Zoekresultaat: 21 artikelen

x

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balie te Gent en te Brussel (Everest Advocaten), erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken bij de Federale Bemiddelingscommissie in België, en redacteur van dit tijdschrift. Hij volgt sedert verschillende jaren als waarnemer de vergaderingen van de werkgroep arbitrage en conciliatie van UNCITRAL en was lid van de werkgroep arbitrage en ADR van de NOAB die het Reglement Bindende derdenbeslissing uitwerkte.
Artikel

Access_open Derdeninterventie bij collectieve arbeidsconflicten na de Wnra

Het ‘vergeten’ derde lid van artikel 6 ESH

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Normalisering, Derdeninterventie, Bemiddeling, Arbitrage, Cao-conflicten
Auteurs Mr. N. Hummel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 hebben de meeste overheidssectoren de overstap gemaakt naar het cao-stelsel. De Ambtenarenwet 2017 bevat geen wettelijke grondslag meer voor een regeling ter beslechting van collectieve arbeidsconflicten. In de ambtelijke cao’s keert de (Lokale) Advies- en Arbitragecommissie (AAC) terug in de vorm van een derdeninterventieclausule. In deze bijdrage wordt ingegaan op de rol van de AAC voor en na 1 januari 2020, mede in het licht van de wijze waarop derdeninterventie bij cao-conflicten gestalte heeft gekregen in de marktsector. Ook wordt de vraag gesteld of de wijze waarop een voorziening ter beslechting van collectieve arbeidsgeschillen is verwezenlijkt, invloed heeft op het collectief actierecht. Daarbij spreekt de auteur een sterke voorkeur uit voor (her)invoering van een wettelijke grondslag voor een geschillenregeling voor sectoren die essentiële diensten leveren, zowel in de publieke als in de private sector.


Mr. N. Hummel
Mr. N. (Nataschja) Hummel is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en doet promotieonderzoek naar de bijzondere rechtspositie van de militair.
Signalement

Herstelgericht werken: beleid en praktijk in verandering

Verslag van het symposium van het European Forum for Restorative Justice, Bilbao, 5 & 6 juni 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Auteurs Koen Goei
Auteursinformatie

Koen Goei
Koen Goei is jurist en werkzaam als programme manager for probation bij het Netherlands Helsinki Committee. Hiervoor heeft hij jarenlang gewerkt als beleidsmedewerker bij de Confederation of European Probation (CEP).
Artikel

Grondrechten, gamechangers

Over recente ontwikkelingen op het gebied van de doorwerking van de Europese grondrechten in het vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EVRM, EU-handvest, onrechtmatige daad, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de doorwerking van Europese grondrechten in het verbintenissenrecht, en bespreekt hierbij zowel het EVRM als EU-handvest. Zij concludeert dat Europese grondrechten gamechangers kunnen zijn, onder meer omdat zij aanleiding kunnen geven tot een vorm van genoegdoening, óók of juist als de nationale rechter oordeelt dat op grond van het nationale recht geen recht op schadevergoeding bestaat


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. J.M. Emaus is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en is als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM).
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Rick van Leusden e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Sabine Pijl

Ben Polman

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen

    De geschillenclausule wordt door transactieadvocaten regelmatig behandeld als een boilerplate-bepaling, waar de litigators zich over mogen ontfermen op het moment dat er een geschil ontstaat. De keuze voor arbitrage of overheidsrechtspraak kan echter van enorm belang zijn voor contractspartijen als er een conflict ontstaat.
    Deze bijdrage beoogt de juristen en advocaten die in de praktijk betrokken zijn bij het opstellen van overnamecontracten of handelsovereenkomsten een handvat te bieden bij het opstellen van de geschillenclausule en inzicht te geven in de overwegingen die ten grondslag (zouden moeten) liggen aan het opstellen van een arbitrageclausule.


Mr. L.J.E. Timmer
Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en vertegenwoordigt niet noodzakelijk de mening van Allen & Overy LLP.
Artikel

Het TTIP-verdrag: een Odyssee door onbekende wateren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden TTIP, externe betrekkingen, handelsverdrag, investeringen, ISDS
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt het juridische kader van het TTIP-verdrag te schetsen. Het artikel gaat eerst in op de rechtsbasis, de bevoegdheid, het onderhandelingsmandaat en de totstandkoming van TTIP. Vervolgens wordt op het ISDS-geschillenbeslechtingmechanisme van TTIP en de meeste recente voorstellen met betrekking tot de oprichting van een permanent investeringshof ingegaan. De stelling van de auteur is dat het TTIP-verdrag als gemengd akkoord afgesloten dient te worden en dat het voorgestelde permanente investeringshof – indien dat daadwerkelijk opgericht wordt – een significante breuk met het bestaande ISDS-systeem zou zijn.
    Voorstel Europese Commissie d.d. 12 november 2015 voor Investment Court systeem onder TTIP


Dr. jur. N. Lavranos, LLM
Dr. jur. N. (Nikos) Lavranos, LLM is hoofd juridische zaken van Global Investment Protection, AG, Zwitserland en secretaris-generaal van de European Federation for Investment Law and Arbitration (EFILA), Brussel. Tot zomer 2014 senior adviseur en hoofdonderhandelaar investeringsbeschermingsovereenkomsten, ministerie van Buitenlandse Zaken en daarvoor ministerie van Economische Zaken.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Beperkingen aan en dilemma’s van de slachtoffergerichte aanpak van mensenhandel; een blik op arbeidsuitbuiting.

