Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1517 artikelen

x
Artikel

Access_open Experimental Regulations and Regulatory ­Sandboxes – Law Without Order?

Special Issue Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordás & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, december 2021
Trefwoorden experimental regulations, regulatory sandboxes, methodology, regulatory quality
Auteurs Sofia Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the key methodological shortcomings of experimental regulations and regulatory sandboxes. I argue that the poor design and implementation of these experimental legal regimes have both methodological and legal implications. The deficient design of experimental regulations and regulatory sandboxes can have three adverse effects: First, the internal validity of experimental legal regimes is limited because it is unclear whether the verified results are the direct result of the experimental intervention or other circumstances. The limited external validity of experimental legal regimes impedes the generalizability of the experiment. Second, experimental legal regimes that are not scientifically sound make a limited contribution to the advancement of evidence-based lawmaking and the rationalization of regulation. Third, methodological deficiencies may result in the violation of legal principles which require that experimental regulations follow objective, transparent, and predictable standards. I contribute to existing comparative public law and law and methods literature with an interdisciplinary framework which can help improve the design of experimental regulations and regulatory sandboxes. I draw on social science literature on the methods of field experiments to offer novel methodological insights for a more transparent and objective design of experimental regulations and regulatory sandboxes.


Sofia Ranchordás
Sofia Ranchordás is Full Professor of EU and Comparative Public Law at the Faculty of Law of the University of Groningen, The Netherlands & Associate Professor of Public Law, Innovation, and Sustainability at the Faculty of Law, LUISS Guido Carli, Italy.
Brexit

Access_open Een gelijk speelveld voor EU-ondernemingen?

De staatssteunregeling in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden staatssteun, mededinging, externe betrekkingen, Brexit, subsidies
Auteurs Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK beoogt de EU met afspraken over subsidiecontrole de vervalsing van concurrentie door subsidies aan Britse ondernemingen tegen te gaan. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de afspraken tussen de EU en het VK inderdaad voorzien in een regime in het VK dat op het gebied van – in EU-termen – staatssteun een gelijk speelveld waarborgt en wat kan worden ondernomen tegen steunverlening die in strijd met de gemaakte afspraken verstrekt wordt. Daarbij zal ook de ‘Subsidy Control Bill’ – het op 30 juni 2021 bij het ‘House of Commons’ ingediende wetsvoorstel voor een ‘Subsidy Control Act’ – in de beschouwing worden meegenomen.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, ondertekend op 24 december 2020 (PbEU 2021, L 149/10).


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat en partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.
Mededinging

Artikel 22 Covo: terug van weggeweest?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden artikel 22 Covo, Concentratieverordening, fusies en overnames, Illumina/Grail, verwijzingsverzoek
Auteurs Mr. F.A. Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen ten aanzien van artikel 22 Covo en het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie betreffende verwijzingen van mededingingszaken onder dat artikel. Ook wordt de zaak Illumina/Grail kort besproken en wordt nader ingegaan op een aantal aandachtspunten voor de praktijk als gevolg van het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie.
    Mededeling van de Commissie. Handvatten voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme van artikel 22 van de concentratieverordening op bepaalde categorieën zaken (PbEU 2021, C 113/1); zaak M.10188 – Illumina/Grail.


Mr. F.A. Roscam Abbing
Mr. F.A. (Felix) Roscam Abbing is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

Dismissal protection in Denmark

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden protection against dismissal, flexicurity, industrial relations, social security, dynamic and adjustable labour market
Auteurs mr. dr. Natalie Munkholm
SamenvattingAuteursinformatie

    The article gives an overview of the protection against dismissal according to Danish statutory acts and collective agreements.


mr. dr. Natalie Munkholm
Natalie Munkholm is werkzaam als associate professor Labour Law aan de Aarhus Universiteit, Denemarken.
Artikel

Access_open Het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade: een poging tot plaatsbepaling van een moving target

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden rechtsmacht, lokaliseren vermogensschade, art. 7 lid 2 Brussel I bis-Verordening, Brussel I bis-Verordening, VEB/BP
Auteurs Mr. B.F.L.M. Schim, Mr. D.J. Verheij en Mr. F.E. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest VEB/BP voegt een nieuwe loot toe aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade. Dit arrest is aanleiding om de rechtspraak van het Hof over het Erfolgsort te bespreken vanuit de invalshoek van de grondslagen van art. 7 punt 2 Brussel I bis-Vo, die fungeren als ijkpunten bij de uitleg van die bepaling.


