Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1544 artikelen

x
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Kroniek

Access_open Kroniek concentratiecontrole 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Bart de Rijke en Vivian van Weperen
Auteursinformatie

Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is partner en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en Brussel.

Vivian van Weperen
Mr. V.Y.H. van Weperen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Artikel

Verantwoordelijkheden ten aanzien van de migratiecrisis in het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden asiel, internationale bescherming, migratiecrisis, mensenrechten
Auteurs S. Pamir
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van BZK kan niet blijven volhouden dat het kabinet geen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het asielbeleid in de Caribische landen. Het Caribisch deel van het Koninkrijk kent een groot gebrek aan expliciete wettelijke bepalingen ten aanzien van internationale bescherming. Artikel 36 Statuut vereist dat de landen ten aanzien van deze landsaangelegenheid uit oogpunt van solidariteit – gelet op de huidige migratiecrisis – samenwerken. Er zijn verschillende mogelijkheden om tot een structurele oplossing te komen. Te denken valt aan een rijkswet en concordantie van wetgeving, waarbij altijd rekening moet worden gehouden met inherente verschillen tussen Nederland en de Caribische landen.


S. Pamir
S. Pamir LL.B. is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

Access_open Langlopende letselschadezaken: wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Langlopende letselschadezaken, Personenschade, Letselschade, Schadeafwikkeling
Auteurs Dr. mr. R. Rijnhout, D.W. van Maurik LLB, Mr. dr. E.G.D van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Langlopende letselschadezaken kunnen om meerdere redenen nog openstaan. Het is niet mogelijk om één dominante omstandigheid te benoemen als hét kenmerk van een langlopend letselschadedossier. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd.


Dr. mr. R. Rijnhout
Dr. mr. R. Rijnhout LLM is als Universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het onderzoekscluster Empirical legal research into institutions for conflict resolution, en was projectleider van dit onderzoek.

D.W. van Maurik LLB
D.W. van Maurik LLB is student-assistent bij Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en heeft tevens als onderzoeksstudent een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het onderzoek.

Mr. dr. E.G.D van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen LLM is als Universitair docent verbonden aan Ucall.

Prof. mr. I. Giessen
Prof. mr. I. Giesen is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan Ucal.
PROCESperikelen

Het ontstaan van de roman Paula – Liefde en vergelding

Het belang van inzichten uit onderzoek bij het schrijfproces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2021
Auteurs Johan Gortworst
Auteursinformatie

Johan Gortworst
Johan Gortworst was tot 1 juli 2020 senior beleidsadviseur bij Valente, branchevereniging voor participatie, begeleiding en veilige opvang. Hij is nu zelfstandig schrijver en publicist.
Artikel

Werken aan perspectief

De begeleiding van SVG-cliënten naar een structurele dagbesteding

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2021
Trefwoorden structural daytime activities, Probation Service for addicted offenders, Subgroups, heterogeneity
Auteurs Yentl Keijser MSc en Dr. Victor van der Geest
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates daytime activities in clients at the Dutch Probation Service for addicted offenders (SVG). The article describes daytime activities, including work, based on official registrations of 9717 clients and an additional selection of client file study for 50 clients. The majority of the population does not have structural daytime activities, and within this group, substance use problems are slightly more prevalent. This study identifies four subgroups of clients without daytime activities: job seekers, work-incapacitated clients, motivated unemployed clients, and unmotivated unemployed clients. There is some heterogeneity between subgroups in terms of different background problems.


Yentl Keijser MSc
Yentl Keijser MSc is afgestudeerd criminoloog.

