Zoekresultaat: 239 artikelen

x
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak tuchtrecht 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden tuchtmaatregelen, hoofdbehandelaarschap, ontvankelijkheid, dossiervoering, Veilig Thuis
Auteurs Mr. C.A. Bol en mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechtspraak tuchtrecht zijn de voor de rechtsontwikkeling interessante uitspraken verwerkt over de periode van 1 oktober 2018 tot en met 1 november 2019. Het gaat om uitspraken over ontvankelijkheid en aanverwante procesrechtelijke onderwerpen, vraagstukken rond ouderlijk gezag, samenwerkingsproblemen, dossiervoering, bekwaamheden en bevoegdheden, de zwaarte van de door tuchtcolleges opgelegde maatregelen, vraagstukken rond de handelwijze van bedrijfsartsen en verklaringen en rapportages. Daarbij is prioriteit gegeven aan die onderwerpen die in een significant aantal zaken tot een tuchtrechtelijke beslissing hebben geleid.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is promovenda Gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen en docent/onderzoeker gezondheidsrecht, Erasmus School of Health Policy & Management, Erasmus Universiteit.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon Zorg bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Utrecht, en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open Ketensamenwerking bij ex-partnerstalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Stalking, Ketensamenwerking, Veiligheidssamenwerking
Auteurs Herman van Alphen, Bert Bambach, Prof. dr. Janine Janssen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Cooperation by professionals dealing with cases of stalking by former partners is complex. First and foremost professionals should focus on a shared ambition in order to stop stalking. But in order to achieve that goal partners in safety and security should be in the clear regarding practical matters: how do they consult each other? What appointments are made? How is invested in the development of a mutual relationship and the understanding of each other’s tasks?


Herman van Alphen
Docent aan de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.

Bert Bambach
Docent aan de Academie van Recht en Bestuur van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool

Prof. dr. Janine Janssen
voorzitter van de redactie van PROCES en lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans Hogeschool, hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Dr. Jaap van Vliet
Redacteur van PROCES en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Kinderbescherming over de grens

Lessen voor Nederland en leren van Denemarken?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden child protection, youth care systems, international comparison, Denmark, trust versus risk management
Auteurs Drs. Caroline Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    In view of the recent problems arising from the decentralization of the Dutch youth care system, this article examines whether the Netherlands could learn from decentralization experiences in other countries. The author focuses on Denmark, where such decentralization took place fairly recently. In addition, elements of the organization of youth care in Germany and Norway are also discussed. It becomes clear that the Netherlands has a relatively complex system with many different organizations with overlapping tasks and powers. In the Netherlands, much attention is paid to control and risk management. In Denmark, on the other hand, there is much more confidence in the capacities of parents and children to find solutions. It is noticeable that in the vast majority of cases there is consensus between parents, child/youngster and care providers about how to deal with the problems. The most important lesson that the Netherlands can learn from abroad – and especially the Danes – is: invest in underlying values and principles and give professionals and families time, support and space.


Drs. Caroline Vink
Drs. C. Vink is senior adviseur bij het Nederlands Jeugdinstituut in Utrecht. Zij adviseert en ondersteunt gemeenten en zorgaanbieders met betrekking tot de transitie en transformatie van de zorg voor jeugd.
Artikel

Access_open Van sleutelen aan het stelsel naar bouwen aan inhoudelijke vernieuwing

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Decentralization Dutch youth care, System change, Pedagogical civil society, Prevention, Social issues
Auteurs Dr. Saskia Wijsbroek, Dr. Marije Kesselring en Dr. Dorien Graas
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the decentralization and transformation of Dutch youth care since 2015. The authors point out that many problems still exist and in some cases have become worse. To fundamentally reform youth care much more is needed than just money or a system change. It is necessary, also according to international research, to create a strong pedagogical basis or ‘pedagogical civil society’. Also prevention on various levels (universal, selective, indicated) should receive a lot of attention, while the same applies to improving primary care support, such as youth health care, GP practice support, youth work and school social work. It would also be wise to invest in intensive youth care with long-lasting effects. Generally there should be a strong focus on tackling local and (supra)regional social issues.


