Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 738 artikelen

x
Sociaal beleid

Coördinatie van sociale zekerheid en ‘forumshopping’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, aanwijsregels, detachering, forumshopping, uitzendbureaus
Auteurs Prof. mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in de in deze bijdrage te bespreken arresten is of, en zo ja, onder welke voorwaarden, ondernemingen gebruik kunnen maken van hun recht op verkeer om profijt te trekken uit verschillen in de socialezekerheidsbijdragen die zij voor hun werknemers moeten betalen. De arresten laten zien dat het Hof van Justitie bijzonder huiverig is voor ‘forumshopping’. De in artikel 12 en 13 Verordening (EG) nr. 883/2004 inzake de coördinatie van sociale zekerheid opgenomen aanwijsregels dienen strikt en op een ‘werknemersvriendelijke’ wijze te worden uitgelegd.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-784/19, ECLI:EU:C:2021:427 (Team Power), HvJ 20 mei 2021, zaak C-879/19, ECLI:EU:C:2021:409 (Format II), HvJ 16 juli 2020, zaak C-6101/18, ECLI:EU:C:2020:565 (AFMB).


Prof. mr. A.P. van der Mei
Prof. mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees Sociaal Recht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Collectief ontslag in tijden van (economische) crisis

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden collectief ontslag, flexibele arbeid, overheidsinvloed, steunmaatregelen, ondernemersvrijheid
Auteurs mr. dr. Niels Jansen en em. prof. Teun Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken auteurs of in de Wmco wel voldoende rekening is gehouden met ontslag in en van de flexibele schil en zo nee, of aanpassing van de Wmco dan gewenst is met het oog op de doelstelling van de Wmco tegen de achtergrond van de huidige flexibele arbeidsmarkt. Daarnaast onderzoeken zij de rol van de overheid bij een collectief ontslag en meer specifiek over de NOW-1 en NOW-2 en de verhouding tot ondernemersvrijheden. De NOW-1 en -2 beperkten namelijk in zekere zin de vrijheid van ondernemingen om beslissingen te nemen over een collectief ontslag en de vraag is hoe die beperkingen ten aanzien van collectief ontslag zich verhouden tot de ondernemersvrijheden.


mr. dr. Niels Jansen
Niels Jansen is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, AIAS-HSI.

em. prof. Teun Jaspers
Teun Jaspers is emeritus hoogleraar aan de Univerisiteit Utrecht, en Senior Research Fellow AIAS-HSI.
Artikel

Dismissal protection in Denmark

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden protection against dismissal, flexicurity, industrial relations, social security, dynamic and adjustable labour market
Auteurs mr. dr. Natalie Munkholm
SamenvattingAuteursinformatie

    The article gives an overview of the protection against dismissal according to Danish statutory acts and collective agreements.


mr. dr. Natalie Munkholm
Natalie Munkholm is werkzaam als associate professor Labour Law aan de Aarhus Universiteit, Denemarken.
General Comment

General comment No. 25: kinderrechten en digitale technologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden IVRK, VN-Kinderrechtencomité, Kinderrechten, Technologie, Privacy
Auteurs Prof. dr. mr. S. van der Hof
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2021 publiceerde het VN Comité voor de Rechten van het Kind General Comment No. 25 over kinderrechten in relatie tot de digitale omgeving (‘GC25’). Het doel van GC25 is om uit te leggen hoe de rechten van kinderen, zoals deze zijn neergelegd in het VN Verdrag voor de Rechten van het Kind (‘IVRK’) moeten worden geïmplementeerd in relatie tot digitale technologie. GC25 richt zich vanzelfsprekend tot de verdragsstaten, maar terecht ook tot andere relevante partijen, waaronder de tech-industrie.


