Zoekresultaat: 180 artikelen

x
Artikel

Access_open Wat betekenen advocaten voor het gezondheidsrecht?

Confraternele bijdragen voor Willemien Kastelein en Jaap Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. A.C. De Die, Mr. dr. L.A.P. Arends, Mr. W.K. Bischot e.a.
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A.C. De Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends is advocaat bij Dirkzwager te Nijmegen.

Mr. W.K. Bischot
Willemien Bischot is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat bij KBS te Utrecht.

Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Matthijs Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf te Amsterdam.

Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Jurisprudentie

Gebleken onschuld tijdens de civiele schadevergoedingsprocedure

Noot bij HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1526

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden onrechtmatige daad, gebleken onschuld, strafproces, vrijspraak, onschuldpresumptie
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoeding voor schade door het strafproces De gewezen verdachte kan na een goede afloop van de tsrafzaak om vergoeding van bepaalde kosten en schade verzoeken binnen het strafproces. Die mogelijkheden worden aangevuld door de civiele actie uit onrechtmatige overheidsdaad. De civiele rechter moet behoorlijk strenge eisen stellen eerdat een vordering kan worden toegewezen. Bij de zogeheten ‘gebleken onschuld’ moet vanuit de strafzaak komen vast te staan dat eiser inderdaad onschuldig is. Hoewel dit kan knellen met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM, houdt de civiele kamer vast aan deze grondslag voor schadevergoeding.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(process)recht (EUR) en cassatieadvocaat (Wladimiroff Advocaten).
Jurisprudentie

De gedwongen biometrische ontgrendeling van een elektronische gegevensdrager: rechtsbescherming gezocht?!

Noot bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden biometrische ontgrendeling, nemo-teneturbeginsel, onderzoek aan de smartphone, rechtsbescherming, inbeslagname
Auteurs Mr. T. Beekhuis en D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202. In deze annotatie wordt ingegaan op de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone en het daaropvolgende onderzoek aan de gegevens op de smartphone. Kanttekeningen worden geplaatst bij de mate van rechtsbescherming die een verdachte toekomt.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Herwaardering van de strafrechtadvocaat

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Politiek en strafrecht, Strafrechtadvocatuur, Beleid
Auteurs Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij en Mr. D. (Dino) Bektesevic
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van de strafrechtadvocaat staat echter meer dan ooit onder druk. In de eerste plaats bestaan bij de beroepsgroep grote zorgen om de veiligheid van advocaten en de reputatie van strafrechtadvocaten, die gemakkelijk op het spel wordt gezet. Daarnaast wordt ook aan het professionele verschoningsrecht geknabbeld, zijn de verhoudingen tussen het OM en advocaten verder gepolariseerd en is de financiering van de sociale advocatuur nog steeds niet ‘herijkt’. In deze bijdrage wordt gepleit voor een herwaardering van de rol van de strafrechtadvocaat. Hierbij gaat het vooral om het beeld dat van de strafrechtadvocaat bestaat: is de strafrechtadvocaat louter een sta-in-de-weg in de zoektocht naar de materiële waarheid of kunnen meer betrokkenheid van de advocaat en meer aandacht voor rechtsbescherming juist bijdragen aan een betere en meer efficiënte strafrechtspleging?


Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij
Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten, research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en redacteur van Boom Strafblad.

Mr. D. (Dino) Bektesevic
Dino Bektesevic is strafrechtadvocaat bij Bektesevic Ter Steeg Advocaten.
Redactioneel

Ideeën voor het regeerakkoord

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Politiek en strafrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Strafprocesrecht, Strafrecht
Auteurs Mr. A. (Ton) de Lange, Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij en Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest

Mr. A. (Ton) de Lange

Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij

Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Artikel

De rechtsstaat en het geld

Innovatie en financiering van de (appel)rechtspraak

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Politiek en strafrecht, Rechtspraak, Beleid
Auteurs Mr. A. (Ton) de Lange, Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg en Mr. J. (Jessica) van der Vegte
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs van deze bijdrage signaleren dat in Polen en Hongarije de rechtsstaat wankelt. Nu is de rechtsstatelijke situatie in Polen en Hongarije weliswaar niet te vergelijken met die van ons land, toch is ook die niet onaantastbaar. Kwetsbaar in dit opzicht is de financiering van de rechtspraak. Zo kan de principiële vraag worden gesteld of de onafhankelijkheid van de derde staatsmacht wel voldoende is geborgd nu deze binnen de begroting van de uitvoerende macht valt, in casu het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het huidige financieringssysteem knelt überhaupt. Voor deze bijdrage is vooral relevant dat het financieringssysteem niet voorziet in een adequaat budget voor de noodzakelijke innovatie. Die noodzaak is er voortdurend en zeker nu.


Mr. A. (Ton) de Lange
Ton de Lange is bestuurslid van het Hof Den Haag en redacteur van Boom Strafblad.

Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg
Wim Valkenburg is senior raadsheer bij het Hof Den Bosch.