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Slachtoffers, Mensenhandel, Arbeidsuitbuiting, Immigratiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. Tineke Cleiren, Prof. dr. Joanne van der Leun en Dr. Masja Van Meeteren
SamenvattingAuteursinformatie

    In their article on the victim orientation in the combat against human trafficking – in particular labour exploitation – Cleiren, Van der Leun and Van Meeteren highlight the limitations of the protection of victims in practice. Based on a brief legal analysis and a secondary reading of the empirical literature, they conclude that the rights of victims remain subordinate to the main aims of the relevant legal domains: criminal law and immigration law. In addition, the practices-based analysis shows a mismatch between a victim-oriented approach and preferences and perceptions of many migrants involved as well as existing tensions between different legal domains.


Prof. mr. dr. Tineke Cleiren
Prof. mr. dr. Tineke Cleiren is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Masja Van Meeteren
Dr. Masja van Meeteren is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

    In this interview with prominent representatives of the British Acas and the Belgian Social Mediators Service important developments in the ADR labour practice are discussed. In particular, the impact of the financial crisis and the ever advancing globalization process on the labour negotiating climate is the centre of attention.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en mediator.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en verricht aldaar vergelijkend onderzoek naar mediation en conflictmanagement in Europa. Tevens is hij redacteur van TMD.

    Het NILG heeft in opdracht van het WODC onderzocht of het wenselijk is om een aanvullende wettelijke regeling te treffen voor het stelsel ‘koude uitsluiting’. In deze literatuurbespreking vindt u een bespreking van dit rapport, evenals de reactie (dd. 26 september 2011) van de staatssecretaris op dit rapport.
    ---
    The NILG (Netherlands Institute for Law and Governance) was commissioned by the WODC (the Dutch abbreviation for Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, in English: Research and Documentation Centre) to investigate the necessity to provide an additional legal regulation of the total separation of property (contractual regime allowing spouses or registered partners to exclude any community of assets). In this review the author discusses the above-mentioned report and the response of the State Secretary (dated September 26th, 2011).


Mr. Evelien Verhagen
Evelien Verhagen studied Dutch law and notarial law at the Radboud University Nijmegen. In 2008, she graduated in Dutch law with cum laude with the thesis topic 'Current developments in the conception of the cooling off period and the requirement that an agreement must be in writing according to article 7:2 of the Dutch Civil Code'. She is now a PhD student at the Molengraaff Institute for Private Law, where she is writing her dissertation on the topic: 'Reasonableness and fairness in the law of persons and Family Law; magic potion of flexibility or poisonous uncertainty?' .
Artikel

Deelname studententeam 7de ICC International Commercial Mediation Competition te Parijs

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2012
Trefwoorden 7the ICC Mediation Competition, Dutch student team, style of negotiation
Auteurs Marit de Vrijer
Samenvatting

    In February 2012 the Dutch student team took part in the 7th ICC International Commercial Mediation Competition. In their report they describe some of their experiences inter alia with the different negotiation styles practiced by the (other) student teams, particularly how a chosen style of negotiation may have a positive or negative impact on the mediation process. This was an important insight for a possibly new generation of mediators.


Marit de Vrijer
Artikel

Slachtofferbewegingen en herstelrecht

Over het belang van de realiteit achter de stereotypes

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victimology, victim movements, social movements, restorative justice
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of victims of crime has shown marked improvement over the past 30 years. The rise of the victim has been associated with the growth of a unified ‘victim movement’; a social movement that strives to improve the position of victims of crime. However, it is questionable whether the victim movement should be viewed as a unitary phenomenon. Instead of one movement, there appear to be a number of victim movements. There are differences between the victim advocates in the United States, Victim Support in Europe, the violence against women movement and proponents of restorative justice.. In this article, reasons for these differences are sought in victim-endogenous factors: differences in victims’ characteristics and the idealtypes employed by the different movements are an important explanation for the divergent development in organisations representing victims interests, which in turn influences their policy preferences. It is argued that advocates of restorative justice would benefit from understanding both the reality and the distortion involved in the idealtypes, including their own. This would allow proponents of restorative justice to adapt their practices in a manner that is both suitable and convincing to the representative and target group of the different victim movements.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.

Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD.

    This article focuses on the growing need internationally for accountability of the administration of justice. The CEPEJ report European judicial systems compares the judiciary in the member states of the Council of Europe showing how this justification takes place. Accounting for the administration of justice still involves a lot of attention for the input and the procedures, while accountability for the results is most important. New methods for measuring the experiences of users of the administration of justice are developing. This fits a trend in which hierarchic and internal accountability, for instance through appeal procedures, are becoming less important in favour of horizontal accountability towards stakeholders, colleagues and users of state services.


M. Barendrecht
Prof. mr. dr. Maurits Barendrecht is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Titel

Signalementen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 02 2007
Trefwoorden Politie, Terbeschikkingstelling, Student, Kind, Delinquent, Kindermishandeling, Medewerker, Rechtscollege, Slachtoffer, Verbod
Auteurs Redactie

Redactie
Praktijk

Internationaal: Het 39e congres van de AFCC in Hawaii

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2002
Trefwoorden Van 5 tot en met 8 juni 2002 werd op Hawaii het 39e congres gehouden van de Association of Family and Conciliation Courts (AFCC): 'Looking over the Rim: New Horizons for Families, Courts, and Communities'. Los van het feit dat Hawaii een unieke plek is
Auteurs Homminga, Sj.

Homminga, Sj.

Roman Zykov
Roman Zykov, LL.M, PhD, is a Senior Associate with the International Arbitration Practice of Hannes Snellman Attorneys (Moscow/Helsinki). Roman can be contacted at roman.zykov@hannessnellman.com.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Annie de Roo
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.