Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Artikel

De investeringstoets in vitale infrastructuren: laatste redmiddel of reden tot zorg?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden vitale sectoren, investeringstoets, Europees recht, telecommunicatiesector, openbare veiligheid
Auteurs Tessa van Breugel, Saskia Lavrijssen en Leigh Hancher
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2019 is het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel introduceert een investeringstoets in de telecommunicatiesector. Het is een aanvulling op het bestaande wet- en regelgevend kader dat veelal is ingevoerd ten tijde van de privatisering en liberalisering van vitale infrastructuursectoren. Dit kader biedt volgens de regering niet langer afdoende bescherming tegen nationale veiligheidsrisico’s die in de huidige tijd door buitenlandse overnames en investeringen in de vitale infrastructuur kunnen ontstaan. De investeringstoets behoort tot een nieuw soort instrumentarium (de zogenoemde ‘tweedegeneratie-instrumenten’) met een grotere reikwijdte en breder toepassingsbereik dat in steeds meer EU-lidstaten zijn intrede doet. Hoewel het recent vastgestelde EU-screeningskader aanzienlijke ruimte laat aan EU-lidstaten om screening van investeringen vorm te geven, moet de wijze waarop deze ruimte wordt ingevuld in overeenstemming zijn met de fundamentele Europese vrijverkeerbepalingen. Dit artikel concludeert dat het wetsvoorstel in de huidige vorm een ongerechtvaardigde belemmering van het vrij verkeer vormt en herbezinning behoeft.


Tessa van Breugel
Mr. drs. T.A.B. van Breugel is afgestudeerd masterstudent ondernemingsrecht aan Tilburg University.

Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar regulering en toezicht aan Tilburg University.

Leigh Hancher
Prof. dr. L. Hancher is hoogleraar Europees recht aan Tilburg University en Florence School of Regulation.

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Artikel

Internetbankieren: veiligheidspercepties van gebruikers

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Risicoperceptie, Online bankfraude, Slachtofferschap, Informatiebeveiliging
Auteurs Jurjen Jansen, Nicolien Kop en Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    In today’s society, full use is made of online banking. This makes safety and security of online banking an important issue. Two significant threats to users of online banking in The Netherlands are phishing and malware attacks. In this study, an end-user perspective is adopted to study customers’ perceptions regarding safety and security of online banking. A unique feature to this study is that we explore – besides other predictor variables – the relationship between online banking fraud victimization and risk perception. We have made a distinction between three types of victimization: 1) self-experienced victimization, 2) victimization of acquaintances, such as family and friends, and 3) having heard of stories in the media about online banking fraud victimization. Based on a secondary analysis of data from 1200 Dutch users of online banking, collected through an online survey, we conclude that participants perceive their risk of online banking fraud to be small. In general, participants have little experience with victimization, both themselves (2.3%) and in social settings (29.6%). Three quarters of the respondents (75.6%) are aware of victimization of online banking fraud by means of media coverage. Direct and indirect victimization, however, have almost no influence on risk perception regarding online banking fraud. Risk perception is mainly determined by perceived vulnerability, that is, the estimated probability of becoming a victim of online banking fraud. Furthermore, perceived severity or impact of online banking fraud and the degree of trust in online banking contribute to some extent to risk perception. In total, 64.0% of variance in risk perception was explained by the predictors perceived vulnerability, perceived severity, locus of control, trust in online banking, (in)direct experiences with victimization (self, acquaintances and media) and demographic variables (gender, age, educational level and work status). The results of this study may help to improve communication about risks regarding online banking.


Jurjen Jansen
Jurjen Jansen is promovendus aan de Faculteit Cultuur- & Rechtswetenschappen van de Open Universiteit, Onderzoeker aan het Lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Nicolien Kop
Nicolien Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde aan de Politieacademie.

