Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 341 artikelen

x
Artikel

Access_open ‘Dividing the goods or dividing the beds?’ De dreiging van triage in de risicomaatschappij

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Risk society, Cosmopolitan solidarity, Refexive modernization, Healthcare regulation, COVID-19
Auteurs Mr. dr. Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic caused overcrowded IC units. In the Netherlands a discussion erupted on what category of patients should be granted a bed, if there would not be enough place to treat everybody. In this article the medical guidelines for this situation as well as the public discussion are examined and related to Ulrich Beck’s theory of reflexive modernization. It is argued that discussion and regulation of this dilemma follow reflexive patterns, albeit patchy. The discussion and regulation displayed reflective understanding of the perilous position of the elderly and frail but issues of class and ethnicity were not discussed. This research revealed that Beck’s theory holds its own when tested in an empirical situation, but it has weaknesses in regard to the predicted emergence of cosmopolitan solidarity.


Mr. dr. Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is werkzaam als universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit van Tilburg. Hij onderzoekt de invloed van groeiend milieubewustzijn op recht en regulering, zowel empirisch als theoretisch.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Access_open Kenmerken van kunstcriminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art theft, history of art theft, organized crime, motives for stealing, international networks
Auteurs Noah Charney
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to provide an introduction to art theft today. It is divided into sections that look at the context in which art is stolen, definitions of key terms, an explanation as to why the field is understudied and under-reported, and a brief history of the phenomenon. It also contains sidelines on actual developments like the theft of a Van Gogh painting from the Singer Laren Museum in the Netherlands as well as on the drop of art theft since the start of the Corona pandemic.


Noah Charney
Dr. N. Charney is als adjunct-professor Kunstgeschiedenis verbonden aan de American University of Rome en de universiteit van Ljubljana. Hij is de oprichter van ARCA, the Association for Research into Crimes against Art (www.artcrimeresearch.org).
Artikel

De vechter en de bierkaai

Kickboksbiografie in context

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden kickboxing, criminal and sporting career, biography in context
Auteurs Dr. Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Hesdy Gerges is a heavyweight kickboxer whose career was interrupted because of his involvement in an cocaine transport. This article is analyzes the biography of this top fighter, describing the macro context of an expanding market for full-contact martial arts, the meso level of the gym and its relation to the criminal milieu, and the fighter and his body on the micro level. Hesdy is used to set an example, and since it takes more than seven years to reach a verdict, the impact on his private life and his career as a fighter is large. The study is based on participant observation and 33 interviews, twenty of which with the protagonist.


Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de afdeling criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Hoe het toezicht rekening kan houden met de context van een zorgaanbieder

Context matters

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden context, contextfactoren, vertrouwen, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Corry Ketelaars, Sandra Spronk en Ian Leistikow
SamenvattingAuteursinformatie

    De context van een zorgaanbieder speelt een rol bij de afweging of de IGJ vertrouwen heeft in een zorgaanbieder. Afhankelijk van het vertrouwen kiest de inspectie voor een meer op leren gerichte, dan wel een meer disciplinerende interventie. In de praktijk is de uitdaging voor inspecteurs te expliciteren wat die context is en hoe die te wegen in het bepalen van de interventie om daarmee toezicht op maat te kunnen leveren. Dit onderzoek beantwoordt de vraag: ‘Wat zijn de belangrijkste contextfactoren die de kwaliteit van de zorg van een zorgaanbieder kunnen beïnvloeden?’. Het onderzoek had een kwalitatieve opzet en was een combinatie van conceptanalyse, literatuuronderzoek, interviews met experts, focusgroepdiscussies en toetsing van contextfactoren door inspecteurs en onderzoek van inspectierapporten. Het resultaat hiervan is het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ met vier categorieën: Toezichtgeschiedenis, Organisatorische context, Bestuurlijke context en Maatschappelijke context.
    Het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ is geïntegreerd in het Afwegingskader Vertrouwen van de IGJ. Dit geeft de inspecteur handvatten om af te wegen of en hoe de context invloed heeft op het vertrouwen in de zorgaanbieder en een toezichtinterventie in te zetten die het beste bijdraagt aan het doel, namelijk het verbeteren van de kwaliteit van zorg.


