Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 296 artikelen

x
Artikel

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie in de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, Europees strafrecht, Europese Unie, vervolging, beklag niet (verdere) vervolging
Auteurs Mr. M.J. (Matthias) Borgers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) operationeel geworden. Bij een vervolging door het EOM voor de Nederlandse strafrechter treedt een gedelegeerde Europese aanklager op die tevens aan het Nederlandse openbaar ministerie is verbonden. Deze aanklager heeft in de strafzaak alle bevoegdheden van een lid van het Nederlandse openbaar ministerie. Voor het optreden van het EOM in de deelnemende lidstaten wordt dus gebruikgemaakt van de bestaande juridische infrastructuur. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vervolging van strafzaken door het EOM voor de Nederlandse strafrechter. Het gaat daarbij om de vraag of er verschillen of bijzonderheden bestaan in vergelijking met een ‘gewone’ strafzaak waarin het Nederlandse openbaar ministerie het vervolgingsrecht uitoefent en, zo ja, welke die zijn.


Mr. M.J. (Matthias) Borgers
Mr. M.J. (Matthias) Borgers is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Verslag

De invloed van wetgeving op de procespraktijk. Doorstaat onze procesrechtelijke wetgeving de uitdagingen van vandaag en morgen?

Verslag van de voorjaarsvergadering 2021 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2021
Auteurs Laura Ebben en Jim van Mourik
Auteursinformatie

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Gelderland.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus ADR en insolventie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Boekbespreking

Boekbespreking & dialoog: De meeste mensen deugen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2021
Auteurs Frans van Bruggen en Frédérique Six
Auteursinformatie

Frans van Bruggen
F.P van Bruggen is buitenpromovendus en toezichthouder bij De Nederlandsche Bank en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

Frédérique Six
Dr ir F.E. Six MBA is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen. De focus van haar onderzoek is publieke governancevraagstukken met speciale aandacht voor de relatie tussen vertrouwen en controle.
Artikel

Access_open Defensieve geneeskunde: een juridisch-­empirisch perspectief

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Defensive medicine/defensieve geneeskunde, Empirical legal studies/juridisch-empirisch onderzoek, Medical liability law/medisch aansprakelijkheidsrecht, Disciplinary law/medisch tuchtrecht
Auteurs Shosha Wiznitzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Some scholars argue that a growing number of Dutch physicians practice defensive medicine. This implies physicians base their professional decisions primarily on a fear of being held liable. The main question of this article is whether empirical evidence corroborates the claim that Dutch medical liability law causes physicians to behave defensively. I argue that this is not the case. If we assume that the law influences physicians’ behavior, we must also assume physicians know the law. Empirical evidence shows this knowledge is limited. Furthermore, Dutch physicians tend to report low levels of defensive behavior.


Shosha Wiznitzer
Shosha Wiznitzer is wetgevingsadviseur bij de Raad van State; daarvoor was zij werkzaam als universitair docent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht) Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Kroniek Straf(proces)recht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2021
Auteurs Nikki Alberts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Nikki Alberts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Geert-Jan Kruizinga

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Carlijn Nieuwenhuis

Paul van Putten

Diederick van Rinsum

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen
Artikel

Een andere betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden de zaak Poch, uitlevering en kleine rechtshulp, terugwerkende kracht en artikel 7 EVRM respectievelijk 15 IVBPR, vertrouwensbeginsel, verkapte uitlevering
Auteurs Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse en Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op een eerdere publicatie in NTS van de hand van Rozemond en Van der Wilt. Machielse en Myjer schrijven dat Rozemond en Van der Wilt kennelijk geen oog hebben gehad voor de inhoud van de onderzoeksopdracht aan de Commissie Dossier J.A. Poch. De Nederlandse autoriteiten waren in de zaak Poch gebonden aan verdragen, wetgeving, rechtspraak en internationale omgangsvormen. Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van internationale samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging. Toen Argentinië aan Nederland verzocht rechtshulp te verlenen en inlichtingen te verschaffen nadat tegen Poch verdenking was gerezen van medeplegen van internationale misdrijven heeft Nederland aan dat verzoek gehoor gegeven.


Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse
Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse was advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer was rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hoogleraar rechten van de mens aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een generieke strafbaarstelling van nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet: einde van een wapenwedloop in zicht?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden lijst IA Opiumwet, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), generieke wetgeving, legaliteitsbeginsel
Auteurs Prof. mr. T. (Tom) Blom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht wat de effecten zijn van de invoering van een generieke strafbaarstelling van stofgroepen waarmee (nieuwe) psychoactieve middelen kunnen worden gemaakt. Deze generieke strafbaarstelling is een belangrijke wijziging in ons bestaande systeem van strafbaarstellingen en wordt verondersteld een belangrijk instrument te zijn om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Belangrijker is echter dat hiermee ook een wetgevingsgat wordt gedicht dat was ontstaan door het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de productie en handel in NPS’en niet langer mogen worden bestreden als overtreding van de Geneesmiddelenwet. De generieke strafbaarstelling is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel, maar zorgt er wel voor dat ook stoffen die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid en mogelijk zelfs geen psychoactief effect hebben onder de Opiumwet komen te vallen. De vraag is hoe de rechtspraktijk in de toekomst met dergelijke verweren zal (moeten) omgaan.


Prof. mr. T. (Tom) Blom
Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Amsterdam.

    Op 29 juni 2021 veroordeelde de rechtbank Den Haag een Nederlandse vrouw, die vanuit Nederland op sociale media materiaal van IS had gedeeld en uit Syrië afkomstige video’s waarop schendingen van het humanitair oorlogsrecht te zien waren had becommentarieerd, voor onder meer deelname aan een criminele organisatie en het oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid. Dit artikel gaat in op de voornoemde aspecten van de uitspraak en bespreekt de interactie tussen het humanitair oorlogsrecht en het strafrecht, specifiek ten aanzien van het geografische, temporele en persoonlijke toepassingsbereik van het humanitair oorlogsrecht.


Prof. mr. dr. M.C. (Marten) Zwanenburg
Prof. mr. dr. M.C. Zwanenburg is hoogleraar militair recht aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie.

Mr. R.J. (Rogier) Bartels
Mr. R.J. Bartels is legal officer in de Chambers van het Internationaal Strafhof en tijdelijk verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie als universitair docent.

Daphne van Dijk
Redactioneel

Ambtsdelicten van Kamerleden en bewindslieden: het rapport van de commissie-Fokkens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden ambtsdelicten, ministers, Kamerleden, corruptie, strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent verscheen het rapport van de Commissie herziening wetgeving ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen (commissie-Fokkens). De commissie stelt vast dat de huidige wettelijke regeling voor de vervolging en berechting van Kamerleden en bewindspersonen wegens ambtsdelicten ernstig tekortschiet. Deze conclusie kan vermoedelijk op brede instemming rekenen. De auteur duidt enkele hoofdlijnen van het rapport aan en signaleert een punt dat nog om nadere aandacht vraagt.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is senior wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Access_open De politie als winkelier van smartphones met ‘versleutelde’ communicatiemiddelen: de inzet van de opsporingshandelingen getoetst aan het legaliteitsbeginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale opsporing, legaliteitsbeginsel, Privacy, Operation Trojan Shield, ANOM-smartphone
Auteurs Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius, Mr. I.N. De Wit, D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Operation Trojan Shield hebben de (Nederlandse) autoriteiten de populariteit van cryptophones perfect uitgebuit. In deze bijdrage wordt onderzocht welke wettelijke grondslag gebruikt zou kunnen zijn bij (1) de ontwikkeling van de hardware en de daarop geïnstalleerde software; (2) de verspreiding van de toestellen; (3) het verkrijgen van vertrouwelijke communicatie doordat de toestellen zijn gebruikt; en (4) de analyse van de inhoud van de verstuurde en ontvangen communicatie. De inzet van deze handelingen wordt ten slotte beoordeeld in het licht van het legaliteitsbeginsel zoals dat volgt uit artikel 8 lid 2 EVRM.


Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.N. De Wit
Mr. I.N. de Wit is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Behoeft de uitbreiding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën nadere overdenking?

