Zoekresultaat: 88 artikelen

x
Artikel

Van marxisme naar economisch strafrecht

Over een persoonlijke, autobiografische band met een bijzonder rechtsgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Economisch strafrecht, Karl Marx, scientific occupation with e. cr. law, professional occupation with e. cr. law, sanctions in e. cr. Law.
Auteurs Em. prof. mr. Th.A. de Roos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur presenteert autobiografische bronnen van zijn speciale aandacht voor, en professionele toewijding aan het terrein van economisch strafrecht. Hij werd op dat spoor gezet door de werken van Karl Marx, maar uiteindelijk ontdekte hij dat Marx maar weinig te bieden had als het om het recht gaat. Niettemin bleef zijn fascinatie voor de relatie tussen economie en (straf)recht. De auteur behandelt enkele – tegenwoordig belangrijke en intrigerende – voorbeelden die die fascinatie kunnen rechtvaardigen.


Em. prof. mr. Th.A. de Roos
Em. prof. mr. Th.A. de Roos is emeritus hoogleraar Strafrecht aan Tilburg University.
Artikel

Rare jongens die strafrechtelijke beginselen

De invloed van het strafrecht op het mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden fundamentele rechten, mededingingsrecht, ne bis in idem, rechtszekerheid, lex mitior
Auteurs Mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het mededingingsrecht is veel discussie over de waarborgen die van toepassing zijn. Zo beargumenteren ondernemingen vaak dat mededingingsautoriteiten hun fundamentele rechten hebben geschonden. Het is dan aan de rechters om te bepalen of dit inderdaad het geval is. In dit artikel wordt gekeken of er bij de ontwikkeling van deze waarborgen inspiratie wordt gehaald uit het strafrecht.


Mr. dr. J.M. Veenbrink
Mr. dr. J.M. Veenbrink is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Artikel

Van sancties naar schadeclaims?

Een analyse van de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen en een verkenning van de civielrechtelijke handhavingsmogelijkheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden boete, ACM, natuurlijke personen, schadeclaim, handhaving
Auteurs Linde Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Natuurlijke personen kunnen nu ruim tien jaar, sinds 1 oktober 2007, door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een boete opgelegd krijgen voor betrokkenheid bij overtredingen van de Mededingingswet. Het tienjarige jubileum van deze bevoegdheid van de ACM vormt een goede aanleiding de balans op te maken van de handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen. In dit artikel wordt niet alleen een analyse gemaakt van de huidige boetetoemeting aan natuurlijke personen door de ACM. Ook wordt vooruitgekeken naar nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van (civielrechtelijke) handhaving van het mededingingsrecht met betrekking tot natuurlijke personen. Zo wordt onderzocht in hoeverre het reëel is schadevorderingen jegens feitelijke leidinggevers in te dienen.


Linde Bremmer
Mr. L.L. Bremmer LLM is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

Transparantie van ziekenhuistarieven: een wazige spiegel of oog in oog?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transparantie, informatie-uitwisseling, ziekenhuistarieven, zorgstelsel, eigen risico
Auteurs Jan Tichem en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het Nederlandse zorgstelsel heeft transparantie van ziekenhuistarieven voor- en nadelen. Het belangrijkste voordeel is dat transparantie beneden de eigen risicogrens de consument duidelijkheid kan bieden over zijn zorgkosten. Het belangrijkste nadeel is dat transparantie tot prijspariteit kan leiden: elke verzekeraar betaalt uiteindelijk dezelfde prijs voor zorgproducten. Hierdoor verzwakken de prikkels voor verzekeraars om scherp te onderhandelen. Daarnaast kan transparantie leiden tot uitholling van het eigen risico en te veel concurrentie op prijs ten koste van kwaliteit. Andere effecten van transparantie zoals stilzwijgende afstemming tussen ziekenhuizen en betere kostprijsinschattingen lijken beperkt. Wij concluderen dat transparantie idealiter geboden wordt door verzekeraars aan hun eigen verzekerden, op beveiligde wijze, en uitsluitend voor tarieven onder de eigen risicogrens.


