Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Annotatie

Het Gerecht in Slovak Telekom: een triomf van vorm over inhoud?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2019
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, toegangsverplichting, essential facility, uitsluiting
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie reflecteert op overwegingen van het Gerecht in het Slovak Telekom-arrest die betrekking hebben op de vraag wat de voorwaarden zijn voor het vaststellen van een constructieve leveringsweigering in de context van een gereguleerde markt. Het Gerecht kiest een opvallend (nieuwe) formele benadering. Enige reflectie op de stand van de jurisprudentie is daarmee wenselijk.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel. Met dank aan de redactie voor inzichtelijke opmerkingen op een eerdere versie.
Kroniek

Kroniek concentratiecontrole 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Bart de Rijke en Vivian van Weperen
Auteursinformatie

Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is partner en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en Brussel.

Vivian van Weperen
Mr. V.Y.H. van Weperen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Annotatie

Bestaat er zoiets als een onbillijke prijs? Zaak C-177/16 (AKKA/LAA)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden excessieve prijzen, benchmark, kosten, rendement, United Brands
Auteurs Eric van Damme en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak wordt de norm voor excessieve prijzen aangevuld ten opzichte van de eerdere uitspraak in United Brands (1978). Prijsvergelijkingen staan hier centraal en kosten kunnen pas in een tweede stap aan de orde komen bij wijze van verweer na een eerste vaststelling van excessiviteit. De conclusie van A-G Wahl gaat nog verder en vereist het gebruik van een benchmarkprijs. Deze aanpak komt aan de orde in Pfizer/Flynn tegen CMA, een Engelse zaak die hier eveneens kort wordt aangestipt.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de ACM en schrijft hier op persoonlijke titel.
Redactioneel

Zomerse beschouwingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Auteurs Erik Pijnacker Hordijk
Auteursinformatie

Erik Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat/partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.
Artikel

Jurisprudentie inzake misbruik economische machtspositie: de stand van zaken na Intel en Post Danmark II

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Intel, Post Danmark II, kortingsregeling, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Erik Pijnacker Hordijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim een jaar geleden wees het Gerecht zijn arrest in de Intel-zaak. In dit arrest haakte het Gerecht aan bij de aloude jurisprudentie van het Hof van Justitie over de beoordeling van conditionele kortingsregelingen onder artikel 102 VWEU. Weliswaar bleef de beschikking van de Commissie in stand, maar de beleidsvernieuwingen die de Commissie heeft geïntroduceerd met de Richtsnoeren van de Commissie uit 2009 voor handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 102 VWEU op vormen van uitsluitingsmisbruik werden door het Gerecht deels impliciet, deels zelfs expliciet terzijde geschoven. Onlangs heeft het Hof van Justitie zich in het Post Danmark II-arrest kunnen uitspreken over de toepassing van artikel 102 VWEU op een conditionele kortingsregeling. Doel van deze bijdrage is een uitvoeriger overzicht te geven van de huidige stand van zaken.


Erik Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.

    Het Deense postmonopolie is aanleiding voor niet minder dan twee fundamentele arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van het misbruikverbod. Na een veelbelovend schot voor de economiseringsboeg in Post Danmark I zet het Hof van Justitie met de prejudiciële beslissing van 6 oktober 2015 in de zaak Post Danmark II voorzichtige, maar niet onbelangrijke stappen op het zo controversiële terrein van de beoordeling van kortingen verleend door dominante ondernemingen.
    HvJ 6 oktober 2015, zaak C-23/14, Post Danmark A/S – Konkurrencerådet, ECLI:EU:C:2015:651


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam
Artikel

Drieënvijftig tinten grijs

Afnemende verantwoording van en controle op hybride politiewerk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, hybrid police complex, private policing, governance of security, democratic control
Auteurs A.J.J. Meershoek en A.B. Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Fifty three shades of grey refers to the radical transformation of policing and security in society from a traditional public – and foremost ‘blue’ – police system into a hybrid(semi)public and private policing system which is losing its dominant – and visible – blue character. Using the criminological concepts ‘police as an institute’ and ‘policing as a process’ the ongoing blurring of boundaries between different public and private organisations is discussed in the context of the proliferation of different forms of multi-agency cooperation. Whereas in the traditional discourse of the public police system a strong tradition of analysing the democratic nature of policing exists, in the public and scientific perception of the new, variegated police constellation such notions are still lacking, which contributes to the relative lack of political control, the defective democratic accountability and fragile human rights in the grey areas. The public discourse on the police remains too narrowly focused on the public police system. ‘Normal science’ of policing needs to break away from ‘police as an institute’ to incorporate new research questions and new concepts regarding ‘policing as a process’.


