Zoekresultaat: 124 artikelen

x
Artikel

Access_open Space and Socialization in Legal Education: A Symbolic Interactionism Approach

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne ­Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden legal education, pragmatism, symbolic interactionism, sociology of space
Auteurs Karolina Kocemba
SamenvattingAuteursinformatie

    The article deals with the possibility of socializing law students through space. It first indicates which features of space affect the possibility of influencing interactions and identity. It then discusses how we can use symbolic interactionism to study interactions and socialization in spaces of law faculties. Then, on the basis of the interviews conducted with law faculty students about their space perception, it shows how to research student socialization through space and how far-reaching its effects can be.


Karolina Kocemba
Karolina Kocemba, MA, is PhD student at the University of Wroclaw; Uniwersytet Wroclawski, Wroclaw, Poland.
Artikel

Expert Judgement geeft crisisteam continu ­inzicht in effectiviteit van maatregelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Continu inzicht, Expert Judgement, Impact inschatting, Flood risk management, Besluitvorming
Auteurs Hanneke Vreugdenhil, Bas Kolen, Martin Nieuwenhuis e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Crisis teams from waterauthorities want to have insight into the current risks for the area. The ‘Continuous insight’-method is used by them to monitor the risks of drought and high water and to draw up what-if scenarios for training and exercise. Various cases have now shown that Expert Judgment can be used to gain a clearer picture of the effectiveness of measures and to take a more balanced decision. The Expert Judgment method has been tested and applied by a group of international experts as part of the EU project DRIVER +. During an extreme situation, the crisis team may encounter dilemmas. The engaged group of experts follows a fixed procedure to provide advice to reduce flood risk evacuate to prevent loss of life.
    Each expert makes his own assessment of the effect and impact of the measure envisaged. Each expert provides an explanation of the individual assessment. Then, under the guidance of a process supervisor, the experts discuss individual assessments and exchange arguments. This can lead to new insights. Each expert makes his own assessment again. The result is a probability distribution of estimates and an expected value. This expert assessment of the measure is taken to the crisis team, so that the chance of success and the assessment of the consequences of the proposed measure can be adjusted. The crisis team can take the decision immediately afterwards.
    By following this procedure risk information is made visible. By linking expert knowledge with observations, a better substantiated expectation can be drawn up. According to the participants in the international meetings, the Expert Judgment method in combination with ‘Continuous insight’ helps to make better informed and faster choices. The method fits within the existing crisis management structure. The next step is to implement this method in the day-to-day affairs of crisis management.


Hanneke Vreugdenhil
Hanneke Vreugdenhil is werkzaam bij HKV. h.vreugdenhil@hkv.nl

Bas Kolen
Bas Kolen is directeur van HKV, de kennisondernemer voor water en veiligheid. secretariaat@hkv.nl

Martin Nieuwenhuis
Martin Nieuwenhuis is werkzaam bij Waterschap Rijn en IJssel. m.nieuwenhuis@wrij.nl

Marcel van der Doef
Marcel van der Doef is werkzaam bij Waterschap Brabantse Delta. m.van.der.doef@brabantsedelta.nl

Jan van der Lingen
Jan van der Lingen is werkzaam bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. j.vanderlingen@hhnk.nl

André de Rond
André de Rond is werkzaam bij Veiligheidsregio Haaglanden. andre.de.rond@vrh.nl

Marit Zethof
Marit Zethof is werkzaam bij HKV. m.zethof@hkv.nl

Mattijn van Hoek
Mattijn van Hoek is werkzaam bij HKV. m.vanhoek@hkv.nl
Article

Access_open Post-Conviction Remedies in the Italian Criminal Justice System

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wrongful conviction, revision, extraordinary appeal, rescission of final judgment, res judicata
Auteurs Luca Lupária Donati en Marco Pittiruti
SamenvattingAuteursinformatie

    The Italian Constitution expressly contemplates the possibility of a wrongful conviction, by stating that the law shall determine the conditions and forms regulating damages in case of judicial error. Therefore, it should come as no surprise that many provisions of the Italian Code of Criminal Procedure (CCP) deal with the topic. The aim of this article is to provide an overview of the post-conviction remedies in the Italian legal system by considering the current provisions of the CCP, on the one hand, and by exploring their practical implementation, on the other.


