Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Case Law

Access_open 2021/1 EELC’s review of the year 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2021
Auteurs Ruben Houweling, Daiva Petrylaitė, Marianne Hrdlicka e.a.
Samenvatting

    Various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Daiva Petrylaitė

Marianne Hrdlicka

Attila Kun

Luca Calcaterra

Francesca Maffei

Jean-Philippe Lhernould

Niklas Bruun

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Andrej Poruban

Anthony Kerr

Filip Dorssemont
Rulings

ECJ 18 November 2020, Case C-463/19 (Syndicat CFTC), Gender Discrimination

Syndicat CFTC du personnel de la Caisse primaire d’assurance maladie de la Moselle – v – Caisse primaire d’assurance maladie de la Moselle, French case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Gender Discrimination
Samenvatting

    A national collective agreement may reserve to mothers alone an additional maternity leave, as long as it seeks to protect them from the effects of pregnancy and motherhood.

Pending Cases

Case C-105/20, Gender Discrimination, Part Time Work

UF – v – Union Nationale des Mutualités Libres (Partenamut) (UNMLibres), reference lodged by the Tribunal du travail de Nivelles (Belgium) on 27 February 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gender Discrimination, Part Time Work

    The Brussels Labour Court of Appeal, in a judgment of 10 September 2019, has ruled that the notion of ‘maternity’ contained in the Belgian Gender Act does not go as far as protecting mothers against discrimination with regards to childcare, since this would confirm a patriarchal role pattern. However, a recent legislative change introducing ‘paternity’ as a protected ground might cast doubt on the relevance of this ruling for the future.


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert is an attorney-at-law at Van Olmen & Wynant, Brussels.

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.

    Medical and societal developments have led to a new family form involving more than two persons who make the conscious decision to have and raise a child together. Before the conception of the child, co-parenting arrangements are made covering the role of each parent in the child’s life and the division of care and financial obligations. These intentional multi-parent families pose new challenges to family law. Both in Belgium and the Netherlands, as in most other legal systems, the number of legal parents vested with custody of the child is limited to two. This two-parent model does not protect the relationship between the child and each of its parents in a multi-parent family. The question arises whether the law should be adjusted to accommodate multi-parent families, and if so, how. The Belgian Senate recently accepted that this question should be subjected to parliamentary debate. In 2014 the Netherlands tasked the Government Committee on the Reassessment of Parenthood with evaluating whether the law should allow more than two persons to be a child's legal parents and share parental responsibilities. In its recently published report, the Government Committee advises legal multi-parenthood be statutorily regulated, subject to certain conditions.The present contribution addresses two questions. The first one concerns the legal position of persons who have entered into multi-parenting arrangements. We answer this question by examining the Belgian rules on legal parentage and parental responsibilities. Second, we explore how family law might accommodate intentional multi-parent families. For this question, we focus on the recommendations the Dutch Government Committee formulated on legal multi-parenthood.
    ---
    Medische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot het ontstaan van een nieuwe gezinsvorm, waarbij meer dan twee personen bewust ervoor kiezen om samen een kind te krijgen en het op te voeden. Voor de verwekking maken ze afspraken over de rol van elk van hen in het leven van het kind en over de verdeling van zorgtaken en financiële verplichtingen. Deze intentionele meeroudergezinnen vormen een nieuwe uitdaging voor het familierecht. Zoals in de meeste rechtsstelsels, is in België en Nederland het aantal juridische ouders beperkt tot twee. Dit twee-oudermodel verleent geen bescherming aan de relatie tussen het kind en elk van zijn ouders in een meeroudergezin. De vraag rijst of het familierecht deze nieuwe gezinsvorm tegemoet moet komen, en zo ja, hoe. De Belgische Senaat heeft eind 2015 aanvaard dat deze vraag het voorwerp moet uitmaken van toekomstig parlementair debat. De Nederlands regering gaf in 2014 aan de “Staatscommissie Herijking Ouderschap” de opdracht te onderzoeken of de wet het mogelijk moet maken dat meer dan twee personen de juridische ouders kunnen zijn van een kind en het ouderlijk gezag kunnen delen. In haar recent gepubliceerde rapport beveelt deze commissie aan om juridisch meerouderschap wettelijk te regelen.  Deze bijdrage onderzoekt twee vragen. De eerste vraag is wat de rechtspositie is van de personen die betrokken zijn in meerouderschapsafspraken. We beantwoorden deze vraag aan de hand van de Belgische regels over afstamming en ouderlijk gezag. De tweede vraag is hoe het recht aan intentionele meeroudergezinnen kan tegemoetkomen. De aanbevelingen van de Nederlandse Staatscommissie Herijking Ouderschap staan hierbij centraal.


