Zoekresultaat: 187 artikelen

x
Wetenschap

In vergelijking gewogen: de CSDD en tweede generatie bindende keten­regelgeving

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2022
Trefwoorden passende zorgvuldigheid, waardeketen, maatschappelijk verantwoord ondernemen, rechtsvergelijking, externe kosten
Auteurs C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 februari 2022 heeft de Europese Commissie het richtlijnvoorstel Corporate Sustainability Due Diligence and amending Directive (EU) 2019/1937 (hierna: CSDD) aangenomen. Het richtlijnvoorstel verplicht ondernemingen passende zorgvuldigheid te betrachten op het gebied van mensenrechten en milieu voor hun eigen activiteiten, de activiteiten van dochterondernemingen en de activiteiten van ketenpartners. Het richtlijnvoorstel is een voorbeeld van zogeheten ‘tweede generatie’ bindende ketenregelgeving. Andere voorbeelden van dergelijke ketenregelgeving zijn te vinden in Frankrijk, Duitsland en Noorwegen. Ook in Nederland wordt met het initiatiefvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen ingezet op dit type nieuwe ketenregelgeving. In dit artikel wordt ingegaan op de CSDD in het algemeen en passende zorgvuldigheid in het bijzonder. De bespreking vindt plaats tegen de achtergrond van een rechtsvergelijkende analyse van het ter zake relevante Duitse en Noorse recht en het Nederlandse wetsvoorstel.


C.H.A. van Oostrum
Mr. dr. C.H.A. (Chris) van Oostrum is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Ad Rem

Moeten bindend adviseurs in consumentenkwesties ambtshalve toetsen op straffe van vernietigbaarheid van het bindend advies?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2022
Trefwoorden bindend advies, vaststellingsovereenkomst, redelijkheid en billijkheid, Titel 7.17 BW, artikel 7:900 e.v. BW
Auteurs Mr. dr. D.P.C.M. Hellegers en Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer partijen door middel van een bindend advies een geschil tot een oplossing wensen te brengen, dan maken zij daarmee jegens elkaar (impliciet) de belofte dat zij zich zullen houden aan de beslissing van de bindend adviseur. Wanneer één van de partijen zich echter niet conformeert aan de beslissing van de bindend adviseur, bijvoorbeeld omdat deze onwelgevallig uitpakt, dan kan de andere partij naar de burgerlijke rechter stappen om nakoming van de overeenkomst van (onzuiver) bindend advies te vorderen. In deze Ad Rem wordt hier nader op ingegaan.


Mr. dr. D.P.C.M. Hellegers
Mr. dr. D.P.C.M. Hellegers is universitair docent Privaatrecht aan de Open Universiteit, onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Insurance Studies van de UvA en bindend adviseur bij de Geschillencommissie Kifid en bij De Geschillencommissie (waaronder als voorzitter van de Geschillencommissie Energie).

Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is redacteur van dit tijdschrift en bindend adviseur bij de Geschillencommissie Kifid.
Artikel

Over het toepassingsbereik van de klachtplicht bij nalaten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden niet-presteren, art. 6:89 BW, art. 7:23 lid 1 BW, toepassingsregel, Brocacef/Simons
Auteurs Mr. H. Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    De klachtplicht is niet van toepassing als de schuldenaar niet presteert. In dit artikel onderzoekt de auteur de ratio van deze regel. Daarnaast gaat hij in op de vraag of de klachtplicht van toepassing is bij gedeeltelijke niet-nakoming.


Mr. H. Boom
Mr. H. Boom is cassatieadvocaat bij BarentsKrans Coöperatief U.A. te Den Haag.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2022
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Judith van der Linden e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Judith van der Linden

Anouk Schoenmakers

Bas van Zelst
Artikel

Access_open De vordering tot koopprijsvermindering

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2022
Trefwoorden koopprijsvermindering, ontbinding, vernietiging, dwaling
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan het consumentenrecht kent het algemene contractenrecht geen vordering tot koopprijsvermindering als zelfstandige actie. Gedeeltelijke ontbinding en aanpassing van de overeenkomst ex art. 6:230 lid 2 BW kunnen wel tot koopprijsvermindering leiden. Daar waar dwaling en non-conformiteit voor de koper naast elkaar bestaan, kan hij in beginsel vrijelijk tussen voornoemde grondslagen kiezen om een koopprijsvermindering te bewerkstelligen. De auteur betoogt waarom art. 6:230 lid 2 BW in die gevallen de natuurlijke thuishaven zou moeten zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De standstillperiode bij het aangaan van de franchiseovereenkomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Franchiseovereenkomst, Standstill-periode, Bedenktijd, Precontractuele fase, Wet franchise
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Wet franchise is een standstill-periode voor de franchisegever geïntroduceerd voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst. Deze standstill-periode fungeert als termijn van beraad voor de beoogde franchisenemer, maar wijkt af van andere wettelijke regelingen met een vergelijkbaar doel. In deze bijdrage wordt dit geanalyseerd.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is als advocaat werkzaam bij Ludwig & Van Dam advocaten.
Artikel