Luca Lupária Donati
Luca Lupária is Full Professor of Criminal Procedure at Roma Tre University, Director of the Italy Innocence Project and President of the European Innocence Network.

Marco Pittiruti
Marco Pittiruti is researcher of Criminal Procedure at Roma Tre University.
Redactioneel

Beter Wetgeven in de Europese Unie: procedure én inhoud?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Meuwese en Mr. R.J.M. van den Tweel
Auteursinformatie

Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. (Anne) Meuwese is hoogleraar European and Comparative Public Law aan de Tilburg Law School en redacteur van RegelMaat.

Mr. R.J.M. van den Tweel
Mr. R.J.M. (Ronald) van den Tweel is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.
Artikel

Inclusief inhoud?

‘Beter Wetgeven’ in de EU voorbij het wetgevingsproces: is er ook aandacht voor inhoudelijke kwaliteit?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Grondrechten, Delegatiegrondslagen, Evenredigheidsbeginsel, Nationale autonomie
Auteurs Prof. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het Beter Wetgeven-beleid van de EU staat de verbetering van de kwaliteit van wetgevingsprocessen. Is er daarnaast aanleiding om de kwaliteit van de inhoud van Europese wetgeving te verbeteren? Beter Wetgeven omvat ook nu al inhoudelijke elementen. Via het evenredigheidsbeginsel worden bijvoorbeeld lidstatelijke belangen beschermd. Andere elementen, zoals de keuze voor de rechtshandeling en de keuze om regelgevende bevoegdheden aan de Commissie of de Raad te delegeren, zijn veel minder systematisch uitgewerkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop grondrechten in de EU-wetgeving tot uitdrukking komen.


Prof. dr. A. van den Brink
Prof. dr. A. (Ton) van den Brink is hoogleraar EU wetgevingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Leren van evaluaties

De fitness check van het Europees consumentenrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Betere regelgeving, Evaluaties, Europese beleidscyclus, Europese Commissie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht laten zien hoe de richtlijnen voor fitness checks in de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving in de praktijk worden gebracht. Een fitness check beoogt, onder meer, om consistentie en coherentie te verbeteren, en zou informatie moeten verzamelen over de gezamenlijke impact van maatregelen. Hoewel de Nederlandse wetgever niet heeft aangegeven fitness checks te willen invoeren, zijn de ervaringen met de fitness check van het consumentenrecht toch interessant voor de Nederlandse wetgever. In dit artikel wordt ingegaan op wat kan worden geleerd van de ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht.


Dr. E.A.G. van Schagen LLM
Dr. E.A.G. (Esther) van Schagen (LLM) is universitair docent bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

EU-gezondheidsrecht en -beleid na COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden EU recht, infectieziekten, competenties, publieke gezondheid
Auteurs Dr. A. de Ruijter
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de te verwachten impact van de coronavirusuitbraak op de ontwikkeling van het EU-gezondheidsrecht en -beleid? Wat kunnen we verwachten in de toekomst van de rol van de EU in de bestrijding van grensoverschrijdende ziekten?


Dr. A. de Ruijter
Anniek de Ruijter is universitair hoofddocent Europees en Gezondheidsrecht, Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.

