Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Artikel

Disfunctionerende zorgverleners. Vergewissen, dus niet te missen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden vergewisplicht, meldplicht, disfunctioneren, Wkkgz
Auteurs Mr. J.M. de Vries en mr. B. van den Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de vergewisplicht en de meldplicht over het beëindigen van een arbeidsrelatie in verband met ernstig tekortschieten van een zorgverlener door een zorgaanbieder centraal. Uiteengezet wordt wat de beide plichten behelzen, hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en welke juridische en praktische (on)mogelijkheden de beide plichten met zich brengen.


Mr. J.M. de Vries
Jacqueline de Vries is advocaat Gezondheidsrecht bij Holla Advocaten.

mr. B. van den Boom
Bert van den Boom is advocaat Arbeidsrecht bij Holla Advocaten.
Artikel

Afdwingbaarheid van nakoming commerciële koopcontracten bezien vanuit een internationaal perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden civil law, common law, Weens koopverdrag, CISG, koopcontract
Auteurs Mr. dr. P.C.M. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In het internationale handelsverkeer wordt onvoldoende aandacht besteed aan de afdwingbaarheid van contractuele afspraken. Om de lezer meer inzicht te geven in deze problematiek wordt aandacht besteed aan de belangrijkste verschillen tussen de twee grootste rechtssystemen (hierna: ‘civil law’ en ‘common law’) en ‘interne’ afwijkingen.


Mr. dr. P.C.M. Kemp
Mr. dr. P.C.M. Kemp advocaat bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch en gastmedewerker aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Huurrecht en de coronacrisis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden gebrek, onvoorziene omstandigheden, bedrijfsruimte, woonruimte
Auteurs Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de gevolgen van de coronacrisis in het huurrecht bij bedrijfsruimte en bij woonruimte. Bij bedrijfsruimte zijn er juridische escapes voor de huurder, die worden gevonden in de gebrekenregeling, maar vooral in de onvoorziene omstandigheden. Huurders van woonruimte moeten het hebben van coulance en subsidies.


Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff is docent Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Discussie

Commissie Regulering van Werk (commissie-Borstlap): iemand moet hardop zeggen wat we niet willen horen (maar stiekem allang wisten)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Arbeidsmarkt, Commissie-Borstlap, Zelfstandigen, Arbeidsverhoudingen, Fiscaliteit en sociale zekerheid
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het rapport van de Commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap) geanalyseerd. De inhoud van het rapport wordt besproken en voorzien van kritiek. Tevens worden op onderdelen voorstellen gedaan voor nadere uitwerking en/of verbetering. De algemene indruk is dat het rapport van waarde is. Het brengt een integrale benadering van de arbeidsmarkt mooi in kaart en reikt denkrichtingen aan waarlangs toekomstig beleid kan worden vormgegeven. Kritiek is er ook. Denkrichtingen zijn niet allemaal op eenzelfde wijze uitgewerkt en op onderdelen blijft de zoektocht naar de mate van insluiting en uitsluiting van bescherming ambigu. De auteur doet aan het slot een aantal voorstellen voor een (nog beter) spoorboekje naar modernisering van het arbeidsrecht.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

De professionele voetballer en de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sporter, Ontslagrecht, Ontslagvergoeding, FIFA
Auteurs Mr. dr. Roberto Branco Martins
SamenvattingAuteursinformatie

    Contractstabiliteit in het internationale voetbal versus de vergoeding bij de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de voetballer. De auteur gaat in op de eigenaardigheden van dit onderwerp en concludeert dat een intro van een objectieve rekenmethode de gelijkheid tussen werkgever en werknemer meer in balans brengt.


Mr. dr. Roberto Branco Martins
Roberto Branco Martins is advocaat bij BMDW Advocaten en als docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

De complicaties voor de werkgever bij het uit dienst treden van een zieke werknemer: een (praktisch) overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Bezava, Zieke werknemer, Ontslag, Wachttijd, Eigenrisicodrager
Auteurs mr. Hylda Wiarda en mr. Ilse Baijens
SamenvattingAuteursinformatie

    Een zieke werknemer brengt gedurende het dienstverband veel verplichtingen voor de werkgever mee. De Wet Bezava heeft er in de praktijk toe geleid dat werkgevers huiverig zijn geworden om een werknemer ziek uit dienst te laten gaan vanwege de premiestijging. Bovendien stuit het beeindigen van het dienstverband van een zieke werknemer op andere praktische bezwaren. In dit artikel gaan wij nader in op de problematiek waarmee de werkgever wordt geconfronteerd bij het uit dienst treden van een zieke werknemer tijdens en na de wachttijd. Achtereenvolgens gaan we daarbij in op beëindiging tijdens de eerste twee ziektejaren en beëindiging na afloop van de wachttijd, waarbij we de mogelijke stijging van de premielast voor de werkgever bij instroom van werknemers in de Ziektewet en de WIA, het eigenrisicodragerschap, het opzegverbod bij ziekte en het slapende dienstverband bespreken.