Prof. dr. mr. S. van der Hof
Prof. dr. mr. S. van der Hof is hoogleraar Recht en Informatiemaatschappij aan eLaw, Centrum voor Recht en Digitale Technologie, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Verdwenen alleenstaande minderjarige vluchtelingen: voer voor mensenhandelaren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Verdwijningen, Mensenhandel, Alleenstaande minderjarige vluchtelingen, Kinderrechten, Vluchteling
Auteurs Prof. dr. M. Smit en dr. mr. E.C.C. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het internationale onderzoeksjournalistiekcollectief Lost in Europe zouden er in 2017 7.024 alleenstaande vluchtelingenkinderen zijn verdwenen uit asielzoekerscentra in Europa. Dit aantal is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar dat dergelijke verontrustende verdwijningen geregeld voorkomen, is zeker. Wat wordt er tegen het verdwijnen van alleenstaande minderjarige vluchtelingen gedaan en wat is er bekend over het lot van verdwenen jongeren? Vaak worden zorgen geuit dat deze kinderen slachtoffer zijn of worden van mensenhandel. In hoeverre zijn daar aanwijzingen voor? In deze bijdrage gaan we op deze vragen in. Na een korte introductie over alleenstaande minderjarige vluchtelingen en mensenhandel besteden we aandacht aan verdwijningen buiten en binnen Nederland. Vervolgens doen we verslag van de bevindingen uit een aantal onderzoeken en van in Nederland getroffen maatregelen tegen verdwijningen. We ronden af met een conclusie en enkele aanzetten voor preventie van verdwijningen.


Prof. dr. M. Smit
Prof. dr. M. Smit is bijzonder hoogleraar psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. mr. E.C.C. van Os
Dr. mr. E.C.C. van Os is docent en onderzoeker (ortho)pedagogiek en kinderrechten aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Access_open Teaching Technology to (Future) Lawyers

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legal education, law and technology, legal analytics, technology education, technological literacy
Auteurs Mikołaj Barczentewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    The article offers a reflection on how applications of computer technology (including data analytics) are and may be taught to (future) lawyers and what are the benefits and limitations of the different approaches. There is a growing sense among legal professionals and law teachers that the technological changes in the practice of law are likely to promote the kind of knowledge and skills that law graduates often do not possess today. Teaching computer technology can be done in various ways and at various depths, and those different ways and levels have different cost and benefit considerations. The article discusses four models of teaching technology: (1) teaching basic technological literacy, (2) more advanced but general technology teaching, (3) teaching computer programming and quantitative methods and (4) teaching a particular aspect of technology – other than programming (e.g. cybersecurity). I suggest that there are strong reasons for all current and future lawyers to acquire proficiency in effective uses of office and legal research software and standard means of online communication and basic cybersecurity. This can be combined with teaching of numerical and informational literacy. I also claim that advanced technology topics, like computer programming, should be taught only to the extent that this is justified by the direct need for such skills and knowledge in students’ future careers, which I predict to be true for only a minority of current lawyers and law students.


Mikołaj Barczentewicz
Mikołaj Barczentewicz is the Research Director, Surrey Law and Technology Hub, as well as Senior Lecturer (Associate Professor) in Law, University of Surrey School of Law. He is also a Research Associate of the University of Oxford Centre for Technology and Global Affairs.
Artikel

Constructief omgaan met conflicten en ­geschillen

Inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2021
Auteurs Alain-Laurent Verbeke en Geert Vervaeke
Auteursinformatie

Alain-Laurent Verbeke
Prof. Dr. Alain-Laurent Verbeke (1964) is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceert er sinds 1991 onder meer onderhandelen en bemiddelen, nationaal en internationaal familiaal vermogensrecht, bijzondere overeenkomsten, zowel in de bachelor en master rechten als in de master notariaat. Aan de rechtsfaculteit is hij directeur van het Rector Roger Dillemans Instituut Familiaal Vermogensrecht, codirecteur van het Leuvens Centrum Notariaat en van het Instituut Contractenrecht. Aan de faculteit psychologie is hij covoorzitter van het Leuven Center for Collaborative Management (LCM). Hij is mede-oprichter (in 2001), lesgever en lid van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling van de KU Leuven. Ook is hij (co)promotor van talrijke doctoraten, in de rechten en in de psychologie. Hij is advocaat aan de balies van Brussel en West-Vlaanderen, partner Greenille Private Client Team @ Deloitte Legal. Hij is sinds 2007 Visiting Professor of Law aan Harvard Law School, waar hij negotiation doceert. Sinds 2008 is hij ook Professor of Law & Negotiation aan UCP Lisbon Global School of Law en sinds 1999 deeltijds gewoon hoogleraar privaatrecht en rechtsvergelijking aan Tilburg University. Hij ontving de Francqui Leerstoel (VUB, 2010-2011), de KBC Chair in Family Wealth (Antwerp Management School, 2014-2015) en de Van Oosterwyck Leerstoel notarieel recht (VUB, 2003). In Harvard is hij verbonden aan het Program on Negotiation (PON). Zie www.law.kuleuven.be/fvr/nl/pdf/cvALV.

