Zoekresultaat: 58 artikelen

x

Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Milieuzones: leiden alle wegen nog naar Rome?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden milieuzone, luchtkwaliteit, luchtverontreiniging, harmonisering milieuzones, verkeersbesluit
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Mr. K.M. Landman en Mr. W.S. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de opkomst van milieuzones en een aantal daarmee gepaard gaande juridische knelpunten. De op handen zijnde harmonisering van milieuzones, de verhouding tussen decentralisatie en harmonisatie, de (beperkte) democratische legitimering van milieuzones en de (toetsing van de) evenredigheid van verkeersbesluiten passeren hierbij de revue. Afsluitend komen ook de Omgevingswet, en de eventuele gevolgen van deze wet voor het instellen van milieuzones en de gesignaleerde knelpunten aan bod.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. K.M. Landman
Mr. K.M. (Karlijn) Landman is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. W.S. Zorg
Mr. W.S. (Wouter) Zorg is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Strategisch procederen in het milieurecht: bestuursrechter en civiele rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Urgenda
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat nader in op het strategisch procederen in het milieurecht en begint met een korte terreinverkenning. Aan de orde komt welke mogelijkheden al bestonden om vraagstukken aan de rechter voor te leggen en wat nu daadwerkelijk nieuw is. Vervolgens wordt bezien welke beperkte mogelijkheden de bestuursrechter heeft om zich over grote maatschappelijke vragen te uiten, en hoe de burgerlijke rechter met grote maatschappelijke vragen recent is omgegaan. Daarbij komen twee aandachtspunten van civiele procedures aan de orde. Deze leiden tot de conclusie dat het nog maar de vraag is of bereikte successen beklijven.


Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van TO.

    Gevolgen van enige betekenis. Hogere regelgeving verplicht tot toetsing plattelandswoning aan luchtkwaliteitseisen.

    Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) voldoet niet aan de daarvoor in de Europese en Nederlandse regelgeving gestelde eisen. Opdracht om een luchtkwaliteitsplan vast te stellen dat aan de regelgeving voldoet.

    Plattelandswoning. Geur. Bepalen hoogte achtergrondbelasting. Betrekken geuremissies eigen bedrijf.

Artikel

Geluid in het Besluit kwaliteit leefomgeving

Tijdschrift StAB, Aflevering 1 2017
Auteurs Mr. Rachid Benhadi

Mr. Rachid Benhadi

    Afstand tot agrarisch bedrijf. Gezondheid. GGD-advies.


Daniëlle Roelands-Fransen

Elbert de Jong
Elbert de Jong is postdoc aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zijn expertise richt zich in het bijzonder op het aansprakelijkheidsrecht en (rechterlijke) risicoregulering. Hij heeft veel gepubliceerd op het terrein van gezondheids- en milieurisico’s en het aansprakelijkheidsrecht. In zijn proefschrift ‘Voorzorgverplichtingen’ behandelt hij hoe de civiele rechter de vereiste omgang met onzekere risico’s dient vast te stellen, en hoe verschillende wetenschappelijke onzekerheden over risico’s daarbij dienen mee te wegen. Thans onderzoekt hij hoever de rechter mag gaan in het corrigeren van (vermeend) falend overheidsbeleid bij gezondheids- en milieurisico’s.

    Woning van appellant is aangevraagd als deel uitmakend van de inrichting zodat deze woning terecht als onderdeel van de inrichting is aangemerkt. Mitsdien hoefde de luchtkwaliteit bij deze woning niet te worden onderzocht.


Valérie van ’t Lam

    Plattelandswoning. Beleidsregels. Spuitzone.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Spuitzone. Gewasbeschermingsmiddelen. Afstand. Woon- en leefklimaat. Bescherming bedrijfsgebouwen. Onderzoek. Relativiteitsbeginsel.


Daniëlle Roelands-Fransen

Jelle van de Poel
Jelle van de Poel is senior juridisch medewerker bij de Rb. Midden-Nederland en lid van de werkgroep jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht (VMR). Hij bedankt mr. Taco Leemans en mr. Frederik Mantel, beiden lid van de werkgroep jurisprudentie van de VMR, voor hun commentaar.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Relativiteit. Plattelandswoning. Beoordeling luchtkwaliteit.

Praktijk

Het venijn zit in de staart: staartteksten in opsommingsbepalingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, opsommingsbepalingen, staartteksten, Eerste Kamer, Staatsblad, Staatscourant
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee petites histoires uit de wetgevingspraktijk wordt stilgestaan bij het fenomeen ‘staartteksten’. Dat zijn slotzinsnedes die soms voorkomen in opsommingsbepalingen. De staarttekst is dan de slotzinsnede die betrekking heeft op de gehele voorafgaande tekst van een artikellid dat bestaat uit een aanhef met een opsomming. Aangetoond wordt dat het van groot belang is om een staarttekst vooraf te laten gaan door een ‘harde return’ (de Enter-toets op het toetsenbord). Alleen dan is duidelijk dat de staarttekst een los onderdeel is van de bepaling en wordt niet de indruk gewekt dat die tekst deel uitmaakt van het laatste onderdeel van de opsomming. Zo kan veel discussie en verwarring worden voorkomen. Maar nog beter is het om bij de compositie van wetteksten zo veel mogelijk de situatie te vermijden dat er na een onderdeelsgewijze opsomming nog een staarttekst moet volgen. Dan is immers zeker dat er op dat punt niets fout gaat.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Programmatische aanpak in de Omgevingswet: ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit?

Wet eenvoudig beter, amvb diffuser en complexer?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Programmatische aanpak, Programma
Auteurs Mr. M.N. Boeve en Dr. mr. F.A.G. Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de programmatische aanpak in het wetsvoorstel voor een Omgevingswet. In het wetsvoorstel is de werking van het instrument van de programmatische aanpak flink verruimd. De auteurs plaatsen kanttekeningen bij de wijze waarop de programmatische aanpak in de Omgevingswet is geregeld.


Mr. M.N. Boeve
Mr. M.N. (Marlon) Boeve is universitair docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Environmental Law and Sustainability/Centrum voor Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam. Zij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

Dr. mr. F.A.G. Groothuijse
Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is universitair hoofddocent Omgevingsrecht bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    Op 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) in werking getreden. De Wrgt is niet van toepassing op de reactieve en proactieve aanwijzingsbevoegdheid in de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Dit is gebaseerd op de (onjuiste) aanname dat de aanwijzingen geen interbestuurlijk toezicht zouden zijn, zoals door de Wrgt wordt gereguleerd. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de aanwijzingsbevoegdheden wel tot het interbestuurlijk toezicht behoren. Betoogd wordt dat de reactieve aanwijzing geen meerwaarde heeft ten opzichte van de instrumenten die de Wrgt biedt. In de aankomende Omgevingswet kan de reactieve aanwijzing van Rijk en provincie dan ook worden gemist.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Managementondersteuning van de provincie Utrecht.
Toont 1 - 20 van 58 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.