Wouter Stol
Wouter Stol is bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit, lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en de Politieacademie.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Normalisatie en zelfredzaamheid binnen het gevangeniswezen

Ervaringen van gedetineerden en personeel binnen de proeftuin ‘Centrale voorziening’ in de PI Vught

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Gevangeniswezen, Zelfredzaamheid, Normalisatie, detentieregime
Auteurs Choukri Farahi BSc en Jill van de Rijt BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Dutch Ministry of Justice and Safety has had to deal with severe budget-cuts leading to various austerity measures. For the Dutch Custodial Institutions (DJI) this has had serious consequences, including the closure of nearly half the prisons, the reintroduction of multi-person cells and a retrenchment of the detention regime. However, the chamber announced repeatedly that these cuts would not be detrimental to the core objectives of detention: security, self-reliance, dignity and a safe return to society. The pilot ‘Central facility’ is a project in which DJI wants to ‘test’ in practice her vision for the future. In the pilot, learning and encouraging the own responsibility of detainees through a modified daily program takes a central position. The aim is to increase the self-sufficiency of detainees and to allow for life in prison to resemble more life outside (normalization). In this article we will look more closely at the experiences of prisoners and staff with the amended detention regime in the pilot.


Choukri Farahi BSc
Choukri Farahi BSc is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Utrecht.

Jill van de Rijt BSc
Jill van de Rijt BSc is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Geweld op school als handelingsalternatief?

Een partiële toets van het perceptie-keuzeproces uit de situationele-actietheorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Trefwoorden randomised scenario study, Situational Action Theory, propensity, scenario criminogeneity
Auteurs Prof. dr. Lieven Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    In this replica study in adolescents (N=1,040) we analyse to what extent characteristics of the environment like the presence of provocation and monitoring of teachers are related to choosing a violent response in a school context. The study starts from a key hypothesis of Situational Action Theory (SAT) and uses a randomised scenario study that allows for randomisation of environmental stimuli, while taking into account individuals’ propensity to break rules (as measured by their moral beliefs and emotions and ability to exercise self-control). The results demonstrate that high propensity adolescents are very strongly triggered by scenario criminogeneity (the accumulation of absence of monitoring and presence of provocation), while low propensity individuals are to a higher degree situationally resistant. The findings are in line with one of the key ideas of SAT.


Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. J.R. Pauwels is professor in het vakgebied criminologie aan de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (UGent) en directeur van de onderzoeksgroep IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy).
Artikel

De OM-strafbeschikking en de minderjarige bestrafte

Is het recht op een eerlijk proces voldoende verzekerd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2015
Trefwoorden OM-strafbeschikking / Public prosecutor’s penalty decision, jeugdige verdachten / juvenile suspects, recht op eerlijk process / right to due process
Auteurs Petra Van Es MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tries to answer the question whether the right to due process, especially for minors receiving a public prosecutor’s penalty decision in the Netherlands is sufficiently guaranteed. To answer this question, formal legislature with respect to this topic, the concept of ‘due process’ as well as the actual legal guarantees for minors, have been explored. In juvenile criminal law, contrary to adult criminal law, the pedagogic aspect plays an important role. The pedagogic point of view is also taken into account. A recent report by the Attorney General of the Dutch Supreme Court showed undoubtedly that after six years of experience, the processes surrounding the instrument of the public prosecutor’s penalty decision are far from being executed flawlessly. Both from a judicial perspective as well as a pedagogic perspective, this is a serious problem. The most important procedural aspects that require substantial improvement are related to determining guilt, attorney accessibility and the presence of parents.


Petra Van Es MBA
Petra van Es MBA werkt als officier Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voor het ministerie van Defensie en studeert strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2015
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, ACM, concurrentie
Auteurs S.M.M.C. Vinken, M.J. van Joolingen en M.W.J. Jongmans
Auteursinformatie

S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.

M.J. van Joolingen
mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.

M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. Jongmans is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.
Artikel

Nog meer sterke verhalen

Verhalen over eer en geweld zoals verteld op internet en zoals verteld door mannen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden eergerelateerd geweld, egodocumenten, internet, gender, mannen
Auteurs Dr. Janine Janssen en Drs. Ruth Sanberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Honour-based violence (HBV) is a tight knot of conflict, gender and ethnicity. It is also the sensational subject of many bestselling books, in which mostly female victims of HBV tell their life stories. Researchers of feminism and multiculturalism argue that migrant women are often presented as passive victims, and migrant men as violent perpetrators. In our first article for PROCES on this subject, we analysed ten (auto)biographies of female victims of HBV, using theoretical insights on stigmatization. After the publication of this article, we continued to collect these true life stories. In our current article, we analyse two new aspects: how do these stories find their way to the Internet, and are there any HBV stories by male authors? Do stories by male authors shed a different light on honour conflicts and on stereotypes of culture and gender?