    The UK Employment Tribunals and England and Wales Court of Appeal (case [2018] EWCA Civ 2748) have ruled that any Uber driver who has the Uber App switched on, is in the territory where he/she is authorised to work, and is able and willing to accept assignments, is working for Uber under a worker contract. The UK courts disregarded some of the provisions of Uber’s driver agreement. They had been entitled to do so because the relevant provisions of the driver agreement did not reflect the reality of the bargain made between the parties. The fact that Uber interviews and recruits drivers, controls the key information, requires drivers to accept trips, sets the route, fixes the fare, imposes numerous conditions on drivers, determines remuneration, amends the driver’s terms unilaterally, and handles complaints by passengers, makes it a transportation or passenger carrier, not an information and electronic technology provider. Therefore the UK courts resolved the central issue of for whom (Uber) and under a contract with whom (Uber), drivers perform their services. Uber is a modern business phenomenon. Regardless of its special position in business, Uber is obliged to follow the rules according to which work is neither a commodity nor an online technology.


Andrzej Świątkowski
Andrzej Marian Świątkowski is a professor at Jesuit University Ignatianum in Krakow. ((ORCID: 0000-0003-1753-7810))
Artikel

Pracademia: a personal account of a mediation clinic and its development

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2020
Trefwoorden mediation clinic, students, practicing, Circle of engagement, Susskind
Auteurs Charlie Irvine
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tells the story of University of Strathclyde Mediation Clinic through the eyes of its founder. Taking its first case in 2012, by the start of 2021 it will be providing a free mediation service in 16 of Scotland’s 39 sheriff courts, covering more than half the country’s population. Yet it started with no plan, no budget and a few volunteers. The article makes the case that mediation clinics, like mediation itself, call for improvisation, coining the term ‘pracademia’ to describe how such clinics straddle the two worlds of practice and theory.


Charlie Irvine
Charlie Irvine has been working as a mediator since the early 1990s; he developed and runs the Mediation and Conflict Resolution masters programme at University of Strathclyde Law School, Glasgow. He is also Director of Strathclyde Mediation Clinic. His academic work is focused on mediation and justice, in particular the neglected justice reasoning of ordinary people.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Wetenschap

Klimaatrisico’s in de financiële sector: over ‘groene zwanen’ en een uniform kader tegen ‘greenwashing’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden duurzaam beleggen, green swan, greenwashing, Taxonomie Verordening, Europese taxonomie
Auteurs Mr. E.S. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurzame investeringen winnen aan populariteit. Wetgevende instanties en toezichthouders stimuleren verduurzaming van de portefeuille van financiële ondernemingen in verband met klimaatrisico’s (‘groene zwaan’-risico’s), maar waarschuwen ook voor de risico’s die gepaard gaan met duurzame investeringen. De onstuitbare vergroeningstrend brengt het risico van ‘greenwashing’ met zich. Als antwoord op onder meer greenwashing wordt er gewerkt aan een Europees uniform classificatiesysteem omtrent duurzaamheid, ofwel een Europese taxonomie. Dit artikel bespreekt klimaatrisico’s, greenwashing en positieve en negatieve aspecten van deze taxonomie.


Mr. E.S. Sijmons
Mr. E.S. (Eleonore) Sijmons is advocaat bij Finnius te Amsterdam.
Artikel

Access_open Blended Learning in Legal Education

Using Scalable Learning to Improve Student Learning

Tijdschrift Law and Method, mei 2020
Trefwoorden legal education, blended learning, Scholarship of Teaching and Learning, student learning
Auteurs Mr.dr. Emanuel van Dongen en Dr. Femke Kirschner
SamenvattingAuteursinformatie

    Education should be aimed at supporting student learning. ICT may support student learning. It also may help students to learn and increase their involvement and thus their efforts. Blended learning has the potential to improve study behaviour of students, thus becoming an indispensable part of their education. It may improve their preparation level, and as a result, face-to-face education will be more efficient and more profound (e.g. by offering more challenging tasks), lifting the learning process to a higher level. Moreover, the interaction between students and teachers may be improved by using ICT. A necessary condition to lift students’ learning to a higher (better: deeper) learning level is that all students acquire basic knowledge before they engage in face-to-face teaching. In a First-Year Course Introduction to Private Law, we recently introduced a Scalable Learning environment. This environment allows the acquiring and testing of factual knowledge at individual pace, in a modern and appealing way (independent of time and place). The link between offline and online education during face-to-face teaching is made by using Learning Analytics, provided by the Scalable Learning environment. After the implementation of Scalable Learning, a survey on its effect on learning has been performed by means of questionnaires. The results were compared at the beginning and at the end of the course, related to the approaches taken by teachers as well as to the exam results. This article presents the outcomes of this study.