Dr. Victor van der Geest
Dr. Victor van der Geest is universitair docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Artikel

En nu mét mensen met een beperking

De Participatiewet en het ‘VN-verdrag Handicap’ in de praktijk

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Participatiewet, VN-verdrag Handicap, inspraak, Inclusieve arbeidsmarkt
Auteurs Dr. mr. J.H. Bosselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 werd de Participatiewet ingevoerd. Met de invoering van de wet werden onder meer de Wajong, de Wet werk en bijstand en de Wet sociale werkvoorziening samengevoegd tot één regeling. Het doel hiervan was om de arbeidsintegratie van werkzoekenden, in het bijzonder van werkzoekenden met een handicap, te stroomlijnen en te verbeteren. Ruim vier jaar na invoering lieten diverse effectevaluaties zien dat de centrale doelstelling van de wet niet was gehaald. In dit artikel worden de resultaten van de Participatiewet geduid aan de hand van artikelen uit het boek Met andere ogen. Onderzoekers over vijf jaar Participatiewet, dat in 2020 verscheen. De centrale boodschap van dit artikel is dat wetgeving, zoals de Participatiewet, niet bijdraagt aan de verbetering van de positie van mensen met een beperking zolang zij niet nadrukkelijk in het discours rond de ontwikkeling en de implementatie van de wetgeving betrokken worden. Waar dit wel gebeurt en hun verhalen en belangen een volwaardige plaats in het debat krijgen, leidt dit tot praktijken die daadwerkelijk (kunnen) aansluiten bij de behoeften, wensen en uitdagingen van de betrokkenen. De ervaringen met de Participatiewet onderstrepen het belang, zoals in het VN-verdrag Handicap is neergelegd, dat bij de totstandkoming en implementatie van wet- en regelgeving voor mensen met een beperking, altijd met hen gesproken moet worden en niet over hen. Het betrekken van mensen met een beperking is een belangrijke voorwaarde om daadwerkelijk te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt, ondersteund met adequate voorzieningen.


Dr. mr. J.H. Bosselaar
Dr. mr. J.H. (Hans) Bosselaar is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie. Correspondentie:
Artikel

Access_open De weg naar de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Wanneer, hoe en waarom zijn we begonnen met te vragen om erkenning van NGT?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden doof, NGT, Nederlandse Gebarentaal, erkenning, dovengemeenschap
Auteurs R. Cokart en T. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1996 is er in opdracht van het Ministerie van VWS en het Ministerie van OCW een commissie ingesteld bestaande uit vijf horende en twee dove leden met als opdracht de regering te adviseren over de beste manieren om de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel te erkennen. Ondanks alle inspanningen heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat NGT eindelijk wettelijk erkend werd op 13 oktober 2020.
    In dit artikel beschrijven we de weg naar de wettelijke erkenning van NGT waaronder de komst van bovengenoemde commissie, de inhoud van het rapport en de directe gevolgen van het rapport. Sinds begin jaren tachtig leidt het wetenschappelijk onderzoek naar NGT, veranderingen in het dovenonderwijs en de emancipatie van de dovengemeenschap tot een nauwe samenwerking tussen de dovengemeenschap, professionals, ouders van dove kinderen en onderzoekers in een gezamenlijke inspanning om de dovengemeenschap te versterken en te streven naar de officiële erkenning van NGT.


R. Cokart
R. (Richard) Cokart is een native gebarentalige en linguïst en werkt als senior onderzoeker bij het Nederlands Gebarencentrum.

T. Schermer
T. (Tru‍de) Schermer is linguïst en voormalig directeur van het Nederlands Gebarencentrum en is sinds de jaren tachtig betrokken bij onderzoek naar NGT en bij het proces van erkenning van NGT.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Auteurs Nico Kaptein en Marit Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Justitiële verkenningen (Judicial Explorations) discusses three developments that have driven the use of DNA to grow: technological advances in DNA data sequencing, the booming market for commercial DNA testing, and the internationalization of the collection and sharing of DNA data. More and more DNA data is being distributed without any insight into what exactly happens to this data. While strict rules apply to the management and use of DNA data by the police and judicial authorities, this is not yet the case for data from commercial DNA tests. In this episode of Justitiële verkenningen, particular attention is paid to the rise of investigative genetic genealogy (IGG). This phenomenon means that the police and the judicial authorities use data from commercial DNA databases to track down suspects. The successes achieved in this way in deadlocked murder cases, including in the United States, are also discussed. It is clear that not everyone who sends DNA material to a DTC company foresees such an application, and this use is therefore controversial. Moreover, relatives of these customers are not systematically informed and they are usually not asked for permission. This special issue aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the dissemination of DNA data.