A.J.J. Meershoek
Dr. Guus Meershoek is als lector Politiegeschiedenis verbonden aan de Politieacademie te Apeldoorn. Hij is tevens universitair docent Maatschappelijke Veiligheidszorg aan de Universiteit Twente.

A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Politie en Veiligheidstudies aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Jurisprudentie

Lautsi versus Italië: moeilijk evenwicht tussen neutraliteit en godsdienstvrijheid

EHRM 18 maart 2011, nr. 30814/06 (Lautsi/Italië)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Lautsi, EHRM, grondrechten, godsdienstvrijheid, appreciatiemarge
Auteurs Mr. F. Atto
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Lautsi/Italië heeft de Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de veel bekritiseerde eerdere uitspraak van de enkele Kamer vernietigd en geoordeeld dat de Italiaanse traditie van kruisbeelden op openbare scholen valt binnen de appreciatiemarge die Italië als lidstaat toekomt. De auteur zet het arrest uiteen en onderzoekt de vraag welke arbeidsrechtelijke betekenis het arrest voor Nederland zou kunnen hebben. De ruime appreciatiemarge die het Hof in Lautsi/Italië aan de lidstaten toekent, wordt geacht brede implicaties te hebben die ook voor Nederlandse publieke en private werkgevers van belang kunnen zijn.


Mr. F. Atto
Mr. F. Atto is jurist en schreef onderhavige annotatie in het kader van haar scriptie voor de master arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het arrest TeliaSonera: geen economische invulling van het begrip prijssqueeze

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden prijssqueeze, afwezigheid leveringsverplichting, even efficiënte concurrent, verticale integratie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een met name voor verticaal geïntegreerde ondernemingen belangwekkend arrest heeft het Hof van Justitie de voorwaarden waaronder een prijssqueeze (in goed Nederlands: de prijsklem) kan optreden gepreciseerd.1x HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera. Het arrest bouwt verder op het arrest van het Hof van Justitie inzake Deutsche Telekom,2x HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom. maar bevat op een tweetal punten belangrijke nieuwe inzichten. In de eerste plaats nuanceert het Hof van Justitie het uitgangspunt dat bij het bepalen van de tarieven en kosten moet worden uitgegaan van de tarieven en kosten van de dominante aanbieder. Volgens het Hof van Justitie kan onder omstandigheden van dit beginsel worden afgeweken. Deze door het Hof van Justitie geïntroduceerde uitzondering is evenwel opmerkelijk ruimhartig geformuleerd. In de tweede plaats bepaalt het Hof van Justitie dat een dominante onderneming zich schuldig kan maken aan een prijssqueeze, ook indien op deze onderneming geen leveringsplicht rust. Dat laatste lijkt op gespannen voet te staan met een economische toepassing van artikel 102 VWEU.
    HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera

Noten

  • 1 HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera.

  • 2 HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat te Amsterdam (Stibbe).
Artikel

De ICN: het International Competition Network

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ICN, International Competition Network, internationale samenwerking mededinginsautoriteiten, technical assistance, soft law
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het International Competition Network (ICN) is een informeel netwerk van thans 114 mededingingsautoriteiten. De ICN richt zich op zaken die verband houden met de tenuitvoerlegging van het mededingingsrecht en - beleid en stelt zich ten doel praktijkervaringen en best practices onder ICN-leden te verspreiden, de advocacy-rol van mededingingsautoriteiten te ondersteunen en internationale samenwerking tussen mededingingsautoriteiten te bevorderen. Daarnaast faciliteert de ICN technical assistance door ervaren mededingingsautoriteiten aan minder ervaren autoriteiten. Deze bijdrage gaat in op de belangrijkste kenmerken van de ICN, de organisatie van de ICN, de ontstaansgeschiedenis, de activiteiten, de vraag of de ICN succesvol is en de toekomst van de ICN.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is onder andere als Ass. Professor verbonden aan het Tilburg Law and Economy Center (TILEC). Sinds 2004 is hij als NGA bij de ICN betrokken.