Mr.dr. Emanuel van Dongen
Mr.dr. Emanuel van Dongen, Department of Law, Faculty of Law, Economics and Governance, Utrecht University.

Dr. Femke Kirschner
Dr. Femke Kirschner works as Educational Consultant at the Educational Development and Training, Utrecht University.
Wetenschap

Human Rights Provisions in General Corporate Lending

How banks could implement their responsibility to respect human rights by including human rights provisions in corporate lending documentation

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Banks, Human rights, Corporate lending, Sustainability linked loans, LMA
Auteurs Mr. W.B. de Boer en Prof. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focusses on the role of banks in the area of human rights and corporate lending. By including contractual provisions on human rights in loan documentation, banks can manage human rights risks. Banks could hereby build on the emerging practice of the ‘sustainability linked loans’ by including predetermined sustainability targets focused on human rights. The international loan market currently lacks a level playing field on including human rights provisions. This article concludes with providing guidance for human rights provisions in loan agreements, based on standard loan market (LMA) documentation.


Mr. W.B. de Boer
Mr. W.B. (Wilke) de Boer is momenteel werkzaam als bedrijfsjurist duurzame financiering bij de NWB Bank en was op het moment van schrijven werkzaam voor de Sociaal-Economische Raad.

Prof. M. Scheltema
Prof. M. (Martijn) Scheltema is verbonden aan de Erasmus Universiteit. Daarnaast is hij nog partner en voorzitter van de praktijkgroep mensenrechten van Pels Reijcken en voorzitter van het bindende geschillenbeslechtingsmechanisme van de Nederlandse Internationaal Responsible Business Conduct Agreement in de textielsector.
Article

Access_open Changes in the Medical Device’s Regulatory Framework and Its Impact on the Medical Device’s Industry: From the Medical Device Directives to the Medical Device Regulations

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Medical Device Directive, Medical Device Regulation, regulatory, European Union, reform, innovation, SPCs, policy
Auteurs Magali Contardi
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to pharmaceutical products, medical devices play an increasingly important role in healthcare worldwide by contributing substantially to the prevention, diagnosis and treatment of diseases. From the patent law perspective both, pharmaceutical products and a medical apparatus, product or device can be patented if they meet the patentability requirements, which are novelty, inventiveness and entail industrial applicability. However, regulatory issues also impact on the whole cycle of the innovation. At a European level, enhancing competitiveness while ensuring public health and safety is one of the key objectives of the European Commission. This article undertakes literature review of the current and incoming regulatory framework governing medical devices with the aim of highlighting how these major changes would affect the industry at issue. The analysis is made in the framework of an on-going research work aimed to determine whether SPCs are needed for promoting innovation in the medical devices industry. A thorough analysis the aforementioned factors affecting medical device’s industry will allow the policymakers to understand the root cause of any optimal patent term and find appropriate solutions.


Magali Contardi
PhD candidate; Avvocato (Italian Attorney at Law).
Artikel

Access_open Ketensamenwerking bij ex-partnerstalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Stalking, Ketensamenwerking, Veiligheidssamenwerking
Auteurs Herman van Alphen, Bert Bambach, Prof. dr. Janine Janssen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Cooperation by professionals dealing with cases of stalking by former partners is complex. First and foremost professionals should focus on a shared ambition in order to stop stalking. But in order to achieve that goal partners in safety and security should be in the clear regarding practical matters: how do they consult each other? What appointments are made? How is invested in the development of a mutual relationship and the understanding of each other’s tasks?


Herman van Alphen
Docent aan de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.

