Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1311 artikelen

x
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Artikel

Access_open We need to talk to Martha

Or: The desirability of introducing simple adoption as an option for long-term foster children in The Netherlands

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden Adoption, foster care, guardianship, parental responsibility, supervision orders for minors
Auteurs mr. dr. M.J. Vonk en dr. G.C.A.M. Ruitenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article you will be introduced to Martha. Martha will turn eighteen in a couple of weeks and is afraid of losing her foster family when she becomes an adult (I). You will be taken on a journey through the Dutch child protection system and recent research on the desirability of forging an additional legal instrument, such as the introduction of simple adoption, for children like Martha and her two families. The following questions will be answered: How do children like Martha end up in a foster family (II)? Who is responsible or who makes decisions about Martha’s care and future and what problems may occur? Five possible situations in long-term foster care will be discussed in this context on the basis of current law and research (III). Would simple adoption (eenvoudige adoptie) solve some of the problems discussed in the earlier section and thus be a feasible and desirable option for long-term foster children and their foster parents (IV)? At the end of this journey you will be invited to take a brief glance into the future in the hope that Martha’s voice will be heard (V).
    ---
    In dit artikel stellen we u voor aan Martha. Martha wordt over een paar weken achttien en is bang haar pleeggezin kwijt te raken als ze meerderjarig wordt. Aan de hand van het verhaal van Martha nemen we u mee op een reis langs het Nederlandse jeugdbeschermingsstelstel en langs recent onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe juridische mogelijkheid waarmee een band tussen Martha en haar beide families kan worden gevestigd: eenvoudige adoptie. De volgende vragen worden daarbij beantwoord: Hoe komen kinderen zoals Martha in een pleeggezin terecht? Wie is verantwoordelijk voor of mag beslissingen nemen over Martha’s opvoeding en toekomst en wat voor problemen kunnen zich daarbij voordoen? Zou eenvoudige adoptie een oplossing bieden voor een aantal van de problemen die worden besproken en daarmee een wenselijke oplossing zijn voor langdurige pleegkinderen en hun pleeggezinnen? Aan het einde van deze reis werpen we een korte blik op de toekomst in de hoop dat de stem van Martha gehoord zal worden.


mr. dr. M.J. Vonk
Machteld Vonk is associate professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at VU University Amsterdam.

dr. G.C.A.M. Ruitenberg
Geeske Ruitenberg is assistant professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at the VU University Amsterdam.
Artikel

Access_open Teaching Legal Ethics by Non-Ethical Means – With Special Attention to Facts, Roles and Respect Everywhere in the Legal Curriculum

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Trefwoorden legal ethics, informal respect, educational integration, importance of setting examples
Auteurs Hendrik Kaptein
SamenvattingAuteursinformatie

    Legal ethics may be taught indirectly, given resistance to ethics as a separate and presumably merely subjective subject. This may be done by stressing the importance of facts (as the vast majority of legal issues relate to contested facts), of professional role consciousness and of the importance of formal and informal respect for all concerned. This indirect approach is best integrated into the whole of the legal curriculum, in moot practices and legal clinics offering perceptions of the administration of legal justice from receiving ends as well. Basic knowledge of forensic sciences, argumentation and rhetoric may do good here as well. Teachers of law are to set an example in their professional (and general) conduct.


Hendrik Kaptein
Hendrik Kaptein is associate professor of jurisprudence em., Leiden University.
Wetgeving

Wetgeving Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. M. Pereira-Koolman
Auteursinformatie

Mr. M. Pereira-Koolman
Mr. M. Pereira-Koolman ML is werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden recht op bankrekening, financieel toezicht, risk appetite, bancaire zorgplicht
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Hebben bankrelaties, particulier en/of zakelijk, recht op een bankrekening? Aan de orde komt de positie van de commerciële bank als vennootschap waarvan het handelen sterk wordt gereguleerd door toezichtwetgeving, internationale normen, de eigen risk appetite in samenhang met de door jurisprudentie nader ingekleurde bancaire zorgplicht.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Voor zijn pensionering werkte hij bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Hij is tevens lid van de Raad van Advies Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C. Gibbes LLM
C. Gibbes LLM is werkzaam als wetgevingsjurist bij de afdeling Juridische Zaken & Wetgeving van het Ministerie van Algemene Zaken van Sint Maarten.