Jan Tichem
Dr. J. Tichem is werkzaam bij het Economisch Bureau van de ACM.

Wolf Sauter
Prof. mr. W. Sauter werkt bij het Taskforce Zorg van de ACM en bij Tilburg University.
Artikel

Verplichte sportarbitrage als uitbuitingsmisbruik: de Pechstein-zaak door de lens van artikel 102 VWEU

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Claudia Pechstein, arbitrageclausule, Hof van Arbitrage voor Sport, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Ben Van Rompuy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak in de Pechstein-zaak legde het Duitse Oberlandesgericht München (OLG) een bom onder de fundamenten van de internationale sportrechtspraak. Volgens het OLG maakte de Internationale Schaatsunie misbruik van haar machtspositie door aan de schaatser Claudia Pechstein een arbitrageclausule ten gunste van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) verplicht op te leggen. Hoewel het OLG enkel nationaal mededingingsrecht toepaste, analyseren we in deze bijdrage de zaak vanuit het perspectief van het Europees mededingingsrecht. Immers, indien het eenzijdig opleggen van CAS-arbitrageclausules – een gangbare praktijk van internationale sportbonden – ook misbruik vormt in de zin van artikel 102 VWEU, zouden de praktische implicaties voor de toekomst van het CAS nog verregaander zijn.


Ben Van Rompuy
Prof. dr. B. Van Rompuy is onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en gastdocent mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

De uitgangspunten toezicht eerstelijnszorg in een context

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden eerstelijnszorg, ACM, zorgaanbieders, handhaving, toezicht
Auteurs Weijer VerLoren van Themaat en Mattijs Bosch
Auteursinformatie

Weijer VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma.

Mattijs Bosch
Mr. M.K.M. Bosch is advocaat bij Houthoff Buruma.
Redactioneel

Innovatie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Auteurs Tom Ottervanger
Auteursinformatie

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en hoogleraar Europees recht, in het bijzonder mededingingsrecht, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Van ambt naar vrij beroep

De geestelijke verzorging als voorziening in het publieke domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden office, liberal profession, spiritual care
Auteurs Prof. dr. Hans Schilderman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution discusses two forms in which spiritual care in the Netherlands can be organized: in terms of a (church) office which reflects the current form, or as liberal profession which is a form to be conceivably pursued as an alternative proper to the sociocultural and institutional developments that this text indicates. The historical Dutch context of pillarization is tributary to a form of spiritual care that seems less apt to deal with the challenges ahead. The conditions and requirements of a liberal model are presented, but also put into perspective of the limited opportunities of the professional association of spiritual care to manoeuvre in politics and policies.


Prof. dr. Hans Schilderman
Prof. dr. H. Schilderman is hoogleraar Religie en zorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is verantwoordelijk voor de masteropleiding Geestelijke verzorging aan de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Hij publiceert over empirische religiewetenschap, zingeving en religieuze veranderingsprocessen.
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

De modernisering voorbij: de mededingingsbeperking in het kartelverbod en in het staatssteunverbod

Een aanzet voor een vergelijkende studie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Modernisering, Mededingingsbeperking, Kartelverbod, Staatssteun, Economische benadering
Auteurs Dr. Laura Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de mededingingsregels als de staatssteunregels hebben de afgelopen jaren een zogenoemde modernisering ondergaan. De meest recente modernisering, die van de staatssteunregels, vond inspiratie in de eerdere modernisering van de mededingingsregels. Beide hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk: de invoering van een meer economische benadering. Aanleiding genoeg om stil te staan bij het verband tussen beide onderdelen van het brede mededingingsrecht. Deze bijdrage doet dat aan de hand van het aan de artikelen 101 en 107 VWEU gemeenschappelijke begrip ‘mededingingsbeperking’ en de impact van de modernisering daarop. Zullen de respectievelijke moderniseringen het kartelverbod en het staatssteunverbod dichter bij elkaar brengen of juist niet?
    Artikel 101 en 107 VWEU


Dr. Laura Parret
Dr. L.Y.M. (Laura) Parret is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak.1xCBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 (Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 (Van den Oever).