Corry Ketelaars
Dr. C.A.J. Ketelaars is senior adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is coördinerend inspecteur sector gehandicaptenzorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Ian Leistikow
Prof. dr. I.P. Leistikow is hoogleraar aan de Erasmus School of Health Policy & Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Italiaanse toestanden

Interne en externe deelneming aan een criminele (maffia-)organisatie

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Italiaans recht, deelneming aan een criminele maffiaorganisatie, strafrechtelijke aansprakelijkheid, facilitators, externe en interne deelneming
Auteurs Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In Italië kunnen faciliterende beroepsbeoefenaars als louche notarissen, advocaten en rechters, en ook andere facilitators die een maffiaorganisatie ondersteunen zonder daarvan lid te zijn, worden vervolgd wegens ‘externe deelneming aan een criminele maffiaorganisatie’. Die strafrechtelijke aansprakelijkheid is controversieel en leidt al decennialang tot debatten in de rechtspraak en literatuur. Deze bijdrage bespreekt de ontwikkeling van de Italiaanse strafrechtelijke aansprakelijkheid wegens externe en ook interne deelneming aan een maffiaorganisatie, en vervolgens de vraag of facilitators van criminele organisaties naar Nederlands recht vervolgd (zouden kunnen) worden wegens algemene deelneming aan deelneming aan een criminele organisatie.


Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters
Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters is universitair docent Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het ontrafelen van de effectpuzzel

Aandacht voor de werkzame ingrediënten van slachtoffer-daderbemiddeling voor daders

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Fellegi, moraliteit, neutralisatietechnieken, schaamte, sociale bindingen
Auteurs Sven Zebel
SamenvattingAuteursinformatie

    Why and how mediated contact between victims and offenders (and members from their networks) leads to positive outcomes, remains a difficult question to answer. Not surprisingly therefore, this topic has been the focus of attention of multiple articles in the past twenty years of this journal. In this contribution, the inspiring article of Borbala Fellegi (2008), titled ‘Explaining the impact of restorative justice. The “4-way interaction” of morality, neutralisation, shame and bonds’ is celebrated. Fellegi presents a theoretical framework in which the added value of restorative, mediated victim-offender meetings for the re-integration of offenders is outlined compared to other judicial responses to crime. Central to her argument is that the mediation process affects in particular the four criminogenic factors mentioned in the title. In this contribution two innovative, working mechanisms of the mediation process that she proposes, are highlighted. First, the preparation phase in which the neutral mediator initiates and facilitates discussion of the crime and its consequences for the victim(s) with the offender. Fellegi proposes that this mechanism can (start to) lift the criminogenic factor moral reasoning of the offender. Second, the restorative focus of the encounter itself between the victim and offender, in which both parties can express how they were affected, express their emotions (such as shame feelings of the offender) and discuss jointly how restoration and reparation might be achieved. This should reduce the criminogenic factor neutralisation, increase moral reasoning, and might contribute to integrative social bonds between the parties and their networks. Thus, Fellegi’s work has made innovative suggestions about the working mechanisms of victim-offender mediation – these suggestions offer useful hypotheses that can be tested empirically.


Sven Zebel
Sven Zebel is universitair hoofddocent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. In zijn onderzoek richt hij zich op de psychologische reacties op criminaliteit en conflict, en op de impact van interventies die trachten te herstellen en het risico op recidive te verlagen. In het bijzonder is hij geïnteresseerd in de inzet van digitale technologie om herstelrechtelijke (interactie)processen beter te begrijpen en te optimaliseren.

