Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2906 artikelen

x
Artikel

Access_open Legal and Political Concepts as Contextures

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden Concepts, Contextualism, Essentially Contested Concepts, Legal Theory, Freedom
Auteurs Dora Kostakopoulou
Samenvatting

    Socio-political concepts are not singularities. They are, instead, complex and evolving contextures. An awareness of the latter and of what we need to do when we handle concepts opens up space for the resolution of political disagreements and multiplies opportunities for constructive dialogue and understanding. In this article, I argue that the concepts-as-contextures perspective can unravel conceptual connectivity and interweaving, and I substantiate this by examining the ‘contexture’ of liberty. I show that the different, and seemingly contested, definitions of liberty are the product of mixed articulations and the development of associative discursive links within a contexture.


Dora Kostakopoulou
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden schadevergoeding, klachtenprocedure, klachtencommissie, psychiatrische patiënt
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg gaat gepaard met de mogelijkheid om in de klachtenprocedure een verzoek te doen tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Dit artikel beoogt te verduidelijken wat onder een billijke schadevergoeding kan worden verstaan en hoe een verzoek om schadevergoeding zou moeten worden onderbouwd. Ook wordt toegelicht welke rol een forfaitair stelsel daarin zou kunnen spelen.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Article

Access_open The Potential of Public Policy on Open Access Repositories

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public policy, dissemination, governance, open access, repositories
Auteurs Nikos Koutras
SamenvattingAuteursinformatie

    To address the potential of public policy on the governance of OARs it is necessary to define what is meant by public policy and the importance of public policy in designing an efficient governance framework. Critical components are the subject matter of public policy and its objectives. Hence, it is useful to consider declarations, policies and statements in relation to open access practice and examine the efficiency of these arrangements towards the improvement of stakeholders’ engagement in governance of OARs. Secondly, policies relating to dissemination of scientific information via OARs should be examined. In this regard, it is relevant to consider the public policy basis for Intellectual Property (IP) laws that concerning the utility of OARs. Therefore, economic theories relevant with the role of IP laws should be examined. Such examination depicts to what extend these laws facilitate the utility of OARs. In order to specify justifications for the desirability of OARs the objectives of social theories should be also considered. Thus, there is consternation that without legal protection against copying the incentive to create intellectual property will be undermined. As scholarly communication infrastructure evolves, it is necessary to recognize the efforts of the relationship between Intellectual Property Rights (IPRs) and communication technologies in the context of public policy and after engagement with it. After employing such multilevel approach, the paper argues about a socio-economic framework to enhance the governance of OARs through public policy.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.
Article

Access_open Changes in the Medical Device’s Regulatory Framework and Its Impact on the Medical Device’s Industry: From the Medical Device Directives to the Medical Device Regulations

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Medical Device Directive, Medical Device Regulation, regulatory, European Union, reform, innovation, SPCs, policy
Auteurs Magali Contardi
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to pharmaceutical products, medical devices play an increasingly important role in healthcare worldwide by contributing substantially to the prevention, diagnosis and treatment of diseases. From the patent law perspective both, pharmaceutical products and a medical apparatus, product or device can be patented if they meet the patentability requirements, which are novelty, inventiveness and entail industrial applicability. However, regulatory issues also impact on the whole cycle of the innovation. At a European level, enhancing competitiveness while ensuring public health and safety is one of the key objectives of the European Commission. This article undertakes literature review of the current and incoming regulatory framework governing medical devices with the aim of highlighting how these major changes would affect the industry at issue. The analysis is made in the framework of an on-going research work aimed to determine whether SPCs are needed for promoting innovation in the medical devices industry. A thorough analysis the aforementioned factors affecting medical device’s industry will allow the policymakers to understand the root cause of any optimal patent term and find appropriate solutions.


Magali Contardi
PhD candidate; Avvocato (Italian Attorney at Law).
Article

Access_open Access and Reuse of Machine-Generated Data for Scientific Research

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden machine-generated data, Internet of Things, scientific research, personal data, GDPR
Auteurs Alexandra Giannopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    Data driven innovation holds the potential in transforming current business and knowledge discovery models. For this reason, data sharing has become one of the central points of interest for the European Commission towards the creation of a Digital Single Market. The value of automatically generated data, which are collected by Internet-connected objects (IoT), is increasing: from smart houses to wearables, machine-generated data hold significant potential for growth, learning, and problem solving. Facilitating researchers in order to provide access to these types of data implies not only the articulation of existing legal obstacles and of proposed legal solutions but also the understanding of the incentives that motivate the sharing of the data in question. What are the legal tools that researchers can use to gain access and reuse rights in the context of their research?