Mr. J. (Jessica) van der Vegte
Jessica van der Vegte is stafjurist bij het Hof Den Haag.
Artikel

Access_open Het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Hoe verder?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Politiek en strafrecht, Beleid, Wetgeving, Tweede Kamerverkiezingen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe Wetboek van Strafvordering bevindt zich in een kritische tussenfase. Er is geld nodig om een volgende stap te kunnen zetten. Het volgende kabinet zal hierover moeten beslissen. Deze bijdrage kijkt naar nut en noodzaak van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Als daar positief over wordt geoordeeld, is een minstens even belangrijke vraag voor het komende kabinet hoe het traject op een kansrijke wijze zou kunnen worden voortgezet.


Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Pieter Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en internationaal strafrecht, Erasmus School of Law. Van 2018 tot medio 2020 was hij programmadirecteur modernisering Wetboek van Strafvordering bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij is tevens redacteur van Boom Strafblad.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het toezicht op de opsporing

Enkele aspecten van het toezicht door de officier van justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, toezicht, rechterlijke controle, normering, opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. dr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad staat een terughoudende rechterlijke controle van het vooronderzoek voor. Aan deze opstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de controle op de strafvorderlijke overheid vooral een taak is van andere instanties, zoals de officier van justitie en in meer algemene zin het OM. Alom wordt aangenomen dat de officier van justitie een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in dezen. Over hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan deze taak is echter weinig bekend. Dit artikel bespreekt op basis van eerder verricht onderzoek een aantal aspecten van het toezicht dat door de officier van justitie wordt uitgeoefend op de opsporing.


Mr. dr. M. Samadi
Mr. dr. M. Samadi is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De klassieke vermogensdelicten: nieuwe wijn in oude zakken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden diefstal, eigenmachtig, oplichting, wederrechtelijk, wegnemen
Auteurs Em. prof. mr. D.H. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke omschrijvingen van de klassieke vermogensdelicten – diefstal, verduistering, oplichting, afpersing – zijn niet of nauwelijks gewijzigd. De reden is dat de rechter sinds het Elektriciteitsarrest continu bereid is geweest om aan centrale wetsbegrippen als ‘enig goed’, ‘wegnemen’ en ‘wederrechtelijke toe-eigening’ een eigentijdse invulling te geven. Dit heeft geleid tot onderlinge overlappingen. Bij de diefstalbepaling heeft dit geresulteerd in het uit zicht raken van de grenzen van haar bereik en tot een spanningsveld bij de overlapping met de oplichtingsbepaling, die in de jurisprudentie juist met terughoudendheid wordt gehanteerd. Dit roept de vraag op of de wettelijke regeling moet worden herzien.


Em. prof. mr. D.H. de Jong
Em. prof. mr. D.H. de Jong is emeritus hoogleraar Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Artikel

De bedreigde getuige en artikel 226a Sv: knelpunten uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden getuige, bedreigde getuige, anonieme getuige, artikel 226a Sv
Auteurs Mr. R. (Robin) Cozijnsen en Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de wettelijke regeling omtrent de bedreigde getuige nader bezien. Na een korte omschrijving van de totstandkoming en de inhoud van de wettelijke regeling (art. 226a-226f Sv), wordt uitgebreid ingegaan op verschillende vragen en knelpunten die in de praktijk naar voren komen. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken: de wettelijke plicht om verdachte vooraf op de vordering te horen, de bedreigde getuige in een zaak van een NN-verdachte en in zaken met meerdere verdachten, de praktische (on)uitvoerbaarheid van het waarborgen van anonimiteit en ten slotte het toetsingskader dat wordt gehanteerd bij een appel tegen een statusverlening.


Mr. R. (Robin) Cozijnsen
Mr. R. Cozijnsen is wetenschappelijk medewerker bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
Mr. dr. W.N. Ferdinandusse is officier van justitie bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Francisca Mebius

Dian Brouwer
Dian Brouwer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam en bijzonder hoogleraar Verdediging aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Kroniek formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Frezia Aarts, Max den Blanken, Rachel Bruinen e.a.

Frezia Aarts

Max den Blanken

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Chaimae Ihataren

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Jiska Veenstra

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Artikel

Strafrechtelijke stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cassatieregeling, strafprocesrechtelijke wetgeving, strafrechtelijke wetgeving, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. H. de Doelder en Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een bespreking van een aantal belangrijke wijzigingen in de straf(proces)rechtelijke wetgeving in het Caraibisch gebied. Het betreft een aantal wijzigingen die reeds zijn ingevoerd (strafrechtelijke bepalingen) en wijzigingen die worden beoogd (strafvorderlijke bepalingen). De wijzigingen worden toegelicht en van commentaar voorzien. Tot slot wordt nog stilgestaan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad en de invloed die zijn uitspraken op de regelgeving heeft (gehad). Nadere aandacht wordt besteed aan de cassatieregeling in het Caraibische deel van het Koninkrijk. Betoogd wordt dat die regeling aanpassing behoeft.


Prof. mr. H. de Doelder
Prof. mr. H. de Doelder is emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.

Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 180 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.