Prof. dr. Ingrid Boone
Ingrid Boone is an associate professor of Family Law at KU Leuven. She is a member of the Scientific Research Network of the Research Foundation Flanders (2015-2020) RETHINKIN - Rethinking legal kinship and family studies in the Low Countries.
Artikel

Het belang van grootouders in hedendaagse gezinnen en het recht op omgang met kleinkinderen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden grandparents, grandchildren, child care, rights of access, intergenerational solidarity
Auteurs Dr. T. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the context of a recent call for the strengthening of the legal position of grandparents with regards to visitation rights, this article presents a brief review of major conceptual notions and empirical findings within the literature on grandparent-grandchild relationships. Three major topics for understanding the intergenerational relationship are addressed: the historical context, the importance of the relationship, and changes over individual time.


Dr. T. Geurts
Dr. Teun Geurts is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Terugblikken op de aanloop

Dynamische voorspellers van perioden van detentie gedurende de levensloop van vrouwelijke gedetineerden in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden women, incarceration, risk factors, life history calendars, Netherlands
Auteurs Dr. Katharina Joosen en Dr. Anne-Marie Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Dynamic predictors of periods of incarceration across the life course of female prisoners in the Netherlands were examined, inspired by a Gendered Pathways to Offending framework. Through life course calendars and surveys 397 female prisoners were interviewed. Women who were employed, received benefits, experienced childbirth, or were involved with substance abusing partners were less likely to be incarcerated one year later. Women whose parents had divorced, were addicted to hard drugs, worked as prostitutes, were homeless, had debts, had income from crime or a criminal partner, or received treatment for psychological problems were at increased risk for incarceration one year later.


Dr. Katharina Joosen
Dr. K. Joosen is als postdoc onderzoeker werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. A. Slotboom is universitair hoofddocent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Laura Carballo Piñeiro
Associate Professor at the Faculty of Law, University of Santiago de Compostela.

Xandra Kramer
Professor at Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, visiting scholar at Stanford Law School.

    Legal position of a known donor constitutes an ongoing challenge. Known donors are often willing to play a role in the child’s life. Their wishes range from scarce involvement to aspiring legal parentage. Therefore three persons may wish for parental role. This is not catered for in the current laws allowing only for two legal parents. Several studies show how lesbian mothers and a donor ’devise new definitions of parenthood’ extending ’beyond the existing normative framework’. However, the diversity in the roles of the donors suggests a split of parental rights between three persons rather than three traditional legal parents. In this article I will discuss three jurisdictions (Quebec, Sweden and the Netherlands), allowing co-mother to become legal parent other than by a step-parent adoption. I will examine whether these jurisdictions attempt to accommodate specific needs of lesbian families by splitting up parentage ’package’ between the duo-mothers and the donor.


Prof. mr. Masha Antokolskaia Ph.D.
Masha Antokolskaia is professor of Private Law (in particular, Personal Status and Family Law) at the VU University Amsterdam. She is a member of the Commission on European Family Law (CEFL) and a board member of the International Society of Family Law. She is author of a diverse range of monographs and articles written in Dutch, English and Russian. Her main research areas are: European comparative Family Law and Dutch Family Law, with particular regard to the law relating to relationships, parentage and divorce.
Artikel

