Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Artikel

Het initiatiefvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen in internationale context

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden duurzaamheid, internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, ketenaansprakelijkheid
Auteurs Mr. O.J.W. Schotel en Mr. J.M. Schepel
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationaal maatschappelijk ondernemen, in het bijzonder door corporate sustainability due diligence, staat hoog op de (internationale) agenda. In het voetspoor van enkele andere landen in Europa is in Nederland een voorstel gedaan voor een wettelijk raamwerk dat niet op specifieke hoogrisicosectoren van toepassing is, maar op een veel grotere groep ondernemingen. De auteurs plaatsen het Nederlandse wetsvoorstel in internationale context en bespreken de kritiek in de literatuur daarop.


Mr. O.J.W. Schotel
Mr. O.J.W. Schotel is advocaat bij De Roos Advocaten in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. J.M. Schepel
Mr. J.M. Schepel is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.
Boilerplates etc.

Modelbepaling Wet aanpak schijnconstructies: OK zo?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2021
Trefwoorden boilerplate, aanpak schijnconstructies, ketenaansprakelijkheid, bescherming werknemers, misbruik
Auteurs Mr. M. Uijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de extra risico’s waarmee opdrachtgevers worden geconfronteerd door de Wet aanpak schijnconstructies. Na een korte inleiding over de eisen van de wet wordt een tekstsuggestie aangereikt voor een regeling waarmee in ieder geval gedeeltelijk aan die eisen kan worden voldaan.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Griffiths Advocaten.
Artikel

Aansprakelijkheid rondom ketenzorg

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, overeenkomst, gezondheidsrecht
Auteurs mr. D. van Grootveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De organisatie van de gezondheidszorg is, evenals in veel andere sectoren, aan verandering onderhevig. Zo is zorgverlening steeds vaker samenwerking tussen meerdere zorgverleners en/of zorginstellingen geworden.


mr. D. van Grootveld
Dominique van Grootveld is plaatsvervangend secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven.
Redactioneel

Artikel 443 Sr, de bestuurlijke boete en de aantekening in de justitiële documentatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Justitiële documentatie, Corona, Bestuursstrafrecht, Art. 443 Sr
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter bestrijding van de coronacrisis is een belangrijke rol weggelegd voor de handhaving van artikel 443 Sr. Indien een strafbeschikking wordt uitgevaardigd wegens overtreding van artikel 443 Sr, betrekking hebbend op coronamaatregelen, leidt dit niet meer tot een aantekening in de justitiële documentatie. Gezien de verbondenheid van artikel 443 Sr met de handhaving van de openbare orde, is de vraag opgeworpen in hoeverre het in de rede ligt om deze strafbepaling over te hevelen naar het bestuursrecht.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Groene ketenaansprakelijkheid

Geen ontkomen aan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden georganiseerde misdaad, ecologische misdaad, corruptie, fraude, Oekraïne
Auteurs Em. prof. dr. P.C. van Duyne
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van onderzoek naar ontbossing in Oekraïne. Uit door Earthsight en plaatselijke onderzoeksjournalisten uitgevoerd onderzoek blijkt dat een groot deel van het naar de EU uitgevoerde hout onwettig gewonnen is, mogelijk gemaakt door corruptie van hooggeplaatste ambtenaren. De in de EU gebruikte duurzaamheidscertificaten blijken de lading niet te dekken. Voorgesteld wordt een systeem van objectieve risicoaansprakelijkheid voor elke schakel in de handelsketen in te voeren: van oorsprong tot eindhandelaar.


Em. prof. dr. P.C. van Duyne
Em. prof. dr. P.C. van Duyne is emeritus hoogleraar Empirische aspecten van de strafrechtspleging aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De verbindendverklaring als reguleringsinstrument

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden cao, werkingssfeer, handhaving, ontduiking, arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. N. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsvoorwaardenvorming is primair een taak van werkgevers en werknemers en dit geschiedt veelal op collectief niveau. Werkgeversorganisaties en vakbonden onderhandelen over cao’s, die vervolgens door de Minister van SZW algemeen verbindend kunnen worden verklaard. Er zijn bewegingen zichtbaar waarbij individuele werkgevers in toenemende mate cao’s ontduiken of omzeilen, met het doel om tegen lagere arbeidsvoorwaarden werk aan te bieden. Het op een juiste wijze vormgeven van de werkingssfeer van cao’s en de handhaving spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van ontduiking, en daarmee bij het waarborgen van een gelijk speelveld. Dit waarborgt op de lange termijn het nut en de waarde van de cao.


