tegen Base Erosion and Profit Shifting. De bedoeling is dat uiteindelijk alle landen hun fiscale wetgeving zodanig vormgeven dat belastingontwijking niet meer aan de orde kan zijn op straffe van plaatsing op een zwarte lijst. Dat is een omvangrijk operatie die ook voor het Caribisch Koninkrijk gevolgen heeft gehad, met name voor Aruba en Curaçao. In dit artikel bespreken de auteurs de consequenties voor het fiscale stelsel van Curaçao zoals dat uiteindelijk na diverse stappen per 1 januari 2020 is aangepast; daarmee is Curaçao BEPS-proof.


Mr. G.D. Rekwest
Mr. G.D. Rekwest is promovenda aan de University of Curaçao en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Over het recht op de smart city

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden smart city, right to the city, technological solutionism, participation, disorder
Auteurs Dr. Maša Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    While smart city initiatives claim to be ‘citizen-focused’ or ‘citizen-centric’, there are several troubling aspects of how citizenship and social relations are produced within them. First, they prioritize technological solutions to social and urban problems from the perspective of businesses and states, rather than serving local communities. With a focus on digital technology, they also exclude a wide range of marginalized publics from the possibility to participate in the smart city and only rarely address issues of social differences in cities. The smart city thus creates new or exacerbates existing challenges to the possibility of all city dwellers to fully enjoy urban life with all of its services and advantages, as well as taking direct part in the management of cities – in other words, it creates challenges for ‘the right to the city’. In this article, the author thus explores the notion of the right to the city in order to inform and recast the smart city in emancipatory and empowering ways, one that would work for the benefit of all citizens and not just selected populations.


Dr. Maša Galič
Dr. M. Galič is als onderzoeker verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van de Universiteit Tilburg.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Biechtgeheim in de verdrukking?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Ambtsgeheim, geestelijke verzorging, vrijheid van godsdienst, katholieke kerk, strafrecht
Auteurs Dr. Ad van der Helm
SamenvattingAuteursinformatie

    Confessional secrecy is inviolable under Catholic canon law, and violations of it are severely sanctioned. Some people see this secret as an obstacle to the legal process in society and advocate a limitation in its use. This article argues that this form of confidentiality also can be defended in civil law because of the protection of spiritual care. Confessional secrecy is analyzed here and compared with forms of official secrecy that are recognized in society. Finally, there is a plea for a clear legal framework for the application of this confessional secret by Catholic priests.


Dr. Ad van der Helm
Dr. A. van der Helm is priester van het bisdom Rotterdam en werkzaam in Den Haag. Hij studeerde theologie in Amsterdam en canoniek recht in Straatsburg. Sedert 2012 werkt hij aan de KU Leuven. Hij is gespecialiseerd in juridische en bestuurlijke vernieuwing. Tevens is hij voorzitter van de Haagse Gemeenschap van Kerken en de stichting Prinsjesdagviering
Toont 1 - 20 van 259 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.