Geert Vervaeke
Prof. Dr. Geert Vervaeke (1960) is Decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van Tilburg University. Hij is tevens deeltijds Gewoon Hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven in de criminologische en rechtspsychologie. Momenteel is hij voorzitter van de European Association on Psychology and Law (https://eapl.eu). Tevens is hij voorzitter van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling aan de KU Leuven. Hij is gewezen Voorzitter van de Belgische Hoge Raad voor de Justitie (2004-2012: www.hrj.be/nl). Hij was tussen 2004 en 2012 tevens lid van het bestuur van het Europees Netwerk van Hoge Raden (www.encj.eu) en curator van het wetenschappelijk luik van het Stadsfestival Op.Recht.Mechelen (2015-2017: www.oprechtmechelen.be).

Annie de Roo
Dr. Annie de Roo is als universitair hoofddocent verbonden aan Erasmus University Law School Rotterdam. Zij is hoofdredacteur van TMD en vicevoorzitter van SKM Examencommissie Mediatorsfederatie Nederland. Haar aandachtsgebied in onderwijs en onderzoek is rechtsvergelijking, met accent op geschiloplossing in vergelijkend perspectief.
Artikel

Access_open Time and Law in the Post-COVID-19 Era: The Usefulness of Experimental Law

Special Issue Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, september 2021
Trefwoorden COVID-19, time and law, law-making, parliament, government, legal certainty
Auteurs Erik Longo
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic swept the world in 2020 impelling us to reconsider the basic principles of constitutional law like the separation of power, the rule of law, human rights protection, etc. The two most pressing legal issues that have attracted the attention of legal scholars so far are, on the one hand, the different regulatory policies implemented by governments and, on the other, the balance among the branches of government in deciding matters of the emergency. The pandemic has determined a further and violent acceleration of the legislature’s temporal dimension and the acknowledgement that, to make legislation quicker, parliament must permanently displace its legislative power in favour of government. Measures adopted to tackle the outbreak and recover from the interruption of economic and industrial businesses powerfully confirm that today our societies are more dependent on the executives than on parliaments and, from a temporal perspective, that the language of the law is substantially the present instead of the future. Against this background, this article discusses how the prevalence of governments’ legislative power leads to the use of temporary and experimental legislation in a time, like the pandemic, when the issue of ‘surviving’ becomes dominant.


Erik Longo
Prof. Dr. Erik Longo is associate professor of Constitutional Law at the University of Florence.
Artikel

Access_open Enhanced Contact Rights for Grandparents? A Critical View from Spanish and Catalan Laws

Tijdschrift Family & Law, september 2021
Trefwoorden Contact with grandchildren, Best interest of the child, Parental responsibilities
Auteurs prof. dr. J. Ribot Igualada
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how Spanish and Catalan laws deal with claims of grandparents who seek contact with their grandchildren against the will of one or both parents, and the scope given to their rights. It starts by explaining the content and the goals of the legal reforms enacted in Spain at the beginning of the 21st century to promote grandparents’ interests. Then, it presents the case law developed in the interpretation of the relevant legal rules. The resulting state of the law is assessed, taking into account the interests of all the parties involved (parents, grandparents, and grandchildren). The experience of more than twenty years of application of the specific provisions concerning grandparents’ contact rights sheds light on the impact of giving grandparents stronger legal rights. However, it also prompts the question of whether this legislative choice might have brought about useless and potentially harmful litigation.


prof. dr. J. Ribot Igualada
Jordi Ribot Igualada is Professor of Civil Law at the Institute of European and Comparative Law and Director of the Institute of European and Comparative Private Law (University of Girona).
Artikel

Access_open De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden MVO, moederaansprakelijkheid, duurzaamheid, human rights due diligence, zorgplicht
Auteurs J.E.S. Hamster LLM MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de verwachte conceptrichtlijn duurzame corporate governance. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op het beginsel van human rights due diligence, dat de kern zal vormen van de conceptrichtlijn. Deze ontwikkeling zal verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen, en zij zullen dit onderwerp hoog op de agenda moeten zetten.