Mr. B.F.L.M. Schim
Mr. B.F.L.M. Schim is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.J. Verheij
Mr. D.J. Verheij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Tussen partijautonomie en ­ongelijkheidscompensatie: hoe kantonrechters omgaan met niet-vertegenwoordigde partijen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Self-representation, Party autonomy, Equality of arms, Judging, Civil procedure
Auteurs Jos Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the impact of the (increasing) possibility for parties in Dutch civil cases to litigate without the guidance of a legal aid provider on Dutch civil procedure. It analyses the extent to which such self-representation influences the role of the judge in the context of Dutch subdistrict court procedures, where representation is not mandatory. Through empirical data, collected through semi-structured interviews with 26 subdistrict judges, more insight is gained into the dilemmas that the lack of representation of parties presents to judges, and the ways in which they deal with these dilemmas. The interviews show how judges seek a balance between their role as neutral arbitrator in a dispute and a more active role necessitated by parties not being represented by a legal aid provider. In doing so, they navigate between process and content. Within this dynamic, judges must constantly balance the trade-off between acting more actively to gather sufficient information for a substantive handling and assessment of the case, on the one hand, and safeguarding the limits of party autonomy and their own (perceived) neutrality, on the other. Full party autonomy is viewed by judges as unrealistic and, moreover, contrary to truth-finding.


Jos Hoevenaars
Jos Hoevenaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit onderzoek maakt deel uit van het ERC consolidator project ‘Building EU Civil Justice: challenges of procedural innovations – bridging access to justice’ (Grant Agreement No.726032), www.euciviljustice.eu.

    The Bulgarian Supreme Administrative Court has held that not only employees working under an employment relationship but also state officials enjoy special protection against termination.


Kalina Tchakarova
Kalina Tchakarova is a partner at Djingov, Gouginski, Kyutchukov and Velichkov.

    The UK’s Supreme Court (SC) has ruled that retail staff of the supermarket chain Asda can compare themselves under UK law to higher-paid distribution depot staff for the purposes of an equal pay claim. In a separate case against Tesco, the ECJ subsequently confirmed that the company’s shop workers can rely directly on EU law to compare themselves to distribution centre workers for the purposes of such a claim.


Carolyn Soakell
Carolyn Soakell is a partner at Lewis Silkin LLP.

    Following up on the ECJ’s judgment in the Kalliri case, the Greek Council of State (Conseil d’État) held in a Plenary Session decision that a legal provision of Presidential Decree 90/2003 requiring that candidates for admission to the Greek Officers and Policemen School must be at least 1.70 m, independently of their sex, was indirectly discriminatory against female candidates. It based its decision on Directive 76/207/EEC as well as principles of the Greek constitution.


Effie Mitsopoulou
Effie Mitsopoulou is an attorney-at-law at Effie Mitsopoulou Law Office.
General Comment

General comment No. 25: kinderrechten en digitale technologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden IVRK, VN-Kinderrechtencomité, Kinderrechten, Technologie, Privacy
Auteurs Prof. dr. mr. S. van der Hof
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2021 publiceerde het VN Comité voor de Rechten van het Kind General Comment No. 25 over kinderrechten in relatie tot de digitale omgeving (‘GC25’). Het doel van GC25 is om uit te leggen hoe de rechten van kinderen, zoals deze zijn neergelegd in het VN Verdrag voor de Rechten van het Kind (‘IVRK’) moeten worden geïmplementeerd in relatie tot digitale technologie. GC25 richt zich vanzelfsprekend tot de verdragsstaten, maar terecht ook tot andere relevante partijen, waaronder de tech-industrie.


Prof. dr. mr. S. van der Hof
Prof. dr. mr. S. van der Hof is hoogleraar Recht en Informatiemaatschappij aan eLaw, Centrum voor Recht en Digitale Technologie, Universiteit Leiden.
Peer-reviewed artikel