Strict Liability and the Aims of Tort Law

Bespreking van het proefschrift van mr. A.D. On

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden risicoaansprakelijkheid, kwalitatieve aansprakelijkheid, rechtsvergelijking, correctieve rechtvaardigheid, distributieve rechtvaardigheid
Auteurs Prof. mr. E.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van On bevat een rechtsvergelijkende analyse van strict liability in het Engelse en Franse aansprakelijkheidsrecht. On komt in zijn proefschrift tot een overtuigende omschrijving van de kernkarakteristieken van risicoaansprakelijkheden. Hij bespreekt ook hoe risicoaansprakelijkheden zich verhouden tot de rechtsfilosofische fundamenten van het aansprakelijkheidsrecht.


Prof. mr. E.R. de Jong
Prof. mr. E.R. de Jong is hoogleraar Privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Prof. mr. dr. R. Rijnhout
Prof. mr. dr. R. Rijnhout is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht, Ucall Centre for Accountability and Liability Law en het onderzoekscluster Empirical Legal Research into Institutions for Conflict Resolution.
Artikel

Wet franchise: de remedies bij het schenden van precontractuele verplichtingen. Voegt de nieuwe wet wat toe?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Schenden precontractuele verplichtingen, Onrechtmatige daad, Artikel 3:40 BW, Verbintenis die voortvloeit uit de precontractuele redelijkheid en billijkheid, Wet franchise
Auteurs Mr. Y. Hafez
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Wet franchise zijn verschillende precontractuele informatieverplichtingen opgenomen teneinde de rechtspositie van de franchisenemer te verbeteren. In dit artikel wordt betoogd dat de remedies bij het schenden van die verplichtingen onvoldoende uitgekristalliseerd zijn. De toelichting van de wetgever is verre van helder en de structuur van de wet is onvoldoende doorgedacht. De wet kan zodoende tot aardig wat discussie leiden.


Mr. Y. Hafez
Mr. Y. Hafez is docent bij de faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit en doet als promovendus onderzoek naar de Wet franchise (titel 7.16 BW).
Impressies

De Wet franchise in de glazen bol van Vranken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Art. 7:915 BW, Obliegenheit, Schuldeisersverzuim, Onderzoeksplicht, Franchise
Auteurs C. de Looff
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens standaardjurisprudentie van de Hoge Raad plegen franchisegevers die ondeugdelijke prognoses verschaffen bij het aangaan van franchiseovereenkomsten niet zonder meer een wanprestatie jegens hun franchisenemers. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of het onderscheid dat de Hoge Raad in dergelijke gevallen maakt, tussen wanprestatie en onrechtmatige daad, (nog) gerechtvaardigd is, daarbij wordt een kritische blik geworpen op de rol van de Obliegenheit binnen het Nederlands verbintenissenrecht en in het verlengde daarvan wordt een visie gegeven op de rol van artikel 7:915 BW binnen de nieuwe Wet franchise.


C. de Looff
C. de Looff is masterstudent aan de Universiteit Leiden en heeft dit stuk geschreven in het kader van het Privatissimum: Burgerlijk recht, dit onder toezicht en begeleiding van mr. drs. J.H.M. Spanjaard, (onder meer) docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De implementatie van de herziene Richtlijn consumentenkoop en de Richtlijn digitale inhoud; nog enkele vraagtekens en verschillen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden consumentenkoop, levering van digitale inhoud, conformiteit, remedies, implementatie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen
SamenvattingAuteursinformatie

    De herziene Richtlijn consumentenkoop en de Richtlijn digitale inhoud moeten vanaf 1 januari 2022 van kracht zijn. De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van een objectief en subjectief conformiteitsvereiste, een verplichting van de handelaar om updates te verstrekken, en de mogelijkheid om uitdrukkelijk en afzonderlijk af te wijken van de objectieve conformiteitsverplichtingen. Op een aantal punten bestaat echter nog onduidelijkheid.


