Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1530 artikelen

x
Artikel

Access_open Onderwijs juridische beroepsethiek aan rechtenstudenten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, legal ethics, research ethics, moral psychology
Auteurs Anne Ruth Mackor
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur haar visie op het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten. Ze bespreekt de inhoud van de juridische beroepsethiek en enkele didactische aspecten. De auteur maakt onderscheid tussen rechtvaardigende perspectieven, die een explicatie en rechtvaardiging van een onderscheidende juridische beroepsethiek en -moraal mogelijk maken, en kritische perspectieven, die een kritische beoordeling van die rechtvaardigende verhalen mogelijk maken. Ze benadrukt daarbij het belang van empirische, in het bijzonder sociaal- en moraalpsychologische benaderingen in het onderwijs van beroepsethiek. Ze wijst op het feit dat studenten niet beschikken over relevante praktijkervaring en dat dit een obstakel vormt voor diepgaande casusanalyses. In de conclusie betoogt de auteur dat de belangstelling en de ruimte voor het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten sinds het nieuwe millennium wel is toegenomen, maar dat meer systematische reflectie op deze vakken nodig is. Ook stelt ze dat bij het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten die nog geen werkervaring hebben in een specifieke beroepspraktijk, de nadruk zou moeten liggen op thema’s die in de beroepsopleiding minder aandacht krijgen. Het accent moet meer liggen op het verwerven van ethische en empirische theoretische kennis en kritische reflectie op rechtvaardigende verhalen, en minder op discussie over concrete gevallen. Haar laatste aanbeveling is dat in het onderwijs niet alleen normatief-ethische theorieën aan de orde moeten komen, maar ook empirische inzichten over bounded ethicality.


Anne Ruth Mackor
Prof. mr. dr. Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie ethiek, in het bijzonder van juridische professies, verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De zaakafbakening: ratio en werking

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden rechtseconomie, waardemotief, modulariteit, complementariteit
Auteurs Mr. R. Bloemink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel zoekt naar een rechtseconomische verklaring voor het gegeven dat sommige (samenstellingen van) objecten dwingend als ‘zaak’ worden aangemerkt. Die verklaring wordt niet gevonden in het streven om bepaalde waardevolle samenstellingen te conserveren, maar in het streven naar inzichtelijkheid van de rechtstoestanden, en de verhandelbaarheid, van objecten.


Mr. R. Bloemink
Mr. R. Bloemink is wetenschappelijk medewerker bij de sectie civiel van het Wetenschappelijk Bureau bij de Hoge Raad en als buitenpromovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De beheerder van aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden Ondernemingskamer, enquête, beheerder van aandelen
Auteurs Mr. E.L.A. Van Emden en Mr. J. Wareman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft in haar uitspraak van 30 april 2019 duidelijkheid geschapen over het rechtskarakter van het tijdelijk beheer van aandelen. Een aantal vragen is daarmee nog niet beantwoord. In dit artikel worden de volgende vraagpunten behandeld: kan de Beheerder meewerken aan het ontslag van de bestuurder, kan de Beheerder meewerken aan verkoop van de activa, hoe kan de Beheerder dekking krijgen voor mogelijke proceskosten indien hij aansprakelijk wordt gesteld en, ten slotte, dient de regelgeving met betrekking tot de openbare registers te worden aangepast?


Mr. E.L.A. Van Emden
Mr. E.L.A. van Emden is voormalig advocaat, en wordt door de Ondernemingskamer regelmatig benoemd tot beheerder.

Mr. J. Wareman
Mr. J. Wareman is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Annotatie

HeidelbergCement: Gerecht giet fundament van ‘betrokken ondernemingen’ in beton

Gerecht 5 oktober 2020, zaak T-380/17, ECLI:EU:T:2020:471 (HeidelbergCement en Schwenk Zement/Commissie)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Felix Roscam Abbing en Tim van Helfteren
Auteursinformatie

Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Tim van Helfteren
Mr. T.C. van Helfteren is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Migratie met een missie

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Erik Jan Bolsius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Jean-Pierre Jans
Beeld
Artikel

Ondergronds bankieren; stand van de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden witwassen, ondergronds bankieren, hawala, bankieren zonder vergunning, facilitator
Auteurs Mr. D.J. (Dorine) Stahlie en mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt hoe ondergronds bankieren via de witwasbepalingen kan worden aangepakt. Hoe wordt in de rechtspraak invulling gegeven aan het juridisch kader nu ondergronds bankieren zowel met crimineel als legaal geld kan plaatsvinden? Daarnaast wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om ondergronds bankieren via de Wft, de Wwft en fiscale bepalingen aan te pakken.


Mr. D.J. (Dorine) Stahlie
Mr. D.J. Stahlie is coördinator kennis & expertise bij het Anti Money Laundering Centre.

mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is beleidsmedewerker witwassen bij het Functioneel Parket van het openbaar ministerie.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/52