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij Murray Attorneys at Law te Curaçao en lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open Harmonization of Substantive Insolvency Law in the EU

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden harmonisering, insolventieprocedures, EU, zekerheidsrechten, transnationalisering
Auteurs Prof. mr. J.H. Dalhuisen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft via een Inception Impact Assessment de eerste stap gezet naar mogelijke harmonisering van het materiële insolventierecht van de lidstaten. De auteur bespreekt welke beleidsvraagstukken bij een dergelijk harmonisatieproces zouden spelen, de impact voor het algemene vermogensrecht en uit welke elementen een eventuele regeling zou moeten bestaan.


Prof. mr. J.H. Dalhuisen
Prof. mr. J.H. Dalhuisen is Chair International Finance Catholic University Lisbon Global School, Visiting Professor UC Berkeley, Emeritus Professor King’s College London.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de foren‍si‍sche praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Essay

Slachtofferschap: planten en habitats

Waarom habitats en planten ondanks strikte regels toch niet voldoende worden beschermd

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Antropocene, habitat protection, plants, environmental problems, biodiversity
Auteurs Sander Kole
SamenvattingAuteursinformatie

    The current poor conservation status of Dutch nature is a result of human activities and is therefore characteristic of the era of the Anthropocene in which we now live. As a result of climate change, desiccation and a surplus of nitrogen and other environmental problems, the survival of many habitats and plants in the EU and in the Netherlands is at stake. Recent scientific research shows that many habitats and plants are in an unfavorable conservation status. Biodiversity is under great pressure. In almost all cases, the declining biodiversity can primarily be traced back to human activities and the consequences of these activities for nature. The EU Habitats Directive and the Dutch Nature Conservation Act provide a legal system that obliges the protection of all wild habitats and plants. Although the objective of both regulations suggests otherwise, the protection of nature in the application of provisions from the Dutch Nature Conservation Act is not an intrinsic objective. The extent to which habitats and plants are protected is linked to human – often economic – interests. It is this ambivalence in existing laws and regulations – the human perspective – that makes it possible to ‘disable’ rules that are precisely intended to preserve habitat types and plants relatively easily. As a result, environmental problems caused by humans are not or not completely resolved. Remarkably enough, the design and application of current national and international nature conservation law contributes to the undisturbed continuation of the Anthropocene era in which we live.


Sander Kole
Mr. dr. Sander Kole is universitair docent algemeen bestuursrecht en omgevingsrecht bij de Open Universiteit. Sander.Kole@ou.nl
Artikel

Climate Change Litigation: learning from the Urgenda case

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden climate litigation, Urgenda, green criminology, climate justice, climate victims
Auteurs Yanna Hoek, Daan van Uhm en Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate litigation is an understudied phenomenon in criminology. In this article we will discuss the rise of climate change litigation and growing recognition of global environmental harms from a green criminological perspective. More specifically, we will discuss both the legal reasoning and the impact of the Urgenda case in the Netherlands in the context of environmental, ecological and climate justice. We will conclude with how this case contributes for the recognition of diverse climate victims and strengthening of climate justice in the near future.


Yanna Hoek
Yanna Hoek, MA, werkt als ‘verbindend’ strateeg bij projecten die bijdragen aan vernieuwende ideeën en waardeverandering binnen klimaat & vergroening.

Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over groene criminaliteit. D.P.vanUhm@uu.nl

Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit. D.Zaitch@uu.nl
Artikel

Access_open Het antropoceen

De criminologische uitdaging in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden antropocene, criminology, non-speciesism
Auteurs Janine Janssen en Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Antropocene’ is a wellknown concept among those that are concerned about the Earth’s future. Nevertheless, there is a heated scientific debat about the start of this era in history and the name ‘antropocene’in itself. In this contribution it is stated that that debate is helpful in raising important questions about the desatrous influence of mankind on live on this planet. Criminologists should take a stance and address these questions as well. This contribution includes a manifest that contains points for further action for criminologists.


Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans Hogeschool en de Politieacademie en redacteur van Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit. jhlj.janssen@avans.nl

Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit. m.b.schuilenburg@vu.nl
Artikel

Access_open Thought Experiments in Law

Special Issue on Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, mei 2021
Trefwoorden legal empirical studies, legal methodology, philosophy of law, thought experiments
Auteurs Gabriel Doménech-Pascual
SamenvattingAuteursinformatie

    Thought experiments have been widely used in virtually all sciences and humanities. Law is no exception. We can find countless instances of such experiments in both the legal practice and the legal theory. However, this method has hardly been studied by legal scholars, which contrasts with the vast literature devoted to it in other fields of knowledge. This article analyses the role that some thought experiments – those where an imaginary legal change is made, and its social effects are observed – may play in law. In particular, we show why these empirical legal thought experiments might be useful for the practice and theory of law, the main principles for conducting them and how the law deals with them.