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nederlandse politie, universitair docent bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en tevens redacteur van PROCES.

Drs. Ruth Sanberg
Drs. Ruth Sanberg is onderzoeker bij het LEC EGG.
Praktijk

Arbitrage en algemene voorwaarden: the twain shall meet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitrage, Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden, toepasselijkheid, informatieplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In april 2013 gaf het CISG Advisory Committee een rechtsgeleerde opinie over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag (‘WKV’). In die opinie worden aanwijzingen gegeven over de vraag, hoe algemene voorwaarden ter beschikking kunnen worden gesteld om gelding te hebben onder het WKV. In deze bijdrage staat een arrest van het hof Den Haag centraal, waarin de opinie wordt toegepast. Tevens komt de invloed van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op het bestaan van een arbitrageovereenkomst aan de orde.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek concentratiecontrole 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, Nma, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy, mr. M.J. Plomp, mr. N.C. Stive e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste informele zienswijzen en besluiten van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zullen nieuwe wetgeving en beleid op dit gebied aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de rechtspraak en besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

mr. T. Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2011

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden concentratiecontrole, kroniek, concentratie, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. N.C. Stive
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zal nieuw beleid op dit gebied kort aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

    The future of wiretapping is threatened by encryption and developments in the telecommunications industry. Internet communications changed the wiretapping landscape fundamentally. In practice it is often impossible to wiretap all possible internet connections. Not all communication providers are obliged to execute wiretap orders. This limits the use of a wiretap in an increasingly digital world. Although the content of certain encrypted Voice-over-IP communications and private messages might not be visible to law enforcement officials, the traffic data are. These traffic data show when the suspect connects to certain communication services, which provide important clues to proceed in a criminal investigation. It is important to have a discussion whether our wiretap laws need to be amended to better fit the needs of law enforcement. However, to make such a debate possible we need transparency. A good first step is to provide details and statistics about the use of internet wiretaps.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Artikel

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.


Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Algemene voorwaarden, klachtplicht en exoneratie: contractanten, wees duidelijk en volledig!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, informatieplicht, Dienstenrichtlijn, klachtplicht, bekwame tijd, uitleg, Haviltex
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De schrijver bespreekt twee arresten waarin de Hoge Raad rechtsduidend optreedt. In het Attingo-arrest overwoog de Hoge Raad dat niet aan de informatieplicht van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:234 BW is voldaan indien de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden de algemene voorwaarden moet googelen. In het arrest Ploum/Smeets II heeft de Hoge Raad gezichtspunten gegeven aan de hand waarvan kan worden getoetst of binnen bekwame tijd is geklaagd. Daarnaast overwoog de Hoge Raad in dat arrest dat de rechter contractsbepalingen binnen de Haviltex-toets taalkundig mag uitleggen bij gebreke van stellingen van partijen die een andere uitleg rechtvaardigen dan de taalkundige uitleg.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Het landelijke onderzoek huiselijk geweld 2010

De methode en de belangrijkste resultaten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs H.C.J. van der Veen en S. Bogaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the research project was determining the size and the nature of the domestic violence in the Netherlands. The project consists of four studies: the first estimates the size of domestic violence, the second is a victim study and the third an offender study. The article is based upon the fourth study, the overarching synthesis which integrates and cross validates (by triangulation) the main results of these three studies. Every year at least 200,000 victims and about 110,000 suspected offenders are involved in severe domestic violence. Most victims are women (60%). This is a substantially lower share than a former study showed (84%). Most offenders are men (83%). In 65% of the cases the violence is aimed at the (ex-)partner. Offenders are often victims as well and vice versa. 20% of the domestic violence is reported to the police. In 1997 this was 12%. 70% of the prosecuted offenders got into trouble with the police before. 30% of this particular segment of domestic violence offenders commit another violent crime or a serious traffic offence within two years.


H.C.J. van der Veen
Dr. Henk van der Veen is als projectbegeleider verbonden aan het WODC.

S. Bogaerts
Prof. dr. Stefan Bogaerts is als hoogleraar Forensische Psychologie en Victimologie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.