HR 30 maart 2021, 19/01538, ECLI:NL:HR:2021:418

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Vrij verkeer

Commissie en Hof van Justitie op de bres voor een open samenleving

Arresten Commissie tegen Hongarije

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden dienstverlening, GATS, grondrechten, kapitaalverkeer, vestiging
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van door de Commissie aangespannen inbreukprocedures tegen Hongarije heeft het Hof van Justitie opmerkelijke arresten gewezen. Wetten die enerzijds financiële steun uit het buitenland aan maatschappelijke organisaties (ngo’s) en anderzijds de vestiging en dienstverlening door buitenlandse hogeronderwijsinstellingen in Hongarije aan aanzienlijke beperkingen onderwierpen, werden aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het Hof van Justitie concludeerde dat ze in strijd waren niet alleen met artikel 63 VWEU, artikel 49 VWEU en artikel 16 Dienstenrichtlijn, maar ook met bepalingen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie over het recht op vereniging, het recht op bescherming van het privéleven en van persoonsgegevens, de eerbiediging van de academische vrijheid, het recht op onderwijs en de vrijheid van ondernemerschap. In een van de arresten werd eveneens strijd met bepalingen van de GATS aangenomen. Beide procedures houden nauw verband met elkaar: zij beoogden beide een open samenleving in Hongarije te beschermen.
    HvJ 6 oktober 2020, zaak C-66/18, ECLI:EU:C:2020:792 (Commissie/Hongarije) en HvJ 18 juli 2020, zaak C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476 (Commissie/Hongarije).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Access_open De weg naar de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Wanneer, hoe en waarom zijn we begonnen met te vragen om erkenning van NGT?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden doof, NGT, Nederlandse Gebarentaal, erkenning, dovengemeenschap
Auteurs R. Cokart en T. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1996 is er in opdracht van het Ministerie van VWS en het Ministerie van OCW een commissie ingesteld bestaande uit vijf horende en twee dove leden met als opdracht de regering te adviseren over de beste manieren om de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel te erkennen. Ondanks alle inspanningen heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat NGT eindelijk wettelijk erkend werd op 13 oktober 2020.
    In dit artikel beschrijven we de weg naar de wettelijke erkenning van NGT waaronder de komst van bovengenoemde commissie, de inhoud van het rapport en de directe gevolgen van het rapport. Sinds begin jaren tachtig leidt het wetenschappelijk onderzoek naar NGT, veranderingen in het dovenonderwijs en de emancipatie van de dovengemeenschap tot een nauwe samenwerking tussen de dovengemeenschap, professionals, ouders van dove kinderen en onderzoekers in een gezamenlijke inspanning om de dovengemeenschap te versterken en te streven naar de officiële erkenning van NGT.


R. Cokart
R. (Richard) Cokart is een native gebarentalige en linguïst en werkt als senior onderzoeker bij het Nederlands Gebarencentrum.

T. Schermer
T. (Tru‍de) Schermer is linguïst en voormalig directeur van het Nederlands Gebarencentrum en is sinds de jaren tachtig betrokken bij onderzoek naar NGT en bij het proces van erkenning van NGT.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Laat je niet misleiden door afwijkende prijzen’

Een exploratieve studie naar de ambiguïteit van betrouwbaarheid van cocaïnedealers op Telegram Messenger

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drug dealing, trust, signaling theory, social media, netnography
Auteurs Robby Roks en Joëlle Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to advance our understanding of digital drug markets on social media, this article examines the trustworthiness of cocaine dealers on Telegram Messenger. Based on an exploratory netnography, we illustrate that digital dealers on Telegram Messenger use a number of sales tactics to attract potential customers, emphasizing the quality of the goods and service and (competitive) pricing strategies. These sales tactics include various signals that seem intended to appear as trustworthy as possible to potential customers. Seen from the perspective of signaling theory, our study highlights the ambiguity of these signals that, depending on the online observer, could both signal trustworthiness and untrustworthiness.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joëlle Hendriksen
J.M.C. Hendriksen MSc is projectassistent bij RIEC Midden-Nederland districtelijk team Ondermijning Flevoland. Haar scriptie ‘“Dankjewel gozer, nooit meer een andere dealer”: een netnografische studie naar risico en vertrouwen in het online vraag en aanbod van verdovende middelen via Telegram Messenger’ (2020), geschreven als masterscriptie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vormde de basis van het onderhavige artikel.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de foren‍si‍sche praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Auteurs Nico Kaptein en Marit Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Justitiële verkenningen (Judicial Explorations) discusses three developments that have driven the use of DNA to grow: technological advances in DNA data sequencing, the booming market for commercial DNA testing, and the internationalization of the collection and sharing of DNA data. More and more DNA data is being distributed without any insight into what exactly happens to this data. While strict rules apply to the management and use of DNA data by the police and judicial authorities, this is not yet the case for data from commercial DNA tests. In this episode of Justitiële verkenningen, particular attention is paid to the rise of investigative genetic genealogy (IGG). This phenomenon means that the police and the judicial authorities use data from commercial DNA databases to track down suspects. The successes achieved in this way in deadlocked murder cases, including in the United States, are also discussed. It is clear that not everyone who sends DNA material to a DTC company foresees such an application, and this use is therefore controversial. Moreover, relatives of these customers are not systematically informed and they are usually not asked for permission. This special issue aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the dissemination of DNA data.


Nico Kaptein
Drs. N.A. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-‍databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Genealogische DNA-databanken: consequenties van het delen van ons DNA

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden direct-to-consumer (DTC) genetic testing, spreading of DNA data, risks, function creep, ownership of DNA
Auteurs Nico Kaptein
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the spreading of DNA data related to direct-to-consumer (DTC) genetic testing. Market developments drive DTC companies to find new business models. As a result of mergers and acquisitions and of the developments of new products and services, DNA data are often used differently than what they were originally collected for. Since DTC DNA data are not protected as well as health-related data generally are, it is hard to keep track of these data. This is partly due to legal and ethical issues such as unclarity of who owns DNA and problems with informed consent. Risks are identified with regards to privacy, information security, the right not to know, (un)equal opportunities, and national security. The author calls for an investment in knowledge and awareness in order to allow for a fair balance between opportunity and risk of DTC DNA products and services.


Nico Kaptein
Drs. N. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Toont 1 - 20 van 1530 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.