Gabriel Doménech-Pascual
Dr. Gabriel Doménech-Pascual, PhD is full professor of Administrative Law at the University of Valencia, Spain. I thank Bart van Klink, Sofia Ranchordas, Alba Soriano, María José Añón, Pablo de Lora, Diego Papayannis, Arturo Muñoz, Violeta Ruiz, Pedro Herrera, Viviana Ponce de León, Maximiliano Marzetti, and two anonymous referees for their useful and thoughtful comments. All remaining errors are mine.
Werk in uitvoering

Living on the Other Side: A socio-legal analysis of family law and migration in Morocco

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden family law, migration, Morocco, socio-legal studies
Auteurs Nada Heddane MA (Master in North African and Middle Eastern Studies) en Judith van Uden MSc (Master in International Development Studies)
SamenvattingAuteursinformatie

    In our research project ‘Living on the Other Side’, we aim to understand how (ir)regular migrants from the Middle East and West/Central Africa deal with the legal and formal aspect of their lives in Morocco by focusing on major life events, such as marriage, divorce, birth and death. Life does not simply stand still when residing in a foreign country – people continue to marry, divorce, have children and die. However, there is little empirical knowledge on what migrants actually do when faced with such events. Registering major life events secures a migrant’s legal identity and protects their human rights. Having a legal identity, most likely, influences the daily lives of migrants. A migrant, who does not formally exist in the eyes of the state, might not be able to access basic services, like health care and education. From a legal pluralist perspective, we aim to investigate how migration and family law intersect by conducting online and offline ethnographic fieldwork.


Nada Heddane MA (Master in North African and Middle Eastern Studies)
Nada Heddane is promovenda bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving (VVI) van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Nada’s onderzoek verkent de relevantie van het familierecht voor West-/Centraal-Afrikaanse migranten bij belangrijke levensgebeurtenissen. Zij geeft een sociaaljuridische analyse van de strategieën van migranten op basis van online en offline veldwerk in Marokko.

Judith van Uden MSc (Master in International Development Studies)
Nada Heddane is Promovenda bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving (VVI) van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. In haar onderzoek bevraagt Judith wat de rol is van het familierecht in de levens van Midden-Oosterse migranten in Marokko. Deze kwalitatieve studie bekijkt de ervaringen van migranten door een juridisch-antropologische lens.
Article

Access_open Text-mining for Lawyers: How Machine Learning Techniques Can Advance our Understanding of Legal Discourse

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden text mining, machine learning, law, natural language processing
Auteurs Arthur Dyevre
SamenvattingAuteursinformatie

    Many questions facing legal scholars and practitioners can be answered only by analysing and interrogating large collections of legal documents: statutes, treaties, judicial decisions and law review articles. I survey a range of novel techniques in machine learning and natural language processing – including topic modelling, word embeddings and transfer learning – that can be applied to the large-scale investigation of legal texts


Arthur Dyevre
Arthur Dyevre is Professor at the KU Leuven Centre for Empirical Jurisprudence, Leuven, Belgium. arthur.dyevre@kuleuven.be.
Article

Access_open Teaching Technology to (Future) Lawyers

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legal education, law and technology, legal analytics, technology education, technological literacy
Auteurs Mikołaj Barczentewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    The article offers a reflection on how applications of computer technology (including data analytics) are and may be taught to (future) lawyers and what are the benefits and limitations of the different approaches. There is a growing sense among legal professionals and law teachers that the technological changes in the practice of law are likely to promote the kind of knowledge and skills that law graduates often do not possess today. Teaching computer technology can be done in various ways and at various depths, and those different ways and levels have different cost and benefit considerations. The article discusses four models of teaching technology: (1) teaching basic technological literacy, (2) more advanced but general technology teaching, (3) teaching computer programming and quantitative methods and (4) teaching a particular aspect of technology – other than programming (e.g. cybersecurity). I suggest that there are strong reasons for all current and future lawyers to acquire proficiency in effective uses of office and legal research software and standard means of online communication and basic cybersecurity. This can be combined with teaching of numerical and informational literacy. I also claim that advanced technology topics, like computer programming, should be taught only to the extent that this is justified by the direct need for such skills and knowledge in students’ future careers, which I predict to be true for only a minority of current lawyers and law students.


Mikołaj Barczentewicz
Mikołaj Barczentewicz is the Research Director, Surrey Law and Technology Hub, as well as Senior Lecturer (Associate Professor) in Law, University of Surrey School of Law. He is also a Research Associate of the University of Oxford Centre for Technology and Global Affairs.
Toont 1 - 20 van 1311 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.