Privaat toezicht als onderdeel van publiek toezicht

Een vergelijking tussen de voedselsector en de bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bouwtoezicht, privaat toezicht, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking, Toezicht
Auteurs Annalies Outhuijse en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Combinaties van publiek en privaat toezicht zijn niet weg te denken uit onze huidige maatschappij. In deze bijdrage vergelijken we de manier waarop privaat en publiek toezicht worden gecombineerd in twee sectoren, namelijk toezicht op voedselveiligheid en toezicht op veilige nieuwbouw. Na een uiteenzetting van de samenwerkingsarrangementen wordt ingegaan op de sterke en zwakke kanten van de gemaakte keuzes. Daarbij staat in het bijzonder één criterium centraal: betrouwbaarheid. Kan de overheid vertrouwen op toezicht en controle door private partijen? Zijn de private partijen in staat en bereid om effectief toezicht op voedselveiligheid en bouwkwaliteit uit te oefenen en welke factoren uit het samenwerkingsarrangement hebben hier invloed op? Naast de constatering dat private toezichthouders een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de stelsels van toezicht, wijzen we op enkele potentiële risico’s die we in praktijk van bouw- en voedseltoezicht hebben geïdentificeerd: onvoldoende onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, beperkte intrinsieke motivatie, kans op papieren werkelijkheid en onvoldoende corrigerende werking van het publieke toezicht.


Annalies Outhuijse
Mr. dr. A. Outhuijse is advocaat bij Stibbe binnen de praktijkgroep bestuursrecht. Eerder heeft zij een proefschrift geschreven op het gebied van het mededingingstoezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is rechtssocioloog en als fellow verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Digital investigation powers and privacy

Recent ECtHR case law and implications for the modernisation of the Code of Criminal Procedure

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Right to respect for private life, European Court of Human Rights, Digital investigation powers, Modernisation of the Code of Criminal Procedure, Regulation
Auteurs Prof. mr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin en Dr. mr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    With the Modernisation of the Code of Criminal Procedure, certain digital investigation powers will for the first time be given a specific statutory basis, such as the search of data carriers, open-source investigation and network searches. Nevertheless, considering the high degree of intrusiveness of such techniques, particularly with the right to privacy, it remains important to take note of the jurisprudence of the European Court of Human Rights, which continues to set minimum safeguards for the interference with private life. In this paper, we therefore conduct a brief overview of recent ECtHR case law concerning five types of digital investigation powers. We then consider the implications of this case law for the regulation of such powers in the draft Code of Criminal Procedure and for the Modernisation process more broadly.


Prof. mr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin
Marianne Hirsch Ballin is professor of Criminal Law and Criminal Procedure at Vrije Univeristeit Amsterdam and member of the editorial board of this journal.

Dr. mr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is assistant professor Criminal Law and Criminal Procedure at Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

De Digital Markets Act als instrument voor het mededingingsbeleid in perspectief

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden Digital Markets Act, regulering, mededingingsbeleid, online platforms, type I-fouten
Auteurs Ben Schroeter en Anne-Claire Hoyng
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel hebben wij betoogd dat het DMA-voorstel van de Commissie te veelomvattend en te rigide is. Dit zal waarschijnlijk resulteren in hoge kosten in verband met type I-fouten. Wij geloven echter dat deze tekortkoming met een paar gerichte wijzigingen kan worden verholpen. Met name moet in de DMA-aanwijzingscriteria afhankelijkheid als kernvoorwaarde worden vermeld en moet multi-homing als kwalitatief criterium worden toegevoegd. Bovendien dienen de verplichtingen meer op maat worden toegepast met een afzonderlijke zwarte en grijze lijst, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Met deze wijzigingen zijn wij ervan overtuigd dat de DMA een waardevolle bijdrage zal leveren aan het mededingingsbeleid en een einde zal maken aan een periode van structurele onderhandhaving.


Ben Schroeter
B. Schroeter MSc is Director Public Affairs & Strategic Engagement van Booking.com.

Anne-Claire Hoyng
A.C. Hoyng PhD was ten tijde van het schrijven van dit artikel Director Global Competition and Consumer Law van Booking.com.
Artikel

Hoe worden digitale draken getemd?

Een beschouwing van de toepassing van het mededingingsrecht en regelgeving in de Verenigde Staten en de Europese Unie tegen grote digitale platforms

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden rechtsvergelijking, platformregulering, digitale markten, Amerikaans mededingingsrecht, Digital Markets Act
Auteurs Jasper van den Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitale ondernemingen leveren wereldwijd producten en diensten en concurrentie in deze markten vertoont wereldwijd vergelijkbare problemen. Zodoende wordt er in verschillende rechtsordes een debat gevoerd over de inzet van het mededingingsrecht en de eventuele noodzaak van sectorale regelgeving in digitale markten. Deze bijdrage vergelijkt hoe het mededingingsrecht wordt ingezet in de EU en de VS in digitale markten en welke regelgeving hier bestaat of is voorgesteld. De vergelijking richt zich op de overeenkomsten en verschillen in de mogelijke aanpak van dezelfde mondiale bedrijven. Uit deze vergelijking wordt geconcludeerd dat de voorgestelde ingrepen in beide rechtsordes verschillend doch complementair zijn.