    Within the context of a transfer of undertaking in an asset reliant group of companies, the court should not just focus on whether the assets have been transferred between the two separate group companies, but also on whether one group company had actual control over the operation of the other group company.


Zef Even
Zef Even is a partner at SteensmaEven, Rotterdam, professor at Erasmus School of Law and editor-in-chief of EELC.

Eva Poutsma
Eva Poutsma is an attorney-at-law at SteensmaEven, Rotterdam.
Artikel

EU-gezondheidsrecht en -beleid na COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden EU recht, infectieziekten, competenties, publieke gezondheid
Auteurs Dr. A. de Ruijter
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de te verwachten impact van de coronavirusuitbraak op de ontwikkeling van het EU-gezondheidsrecht en -beleid? Wat kunnen we verwachten in de toekomst van de rol van de EU in de bestrijding van grensoverschrijdende ziekten?


Dr. A. de Ruijter
Anniek de Ruijter is universitair hoofddocent Europees en Gezondheidsrecht, Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open The Relationship between Empirical Legal Studies and Doctrinal Legal Research

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden empirical legal studies, legal research methods, doctrinal legal research, new legal realism, critical legal studies, law and policy
Auteurs Gareth Davies
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers how empirical legal studies (ELS) and doctrinal legal research (DLR) interact. Rather than seeing them as competitors that are methodologically independent and static, it suggests that they are interdependent activities, which may each be changed by interaction with the other, and that this change brings both opportunities and threats. For ELS, the article argues that DLR should properly be understood as part of its theoretical framework, yet in practice little attention is given to doctrine in empirical work. Paying more attention to DLR and legal frames generally would help ELS meet the common criticism that it is under-theorised and excessively policy oriented. On the other hand, an embrace of legal thinking, particularly of critical legal thinking, might lead to loss of status for ELS in policy circles and mainstream social science. For DLR, ELS offers a chance for it to escape the threat of insular sterility and irrelevance and to participate in a founded commentary on the world. The risk, however, is that in tailoring legal analysis to what can be empirically researched legal scholars become less analytically ambitious and more safe, and their traditionally important role as a source of socially relevant critique is weakened. Inevitably, in offering different ways of moving to normative conclusions about the law, ELS and DLR pose challenges to each other, and meeting those challenges will require sometimes uncomfortable self-reflection.


Gareth Davies
Gareth Davies is Professor of European Law at the Faculty of Law of the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Defaunatie en de coronapandemie

Overexploitatie bezien vanuit een groen criminologisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden defaunation, corona, wildlife trade, excess, ecological interaction
Auteurs Dr. Daan van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The overexploitation of nature has led to anthropogenic defaunation, which results in complex socioeconomic, political and ecological consequences. Influenced by the economic growth of modernization and the interconnectedness of globalization, zoonotic diseases emerge as incalculable side effects of defaunation. By rejecting anthropocentric worldviews, this article critically examines anthropogenic defaunation and the causes and consequences of the coronavirus pandemic from a green criminological perspective.


Dr. Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Risicogedrag van jongeren

In hoeverre verschilt de invloed van leeftijdsgenoten op het beginnen met risicogedrag en aanpassen in risicogedrag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden antisocial behavior, social network analysis, SIENA, subtance use, onset
Auteurs Dr. Aart Franken, Dr. Jan Kornelis Dijkstra, Dr. Zeena Harakeh e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies investigating peer influence on risk behaviors, such as antisocial behavior and substance abuse, mostly study the amount of change in which adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends. Onset of risk behavior, changing form having no experience to having any experience with risk behavior, has been studies far less. This study investigates friends’ influence on the onset of risk behavior and their influence in changes in risk behavior. Hypotheses were tested using SNARE (Social Network Analysis of Risk behavior in Early adolescence) data (N=1.144), containing information on risk behavior (i.e. antisocial behavior, alcohol use, and tobacco use) and friendship networks at three timepoints during the first year of secondary education (Mage= 12.7; SD=0.47). Analyses, using longitudinal social network analysis (RSIENA), showed that although adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends, they are not influence in by their friends in the onset of risk behavior. These findings suggest s more nuanced role of friends in the onset of risk behavior. Interventions aiming at friends might benefit from differentiating between the onset and further (dis)continuation of risk behavior as these friendship influence processes might be less relevant for the onset of risk behavior.