mr. Hylda Wiarda
Senior Associate

mr. Ilse Baijens
Junior Associate
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Bestuursrecht, Wkkgz, Kwzi, WtZi, Gmw
Auteurs Mr. M.L. Batting, mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek, die een periode van bijna twee jaar beschrijft, bespreekt een groot aantal bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg. Ook de meest belangwekkende uitspraken over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet worden besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde: algemeen bestuurs(proces)recht, uitspraken over de Wet BIG, over de Wkkgz en de Kwzi, jurisprudentie over de WTZi, de Gmw en de Wgp, uitspraken over de Wob, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Als laatste komen de rapporten van de Nationale ombudsman aan de orde.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is advocaat-partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen werkt als juridisch adviseur staats- en bestuursrecht bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is eveneens advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De verschuldigdheid van de transitievergoeding bij diverse beëindigingsmodaliteiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transitievergoeding, beëindiging door gerechtshof, ontbindende voorwaarde, ontslag bestuurder, wetgever
Auteurs mr. Koos Janssens
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 7:673 BW is geregeld in welke gevallen een transitievergoeding verschuldigd is, maar die opsomming van beëindigingsmodaliteiten lijkt niet volledig te zijn. Janssens onderzoekt verschillende wijzen van beëindiging betoogt onder meer dat de transitievergoeding ook verschuldigd is indien een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt door het intreden van een ontbindende voorwaarde, alsmede indien het gerechtshof op grond van artikel 7:683 lid 5 of 6 BW een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst.


mr. Koos Janssens
Advocaat bij Hogan Lovells
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

De nieuwe hypotheekmarkt

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden hypothecair krediet, Hypotheekrichtlijn, verantwoorde kredietverstrekking, (bijzondere) zorgplicht, kredietwaardigheidstoets
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest en Mr. Q.A.G. Masius
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft veranderingen op de Nederlandse hypotheekmarkt. Allereerst worden juridische implicaties van hypotheekmarktontwikkelingen beschreven. Daarna wordt de invloed van de Hypotheekrichtlijn/EBA-richtsnoeren op bestaand Nederlands recht beschreven ten aanzien van verantwoorde kredietverstrekking, precontractuele informatie en de zorgplicht om overkreditering te voorkomen. De implementatie van de richtlijn heeft als gevolg dat aanbieders veranderingen dienen door te voeren ten aanzien van informatieverstrekking, gegevensbewaring en het hypotheekaanvraagproces. Daarnaast wijst het artikel op hiaten: er bestaat onzekerheid over het lot van bestaande Nederlandse wetgeving/codes; daarnaast ontvangen consumenten nog steeds te veel informatie.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.

Mr. Q.A.G. Masius
Mr. Q.A.G. Masius is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en medewerker bij het HU-lectoraat Schulden en Incasso te Utrecht.
Jurisprudentie

Het bepaalde onbepaaldetijdscontract en de vaststellingsovereenkomst in strijd met dwingend rechtHR 9 januari 2015, NJ 2015/156 m.nt. G.J.J. Heerma van Voss, JAR 2015/36 m.nt. A. van Zanten-Baris

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Beëindigingsovereenkomst, Bepaaldetijdscontracten, Vaststellingsovereenkomst, Dwingend recht, Ketenregeling
Auteurs Prof. A.R. Houweling
Auteursinformatie

Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is bijzonder hoogleraar Grondslagen van een modern arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

Dossier Arbeid & Recht februari 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 02 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk
Praktijk

Consumentenbescherming en uitleg

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, zwarte lijst, grijze lijst, beëindiging duurovereenkomst, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, consumentenbescherming
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse consumentenrecht is uitgebreid met de Wet Van Dam. Deze wet brengt een wijziging aan in de zwarte en grijze lijsten van de artikelen 6:236 en 6:237 BW en beoogt de opzegging van duurrelaties voor de consument te vergemakkelijken. Aan de Wet Van Dam kleven de nodige haken en ogen. Voorts wordt het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken. In dit arrest oordeelde het HvJ EU dat de rechter ambtshalve instructiemaatregelen moet treffen om na te gaan of het litigieuze beding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Discriminatie, directe werking van rechtsbeginselen en doorwerking van richtlijnen

HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07 (Seda Kücükdeveci/Swedex GmbH & Co KG)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden doorwerking van Europees recht, algemene beginselen van Europees recht, leeftijdsdiscriminatie, horizontale werking van richtlijnen, objectieve rechtvaardiging van discriminatie
Auteurs Mr. D.F. Berkhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Swedex-arrest verduidelijkt en versterkt het Hof van Justitie EU het controversiële Mangold-arrest. Indien sprake is van leeftijdsdiscriminatie in strijd met Richtlijn 2000/78/EG en richtlijnconforme interpretatie onmogelijk is, dan wordt door directe werking van algemene beginselen van gemeenschapsrecht alsnog de volle werking van Europees recht bewerkstelligd. Lidstaten worden verplicht de met het gemeenschapsrecht nationale bepaling buiten beschouwing te laten. Verder toont het arrest dat ‘flexibel personeelsbeleid’ een legitieme doelstelling van arbeidsmarktbeleid kan zijn. Zorgvuldige ‘flexibilisering’ van personeelsbeleid kan daarmee ook een objectieve rechtvaardiging zijn voor leeftijdsonderscheid.


Mr. D.F. Berkhout
Mr. D.F. Berkhout is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.


Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.