Jasper van den Boom
J. van den Boom LLM is promovendus bij de afdeling Tilburg Law and Technology (TILT) van Tilburg University alsmede lid van de Tilburg Center for Law and Economics (TILEC).
Artikel

Het reguleren van het gebruik van data door digitale platforms: gaat de voorgestelde Digital Markets Act ver genoeg?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden datacombinatie, gegevensdelingsdiensten, data-externalities, datadeelplicht, neutraliteit
Auteurs Inge Graef
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beargumenteert dat de bepalingen uit de voorgestelde Digital Markets Act over het gebruik van data striktere eisen moeten stellen aan poortwachters met het oog op andere wetgeving die parallel van toepassing is. Zonder een aanscherping van deze bepalingen is het risico dat het doel van de Digital Markets Act om te zorgen voor betwistbare en eerlijke markten niet bereikt wordt en poortwachters alsnog niet aan strengere eisen onderworpen zijn in verhouding met andere wetgeving, en met name de Algemene verordening gegevensbescherming en de voorgestelde Data Governance Act, die parallel op hen en/of andere marktspelers van toepassing zijn.


Inge Graef
Mr. dr. I. Graef is als universitair hoofddocent mededingingsrecht verbonden aan Tilburg University en aan de onderzoeksinstituten TILT en TILEC aldaar.
Artikel

De rol van interventiedrempels en effectenanalyse in de Digital Markets Act

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden poortwachters, interventiedrempel, effectenanalyse, schadetheorieën, theorieën van waardecreatie
Auteurs Lirio Barros en Timo Klein
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschouwt de DMA op twee economische aspecten: het gebruik van interventiedrempels en het ex ante reguleren van aangewezen gedragingen. Vanuit economisch perspectief zijn er twee zorgen in de vormgeving van de DMA: het voornaamste interventiecriterium (bedrijfsomvang) is een slechte voorspeller van mededingingsproblematiek en het is bij de aangewezen gedragingen vaak zonder effectenanalyse niet mogelijk om vast te stellen dat de gedragingen daadwerkelijk schadelijk zijn voor de mededinging en de gebruikers. Ter uitweiding beschrijven we in deze context, naast de schadetheorieën, ook de theorieën van waardecreatie van drie prominente verboden gedragingen: het combineren van persoonsgegevens, zelfbevoordeling en koppelverkoop.


Lirio Barros
L. Barros MSc (lirio.barros@oxera.com) is analist bij Oxera Consulting LLP in Brussel.

Timo Klein
T. Klein PhD (timo.klein@oxera.com) is consultant bij Oxera Consulting LLP in Amsterdam en docent Mededingingseconomie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Opiniestuk: Onafhankelijkheid en onpartijdigheid in de rechtswetenschap

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Academische vrijheid, Onafhankelijkheid, Onpartijdigheid, Integriteit, Gedragscode
Auteurs Rob van Gestel
Auteursinformatie

Rob van Gestel
Rob van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en hoogleraar methodologie van juridisch onderzoek aan de KU Leuven.

    Een gegarandeerde beschikbaarheid van innovatieve vaccins is onmisbaar in een wereld waar levensbedreigende infectieziekten steeds vaker voorkomen. Het risico dat vaccins bijwerkingen hebben en tot letsel leiden is daarbij onvermijdelijk. Het verhalen van vaccinatieschade via het aansprakelijkheidsrecht blijkt gecompliceerd. De auteur onderzoekt alternatieve systemen voor vergoeding van schade door vaccinaties. Vertrekpunt daarbij is Amerikaans onderzoek op dit terrein. Zij concludeert dat een no-faultschadefonds met een gedeeltelijke immuniteit van vaccinproducenten de meest geschikte weg is om vaccinatieschade te vergoeden zonder dat de ontwikkeling van vaccins in gevaar komt. De auteur doet enkele suggesties over de invulling van een dergelijk fonds.


Mr. drs. I. Haazen
Mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht.
Toont 1 - 20 van 1517 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.