Alexandra Giannopoulou
Institute for Information Law (IViR) – University of Amsterdam.
Article

Access_open Modern Intellectual Property Governance and Openness in Europe: A Long and Winding Road?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Intellectual Property, governance, data sharing
Auteurs Nikos Koutras
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade a trend towards more ‘openness’ in terms of collaborations and access to knowledge has been observed in many different sectors and contexts. Along the spectrum of openness one can find many different varieties, such as open innovation, co-creation, open science (combined with open access and open data) and open source. Even traditionally rather ‘closed’ actors, such as publishing houses and the pharmaceutical industry, are gradually catching up and are trying to develop mechanisms to cope with this trend towards openness. Both public and private actors encounter challenges in combining this trend towards openness with the management of intellectual property rights (IPRs). Although a strong willingness may exist to collaborate, open up and share knowledge and data, IPRs often create boundaries and limitations towards cutting-edge collaborations and initiatives for openness and sharing. Over time, companies, universities, public research organisations, etc. have developed certain models to allow for openness while safeguarding ways to protect their IPRs. Yet the legal framework is often lagging behind and does not appear to reflect the socio-economic trend towards openness; in many jurisdictions, changes to IP legislation have rather focused on strengthening of the rights of IP owners. But this is not necessarily a problem as stakeholders tend to find workarounds in their day-to-day practice. This special issue aims to further the discussion about modern governance of IPRs in Europe and to explore different perspectives on how openness could be operationalised within the context of IP protection.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.

    This article relies on the premise that to understand the significance of Open Access Repositories (OARs) it is necessary to know the context of the debate. Therefore, it is necessary to trace the historical development of the concept of copyright as a property right. The continued relevance of the rationales for copyright interests, both philosophical and pragmatic, will be assessed against the contemporary times of digital publishing. It follows then discussion about the rise of Open Access (OA) practice and its impact on conventional publishing methods. The present article argues about the proper equilibrium between self-interest and social good. In other words, there is a need to find a tool in order to balance individuals’ interests and common will. Therefore, there is examination of the concept of property that interrelates justice (Plato), private ownership (Aristotle), labour (Locke), growth of personality (Hegel) and a bundle of rights that constitute legal relations (Hohfeld). This examination sets the context for the argument.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.
Artikel

Access_open Ketensamenwerking bij ex-partnerstalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Stalking, Ketensamenwerking, Veiligheidssamenwerking
Auteurs Herman van Alphen, Bert Bambach, Prof. dr. Janine Janssen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Cooperation by professionals dealing with cases of stalking by former partners is complex. First and foremost professionals should focus on a shared ambition in order to stop stalking. But in order to achieve that goal partners in safety and security should be in the clear regarding practical matters: how do they consult each other? What appointments are made? How is invested in the development of a mutual relationship and the understanding of each other’s tasks?


Herman van Alphen
Docent aan de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.

Bert Bambach
Docent aan de Academie van Recht en Bestuur van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool

Prof. dr. Janine Janssen
voorzitter van de redactie van PROCES en lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans Hogeschool, hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Dr. Jaap van Vliet
Redacteur van PROCES en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Het opzettelijk groeimodel van het jeugdstrafrecht

Hoe jeugdigen de klos zijn van bewust onbekwame politici

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Jeugdzorg, Jeugdbeleid, Jeugdstrafrecht, Onbekwame politici
Auteurs Prof. dr. René Clarijs
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch youth policy limits itself to children who have or cause problems. Our Youth Law is even only related to youth care.
    The consequences are disastrous: the results are extremely poor, especially in comparison with other countries. Scandinavian and Eastern European countries have a comprehensive infrastructure to offer children a useful, relaxed and pleasant leisure time. The motto of these leisure time organisations is inclusion. They choose for dilution (some criminal or civil law children are placed together with normal children), while we organise compaction of the problems (we put them all together in one institution).
    The Netherlands prefers an unbalanced youth policy, where anything has been professionalized, whereby we look at children through worrying glasses. We do not see chances for development, but worrisome developments.
    Politicians do not want to be informed about a better solution. They are consciously incompetent. Criminal law should look at that situation.


