Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 318 artikelen

x

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Sumal-arrest, dat verstrekkende gevolgen kan hebben voor de civielrechtelijke handhaving van het Uniemededingingsrecht. Het Sumal-arrest heeft met name een (te) verstrekkende uitbreiding tot gevolg van de kring van aansprakelijken. Ook vergroot dit arrest de toch al ruime mogelijkheden voor forum shopping. Daarnaast heeft de auteur nog enkele andere bedenkingen bij het arrest.


Mr. Chr.F. Kroes
Mr. Chr.F. Kroes is advocaat in Amsterdam en verbonden aan Baker McKenzie.
Mededinging

Het Sumal-arrest

Doorbraak in aansprakelijkheid van de onderneming voor mededingingsinbreuken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden economische eenheid, neerwaartse aansprakelijkheid, onderneming, persoonlijke aansprakelijkheid, opwaartse aansprakelijkheid
Auteurs Mr. O.V. Korneeva en Mr. W. VerLoren van Themaat
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel analyseren de auteurs het Sumal-arrest waarin het Hof van Justitie de vraag heeft beantwoord of een dochteronderneming aansprakelijk kan worden gesteld door de benadeelde partijen voor een door haar moedermaatschappij gepleegde mededingingsinbreuk (‘neerwaartse aansprakelijkheid’) en zo ja, onder welke voorwaarden. Dit arrest is geanalyseerd vanuit de doctrine van persoonlijke aansprakelijkheid en de doctrine van economische eenheid. Tot slot wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van dit arrest voor de privaat- en publiekrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.
    HvJ 6 oktober 2021, C-882/19, ECLI:EU:C:2021:800 (Sumal, S.L./Mercedes Benz Trucks España, S.L.).


Mr. O.V. Korneeva
Mr. O.V. (Olga) Korneeva is advocaat bij advocatenkantoor Houthoff.

Mr. W. VerLoren van Themaat
Mr. W. (Weijer) VerLoren van Themaat is advocaat bij advocatenkantoor Houthoff.
Artikel

Het bewijs van causaal verband in beroepsziektezaken

Waar staan we en waar moeten we (vooral niet) naartoe?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden arbeidsrechtelijke omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid, gezondheidsschade, causaliteit, werkgeversaansprakelijkheid
Auteurs Mr. E. Boonzaaijer en Mr. A.S. Bloo-Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    In het vervolgarrest van een van de ‘7 juni 2013-arresten’ bekrachtigt de Hoge Raad de lijn rond de bewijslevering van causaal verband in beroepsziektezaken. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt en wordt ingegaan op de handreikingen die aan werknemers worden geboden om het causaal verband te bewijzen.


Mr. E. Boonzaaijer
Mr. E. Boonzaaijer is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.

Mr. A.S. Bloo-Kroes
Mr. A.S. Bloo-Kroes is advocaat bij Dirkzwager N.V. te Arnhem.

Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott.

Reinier Lamberti
Mr. R.J.G. Lamberti is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott.
Artikel

Vervangende zekerheid woningbouw: ver van huis?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden zekerheidsstelling, strikte conformiteit abstracte bankgarantie, zorgplicht notaris, zorgplicht bank
Auteurs Mr. M. Michels en Mr. L.G.L. Ohnesorge
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 december 2021 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over de rol van de bank, respectievelijk de notaris, bij het verschaffen van vervangende zekerheid in de zin van art. 7:768 BW. Hieruit blijkt dat de notaris een veel actievere rol heeft dan de bank bij het nagaan of de vervangende zekerheid gelijkwaardige bescherming biedt.


Mr. M. Michels
Mr. M. Michels is PhD-Fellow bij de afdeling Notarieel recht van de Universiteit Leiden.

Mr. L.G.L. Ohnesorge
Mr. L.G.L. Ohnesorge is PhD-Fellow bij de afdeling Financieel recht van de Universiteit Leiden.
Mededinging

Stichting Cartel Compensation: welke logica voor de rechtstreekse werking van de antitrustregels?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden kartelschadeclaims, private handhaving, rechtstreekse werking
Auteurs Mr. dr. J. Blockx
SamenvattingAuteursinformatie

    In een erg technisch arrest bevestigt het Hof van Justitie nogmaals de belangrijke rol van de nationale rechter bij de handhaving van het Europese mededingingsrecht. De rechtstreekse werking van artikel 101 VWEU is daarbij niet afhankelijk van het al dan niet bestaan van een kader voor de administratieve handhaving van die bepaling. Misschien even opmerkelijk is dat het Hof van Justitie in dit arrest niets zegt over de rol die private handhaving kan spelen als afschrikkingsfactor ten aanzien van kartelvorming.
    HvJ 11 november 2021, C-819/19, ECLI:EU:C:2021:904 (Stichting Cartel Compensation en Equilib Netherlands).