Enkele opmerkingen naar aanleiding van geplaatste kanttekeningen bij het wetsvoorstel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Wvmc, synthetische drugs, Drugsprecursoren, artikel 4a Wvmc, Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit
Auteurs Mr. J.C. van der Pijll
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het momenteel aanhangige wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit probeert het kabinet de georganiseerde misdaad een volgende slag toe te brengen. Onderdeel van het wetsvoorstel is onder meer een ruimere strafbaarstelling van het enkele bezit van drugsprecursoren via de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Begin dit jaar verscheen in dit tijdschrift een kritisch artikel over dit onderdeel van het wetsvoorstel. Met dit artikel wordt beoogd de kritiek van een weerwoord te voorzien.


Mr. J.C. van der Pijll
Mr. J.C. van der Pijll is senior+ parketsecretaris bij het Expertisecentrum Synthetische Drugs van het Landelijk Parket te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

De modernisering van de bijzondere opsporing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden modernisering Strafvordering, bijzondere strafwetgeving, opsporingsbevoegdheden, bijzonder strafrecht, bijzonder strafprocesrecht
Auteurs J.M. Klaasen, S. Mabrouk en R. Swager
SamenvattingAuteursinformatie

    Zou het in het licht van de doelstellingen van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering wenselijk zijn om opsporingsbevoegdheden uit bijzondere strafwetgeving in het nieuwe Wetboek te regelen? In dit artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord. Tevens wordt een voorzet gedaan voor hoe opsporingsbevoegdheden uit bijzondere strafwetgeving gemoderniseerd en geharmoniseerd hadden, of nog zouden, kunnen worden in het nieuwe Wetboek. Geïllustreerd wordt hoe betreding en inbeslagname in grote mate geharmoniseerd kunnen worden. Waar verdenkingscriteria op dit moment per wet verschillen, kunnen die verschillen gladgestreken of bewust gehandhaafd worden. Hoe dan ook verdient regeling in het nieuwe Wetboek de voorkeur.


J.M. Klaasen
J.M. Klaasen is student van de master Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

S. Mabrouk
S. Mabrouk is student van de master Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

R. Swager
R. Swager is student van de Legal Research Master van de Universiteit Utrecht.

    De beoogde uitbereiding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën door invoering van een verbod op het verrichten van handelingen met bepaalde chemische stoffen houdt de gemoederen bezig. Bij het wetsvoorstel dat strekt tot invoering van dit verbod heb ik eerder in het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving de nodige kanttekeningen geplaatst. In dit nummer plaatst J.C. van der Pijll bij de kanttekeningen enkele opmerkingen. Via dit naschrift reageer ik op die opmerkingen en leg ik uit waarom deze in mijn visie geen hout snijden.


Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam.
Artikel

Access_open Machtenscheiding en rechtsstaat (of ­rechtersstaat?) na Urgenda

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden wetgevingsbevel, Staten-Generaal, rechtsvorming, Checks and balances, legaliteitsbeginsel
Auteurs P.P.T. Bovend’Eert
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Urgenda-arrest heeft de Hoge Raad vooral oog voor zijn eigen rol in de rechtsstaat, maar miskent de belangen die ten aanzien van de andere staatsmachten in het geding zijn. Het wetgevingsbevel is niet verenigbaar met grondwettelijke waarborgen voor de zelfstandigheid van de (leden van de) Staten-Generaal in het kader van de machtenscheiding. Bovendien ontspoort het arrest op het punt van het legaliteitsbeginsel in de rechtsstaat, in die zin dat het pad verlaten wordt waarbij de rechter volgens (het stelsel van) de wet en het recht rechtspreekt. De Hoge Raad past niet de wet en het recht toe, maar stelt daarvoor in de plaats de toepassing van politieke en wetenschappelijke inzichten. Daarmee begeeft de Hoge Raad zich in het politieke domein.


P.P.T. Bovend’Eert
Prof. mr. P.P.T. (Paul) Bovend’Eert is hoogleraar staatsrecht bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Redactioneel

Urgenda en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Auteurs D.R.P. de Kok en R.J.M. van den Tweel
Auteursinformatie

D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en redacteur van RegelMaat.

R.J.M. van den Tweel
Mr. R.J.M. (Ronald) van den Tweel is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. R.-J. Gras
Mr. R.-J. Gras is gerechtssecretaris/opleider bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Toont 1 - 20 van 296 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.