Nico Kaptein
Drs. N.A. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Het gebruik van DNA in het opsporingsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden criminal investigation, DNA, DNA analysis, crime scene, evidence
Auteurs Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes why forensic DNA research is so interesting for criminal investigation processes, and why DNA does not yet play the role in these processes that could be expected given its unique properties. To this end, the bottlenecks that arise in the forensic investigation process are discussed as well as the opportunities to solve these bottlenecks in the coming years with new technologies and new scientific insights. The article focuses on (1) finding biological traces, (2) determining the relevance and the success rate of these traces, (3) the learning process of criminal investigators, (4) the importance of integrating processes that are currently performed in different places by different professionals, and (5) the promises of rapid mobile DNA technologies in this development.


Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is als bijzonder hoogleraar Criminalistiek verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is zij lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot voor kort was zij tevens werkzaam als senior onderzoeker bij het WODC in Den Haag.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

    Sinds jaar en dag tracht de omgevingswetgever een balans te vinden tussen flexibiliteit en bundeling bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Met de komst van de Omgevingswet komt de nadruk meer te liggen op flexibiliteit bij het aanvraagproces van de omgevingsvergunning. De aanvrager krijgt – mede door het loslaten van het concept van onlosmakelijke samenhang – meer vrijheid om het aanvraagproces van de vergunningen zelf vorm te geven. Er dient kritisch naar deze ontwikkeling te worden gekeken. Wordt de positie van de aanvrager van de omgevingsvergunning beter door het bieden van meer vrijheid bij de aanvraag van de vereiste omgevingsvergunning(en)? Deze vraag staat centraal in deze bijdrage.


T. (Tony) Barshini LLM
T. Barshini LLM is junior docent omgevingsrecht bij de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht.
Essay

Onderzoeksmethoden in het antropoceen

Uitdagingen voor een groene criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden green criminology, environmental harm, non-anthropocentric perspectives, transspecies research
Auteurs Stephen Snelders en Nick Verouden
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay discusses green criminology in relation to the development of non-anthropocentric research perspectives in history and cultural anthropology. Green criminological concepts of ‘environmental harm’ and ‘ecocide’ turn doing harm to nature and ecosystems, even when legal, into object of criminological research. Historical research exploring a wider time frame deepens and enriches criminological understanding of, e.g., wildlife trafficking and climate change. According active agency to animals and other non-human actors and attempts to create a new language transcending human-nature dichotomies, as undertaken in transspecies or multispecies history, anthropology, and narratology, offer substantial contributions to green criminologies of everyday life.


Stephen Snelders
Dr. Stephen Snelders is research fellow aan de Faculteit Bètawetenschappen en het Freudenthal Instituut/History and Philosophy of the Sciences van de Universiteit Utrecht. s.a.m.snelders@uu.nl

Nick Verouden
Dr. Nick Verouden is cultureel antropoloog, Digital Society School, Hogeschool van Amsterdam. n.w.verouden@hva.nl
Artikel

Evoluties in het Vlaams herstelrechtelijke beleid sinds 2000

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Vlaams justitieel beleid, Vlaamse wetgeving, detentie, herstelgerichte, herstelrecht
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative justice practices and policies have been growing in Belgium during last three decades. This article looks in particular at policy developments in the Flemish Community. It reconstructs how restorative justice has adopted a legal basis in 2005 and 2006 respectively in adult criminal law and juvenile justice. The rise and fall of the Belgian model of ‘restorative prisons’ is discussed. Special attention goes to the role of the Belgian State reform process, where the regions were given more competencies also in restorative justice matters. We investigate how this process of devolution has shaped the restorative justice landscape for the sectors of penal mediation, restorative mediation and conferencing. Some ambivalences in policy making are shown. Moreover, in recent years there are signs of a declining political interest in restorative justice.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar KU Leuven, Leuvens Instituut voor Criminologie.
Artikel