Derkje Hazewinkel-Suringa: moed en middenweg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden First female Dutch law professor, anti-fascism, Dutch criminal law
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Derkje Hazewinkel-Suringa entered law studies only after marriage and fulfilling about fifteen years of motherhood duty. Once at the university however, she rapidly became a student-researcher, delivered a PhD dissertation on ownership transfer and was appointed as the first female law professor in 1932, at the age of 42. Her professorship was in a remarkably different field, namely criminal law. Twenty years later she published the Introduction to the Study of Criminal Law, which would become the basis for criminal law teaching in the Netherlands for decades. A major reason behind this success was that the book, emphasizing active study of the law rather than passive reproduction, coincided with the general sprit of the post war era. Besides her scholarly work in which balance and synthesis were the major features, Hazewinkel-Suringa was a very outspoken actor in matters political. In 1936, when virtually the whole country was trying to accommodate the rise of fascism in the mighty neighbouring country, she became member of an anti-fascism committee. In 1938 she wrote a plea to the minister of Justice to allow entry of German-Jewish children into the country. During the German occupation (1940-1945) she proposed to close the university because of the dismissal of Jewish professors. She continued her protests against the social mainstream after the war, e.g. writing against the reintroduction of the death penalty (primarily focused on collaborators with the German regime). Hazewinkel-Suringa’s acts of individual courage could not make a difference in the overall political atmosphere of these times.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Diversen

Is the peer ethnographic approach a suitable method for researching lives of undocumented migrants?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2013
Trefwoorden peer methods, undocumented, ethnographic, research
Auteurs Latefa Narriman Guemar en Helen Hintjens
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reflects on some of the qualities and strengths, as well as some potential weaknesses, of a research methodology used to study ‘hard-to-reach’ groups, such as the undocumented. This approach, known as the PEER (Participatory Ethnographic Evaluation and Research) approach, is introduced in terms of its key elements of trust, anonymity, in-depth data and flexibility. Its suitability for sensitive, or ‘liminal’ research issues, involving groups of vulnerable informants, is explained. The method is based on relations of trust, which are maintained through anonymity in data collection, and extend from social researchers to informants, through the intermediation of trained community-based peer researchers. It is they who interview others in their own social networks; since trust is the key ingredient in making this ethically-informed methodology work well, trust must be invested also in the peer researchers, who form part of the research team.


Latefa Narriman Guemar
Latefa Narriman Guemar is als PhD-student verbonden aan het Centre for Migration Policy Research, Swansea University. Tevens is ze verbonden aan de London School of Economics in London. E-mail: guemarn@yahoo.fr

Helen Hintjens
Dr. Helen Hintjens is universitair docent Development and Social Justice bij het International Institute of Social Studies te Den Haag (onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam). E-mail: hintjens@iss.nl
Artikel

Jong en laat ouderschap en delinquentie van de kinderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2012
Trefwoorden early parenthood, motherhood, children, delinquency
Auteurs Joris Beijers MSc, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. Terence Thornberry
SamenvattingAuteursinformatie

    International studies show that children of teenage mothers are at elevated risk for offending. This study investigates the effect of early and late parenthood of mothers and fathers on offspring delinquency. The results confirm results from earlier studies and show that early fatherhood does not add to offending risk over and above early motherhood. Factors like family instability, family size and parental delinquency do not account for the association between early motherhood and delinquency. The elevated risk of offending applies to all children of young mothers, not just to the first-born children. Late parenthood is not associated with offspring delinquency.


Joris Beijers MSc
J.E.H. Beijers, MSc is onderzoeker bij het Phoolan Devi Instituut aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. Terence Thornberry
Prof. T.P. Thornberry is hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Department of Criminology & Criminal Justice aan de University of Maryland.

    In dit artikel wordt aandacht besteed aan duo-moederschap in Nederland vanuit een ontwikkelingspsychologisch/pedagogisch en een juridisch perspectief. Allereerst wordt aandacht besteed aan de huidige juridische situatie en de ontwikkelingen die zich recent daarin hebben voorgedaan. Uit deze bespreking rijst een aantal vragen met betrekking tot de relatie tussen de duo-moeders, het kind en de (on)bekende donor, die vervolgens vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief worden besproken. In het laatste deel van het artikel wordt aandacht besteed aan de voorgestelde wetgeving met betrekking tot de positie van het kind in een gezin met twee moeders, waarbij aan de hand van de ontwikkelingspsychologische bevindingen wordt gekeken naar de kwaliteit van het voorstel.
    ---
    This article focuses upon dual motherhood in the Netherlands from a psychological development/educational and legal perspective. Firstly, attention is paid to the current legal situation and the developments which have recently occurred in this regard. From this, a number of questions arise concerning the relationship between dual mothers, the child and the (un)known donor, which will be discussed from a psychological development perspective. The last part of the article focuses upon the proposed legislation with regard to position of the child in a family with two mothers, examining the quality of the proposal on the basis of the findings concerning psychological development.


