Zoekresultaat: 99 artikelen

x
Wetenschap en praktijk

Leveranciers van elektriciteit en warmte in financiële moeilijkheden: een verkenning van de wettelijke regelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden energie, warmtewet, banken, noodsituatie, faillissement
Auteurs Mr. drs. P. van Asperen en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de regelingen uit de Elektriciteitswet 1998 en de Warmtewet die gericht zijn op het voorkomen van financiële problemen dan wel de toezichthouder de mogelijkheid geven in te grijpen als dat nodig is. Deze regelingen zijn bedoeld ter bescherming van afnemers tegen die situaties waarbij een leverancier van elektriciteit of warmte in de financiële problemen komt. Zij vergelijken deze regelingen met de regelingen uit de Wet op het financieel toezicht of Europese regelgeving gericht op het voorkomen van financiële problemen bij banken. De auteurs kiezen voor deze vergelijking met banken omdat deze ondernemingen, net als bij elektriciteit en warmte, een maatschappelijke functie kunnen vervullen. De vraag die zij stellen, is of de regelingen voor banken een inspiratiebron kunnen zijn voor het waarborgen van de belangen van de afnemers van elektriciteit en warmte.


Mr. drs. P. van Asperen
Mr. drs. P. (Peter) van Asperen is senior jurist bij de Autoriteit Consument & Markt en als buitenpromovendus internationale financiering verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Contractvrijheid voor de bank? Opzegging van een betaalrekening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden opzegging overeenkomst, bankrekening, contractdwang, integriteitsrisico
Auteurs Mr. I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij opzegging door een bank van een overeenkomst inzake een betaalrekening kan spanning ontstaan tussen het belang van de bank, die moet voldoen aan internationale afspraken en toezichtswetgeving, en het belang van de klant, die zonder betaalrekening niet kan functioneren. In twijfelgevallen prevaleert in de civiele jurisprudentie vaak het belang van de klant.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent bij de afdeling civiel recht, Universiteit Leiden.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Annotatie

Besluit of beschikking?

Annotatie bij Gerecht in Eerste Aanleg Curaçao (Lar) 2 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:288 (voorlopige voorziening) en 12 november 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:281 (bodemprocedure)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden brief inzake oplegging maximum APR, rechtsgevolg, beschikking, besluit
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij de uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao van 2 augustus 2017 waarbij is geoordeeld dat een brief met de vaststelling van de Annual Percentage Rate (APR) informatief van aard is, en de uitspraak van 12 november 2018 in de bodemzaak waarin is geoordeeld dat de brief van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten aan ontheffingshouders over oplegging van een maximum APR op rechtsgevolg is gericht en daarmee een beschikking.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken, parttime medewerker JF aan de University of Curaçao en lid van de Raad van Advies van Curaçao. Tevens is hij als redactielid verbonden aan het Caribisch Juristenblad. Deze annotatie is geheel op eigen verantwoordelijkheid geschreven.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan Houthoff.
Artikel

Nationale aansprakelijkheidsbeperking financiële toezichthouders vanuit Unierechtelijk perspectief: een ingekaderde beperking

HvJ EU 4 oktober 2018, C-671/16 (Kantarev)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, wettelijke aansprakelijkheidsbeperking, toezichthoudersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In onderhavig artikel wordt ingegaan op de betekenis van het Kantarev-arrest (HvJ EU 4 oktober 2018) voor het Nederlandse recht op het gebied van de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders en in het bijzonder voor de huidige aansprakelijkheidsbeperking die is neergelegd in art. 1:25d Wft.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Artikel

Access_open Klimaatrisico’s, aansprakelijkheden en enkele toezichtrechtelijke aspecten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden klimaatverandering, aansprakelijkheid, klimaatrisico’s, De Nederlandsche Bank
Auteurs Mr. W. Kloosterman en Mr. M. Kuilman
SamenvattingAuteursinformatie

    De gevolgen van klimaatverandering worden ook in Nederland steeds meer zichtbaar. Deze bijdrage gaat in op de (mogelijke) claimrisico’s en aansprakelijkheden voor financiële ondernemingen als het gevolg van klimaatverandering, overige verschijningsvormen van klimaatrisico’s en de vraag of de prudentiële toezichthouder klimaatrisico’s in het toezicht kan betrekken.