Mr. dr. J. Blockx
Mr. dr. J. (Jan) Blockx is docent aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen.
Artikel

De duiding van een vordering uit hoofde van de 403-verklaring

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, groepsregime, hoofdelijkheid, 403-maatschappij, concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. D.R.C. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van een 403-verklaring kan een moedermaatschappij aansprakelijk zijn voor bepaalde schulden van haar groepsmaatschappij(en). Deze bijdrage analyseert aan de hand van jurisprudentie en literatuur de verschillende duidingen van de 403-vordering en beoordeelt hoe de 403-vordering naar huidig recht moet worden geduid.


Mr. D.R.C. Smit
Mr. D.R.C. Smit is werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring

Bespreking van het proefschrift van mr. E.A. van Dooren en dat van mr. J. van der Kraan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden art. 2:403 BW, groepsregime, civielrechtelijke duiding, dekkingsbereik, reikwijdte
Auteurs Mr. A.G.S. Nass
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recent verschenen proefschriften over het groepsregime van art. 2:403 BW staat de aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring centraal. Deze bijdrage bespreekt twee vermogensrechtelijke aspecten van de 403-aansprakelijkheid (het dekkingsbereik van de 403-verklaring en de civielrechtelijke duiding) en hetgeen de promoti hierover betoogd hebben.


Mr. A.G.S. Nass
Mr. A.G.S. Nass is sr. legal counsel bij PGGM te Zeist.
Boilerplates etc.

Modelbepaling Wet aanpak schijnconstructies: OK zo?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2021
Trefwoorden boilerplate, aanpak schijnconstructies, ketenaansprakelijkheid, bescherming werknemers, misbruik
Auteurs Mr. M. Uijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de extra risico’s waarmee opdrachtgevers worden geconfronteerd door de Wet aanpak schijnconstructies. Na een korte inleiding over de eisen van de wet wordt een tekstsuggestie aangereikt voor een regeling waarmee in ieder geval gedeeltelijk aan die eisen kan worden voldaan.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Griffiths Advocaten.

    Een moedermaatschappij kan na de intrekking van haar 403-verklaring de overblijvende aansprakelijkheid beëindigen als zij voldoet aan de cumulatieve vereisten ex art. 2:404 lid 3 BW. De huidige regeling voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid en de uitleg daarvan in de jurisprudentie zijn echter nodeloos belastend en werken in de hand dat een moedermaatschappij zal proberen om de procedure zo veel mogelijk onder de radar te doorlopen. In deze bijdrage wordt ervoor gepleit dat de regeling op bepaalde punten wordt aangepast of anders wordt uitgelegd in de jurisprudentie.


E.A. van Dooren
Mr. dr. E.A. van Dooren is universitair docent Ondernemingsrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Reikwijdte van de wettelijke bewijsvermoedens bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

Bespreking van HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (X/Lonis q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden hoofdelijke aansprakelijkheid, collectieve bestuursverantwoordelijkheid, causaal bewijsvermoeden, weerlegbaar bewijsvermoeden, kennelijk onbehoorlijk bestuur
Auteurs Mr. J.C.G. Straatman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest X/Lonis q.q. gaat over het causaal bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW dat bepaalt dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur wordt vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De Hoge Raad beslist dat bestuurders ook het causaal bewijsvermoeden kunnen ontzenuwen zonder een externe van buiten komende faillissementsoorzaak aannemelijk te maken.


Mr. J.C.G. Straatman
Mr. J.C.G. Straatman is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Rellende jongeren & opnieuw een voorstel tot verruiming van de aansprakelijkheid van ouders

‘May I have the check, please?’