Mr. dr. N. Jansen
Mr. dr. N. (Niels) Jansen is universitair docent bij de Universiteit van Amsterdam en als onderzoeker betrokken bij het aan de UvA verbonden onderzoeksinstituut AIAS-HSI.
Praktijk

Uitzendkrachten inhuren: wanneer wordt goedkoop duurkoop?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden inlenersaansprakelijkheid, art. 34 Invorderingswet 1990, G-rekening, verklaring omtrent het betalingsgedrag, verjaring
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    De inlenersaansprakelijkheid van art. 34 van de Invorderingswet 1990 is een vrijwel zuivere risicoaansprakelijkheid. Deze wordt ingeroepen als een uitlener van personeel loonbelasting of premies onbetaald laat. Het is voor de inlener lastig en administratief bewerkelijk om afdoende maatregelen te nemen tegen een dergelijke aansprakelijkstelling. Verjaring van het recht tot aansprakelijkstelling vindt maar zelden plaats en ook de disculpatieregeling werkt slechts in uitzonderingsgevallen. Alleen de storting van de loonbelasting- en premiecomponent door de inlener op een geblokkeerde rekening van de uitlener is afdoende. Dit artikel gaat in kort bestek op de meeste problemen in waar de inlener mee te maken kan krijgen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is verbonden aan de sectie Belastingrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en tevens werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte.
Casus

Financial Transaction Tax (FTT): de gevolgen van de extraterritoriale werking voor Nederlandse financiële instellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Financial Transaction Tax, financiële instellingen, extraterritoriale werking, belastingheffing financiële transacties, voorstel FTT-richtlijn
Auteurs Mr. R.P.C. Adema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 februari 2013 heeft de Europese Commissie een herziene versie gepubliceerd van het voorstel voor een gemeenschappelijk systeem voor de heffing van FTT. Nederland doet hier vooralsnog niet aan mee. Desalniettemin kunnen Nederlandse financiële instellingen – en de spaarproducten en oudedagsvoorzieningen van deze instellingen – wel worden getroffen door de FTT. Dit komt door de territoriale werking van het voorstel. In deze bijdrage worden de gevolgen hiervan uiteengezet.


Mr. R.P.C. Adema
Mr. R.P.C. Adema is als universitair docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Verder is hij als fiscalist werkzaam bij Deloitte en maakt deel uit van Deloitte’s FSI Tax Group in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich met name op het internationaal en Europees recht.
Artikel

Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit

Een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden business crime, small and medium sized enterprises, control, opportunity, motivation
Auteurs G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives a report of an empirical study on business crime among small and medium sized enterprises (< 250 employees). The researchers examined 37 cases of business crime by interviewing the entrepreneurs. They were asked how the offence occurred, about their personal stake and their reflections on the interests that were impaired. Although the concept of business crime covers a huge amount of unlawful actions committed with various intentions, in the end there are three main driving forces: control, opportunity and motivation. Control refers to the entrepreneurs’ professionalism and ability to bring business processes – that can be rather complex – in line with regulations. Opportunity refers to the economic interest c.q. the (opportunity) costs of compliance. Motivation refers to the entrepreneurs’ perception of responsibility toward direct stakeholders and social values.


G.W. Brummelkamp
Drs. Guido Brummelkamp is senior onderzoeker bij Panteia.

W. Huisman
Prof. dr. mr. Wim Huisman is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

T. Flikweert
Mr. drs. Tamara Flikweert is als junior onderzoeker verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Bezint eer ge begint: enige kritische kanttekeningen bij het Wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden successiewet, schenkbelasting, erfbelasting, bedrijfsopvolging, fictiebepaling, trust, afgezonderd particulier vermogen
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    In het momenteel aanhangige wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956 wordt een aantal ingrijpende maatregelen voorgesteld. De tarieven worden voor sommige verkrijgers drastisch verlaagd, voor andere komen ze per saldo hoger uit. De gedeeltelijke vrijstelling van ondernemingsvermogen wordt verhoogd tot 90%, terwijl de voorwaarden worden aangepast. De koppeling met het ondernemingsbegrip uit de inkomstenbelasting wordt daarbij heel nadrukkelijk gelegd. De voorgestelde heffing over afgezonderde particuliere vermogens (trusts en dergelijke) kan voor de betrokkenen verstrekkende gevolgen hebben. In deze bijdrage staan twee hoofdpunten van het wetsvoorstel centraal: (1) bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en (2) de aanpak van trustachtige rechtsfiguren door middel van de regeling voor het afgezonderd particulier vermogen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is (hoofd)docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid, een pot nat?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, onbehoorlijk bestuur, onbehoorlijke taakvervulling, aansprakelijkheidsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste vormen van bestuurdersaansprakelijkheid in het rechtspersonen- en vennootschapsrecht zijn de interne aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling ex artikel 2:9 BW, de faillissementsaansprakelijkheid op grond van de WBF voor het tekort van de boedel ingeval van kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:138(248) BW en de externe aansprakelijkheid tegenover crediteuren van de vennootschap op grond van onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Huizink gaat uitgebreid in op de invulling van de aansprakelijkheidsmaatstaf: welke verwijtbaarheid is vereist om een bestuurder tot schadevergoeding te kunnen veroordelen. Hij komt tot de conclusie dat deze vraag niet valt te beantwoorden door analyse van rechtspraak. Niettemin is duidelijk dat de lat voor bestuurdersaansprakelijkheid in alle drie besproken vorderingen hoog ligt.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

I. van der Steen
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.