Mr. W. Kloosterman
Mr. W. Kloosterman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. M. Kuilman
mr. M. Kuilman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Access_open Discriminatie van IS en Al-Nusra-strijders bij intrekking Nederlanderschap in Unierechtelijk perspectief

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rijkswet op het Nederlanderschap, intrekking naturalisatie, terrorisme, openbare orde
Auteurs Mr. Florimond Wassenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In its efforts in making effective counter terrorism legislation the Dutch government has introduced the possibility to deprive its own nationals of their Dutch nationality. The competence to revoke Dutch citizenship may arise in case of conducting behaviour abroad that can be labelled as terrorism or facilitating terrorism. Dutch citizenship can only be rescinded by the immigration authorities when such acts are performed outside the Dutch borders in certain appointed areas for certain appointed organisations. This is currently the case for the area of Syria and the organisations IS and Al-Nusra. However given the obligations within the Convention on the reduction of statelessness only Dutch nationals with dual citizenship fall within the scope of this newly introduced legislation. This article focusses on the question whether in EU-law perspective the distinction made between Dutch with dual citizenship and Dutch without a second foreign nationality is against the principle of equal treatment. By discussing the Council Directive 2000/43/EC, case law of the Court of Justice of the European Union (CJEU) and the preparatory documents of the convention on the reduction of statelessness the argument is developed that the convention serves as a trump card to enhance and justify the newly introduced legislation. Given CJEU case law the question of loyalty towards the member state of origin may lead to deprivation of EU-nationality. The aforementioned distinction made in Dutch nationality law would only be justified if it can be successfully be proven that dual citizenship raises an ipso facto loyalty issue toward member states by dual nationality holders. Since evidence of that nature is non existent it is concluded that the newly introduced counter terrorism provisions on deprivation of Dutch citizenship are discriminatory and advances second class nationality in The Netherlands.


Mr. Florimond Wassenaar
Mr. C.F. Wassenaar is advocaat bij Inigo advocaten te Rotterdam.
Artikel

Spiegelbeeldige gerechtigdheid, op de grens van de gemeenschap

Een verkenning hoe moet worden omgegaan met het geval waarin een goed onder spiegelbeeldige voorwaarden aan twee personen toebehoort

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden gemeenschap, kwaliteitsrekening, spiegelbeeldige gerechtigdheid, spiegelbeeldige voorwaarden
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur het arrest Stichting derdengelden/Ontvanger. De auteur onderzoekt naar aanleiding van dit arrest de grenzen van het begrip gemeenschap en bepleit dat er ruimte is om de gemeenschapsregeling ook toe te passen op dergelijke gevallen van spiegelbeeldige gerechtigdheid.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Eerste uitspraak over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank en nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden SSM-bankentoezicht, prudentieel toezicht, Europese Centrale Bank, nationale toezichthouders, Administrative Board of Review (ABoR)
Auteurs Mr. A.W.M. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Het eerste arrest over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism (SSM) is van principiële aard. Het Gerecht oordeelt dat het SSM-bankentoezicht een exclusieve bevoegdheid van de ECB is en dat de nationale toezichthouders deze taak ten aanzien van niet-significante banken decentraal uitoefenen. Hoewel dit oordeel voor de hand lag, doet het vragen rijzen over de uitoefening van nationale bevoegdheden door de ECB en over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het SSM-toezicht van de nationale toezichthouder. Verder verduidelijkt het arrest de betekenis van de adviezen van de Administrative Board of Review (ABoR) voor de motivering van ECB-toezichtbesluiten.
    Gerecht 16 mei 2017, zaak T-122/15, Landeskreditbank Baden-Württemberg/ECB (L-Bank), ECLI:EU:T:2017:337


Mr. A.W.M. van Toor
Mr. A.W.M. (Anne) van Toor is jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Ontslag vanwege een hoofddoek; de arresten Achbita en Bougnaoui en de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden directe en indirecte discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, religieuze symbolen op de werkplek, rechtvaardigingsgronden, Richtlijn 2000/78/EG, College voor de Rechten van de Mens
Auteurs Mr. A. Swarte en Mr. dr. J.P. Loof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich op 14 maart 2017 in twee verschillende zaken uitgesproken over het ontslag van een vrouwelijke werknemer vanwege het dragen van een islamitische hoofddoek. Naar beide arresten werd al enige tijd met spanning uitgekeken, onder meer vanwege de eerder gepubliceerde volkomen uiteenlopende conclusies van advocaten-generaal Kokott en Sharpston. Het Hof van Justitie lijkt veel ruimte te laten aan werkgevers om het dragen van religieuze symbolen op de werkplek te verbieden, mits zo’n verbod op een algemene en neutrale manier geformuleerd wordt. Er blijven echter veel vragen onbeantwoord en daardoor is onduidelijk hoe richtinggevend de arresten nu precies zijn.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-157/15, Samira Achbita/G4S Secure Solutions NV, ECLI:EU:C:2017:203 en zaak C-188/15, Asma Bougnaoui/Micropole SA, ECLI:EU:C:2017:204


Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. dr. J.P. Loof
Mr. dr. J.P. (Jan-Peter) Loof is wnd. ondervoorzitter onderzoek & advies van het College voor de Rechten van de Mens en doceert staatsrecht en mensenrechten aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Grenzen aan de uitoefening van een hypotheekrecht

Over de implementatie van art. 28 Richtlijn 2014/17/EU (hypothecair krediet)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden hypotheekrecht, kredietovereenkomst, implementatie Richtlijn hypothecair krediet, zorgplicht bank, uitwinning
Auteurs Mr. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 28 Richtlijn hypothecair krediet is ten dele geïmplementeerd in art. 7:128 BW dat de uitoefening van het hypotheekrecht in verschillende opzichten begrenst. In deze bijdrage komen de inhoud en strekking van beide bepalingen aan bod.


Mr. J.W.A. Biemans
Prof. mr. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht, raadsheer-plaatsvervanger aan het Hof Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Strategie- en beleidsbepaling door de raad van commissarissen van Curaçaose onder toezicht staande kredietinstellingen

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Centrale Bank, kredietinstelling, corporate governance, bestuur, feitelijke beleidsbepaling
Auteurs Mr. A. Talmricht
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de door de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten bij beleidsregel voorgestelde bevoegdheidsverdeling binnen de onder toezicht staande kredietinstelling, op grond waarvan de raad van commissarissen (RvC) zodanig veel bevoegdheden wordt toebedeeld, dat de zelfstandigheid van het bestuur in het geding komt en de leden van de RvC het risico lopen om aangemerkt te worden als feitelijk beleidsbepalers. Deze bijdrage is tot stand gekomen door bestudering van het positieve recht, toezichtswet- en regelgeving en relevante literatuur. Vragen van cliënten uit de bancaire sector hebben de auteur aangespoord dit artikel te schrijven. Gelet op de verstrekkendheid van de beleidsregel en de bevoegdheid van de Centrale Bank om naleving daarvan af te dwingen met dwangsommen en/of een bestuurlijke boete heeft dit artikel de nodige relevantie.


Mr. A. Talmricht
Mr. A. Talmricht is als advocaat verbonden aan (en werkzaam op de Curaçaose vestiging van) advocatenkantoor VanEps Kunneman VanDoorne.
Artikel

Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Institutionele en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Bankenunie, EDIS, depositogarantie, resolutie, depositoverzekeringsstelsel
Auteurs Dr. G. ter Kuile en A. Veuskens LL.M, M.Sc
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankenunie krijgt een derde pijler voor het verzekeren van deposito’s binnen de gehele Eurozone. Het voorstel hiertoe van de Europese Commissie, dat eind november 2015 werd gepubliceerd, wordt in dit artikel besproken. Aandacht wordt gegeven aan het concept van depositogarantie, de grondslag, de reikwijdte en de ratio, de interne governance (gelieerd aan die van het resolutiemechanisme), en aan het nieuwe depositofonds. Met enkele bespiegelingen over ‘vertrouwen’, de grondgedachte van de derde pijler, wordt het artikel besloten.

    • Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel, van de Europese Commissie, Straatsburg 24.11.2015, COM(2015)586 final, 2015/0270(COD).

    • Verordening (EU) Nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010, PbEU 2014, L 225/1


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB.

A. Veuskens LL.M, M.Sc
A. (Anke) Veuskens, LL.M, M.Sc werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB. Anke Veuskens is gedetacheerd vanuit Juridische zaken (Afdeling internationaal & institutioneel) van De Nederlandsche Bank, waar ook medeauteur Gijsbert ter Kuile tot voor kort werkte. De auteurs schreven dit artikel op persoonlijke titel en hun opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan de ECB, DNB of het SSM.
Artikel

Indirecte clearing verhelderd

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden otc-derivaten, EMIR, clearing, portabiliteit, segregatie
Auteurs Mr. C.A.R. Oudhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Wijzigingswet financiële markten 2016 worden beschermingsvereisten voor beleggers in financiële instrumenten uit de MiFID geïmplementeerd. De Wijzigingswet krijgt mogelijk meer gewicht, omdat deze ook het ‘indirecte clearing’ arrangement voor otc-derivaten faciliteert, zoals omschreven in EMIR. De auteur beschrijft hoe de beschermingsconstructie uit de Wijzigingswet het ‘indirecte clearing arrangement’ uit EMIR faciliteert.


Mr. C.A.R. Oudhuis
Mr. C.A.R. Oudhuis is jurist bij de Nederlandsche Bank te Amsterdam.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Toont 1 - 20 van 99 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.