J.E.S. Hamster LLM MA
J.E.S. Hamster LLM MA is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Editorial

Access_open Computational Methods for Legal Analysis

The Way Forward?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden computational legal analysis, empirical legal studies, natural language processing, machine learning
Auteurs Elena Kantorowicz-Reznichenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Computational analysis can be seen as the most recent innovation in the field of Empirical Legal Studies (ELS). It concerns the use of computer science and big data tools to collect, analyse and understand the large and unstructured data, such as for instance (legal) text. Given that the text is now the object of analysis, but the methods are (largely) quantitative, it lies in the intersection between doctrinal analysis and ELS. It brings with it not only a great potential to scale up research and answer old research questions, but also to reveal uncovered patterns and address new questions. Despite a slowly growing number of legal scholars who are already applying such methods, it is underutilised in the field of law. Furthermore, given that this method comes from social and computer sciences, many legal scholars are not even aware of its existence and potential. Therefore, the purpose of this special issue is not only to introduce these methods to lawyers and discuss possibilities of their application, but also to pay special attention to the challenges, with a specific emphasis on the ethical issues arising from using ‘big data’ and the challenge of building capacity to use such methods in law schools. This editorial briefly explains some of the methods which belong to the new movement of Computational Legal Analysis and provides examples of their application. It then introduces those articles included in this special issue. Finally, it provides a personal note on the way forward for lawyers within the movement of Computational Legal Analysis


Elena Kantorowicz-Reznichenko
Elena Kantorowicz-Reznichenko is Professor of Quantitative Empirical Legal Studies at the Rotterdam Institute of Law and Economics, Erasmus School of Law, Erasmus University, Rotterdam.
Artikel

Access_open Law Schools and Ethics of Democracy

Special Issue on Pragmatism and Legal Education Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, augustus 2021
Trefwoorden legal education, democracy, pragmatism
Auteurs Michal Stambulski
SamenvattingAuteursinformatie

    Contemporary critical analyses of legal education indicate that legal education is undemocratic as it is based on a discipline that produces subjects who obey hierarchies, are free from the habit of criticism and are ready to self-sacrifice for promotion in the social hierarchy. At the same time, critical analyses offer the very passive vision of the law student as merely ‘being processed’ through the educational grinder. Paradoxically, in doing so they confirm the vision they criticize. This article argues that, by adopting a pragmatic philosophical perspective, it is possible to go beyond this one-sided picture. Over the past few decades, there has been an increase in ‘practical’ attitudes in legal education. Socrates’ model of didactics, clinical education and moot courts are giving rise to institutionalized ideas as structural elements of legal education, owing to which a purely disciplinary pedagogy may be superseded. All these practices allow students to accept and confront the viewpoints of others. Education completed in harmony with these ideas promotes an active, critical member of community, who is ready to advance justified moral judgements, and as such is compliant with pragmatic ethics of democracy.


Michal Stambulski
Dr. Michal Stambulski is postdoctoral researcher at the Erasmus University Rotterdam and assistant professor at the University of Zielona Gora.
Artikel

Access_open Verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen WK voetbal Qatar

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2021
Trefwoorden FIFA World Cup Qatar, arbeidsmigranten, grote sportevenementen, mensenrechtenschendingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Daniela Heerdt
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het evenement aan Qatar werd gegund in 2010 is de uitbuiting van arbeidsmigranten op de bouwplaatsen van het WK voetbal een voortdurende bron van zorg voor de internationale gemeenschap. Vanuit een juridisch-pluralistische benadering analyseert dit artikel de verschillende verantwoordelijkheden van de diverse betrokken stakeholders en bespreekt het de uitdagingen bij het ter verantwoording roepen van de verantwoordelijken en hoe een benadering van gedeelde verantwoordelijkheid deze uitdagingen zou kunnen oplossen.


Daniela Heerdt
Dr. D.M. (Daniela) Heerdt is researcher aan de Universiteit van Tilburg en onafhankelijk consultant op het gebied van sport- en mensenrechten.
Rulings

ECJ 15 April 2021, Case C-511/19 (Olympiako Athlitiko Kentro Athinon), Age Discrimination

AB– v – Olympiako Athlitiko Kentro Athinon – Spyros Louis, Greek case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Age Discrimination
Samenvatting

    Application of labour reserve system following the Greek financial crisis not found contrary to EU law. The difference in treatment on grounds of age established by that system pursues a legitimate labour-policy objective and the means of achieving that objective are appropriate and necessary.

