Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2789 artikelen

x
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Objets trouvés

De wetgever als oorzaak van een dikastocratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wetgever-plaatsvervanger, Trias politica, Rechter, Samenwerking
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het juist dat in het opgelaaide dikastocratiedebat de verantwoordelijkheid primair bij de wetgever wordt gelegd? Ook al biedt de wetgever de rechter de nodige ruimte, is de rechterlijke beslissingsmacht vooral gevolg van de door de rechtsleer gedragen wijzen van interpretatie en toepassing van de wet. Dat de wetgever zou stilzitten en lastige beslissingen aan de rechter (als plaatsvervanger) zou overlaten, lijkt een onjuist beeld, evenals het beeld dat de wetgever een onwenselijke uitspraak van de rechter altijd nog kan corrigeren. Typerend voor de verhouding wetgever – rechter is (rechtsvormende) samenwerking. Obsolete kaders als de triasleer en de Wet AB brengen de werkelijkheid niet dichterbij.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

‘Maximov’ revisited

Naar een ruimere bevoegdheid van de rechter om een vernietigd buitenlands arbitraal vonnis alsnog van verlof tot tenuitvoerlegging te voorzien

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden internationale arbitrage, partiële nietigheid, nietigheid van rechtswege, contractsvrijheid, verdragsinterpretatie
Auteurs Mr. C.J.W. Baaij
SamenvattingAuteursinformatie

    Is een buitenlands arbitraal vonnis vatbaar voor tenuitvoerlegging als het is vernietigd in het land van origine? In beginsel niet, zo wordt thans in de literatuur aangenomen op basis van de beschikking van de Hoge Raad uit 2017 inzake Maximov/NMLK. Deze beschikking staat echter een ruimere lezing toe die beter aansluit bij de tendens in het Nederlandse vermogensrecht om de oorzaken en gevolgen van nietigheden zo veel mogelijk te beperken.


Mr. C.J.W. Baaij
Mr. C.J.W. Baaij is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Ecocide als internationaal misdrijf? Perspectieven op vervolging en berechting in Nederland

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ecocide, Milieustrafrecht, Internationale misdrijven, Internationaal strafhof
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter en Mr. B. (Barbara) van Straaten
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd leeft de wens ernstige milieumisdrijven (ecocide) onderdeel te laten uitmaken van het internationaal strafrecht, in het bijzonder de misdrijven waarover het Internationaal Strafhof rechtsmacht heeft. Het is op dit moment niet te voorspellen of en op welke wijze ecocide ooit volwaardig onderdeel gaat uitmaken van het positieve internationale strafrecht. Deze bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre het actuele internationale strafrecht aanknopingspunten biedt voor vervolging van ecocide en op welke wijze Nederland in de nationale opsporings- en vervolgingspraktijk hiermee rekening zou moeten houden.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Göran Sluiter is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit.

Mr. B. (Barbara) van Straaten
Barbara van Straaten is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam.
Artikel

Access_open Klimaatverandering en strafrecht: een verkenning

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Milieustrafrecht, Klimaatverandering, Handhaving klimaatwetgeving, Broeikasgas, Co2
Auteurs Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik en Mr. S.H. (Seppe) Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    Klimaatverandering is niet meer weg te denken uit het publieke debat. In het afgelopen jaar stond het onderwerp vaak op de politieke agenda, werd Greta Thunberg uitgeroepen tot Time Person of the Year en was het Urgenda-arrest een van de meest besproken gerechtelijke uitspraken van het jaar. Binnen het strafrecht wordt nog weinig aandacht aan klimaatverandering besteed, maar dat zal op korte termijn veranderen. Dit artikel bevat een verkenning naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van partijen die bijdragen aan klimaatverandering en de strafrechtelijke handhaving van klimaatwetgeving.


Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.H. (Seppe) Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Hoe milieudoelstellingen en hardleersheid van de overheid milieucriminaliteit veroorzaken en in stand houden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Milieucriminaliteit, Milieudoelstellingen, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Handhaving milieuwetgeving
Auteurs Mr. dr. I.M. (Ingeborg) Koopmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2019 is het rapport ‘De markt de baas’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid verschenen. Het behelst een verkenning naar knelpunten in de uitvoeringspraktijk van toezicht en handhaving met betrekking tot milieucriminaliteit en is tot stand gekomen in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op verzoek van het Bestuurlijk Omgevingsberaad. Het is een niet al te lang en lezenswaardig rapport, waarin een aantal interessante waarnemingen staan vermeld. Dit artikel staat stil bij een aantal opvallende en zichzelf versterkende combinatie van deze waarnemingen uit dat rapport.


Mr. dr. I.M. (Ingeborg) Koopmans
Ingeborg Koopmans is Officier van Justitie bij het Functioneel Parket.
Redactioneel

Redactioneel

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Auteurs Mr. J.T.C. (Jan) Leliveld
Auteursinformatie

Mr. J.T.C. (Jan) Leliveld
Lid van de redactie van Boom Strafblad en advocaat te Amsterdam.
Article

Access_open Age Limits in Youth Justice

A Comparative and Conceptual Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden youth justice, age limits, minimum age of criminal responsibility, age of criminal majority, legal comparison
Auteurs Jantien Leenknecht, Johan Put en Katrijn Veeckmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In each youth justice system, several age limits exist that indicate what type of reaction can and may be connected to the degree of responsibility that a person can already bear. Civil liability, criminal responsibility and criminal majority are examples of concepts on which age limits are based, but whose definition and impact is not always clear. Especially as far as the minimum age of criminal responsibility (MACR) is concerned, confusion exists in legal doctrine. This is apparent from the fact that international comparison tables often show different MACRs for the same country. Moreover, the international literature often seems to define youth justice systems by means of a lower and upper limit, whereas such a dual distinction is too basic to comprehend the complex multilayer nature of the systems. This contribution therefore maps out and conceptually clarifies the different interpretations and consequences of the several age limits that exist within youth justice systems. To that extent, the age limits of six countries are analysed: Argentina, Austria, Belgium, the Netherlands, New Zealand and Northern Ireland. This legal comparison ultimately leads to a proposal to establish a coherent conceptual framework on age limits in youth justice.


Jantien Leenknecht
Jantien Leenknecht is PhD Fellow of the Research Foundation Flanders (FWO) at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Johan Put
Johan Put is Full Professor at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Katrijn Veeckmans
Katrijn Veeckmans is PhD Fellow at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

David de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer te Den Haag.
Redactioneel

Burgeropsporing: kansen en uitdagingen in een snel ontwikkelende praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Nicolien Kop, Sven Brinkhoff en Robin Christiaan van Halderen
Auteursinformatie

Nicolien Kop
Nicolien Kop is als lector criminaliteitsbeheersing & recherchekunde werkzaam bij de Politieacademie.

Sven Brinkhoff
Sven Brinkhoff is werkzaam aan de Open Universiteit.

Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam aan Avans Hogeschool Den Bosch.
Artikel

Heel Holland spoort op

Naar een afwegingsmodel voor de politie in de omgang met burgers die zelfstandig onderzoek doen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Participation, citizen, police, investigation, reciprocity
Auteurs Arnout de Vries, Shanna Wemmers, Stan Duijf e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens investigating crimes themselves is a growing trend, because of democratization of information (e.g. social media), tools (e.g. apps) and knowledge (e.g. explanimations on YouTube). More and more citizens do their own research as modern Sherlocks. The police has to handle these trends in line with participant wishes and the law, but does not yet have concrete tools to do so. This article explores how the police participate in contemporary citizen criminal investigations, including the difficulties and benefits experienced. The obtained insights of the presented research serve as guidance, which can help police officers understand how to participate with citizens who have started, or want to start, a criminal investigation. The presented model explains how police can use it to better guide and stimulate, but also stop or protect citizens in their investigative activities. An app with professional guidance was piloted in four police units to participate with citizens that do their own research and learn from expectations and experiences. Citizens need guidance, but more importantly expect a certain degree of reciprocity in collaborating with police in criminal investigations.