Hoe vangen we zieke uitzendkrachten op?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden uitzendbeding, opzegverbod, ziekte, uitzendkracht, allocatiefunctie
Auteurs mr. dr. Niels Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Is gebruik van het zogenoemde uitzendbeding bij ziekte toelaatbaar? De beantwoording van deze vraag staat centraal in deze bijdrage. Op basis van een analyse van rechtspraak, literatuur, dogmatiek en wetsgeschiedenis komt de auteur tot de conclusie dat dit gebruik in beginsel niet toelaatbaar is. Een uitzondering op deze hoofdregel is aan de orde wanneer het uitzendwerk voorziet in een tijdelijke en dringende personeelsbehoefte. In dat bestaat er volgens de auteur immers een voldoende rechtvaardiging voor uitzonderingen die wringen met fundamentele uitgangspunten van het Nederlandse arbeidsrecht.


mr. dr. Niels Jansen
Niels Jansen is Universitair Docent arbeidsrecht bij de UvA en als onderzoeker verbonden aan het multidisciplinaire onderzoeksinstituut AIAS-HSI.
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

What makes a sex crime?

A fair label for image-based sexual abuse

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Image-based sexual abuse, Revenge porn, Wraakporno, Fair labelling, Sexual autonomy
Auteurs M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers why image-based sexual abuse (‘ibsa’) should be classified as a sexual offence. The article briefly considers harmfulness, and then moves to discuss the principle of fair labelling. Classification of offences should be informed by the wrongdoing they address. A conceptual analysis of sexual offences shows that sexual wrongs warrant labelling as sexual offences. The infringement of the right to sexual autonomy in ibsa means the nature of the wrong is sexual. Ibsa should be a sex crime.


M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
Marthe Goudsmit is PhD candidate at the University of Oxford.
Artikel

Access_open Professioneel ethiekonderwijs voor de ­aankomend overheidsjurist

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden beroepsethiek, overheidsjuristen, onderwijs
Auteurs Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepsethiek van overheidsjuristen wordt traditioneel gericht op het functioneren als poortwachter van de rechtsstaat. Zij ontlenen hun beroepsethisch normenkader aan bovenliggende normen van democratie en rechtsstaat. Beroepsdilemma’s komen daarbij voort uit zich voordoende spanning tussen ambtelijke en juridische verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld die tussen loyaliteit aan de politieke leiding versus het bevorderen van proportionaliteit van bevoegdheden (case Tijdelijke wet maatregelen covid-19) en die van handhaving (case kinderopvangtoeslagen). In de praktijk van de overheidsjurist is de beroepsethiek het resultaat van het omgaan met genoemde dilemma’s. Deze contextuele beroepsethiek van onderop wijkt af van de aan de rechtstaat ontleende beroepsethiek van bovenaf. Er zijn de nodige argumenten om het professionele (universitaire) ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen te richten op een normatieve oriëntatie van onderop. Het bevordert realisme, waakzaamheid voor tegenkrachten en rolvastheid. In het ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen zou dan een empirische en op verantwoording gerichte attitude centraal moeten staan.


Peter van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Access_open De stand van de stelselherziening: de AMvB’s afgerond

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden inwerkingtreding, Omgevingswet, aanvullingsbesluiten, Invoeringsregeling, digitaal stelsel
Auteurs Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van de stelselherziening omgevingsrecht besproken in de periode eind 2020-begin 2021.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Toont 1 - 20 van 1544 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.