Dr. Saskia Wijsbroek
Dr. S.A.M. Wijsbroek werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht en als universitair docent bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Marije Kesselring
Dr. M. Kesselring is als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht.

Dr. Dorien Graas
Dr. T.A.M. Graas werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Gezondheid en Welzijn aan de Hogeschool Windesheim.
Artikel

Access_open Controleren van gemeentelijke samenwerking

Een blik op interbestuurlijk toezicht vanuit het perspectief van gemeenteraden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht, democratische controle, horizontale controle, gemeenteraad, gemeenschappelijke regelingen
Auteurs Klaartje Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenteraden worstelen met hun controlerende taak, zeker ten aanzien van de grote regionale samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst. De kwaliteit van de informatievoorziening over prestaties van die verbanden is een belangrijk knelpunt. Bij nadere beschouwing blijkt dat Rijksinspecties en de provincies in hun rol als interbestuurlijk toezichthouder regelmatig onderzoek doen naar gemeenten en hun samenwerkingsverbanden dat voor gemeenteraden uiterst bruikbaar is. Gemeenteraden lijken daar weinig gebruik van te maken, deels doordat zij niet worden geïnformeerd over de onderzoeken en de resultaten ervan. Dat moet veranderen: er moet bij toezichthouders meer oog komen voor het belang van gemeenteraden als eerste controleur van het gemeentebestuur.


Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker, rekenkamerlid en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.
Artikel

Access_open Hoe betekenisvol is het participatierecht van het kind in de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2018)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Participatierecht, KNMG-meldcode, Kindermishandeling, Huiselijk geweld, IVRK
Auteurs Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm en D.M.A. Conway LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Ieder kind heeft het recht om te participeren in aangelegenheden die hem of haar betreffen (art. 12 IVRK). In de situatie dat een arts vermoedt of weet dat een kind slachtoffer is van kindermishandeling, is betekenisvolle participatie van het kind bovendien cruciaal voor de arts om te kunnen handelen in het belang van het kind (art. 3 IVRK). De KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2018) regelt de stappen die de arts moet zetten en het afwegingskader dat hij moet volgen voor het doen van een melding van (een vermoeden van) kindermishandeling aan Veilig Thuis. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre het participatierecht van het kind gegarandeerd wordt in deze meldcode.


Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm
Mr. dr. M.P. Sombroek is universitair docent bij de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

D.M.A. Conway LLB
D.M.A. Conway LLB is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
PROCESperikelen

Betekenis van cijfers over huiselijk geweld en kindermishandeling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Auteurs Dr. Karin Wittebrood en Dr. Annemarie ten Boom
Auteursinformatie

Dr. Karin Wittebrood
Dr. K. Wittebrood is werkzaam als zelfstandig onderzoeker, adviseur en coach (www.meerruimteinjehoofd.nl).

Dr. Annemarie ten Boom
Dr. Annemarie ten Boom is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (www.wodc.nl).
Ten geleide

Bont en blauw

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Auteurs Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Access_open Armoede onder kinderen: een pleidooi voor een kindgerichte aanpak van armoedebestrijding

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden armoede, jongerenparticipatie, VN-Kinderrechtencomité, reductiedoelstelling, voorbehoud
Auteurs Mr. E. Huls en Mr. C. Vanderhilt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aantal kinderen in Nederland dat in armoede leeft, is hoog en daalt al jarenlang nauwelijks. De bestrijding van deze problematiek blijkt complex. In dit artikel worden de knelpunten in het huidige beleid beschreven en wordt een andere aanpak bepleit waarbij niet het gezinsinkomen van de ouder(s)/verzorger(s) maar het kind centraal staat. Door voor die benadering te kiezen, menen de auteurs dat meer tegemoet zal worden gekomen aan de behoeften en belangen van kinderen. Dit artikel is in samenwerking met het Kinderrechtencollectief geschreven.


Mr. E. Huls
Mr. E. Huls is advocaat-in-dienstbetrekking bij Defence for Children.