Dr. Aart Franken
Dr. A. Franken is psycholoog NIP (i.o.t. gz-psycholoog) bij de Praktijk voor leer- en gedragsadviezen.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is UHD Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior-analist RIEC Noord.

Dr. Zeena Harakeh
Dr. Z. Harakeh is onderzoeker bij TNO, expertisegebied Child Health.

Dr. Wilma Vollebergh
Prof. dr. W.A.M. Vollebergh is emeritus hoogleraar Jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden psychopower, smart cities, Bernard Stiegler, Michel Foucault, security
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with the relationship of smart security technologies to broader modes of exercising power and subjugating individuals. It claims that the notion of psychopower is precisely what is missing from post-Foucaultian accounts of the smart city. In the article psychopower is defined as the manipulation of our consciousness in order to channel our desires toward ‘normal’ social behavior, drawing a line between what is ‘acceptable’ and what is ‘unacceptable’. Psychopower raises a series of concerns related to its democratic legitimacy and accountability as behaviorally informed conditioning of the mind runs the risk of constant surveillance, where human agency is diluted in a techno-utopian vision that promises to improve city-wide efficiency, decision-making, and security.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. M.B. Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Access_open De veranderende taak van bestuurders in het tijdperk van AI

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2020
Trefwoorden artificial intelligence, machine learning, bestuurstaak, bestuurdersaansprakelijkheid, risicobeheer
Auteurs Mr. S.W. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van artificial intelligence (AI) door vennootschappen zal de komende jaren een vlucht nemen, met ingrijpende veranderingen voor de bestuurstaak tot gevolg. Dit artikel bespreekt de noodzaak voor bestuurders tot het voeren van deugdelijk AI-risicobeheer alsmede de manier waarop deze vorm van risicobeheer de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid dient in te kleuren.


Mr. S.W. van de Ven
Mr. S.W. van de Ven is advocaat bij Linklaters te Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), Mr. J. Boonstra-Verhaert, Mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

Mr. J. Boonstra-Verhaert

Mr. dr. S.S. Buisman

Mr. A.A. Feenstra

Mr. K.M.T. Helwegen

Mr. dr. I. Koopmans

Mr. V.S.Y. Liem

Prof. mr. M. Nelemans

Mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. E. Sikkema

Mr. dr. drs. B. van de Vorm

Mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Het verhaal gaat …

Een positief criminologische visie op radicalisering

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden positieve criminologie, polarisatie, staircase model, continuum of violence, typologie van geweld
Auteurs Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The first part of this article presents three academic theories on radicalisation: Moghaddam’s staircase model of radicalisation, Galtung’s typology of violence (direct, structural and cultural violence), and Staub’s psycho-educative approach. The core of Staub’s approach is that in conflict periods, people can be psychologically manipulated through their own fears, insecurities and unresolved traumas. Therefore, psycho-education and the empowerment of people are highly necessary to stimulate citizens to function as active bystanders when they are confronted with wrongdoing. In the second part of this article some promising approaches are pres­en‍ted which might increase personal and social resilience. The role of narratives in understanding experiences and changing identities is discussed. Radio La Benevolencija in Rwanda uses the power of storytel­l‍ing to stimulate resilience among the population. In the concluding paragraph a two-pronged strategy on radicalization is presented. This positive criminological perspective aims to promote active bystandership, participation and resilience.


Anneke van Hoek
Anneke van Hoek is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Restorative Justice Nederland en Stichting Radio La Benevolencija.
Toont 1 - 20 van 341 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.