Machteld Vonk
Machteld Vonk studied law between 1998 and 2002 at the University of Amsterdam. Following this, she began her PhD at the Molengraaff Institute for Private Law of Utrecht University, under the supervision of Prof. K. Boele-Woelki. Her research looked at the legal relationship between children and non-biological parents from a comparative perspective. In December 2007, she defended her PhD dissertation ‘Children and their parents’ (Intersentia; 2007). From January 2008 until July 2012, she was employed at the Molengraaff Institute as a lecturer/researcher on family law and comparative law. Since 1st July 2012, she has worked in the department of child law of Leiden University as a lecturer/researcher on child law.

Dr. Henny Bos
Henny Bos works as a lecturer at the University of Amsterdam (the department of child development and education and teacher training). Her research concerns gay and lesbian parenthood. She has established a Dutch longitudinal study on this research area, and also participates in an American longitudinal study concerning this subject. From February until the end of June 2012, she was a visiting scholar at the Williams Institute (University of California in Los Angeles).
Artikel

Ouderschap en crimineel gedrag

Het effect van het krijgen van een eerste kind op de ontwikkeling van crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Ouderschap, delinquent gedrag, Leeftijd, criminele carrière
Auteurs MSc Susanne de Goede, Prof. dr. mr. Arjan Blokland en Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    This study focuses on the effect of having a first child on parents’ criminal behaviour. First we examine whether after accounting for stable between person differences, such a parenthood-effect still exists. Next we examine whether this effect differs for men and women, having a child in or outside of wedlock or having a child at a young or average age. This study is based on the individual criminal careers of 3,527 men en 339 women. A fixed effects model was used to control for selection into parenthood and crime. Results show that criminal behaviour declines after having a first child among men, but that having a first child has no effect on women’s criminal behaviour. The independent effect of having a child is larger among unmarried men than married men. When men have their first child at a young age, however, their participation in crime increases.


MSc Susanne de Goede
M.S. de Goede MSc is onderzoekscoördinator aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en was ten tijde van het schrijven van dit artikel als stagiair werkzaam bij het NSCR, m.s.de.goede@law.leidenuniv.nl.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden, ablokland@nscr.nl.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens als bijzonder hoogleraar werkzaam bij de vakgroep Sociologie/ICS in Utrecht, p.nieuwbeerta@law.leidenuniv.nl.

Mw prof. mr H.D.C. Roscam Abbing
Artikel

Kinderdoding gevolgd door een ernstige poging tot zelfdoding

Drie modaliteiten van geweld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2009
Trefwoorden kinderdoding, zelfdoding
Auteurs Marieke Liem, Prof. dr. Michiel Hengeveld en Prof. dr. Frans Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Filicide, the murder of a child by a parent, is a dramatic event. The gravity increases when the perpetrator resorts to committing or attempting suicide. It is assessed to what extent filicide-(para)suicides can primarily be understood as homicidal or suicidal behaviour, or as a separate category of lethal violence. Parents committing filicide-parasuicide differ from filicidal parents and other suicidal parents in sociodemographic, individual and offence-related characteristics. Filicide-(para)suicide seem to constitute a category of lethal violence, different from both filicides and parasuicides.


Marieke Liem
M.C.A. Liem Msc, MPhil is promovendus, Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en Criminologie, Universiteit Utrecht. m.liem@uu.nl.

Prof. dr. Michiel Hengeveld
Prof. dr. M.W. Hengeveld is hoogleraar psychiatrie, Erasmus MC, Rotterdam. m.w.hengeveld@erasmusmc.nl.

Prof. dr. Frans Koenraadt
Prof. dr. F.A.M.M. Koenraadt is hoogleraar forensische psychologie, Universiteit Utrecht. F.A.M.M.Koenraadt@uu.nl.

Chantal Mak
Dr. Chantal Mak is Assistant Professor at the Centre for the Study of European Contract Law, Faculty of Law, University of Amsterdam (UvA), the Netherlands.
Artikel

Access_open The Necessity of Categories and the Inevitability of Separation, reply to Glenn

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2006
Trefwoorden claim, character, identiteit, reputatie, computer, leasing, making, media
Auteurs R. Pierik

R. Pierik
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.