Mr. C. Vanderhilt
Mr. C. Vanderhilt is projectmedewerker jeugdrecht bij Defence for Children.
Forum

Beroepsgeheim en verschoningsrecht, reikwijdte discussies

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden beroepsgeheim, verschoningsrecht, reikwijdte
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de reikwijdte van het beroepsgeheim en het verschoningsrecht in de zorg besproken aan de hand van de recente strafrechtelijke, tuchtrechtelijke en civielrechtelijke jurisprudentie. Ten opzichte van wie geldt het beroepsgeheim en welke gronden kunnen er zijn voor doorbreking? Geconstateerd wordt dat de KNMG meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 2018 onvoldoende duidelijkheid biedt.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Schadeveroorzakende toestanden

Wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, art. 3:310 BW
Auteurs Mr. B.T. Berends en Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Zandvoortse muur oordeelt de Hoge Raad dat de objectieve verjaringstermijn in het geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis met een voortdurend karakter begint te lopen zodra deze gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Dat is een nuancering van zijn rechtspraak, waarvan de reikwijdte volgens de auteurs echter beperkt lijkt.


Mr. B.T. Berends
Mr. B.T. Berends is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het professionele verschoningsrecht in het nieuwe wetboek

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden geheimhoudingsplicht advocaat, professionele verschoningsrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, getuigenverhoor, doorzoeking en inbeslagneming
Auteurs Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In de conceptwetsvoorstellen tot vaststelling van Boek 1, 2 en 6 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een aantal voorstellen gedaan voor een nieuwe regeling van het ‘professionele verschoningsrecht’: het verschoningsrecht van bepaalde beroepsbeoefenaren met een vertrouwenspositie die in het kader van hun beroepsuitoefening een geheimhoudingsplicht hebben. Deze bijdrage gaat in op de voorgestelde bepalingen die betrekking hebben op het professionele verschoningsrecht bij het getuigenverhoor en bij een doorzoeking en inbeslagneming bij professioneel verschoningsgerechtigden dan wel ‘derden’. De nadruk ligt op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. De wetgever beoogt met de voorgestelde bepalingen de reikwijdte en de omvang van het verschoningsrecht te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met recente ontwikkelingen in jurisprudentie en rechtspraktijk. In de bijdrage worden de voorstellen nader beschouwd in het licht van deze doelstelling.


Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
Mr.dr. (Nathalie) A.M.E.C. Fanoy is advocaat te Amsterdam, gespecialiseerd in tucht- en gedragsrecht. In 2017 promoveerde zij op het onderwerp ‘De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat’.
Artikel

Als huiselijk geweld en georganiseerde misdaad samenkomen…

De weerbare professional op het grensvlak tussen strafrecht en hulpverlening

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Huiselijk geweld, Georganiseerde misdaad, Ondermijning weerbaarheid
Auteurs Mr. Sylvia van Dooren, Prof. dr. Janine Janssen, Prof. dr. Emile Kolthoff e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    There is casuistry, where on the one hand it is the turn of the professionals from the investigation, enforcement and prosecution and on the other hand the turn of the social workers from the social domain. This is the case, for example, when domestic violence occurs in circles that are also involved in organized crime. In theory it is possible that the professionals involved work together, but it is also not impossible that they will get into each other’s waters because they have a different vision of the problem to be tackled and, of course, also have to fulfill other roles and tasks based on their positions. A professional must be able to handle complex situations of this kind.


Mr. Sylvia van Dooren
Mr. Sylvia van Dooren is als docent verbonden aan de Juridische Hogeschool van Avans en Fontys en als onderzoeker aan het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan Avans Hogeschool.

Prof. dr. Nanne Vosters
Nanne Vosters is als docent verbonden aan de deeltijdopleiding Social Work van Avans Hogeschool en als onderzoeker aan het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Access_open Weerbaar tegen geweld door aandacht voor gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Gender, Geweld, Weerbaarheid
Auteurs Dr. Martina Althoff, Prof. dr. Janine Janssen en Dr. Anne-Marie Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Gender as a construct has been introduced into criminology half a century ago and has contributed to an understanding of the relation between gender and violence. Therefore, when improving resilience of professionals encountering violent behaviour, gender might be an important construct to take into account. We know from the literature that men and women do not experience victimization and perpetration in the same way but at the same time there are some blind spots with regard to male victimization and female perpetration. Increasing resilience against violence is only possible when we do not automatically use gender stereotyping in understanding and reducing violence.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. Anne-Marie Slotboom is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit.
Toont 1 - 20 van 239 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.