Dr. E.A.G. van Schagen
Dr. E.A.G. van Schagen is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade: een poging tot plaatsbepaling van een moving target

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden rechtsmacht, lokaliseren vermogensschade, art. 7 lid 2 Brussel I bis-Verordening, Brussel I bis-Verordening, VEB/BP
Auteurs Mr. B.F.L.M. Schim, Mr. D.J. Verheij en Mr. F.E. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest VEB/BP voegt een nieuwe loot toe aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade. Dit arrest is aanleiding om de rechtspraak van het Hof over het Erfolgsort te bespreken vanuit de invalshoek van de grondslagen van art. 7 punt 2 Brussel I bis-Vo, die fungeren als ijkpunten bij de uitleg van die bepaling.


Mr. B.F.L.M. Schim
Mr. B.F.L.M. Schim is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.J. Verheij
Mr. D.J. Verheij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Tussen partijautonomie en ­ongelijkheidscompensatie: hoe kantonrechters omgaan met niet-vertegenwoordigde partijen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Self-representation, Party autonomy, Equality of arms, Judging, Civil procedure
Auteurs Jos Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the impact of the (increasing) possibility for parties in Dutch civil cases to litigate without the guidance of a legal aid provider on Dutch civil procedure. It analyses the extent to which such self-representation influences the role of the judge in the context of Dutch subdistrict court procedures, where representation is not mandatory. Through empirical data, collected through semi-structured interviews with 26 subdistrict judges, more insight is gained into the dilemmas that the lack of representation of parties presents to judges, and the ways in which they deal with these dilemmas. The interviews show how judges seek a balance between their role as neutral arbitrator in a dispute and a more active role necessitated by parties not being represented by a legal aid provider. In doing so, they navigate between process and content. Within this dynamic, judges must constantly balance the trade-off between acting more actively to gather sufficient information for a substantive handling and assessment of the case, on the one hand, and safeguarding the limits of party autonomy and their own (perceived) neutrality, on the other. Full party autonomy is viewed by judges as unrealistic and, moreover, contrary to truth-finding.


Jos Hoevenaars
Jos Hoevenaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit onderzoek maakt deel uit van het ERC consolidator project ‘Building EU Civil Justice: challenges of procedural innovations – bridging access to justice’ (Grant Agreement No.726032), www.euciviljustice.eu.
Artikel

Naar een consistent en coherent consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden consumentenrecht, informatieplichten, algemene voorwaarden, wetgeving, coherentie
Auteurs Mr. T.J. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt vanuit ondernemersperspectief een aanzet gedaan tot een consistent, coherent, gelaagd en modern consumentenrecht.


Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De sterkere partij in het privaatrecht

Capita selecta privacyrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden privacy, gegevensbescherming, AVG, verwerker, verwerkingsverantwoordelijke
Auteurs Mr. V.I. Laan en Mr. J.G.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze capita selecta privacyrecht schetsen een beeld van de actualiteit, maar ook de verwevenheid van het privacyrecht in de dagelijkse (rechts)praktijk. Hierbij is meer specifiek gekeken naar privacy bij overeenkomsten, privacy bij faillissementen en privacy bij fusies en overnames, mede met het oog op de sterke(re) partij in het privaatrecht.


Mr. V.I. Laan
Mr. V.I. Laan is advocaat privacyrecht en partner bij The Data Lawyers te Amsterdam

Mr. J.G.S. Bakker
Mr. J.G.S. Bakker is advocaat privacy- en IT-recht bij The Data Lawyers te Amsterdam.

    In dit redactioneel wordt het centrale onderwerp van dit themanummer toegelicht en wordt nader ingegaan op de bijdragen die in het nummer aan de orde komen.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Over de grens

Onredelijk bezwarende algemene voorwaarden in België – gidsfunctie voor Nederland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2021
Trefwoorden algemene voorwaarden, onredelijk bezwarend beding, Zwarte lijst, Grijze lijst
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraak worden algemene voorwaarden in B2B relaties zelden onredelijk bezwarend beoordeeld. Dit is deels het gevolg van de omstandigheid dat de zwarte en grijze lijsten uitsluitend B2C werken. In België is per 1 december 2020 een regeling over de inhoud van algemene voorwaarden in B2B relaties tot stand gekomen. In deze bijdrage wordt die regeling verkend en gekeken of Nederland van de Belgische wet kan leren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat in Aalsmeer onder de naam facily LAW advocatuur en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten. De auteur dankt dr. N. Somers, advocate bij Artes in Antwerpen (België) voor haar input in dit artikel.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Annotatie

HeidelbergCement: Gerecht giet fundament van ‘betrokken ondernemingen’ in beton

Gerecht 5 oktober 2020, zaak T-380/17, ECLI:EU:T:2020:471 (HeidelbergCement en Schwenk Zement/Commissie)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Felix Roscam Abbing en Tim van Helfteren
Auteursinformatie

Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Tim van Helfteren
Mr. T.C. van Helfteren is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Toont 1 - 20 van 187 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.