Arnout de Vries
Arnout de Vries is werkzaam bij TNO Groningen.

Shanna Wemmers
Shanna Wemmers is werkzaam als scientist innovator bij TNO.

Stan Duijf
Stan Duijf won als masterstudent Science in Policing en in 2019 de scriptieprijs van de Politieacademie.

Victor Kallen
Victor Kallen klinisch psychofysioloog bij TNO Behavioural & Societal Sciences.
Artikel

De synthese der sterren: executeur én afwikkelingsbewindvoerder

Rechtbank Noord-Nederland 22 april 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1822

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 10 2020
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
Artikel

Samenwerken in de forensische keten

De investering waard

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2020
Trefwoorden samenwerken, forensische zorg, interprofessioneel, continuïteit van zorg, interprofessional collaboration, forensic mental health care, continuity mental care
Auteurs Dr. Vivienne de Vogel, Dr. Petra Schaftenaar en Drs. Ellen van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Interprofessional collaboration in the treatment and supervision of clients in forensic mental health care is of great importance. However, collaboration between professionals within and between settings is not always easy. In this article, different forms of collaboration within the forensic mental health care system are described as well as the most important pitfalls and success factors. Finally, some recommendations are provided for practitioners, organizations and policy-makers to design and facilitate collaboration in forensic mental health care.


Dr. Vivienne de Vogel
Dr. Vivienne de Vogel is lector Werken in justitieel kader, Hogeschool Utrecht, en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten, Utrecht.

Dr. Petra Schaftenaar
Dr. Petra Schaftenaar is opleider en projectmanager in de forensische ggz en eigenaar van Metis Zorg.

Drs. Ellen van den Broek
Drs. Ellen van den Broek is gz-psycholoog, in opleiding tot specialist, en hoofd behandeling Van der Hoeven Kliniek, De Forensische Zorgspecialisten.
Artikel

Access_open Geen VOG, geen werk? Een studie naar VOG-aanvragen en werkkansen na vrijlating

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Certificate of conduct, Employment, Prisoners, re-entry, prisoner re-entry
Auteurs Dr. Anke Ramakers
SamenvattingAuteursinformatie

    It is unclear to what extent criminal record screening policies can explain low employment rates after release. This descriptive study provides more insight into this matter by examining whether ex-prisoners applied for a certificate of conduct, found employment and whether this job was found without such a certificate. To answer these questions interview data on ex-prisoners (N=931) are combined with data on criminal record screenings. Only 6 percent applied for a certificate, half of which were granted. Many ex-prisoners did not report any employment, but almost all working ex-prisoners found this job without a certificate. These findings bring nuance to discussions on the role of criminal record screening after release.


Dr. Anke Ramakers
Anke Ramakers is universitair docent criminologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek is gericht op de arbeidsperspectieven van daders en de gevolgen van gevangenisstraffen en sociaal beleid voor re-integratie.
Artikel

(Potestatieve) voorwaarden in overnamecontracten: van theorie naar praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden potestatieve voorwaarde, opschortende voorwaarde, goedkeuringsvoorbehoud, koopovereenkomst, SPA
Auteurs Mr. R.P. Schrooten en Mr. B.C. Elion
SamenvattingAuteursinformatie

    In de (internationale) overnamepraktijk wordt in overnamecontracten veelvuldig gecontracteerd onder één of meer opschortende voorwaarden. Veel van de opschortende voorwaarden die partijen overeenkomen, bevatten een potestatief element: de vervulling van de voorwaarde is (grotendeels) afhankelijk van de wil van een van de contractspartijen. In dit artikel bespreken de auteurs veelgebruikte voorwaarden uit de praktijk. De auteurs gaan in op de vraag of deze voorwaarden potestatief zijn en wat het effect daarvan zou zijn op (verbintenissen uit) het overnamecontract. De auteurs sluiten af met enkele aanbevelingen voor het gebruik van voorwaarden in de praktijk.


Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. B.C. Elion
Mr. B.C. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 2789 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.