    In its decision rendered on 28 February 2019, the Luxembourg Court of Appeal (Cour d’appel de Luxembourg) examined under which circumstances on-call duty performed at the workplace qualifies as actual working time.
    The issue raised was whether the time spent at night by an employee (i.e. the presence of an employee at the workplace) performing the work of a live-in carer was to be considered as ‘actual working time’.
    The Court expressly referred to EU case law and decided that the concept of actual working time is defined by two criteria, namely (i) whether the employee during such a period must be at the employer’s disposal, and (ii) the interference with the employee’s freedom to choose their activities.
    In view of the working hours provided for in the employment contract and in the absence of evidence proving that the employee would not have been at the employer’s home during her working hours, the Court found that the employee stayed at the employer’s home at night and at the employer’s request. It was irrelevant in this respect whether it was for convenience or not. It was further established that the employee could not leave during the night and return to her home and go about her personal business, so that the hours she worked at night were to be considered as actual working time.
    Given that the employee’s objections regarding her salary were justified (as the conditions of her remuneration violated statutory provisions), the Court decided that the dismissal was unfair.


Michel Molitor
Michel Molitor is the managing partner of MOLITOR Avocats à la Cour SARL in Luxembourg, www.molitorlegal.lu.

    The Supreme Court (SC) has unanimously decided that drivers engaged by Uber are workers rather than independent contractors. It also decided that drivers are working when they are signed in to the Uber app and ready to work.


Colin Leckey
Colin Leckey is a partner at Lewis Silkin LLP.

    On 22 May 2020, fifty-two members of the Hungarian parliament petitioned the Constitutional Court which was requested to establish the unconstitutionality of Section 6(4) of Government Decree no. 47/2020 (III. 18), its conflict with an international treaty and to annul it with retroactive effect to the date of its entry into force. According to Section 6(4) of the Decree “in a separate agreement, the employee and the employer may depart from the provisions of the Labour Code” (i.e. ‘absolute dispositivity’). The petition, among other things, alleged the violation of equal treatment and the right to rest and leisure. The Constitutional Court rejected the motion to establish the unconstitutionality of Section 6(4) and its annulment, since it was repealed on 18 June 2020. The Constitutional Court may, as a general rule, examine the unconstitutionality of the legislation in force, however it was no longer possible to examine the challenged piece of legislation in the framework of a posterior abstract norm control.


Kristof Toth
Kristof Toth is PhD student at the Karoli Gaspar University in Hungary.
Case Reports

Access_open 2021/13 Equal Treatment Authority’s decision does not bind the court (HU)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Race, Nationality Discrimination, Discrimination General
Auteurs Zsofia Olah
SamenvattingAuteursinformatie

    This case involved an employee who claimed that her two consecutive employers breached the principle of equal treatment during their employment relationships in relation to her belonging to the Roma minority. The employee built her case on the decision of the Equal Treatment Authority, which declared that her employers discriminated against her. The Curia (the highest judicial authority in Hungary) found that the decision of another authority has no binding effect on a court according to Act III of 1952 on Civil Procedure and that in cases concerning equal treatment, the burden of proof lies on the defendant (employer) to prove that there is no link between the disadvantage suffered by the plaintiff (employee) and her protected characteristic. The Curia and regional courts also found that the employer fulfils this obligation if it successfully proves that it assessed the applicant’s qualifications, professional suitability and attitude towards work when it decided on the question of whom to employ.


Zsofia Olah
Zsofia Olah is a partner at OPL Law Firm.

    The German Federal Labour Court (Bundesarbeitsgericht, ‘BAG’) has ruled that the user of an online platform (‘crowdworker’) who takes on so-called ‘microjobs’ on the basis of a framework agreement concluded with the platform operator (‘crowdsourcer’) can be an employee of the crowdsourcer. This applies in a case where the framework agreement is aimed at a repeated acceptance of such microjobs. The decisive factor is whether the crowdworker performs work that is subject to instructions and is determined by third parties in the context of the actual performance of the contractual relationship. The name of the contract is irrelevant. One assumes an employment relationship if the crowdsourcer controls the collaboration via an online platform operated by them in such a way that the crowdworker cannot freely shape their activity in terms of place, time and content.


Katharina Gorontzi
Katharina Gorontzi, LLM, is a senior associate at Luther lawfirm in Dusseldorf, Germany.

Jana Voigt
Jana Voigt is a senior associate at Luther lawfirm in Dusseldorf, Germany.
Toont 1 - 20 van 738 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 36 37
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.