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 6:169 BW, risicoaansprakelijkheid, kinderen, jeugdcriminaliteit, schade
Auteurs Mr. dr. B.M. Paijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Jeugdcriminaliteit, de daarbij veroorzaakte schade en de onverhaalbaarheid hiervan vormen vanzelfsprekend een maatschappelijke zorg. Het is echter de vraag of die zorg voldoende reden en rechtvaardiging is om de kwalitatieve aansprakelijkheid van alle ouders te verruimen, zoals thans wordt uitgewerkt en voorbereid door demissionair minister Dekker. De auteur bespreekt in dit artikel daarom de kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders, in historisch en huidig perspectief, en geeft vervolgens haar opinie over de mogelijk toekomstige verruiming van deze kwalitatieve aansprakelijkheid.


Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. Brechtje Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en als honorair universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht.
Wetenschap en praktijk

Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Nederlands vestigingsklimaat, eindafrekening dividendbelasting, zetelverplaatsing, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse belasting op dividenden heeft door het Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting – wederom – de aandacht van de politiek en het (inter)­nationale bedrijfsleven. Invoering van het voorstel zou betekenen dat een vertrek uit Nederland door vennootschappen onder omstandigheden tot een eindafrekening voor de Nederlandse dividendbelasting gaat leiden. Invoering van het voorstel lijkt investeringen in Nederlandse bedrijven door buitenlandse (portfolio-)investeerders minder aantrekkelijk te maken, wat leidt tot een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De auteurs gaan in op diverse aspecten van het wetsvoorstel.


R. Bagci
Mr. R. (Recep) Bagci is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

R.P.C.W.M. Brandsma
Prof. dr. R.P.C.W.M. (Roland) Brandsma is partner bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Business Universiteit Nyenrode.

P. Ruige
Mr. drs. P. (Pieter) Ruige is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Vrije Universiteit.

H.R. Zuidhof
Mr. H.R. (Hugo) Zuidhof is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Artikel

Aansprakelijkheid rondom ketenzorg

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, overeenkomst, gezondheidsrecht
Auteurs mr. D. van Grootveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De organisatie van de gezondheidszorg is, evenals in veel andere sectoren, aan verandering onderhevig. Zo is zorgverlening steeds vaker samenwerking tussen meerdere zorgverleners en/of zorginstellingen geworden.


mr. D. van Grootveld
Dominique van Grootveld is plaatsvervangend secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Artikel

Ernstig verwijt revisited bij Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2020 en de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden onbehoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid, collegialiteitsbeginsel, collectieve verantwoordelijkheid, Artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘ernstig verwijt’-problematiek binnen het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is nog steeds onderwerp van discussie. In deze bijdrage wordt ingegaan op hoe deze problematiek aan de orde is gekomen bij de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011 en bij de behandeling van de eind 2020 aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan Erasmus School of Law.
Artikel

De homologatie van een akkoord onder de WHOA

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden insolventierecht, Faillissementswet, herstructurering, WHOA, homologatie
Auteurs Mr. dr. O. Salah
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de homologatie van een akkoord onder de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De WHOA trad op 1 januari 2021 in werking. In het eerste kwartaal van 2021 zijn er drie homologatiebeslissingen geweest. De auteur bespreekt deze eerste drie homologatiebeslissingen en schetst daarmee de contouren van de homologatie van een WHOA-akkoord in de praktijk.


Mr. dr. O. Salah
Mr. dr. O. Salah is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Wetenschap

Wanprestatie/onrechtmatige daad rechtspersoon = onrechtmatige daad bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW, subsidiaire aansprakelijkheid, directe aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurder van een rechtspersoon kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn tegenover een crediteur van de rechtspersoon en gehouden zijn diens schade te vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid doet zich in de regel alleen voor bij aanwezigheid van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’. Meestal is die aansprakelijkheid een subsidiaire aansprakelijkheid: biedt de rechtspersoon geen verhaal voor de vordering van de crediteur, dan richt hij zijn pijlen op de bestuurder, in de hoop daar wel verhaal te vinden. Zijn er gevallen waarin die aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet pas aan de orde komt als de rechtspersoon geen verhaal biedt? De voorbeelden liggen niet voor het oprapen, maar het kan zich voordoen als de rechtspersoon door toedoen van de bestuurder zeer ernstig wanprestatie pleegt of de bestuurder de rechtspersoon opzettelijk onrechtmatig laat handelen. In dergelijke gevallen kan de crediteur de bestuurder dadelijk met de rechtspersoon aansprakelijk stellen, ongeacht of de rechtspersoon verhaal biedt of niet.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Toont 1 - 20 van 318 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.