Bert Bambach
Docent aan de Academie van Recht en Bestuur van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool

Prof. dr. Janine Janssen
voorzitter van de redactie van PROCES en lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans Hogeschool, hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Dr. Jaap van Vliet
Redacteur van PROCES en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Article

Access_open Due Diligence and Supply Chain Responsibilities in Specific Instances

The Compatibility of the Dutch National Contact Point’s Decisions With the OECD Guidelines for Multinational Enterprises in the Light of Decisions Made by the UK, German, Danish and Norwegian National Contact Points

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden due diligence, supply chain, OECD, NCP, specific instance
Auteurs Sander van ’t Foort
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the introduction of a human rights chapter in the 2011 OECD Guidelines for Multinational Enterprises, National Contact Points (NCPs) have been increasingly dealing with specific instances referring to human rights violations by companies. According to the Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD), the human rights provisions are the most cited provisions of the Guidelines. Specific instances include allegations such as a company’s failure to implement human rights due diligence, to apply the principles of free, prior and informed consent, to take supply chain responsibility, and/or to comply with the right to cultural heritage. Of all topics, human rights due diligence and human rights supply chain responsibilities are most commonly referred to in complaints based on the Guidelines. This article focuses on how NCPs have handled these topics of human rights due diligence and supply chain responsibility in specific instances. The Dutch NCP has been selected because it is celebrated in literature as the ‘gold standard’ because of its composition including independent members, its forward-looking approach, and because it is one of the most active NCPs in the world. All decisions of the Dutch NCP concerning these two topics are analysed in the light of the decisions of four other NCPs (UK, Denmark, Germany and Norway). A doctrinal methodology is used to analyse similarities and differences between the argumentations of the five NCPs.


Sander van ’t Foort
Dr. Sander van ’t Foort is Lecturer at the Nyenrode Business Universiteit in the Netherlands.
Artikel

Circles of Support and Accountability

Een sociaal netwerk voor zedendelinquenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden COSA, sex offenders, re-entry, desistance, recidivism
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In Circles of Support and Accountability (COSA) a group of trained and supervised volunteers support a medium to high-risk sex offender in his process of re-entry after detention. Sex offenders participate on a voluntary basis. Circles have a double aim: the prevention of new sexual offences and the rehabilitation of the sex offender. Circles offer social inclusion and support for behavior change, and monitor risk. They are embedded in the professional network of sex offender after care. Through a professional circle coordinator relevant information is circulated between the circle and professional agencies, to enable adequate support and interventions. Effect studies show that COSA contributes to a reduced risk of reoffending. The model was developed in Canada almost 25 years ago and has been picked up by a growing number of countries in Europe, the America’s, Asia, as well as Australia and New Zealand. Variations in the model become apparent and raise questions about the essentials of COSA.


Dr. Mechtild Höing
Dr. M. Höing is docent en onderzoeker bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Zij is daar als operationeel projectleider verbonden aan het project Sterktegericht werken met COSA buiten justitieel kader.

Audrey Alards LLM
A. Alards LLM is extern kenniskringlid bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Ze is verbonden aan het lectoraat als senior cirkelcoördinator en onderzoeker.
Artikel

‘Ik mag doen wat ik moet doen’

Bevindingen en praktijkimplicaties uit een onderzoek naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Fraudeur, Levensloop, Criminologie, Moraliteit, Sociale binding
Auteurs Dr. J. van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude heeft grote maatschappelijke en financiële gevolgen. Toch is over het proces waarlangs en de redenen waarom managers, bestuurders of ondernemers zich inlaten met serieuze vormen van fraude nog relatief weinig bekend. Deze kennislacune omtrent de criminele ontwikkeling van fraudeurs is onderwerp van onderzoek in een recent afgerond proefschrift. In het artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift en de aanbevelingen voor de handhaving besproken.


Dr. J. van Onna
Dr. J. van Onna is senior adviseur en onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 124 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.