Prof. mr M.G. Rood
Artikel

Aanmerkelijke marktmacht en (economische) machtspositie in de communicatiesector: eeneiige tweeling of mismatch?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden machtspositie, aanmerkelijke marktmacht, Kaderrichtlijn
Auteurs Mr. drs. P. Kuipers en mr. J. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vergelijking tussen de toepassing van het begrip machtspositie in het mededingingsrecht en het begrip aanmerkelijke marktmacht in het sectorspecifieke mededingingsrecht in de elektronische communicatiesector zou geen hogere wiskunde moeten zijn. Zeker niet sinds de introductie van het nieuwe Europese reguleringskader voor de elektronische communicatiesector in 2002, waarin deze begrippen – althans de definities daarvan – identiek zijn. Desondanks moeten we, ruim zeven jaar verder, constateren dat er een groot verschil bestaat tussen theorie en praktijk. Om die reden is het interessant om nader te onderzoeken waarom theorie en praktijk zo uiteen lopen, welke gevolgen dit heeft voor de toepassing van deze begrippen in het sectorspecifieke recht enerzijds en het reguliere mededingingsrecht anderzijds en of het reguliere mededingingsrecht een noodzakelijk vangnet is voor het sectorspecifieke mededingingsrecht.


Mr. drs. P. Kuipers
Mr. drs. P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP in Den Haag.

mr. J. Kohlen
Mr. J. Kohlen is advocaatbij Bird & Bird LLP in Den Haag.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Marge-uitholling onder de Sherman Act

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden marge-uitholling, Sherman Act, regulering, misbruik
Auteurs mr. A.A.J. Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hooggerechtshof heeft in deze zaak uitgemaakt dat marge-uitholling geen zelfstandige overtreding vormt van Section 2 van de Sherman Act. Marge-uitholling is alleen onrechtmatig als kan worden aangetoond dat er sprake is van een op de Sherman Act gebaseerde leveringsplicht op groothandelsniveau, dan wel van roofprijzen op eindgebruikersniveau. Indien dat, zoals in linkLine, niet het geval is, is er ook geen plicht om tegen een bepaalde – niet-marge-uithollende – prijs te verkopen. De uitspraak bevestigt de Amerikaanse lijn met betrekking tot misbruik van economische machtsposities en de betekenis in dit verband van sectorregulering. Deze contrasteert met die van met name de Europese Commissie en het Hof van Justitie.


mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is senior medewerker bij de Juridische Dienst van de NMa.
Artikel

Marge-uitholling onder het mededingingsrecht: een succesvolle claim?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2008
Trefwoorden mededingingsrecht, mededinging, claim, klanttarief, sherman act, beschikking, OPTA, retailmarkt, publicatieblad van de europese unie, verdrag
Auteurs R. Stil en E. Doing-Bierens

R. Stil

E. Doing-Bierens
Redactioneel

Combinatievorming en mededingingsrecht: de spruitjes zijn gaar

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2008
Trefwoorden beleidsregel, mededingig, Nederlandse mededingingsautoriteit, groepsvrijstelling, aanbesteding, verbod, mededingingsrecht, bewijslast, commissaris, generieke onverbindendverklaring
Auteurs E.H. Pijnacker Hordijk

E.H. Pijnacker Hordijk
Artikel

Voordeel versus compensatie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 7 2005
Trefwoorden beschikking, verdrag, compensatie, beheerder, hof van justitie EG, financiering, voorwaarde, dienst van algemeen economisch belang, mededeling, staatssteun
Auteurs E.W.F. Schotanus

E.W.F. Schotanus
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.