Noten


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak. 1x CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).

Noten

  • 1 CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Prof. mr. Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en hoogleraar Europees recht, in het bijzonder mededingingsrecht, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het EU-concentratietoezicht in de steigers

Klein onderhoud of gemorrel aan het fundament?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2013
Trefwoorden herziening concentratietoezicht, verwijzing, minderheidsdeelnemingen, zeggenschap
Auteurs Mr. R.A. Struijlaart LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste herziening van het EU-concentratietoezicht dateert alweer van ruim negen jaar geleden. Inmiddels heeft de Europese Commissie de eerste stappen gezet om een nieuwe herziening mogelijk te maken. De meest belangwekkende wijziging die de Commissie tot dusver heeft voorgesteld is de uitbreiding van het toepassingsbereik van de Verordening, zodat ook de verwerving van bepaalde minderheidsdeelnemingen die geen (uitsluitende of gezamenlijke) zeggenschap verschaffen onder de reikwijdte van de EU-concentratieverordening komt te vallen. De vraag kan worden gesteld of de Commissie hier niet met een kanon op een mug dreigt te willen schieten.


Mr. R.A. Struijlaart LLM
Robin Struijlaart is advocaat bij de Praktijkgroep Mededinging & Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Laten we geen boete opleggen...

Het arrest Schenker: de mogelijkheden voor een beroep op dwaling en afzien van boeteoplegging in het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden Mededinging, Verordening 2003/1/EG, Boete-immuniteit, Vertrouwensbeginsel
Auteurs Mr. E.S. Lachnit LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 juni 2013 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Schenker. Deze zaak draaide om de mogelijkheid voor nationale mededingingsautoriteiten af te zien van boeteoplegging voor een schending van de Europese mededingingsregels. Enerzijds omdat de betrokken ondernemingen zich beriepen op dwaling, anderzijds omdat er medewerking was verleend in het kader van een nationale clementieprocedure. De uitspraak van het Hof van heeft gevolgen voor de positie van ondernemingen en advocaten, en voor de beschikkingsautonomie van nationale mededingingsautoriteiten.
    HvJ EU 18 juni 2013, zaak C-681/11, Bundeswettbewerbsbehörde, Bundeskartellanwalt/Schenker & Co. AG, e.a., n.n.g.


Mr. E.S. Lachnit LLM
Mr. E.S. (Eva) Lachnit is promovenda economisch publiekrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Europa Instituut aldaar. Haar onderzoek ziet op alternatieve vormen van publieke handhaving binnen het mededingingsrecht.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Jurisprudentie

HvJ EU Expedia en de mededingingsrechtelijke merkbaarheid

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Expedia, de minimis, strekkingsbeding, merkbaarheidstoets
Auteurs Mr. E.F. van Hasselt, Mr. H.E. Urlus en A. Baars
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Expedia-arrest leert dat een strekkingsbeding met interstatelijk effect niet op merkbaarheid wordt getoetst, en dat de ‘de minimis’ bekendmaking de nationale autoriteiten niet bindt.
    Deze bijdrage bespreekt dat deze benadering niet eenvoudig past in de nationale praktijk. Er blijft ook behoefte aan een nadere uitleg wanneer er sprake is van een strekkingsbeding. Expedia lijkt ruimte te laten voor een merkbaarheidstoets. De Nederlandse jurisprudentie over de merkbaarheidstoets verdient mogelijk wel bijstelling. Auteurs concluderen dat merkbaarheid, in ieder geval bij de toepassing van artikel 6 Mw, nog een relevant toetscriterium is. De eerste Nederlandse uitspraken post Expedia lijken dit te bevestigen.
    HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.


Mr. E.F. van Hasselt
Mr. E.F. van Hasselt is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

Mr. H.E. Urlus
H.E. Urlus is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

A. Baars
Anoek Baars is als juridisch medewerker aan Greenberg Traurig, LLP verbonden.
Toont 1 - 20 van 88 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.