Prof. dr. René Clarijs
Prof. dr. René Clarijs is hoogleraar aan de Universiteit Sint-Petersburg in Rusland, hoofdredacteur van Jeugdbeleid, auteur, en zelfstandig gevestigd beleidsadviseur.
Artikel

Informatiegestuurd politiewerk: met reflecties voor de strafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Informatiegestuurd politiewerk, Kennismanagement, Organisatiefactoren, Strafrechtsketen
Auteurs Flore van Rosmalen MSc, Dr. ir. Annette de Boer, Dr. ir. Mariëlle den Hengst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Intelligence-led policing (ILP) has been adopted by police organisations worldwide, yet organisational implementation appears to be difficult. Results of this study uncover organisational factors that affect ILP and give insight on how these facilitate or hinder ILP. The organisational factors can be categorised into technological, structural, cultural and people related factors. This research was conducted by means of a literature review and two case studies on the investigation of organised drug-related crime and on football and safety in two different units of the Dutch police. The results of this study can be considered as relevant input regarding future implementation of intelligence-led operations in the whole criminal justice chain.


Flore van Rosmalen MSc
Flore van Rosmalen MSc is consultant veiligheid en crisismanagement bij Berenschot.

Dr. ir. Annette de Boer
Dr. ir. Annette de Boer is directeur van GGD Haaglanden.

Dr. ir. Mariëlle den Hengst
Dr. ir. Mariëlle den Hengst is projectleider bij RTI-lab politie.

Ir. Pascal Gemke
Ir. Pascal Gemke is strategieconsultant bij YGroup Companies.
Artikel

Helder communiceren over recidiverisico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden risk communication, risk assessment, Recidivism
Auteurs Vivienne de Vogel, Jacqueline Bosker en Ellen van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Structured assessment of the risk of repeated offending has become common practice in the judicial system. However, much less attention has been paid to the way of communicating about the results of these risk assessments to the court or forensic settings. Research shows that the way of communicating about risks of relapse may affect decision-making by judges. In this article, these research results will be summarized and the different approaches to risk communication are discussed. Finally, recommendations are provided for clear communication about risk assessment results.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is werkzaam bij Hogeschool Utrecht en de Forensische Zorgspecialisten.

Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is werkzaam bij Hogeschool Utrecht.

Ellen van den Broek
Ellen van den Broek is werkzaam bij de Forensische Zorgspecialisten.
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Artikel

Triangulaire arbeidsrelaties in de platformeconomie: een voorstel tot een vermoeden van uitzendbureau

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Platformen, Platformwerk, Arbeidsbemiddeling, Uitzendarbeid, Terbeschikkingstelling
Auteurs Prof. dr. V. De Stefano en Mr. M. Wouters
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de platformeconomie, met als prominente voorbeelden Uber en Deliveroo, deed de discussies omtrent de aard van de arbeidsrelatie heropleven. Zijn deze platformwerkers in werkelijkheid werknemers, en is het arbeidsrecht aan hervorming toe indien ze het wel of niet zijn? Deze bijdrage heeft eveneens tot doel om de werkingssfeer van het arbeidsrecht ter discussie te stellen door de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid toe te passen op platformen. Dienaangaande bepleit deze bijdrage om ten eerste de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling aan te wenden om ook de bemiddeling van dienstverleningsovereenkomsten tussen werkzoekenden en opdrachtgevers te omkaderen. Ten tweede wijst de bijdrage op de mogelijke totstandkoming van ‘verdoken’ uitzendarbeid door middel van digitale platformen. Om dit te voorkomen stellen de auteurs een ‘vermoeden van uitzendbureau’ voor.


Prof. dr. V. De Stefano
Prof. dr. V. De Stefano is BOF-ZAP onderzoekprofessor aan de KU Leuven.

Mr. M. Wouters
Mr. M. Wouters is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven.
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Toont 1 - 20 van 2906 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.